21 zondag door het jaar C  (23/08/2025)

Inleiding  (Bernadette)

Vandaag horen we hoe Lucas drie korte parabels aanhaalt die Jezus zou verteld hebben aan zijn leerlingen op zijn tocht naar Jeruzalem. Allereerst die over de smalle deur, de vraag is nogal theoretisch maar het antwoord van Jezus doet beroep op persoonlijke inzet van de vraagsteller: aan hem nu om de nodige inspanning te doen. Vervolgens komt de parabel van de gesloten deur. Heel kort .Er komt een ogenblik dat het te laat is om te beslissen. En tenslotte komt de parabel over het toegelaten worden tot het koninkrijk van God. Jezus waarschuwt zijn leerlingen als uitgekozen Volk. Alleen zij die zich zullen bekeren worden aangenomen. Israël loopt het risico in plaats van eerst te zijn ,laatst te worden.

Lezing:  Lucas 13, 22-30  (NBV21)

Op weg naar Jeruzalem trok Hij verder langs steden en dorpen, terwijl Hij onderricht gaf. Iemand vroeg Hem: ‘Heer, zijn er maar weinigen die worden gered?’ Hij antwoordde: ‘Doe alle moeite om door de smalle deur naar binnen te gaan, want velen, zeg Ik jullie, zullen proberen naar binnen te gaan maar er niet in slagen. Als de heer des huizes eenmaal is opgestaan en de deur heeft gesloten, en jullie staan buiten op de deur te kloppen en roepen: “Heer, doe open voor ons!”, dan zal hij antwoorden: “Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan?” Jullie zullen zeggen: “We hebben in uw bijzijn gegeten en gedronken en u hebt in onze straten onderricht gegeven.” Maar hij zal tegen jullie zeggen: “Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan? Weg met jullie, onrechtplegers!” Dan zullen jullie jammeren en knarsetanden wanneer je Abraham, Isaak en Jakob en al de profeten in het koninkrijk van God ziet, maar zelf buitengesloten wordt. Uit het oosten en het westen en uit het noorden en het zuiden zullen ze komen, en ze zullen aanliggen bij het feestmaal in het koninkrijk van God. En bedenk wel: er zijn laatsten die de eersten zullen zijn, en er zijn eersten die de laatsten zullen zijn.’

Homilie  (Bernadette)

Doe alle moeite om door de smalle deur naar binnen te gaan, want velen, zeg Ik jullie, zullen proberen naar binnen te gaan maar er niet in slagen.”

Wanneer kinderen aan sport doen en ze staan voor een wedstrijd zeggen ouders wel eens “doe goed uw best en het zal wel lukken. Als je het maar geprobeerd hebt. ”  Doe alle moeite zegt Jezus. Dat is niet zomaar gewoon doe uw best maar wel span u in tot het uiterste . Ik denk daarbij nog even aan de dodentocht van twee weken geleden, hoe mensen werkelijk tot de eindlijn gaan en uitgeput zich aan hun supporters vastklampen. Daar hebben de deelnemers voor getraind, ze hebben gegeven wat ze konden en ze hebben het gehaald.

Maar naast “doe alle moeite zegt Jezus ook  “Weg met jullie, onrechtplegers” . Het gaat God dus blijkbaar ook om gerechtigheid doen.
Dus geloof in gerechtigheid .

Toen ik les gaf en op een klassenraad leerlingen mocht bespreken hadden we het vaak over jongeren die proberen met minimale inspanning het maximale resultaat te halen. Ze rekenen uit hoeveel ze nog net moeten halen om geslaagd te zijn. Maar dat resultaat is dan niet kennis en ervaring, maar alleen het diploma. Van tijd tot tijd zien we die neiging om tevreden te zijn met middelmatigheid. Zo’n cultuur is meestal de weerspiegeling van een gemakkelijke welvaart. Dat dit tijdens een recessie op de arbeidsmarkt wordt afgestraft en dat je het in de sport ook niet alleen met talent haalt, dat weten we inmiddels , maar dat dit ook geldt voor het geestelijk leven, dat is misschien toch wat uit de aandacht gegaan.
“Span je tot het uiterste in.” Het kan een soort gewetensonderzoek zijn om je af te vragen hoeveel inspanning het leven met God je waard is.

Onlangs sprak ik wat jonge mensen. Zij gaven te kennen katholiek te zijn, maar maakten meteen de opmerking: Ik noem me liever algemeen Christelijk. Ik kan me niet meer zo vinden in een hoop dingen van de Katholieke Kerk.

Ik moest toen denken aan de Christenvervolgingen in de eerste vier eeuwen. In de eerste tijd van de Kerk was het helemaal niet handig om Christen te zijn. Christenen werden uit het Joodse land verdreven en in Rome waren er regelmatig razzia’s, die eindigden in de doodstraf. We hebben getuigenissen van martelaren uit die eerste eeuwen die bereid waren te sterven omwille van Christus, omwille van hun geloof in Hem. Hij was hun alles waard.

Als in onze tijd de algemene mening zich tegen de Katholieke Kerk richt, hebben veel katholieken de neiging zich van de Kerk af te wenden, omdat de druk die zij dan van hun omgeving voelen teveel van hen vraagt.

“Heer, zijn het er weinig die gered worden?” “Heer, wat moeten we doen om het Eeuwig leven te verwerven?”  “Heer, wat moeten we doen als we de werken willen verrichten die God van ons vraagt?” En het antwoord is steeds:  “Geloof in de Mensenzoon”. “Spant u tot het uiterste in.”

Bij Jezus past geen middelmatigheid. Dat heeft hij laten zien door zijn lijden en kruisdood. Hij vraagt onze volledige inzet. Niet alleen in de kerk of alleen in de praktijk, maar in allebei; in geloof en werk; In hoofd en hart; in woord en daad; voor God en de naaste; in contemplatie en actie; in liturgie en diaconie; met verstand en liefde.

Bij dat alles zegt Hij dat we ons tot het uiterste toe moeten inspannen. Niet om uit eigen kracht de hemel te bereiken of Gods Koninkrijk op aarde te vestigen; dat lukt niet uit onszelf. Onze inspanning moet hierin zitten, dat we alles doen in verbondenheid met God. Dat we ons tot het uiterste inspannen om Gods wil te kennen en te doen. Dat niets ons méér waard is dan Gods Koninkrijk. Het Rijk van waarheid en gerechtigheid, waar vrede heerst, omdat we leven met God in ons midden.

Bezinning

Er was eens een man die zijn leven lang trouw de godsdienstige wetten had onderhouden. Hij had altijd goed geleefd en gedaan wat God van hem vroeg. Maar hij had één wens namelijk dat God hem tijdens zijn leven de hemel en de hel liet zien. En omdat hij altijd zo goed geleefd had stond God hem die gunst toe.

En God nam hem mee en bracht hem bij een heel grote zaal. "Dat is de hel" zei God. De man zag een grote zaal met tafels vol met brood, er stonden prachtige bloemen in de zaal en alles was even mooi. Het eten zag er bijzonder lekker uit. Aan tafel zaten allemaal mensen maar deze mensen hadden allemaal stijve armen zodat ze niets van de heerlijke maaltijd naar binnen konden krijgen.
De man knikte. Hij begreep het. Dit was de hel.

Toen gingen ze naar de hemel. En weer kwamen ze in een grote zaal met tafels vol brood. Ook daar was alles even prachtig en mooi en zag alles er heerlijk uit net zoals in de hel. En aan tafel zaten mensen net zoals in de hel en al die mensen hadden stijve armen. De man begreep er niets van. "Is dat nu de hemel?" vroeg hij aan God. Maar God zei: "Stil maar, wacht even".

En toen zag de man dat de mensen met hun stijve armen bij hun overburen het brood in de mond stopten. Ze konden met hun stijve armen niet bij hun eigen mond komen maar wel bij die van hun overburen. Dat was de hemel. De man knikte. Hij had het begrepen.