• Mailadres bij Telenet?
  • Kijk dan bij "ongewenste mail"!

Effatakoor

Wie zijn we?

In 1976 (volgens Nicole VanCaeneghem) werd er een 'gelegenheidskoor' gevormd dat zich tot doel stelde om enkele malen per jaar in de gevangenis van Gent aan de Nieuwe Wandeling de eucharistieviering te zingen voor de gevangenen.
Het enthousiasme en de bezieling van Guido Moons liet deze groep uitgroeien tot een heus koor met een uitgebreid repertorium.
Wij zingen nogal wat liederen op tekst van Huub Oosterhuis, omwille van hun eigentijdse geloofstaal.
Daarnaast gaat onze voorkeur uit naar alles wat mooi klinkt!
We dragen de wipala als symbool voor eenheid en verbondenheid tussen God en de mensen.

Zo werden we regelmatig gevraagd om talrijke TV-missen op te luisteren.
Vanaf 2000 gaven we gedurende bijna 10 jaar gospelconcerten met Lea Gilmore ten voordele van Damiaanactie.

Sinds het overlijden van Guido staat het Effatakoor onder leiding van Ilse Spiloes.

Onze opdrachten:

  • De zang tijdens de Effatavieringen ondersteunen en zo bijdragen aan de warmte van onze gemeenschap.
  • Vijf maal per jaar zingen in de gevangenis: Allerheiligen, Kerstmis, Pasen, Pinksteren en Tenhemelopneming van Maria (15 augustus).
  • Naast deze vaste momenten zijn er ook nog de gelegenheidsoptredens.

Waar en wanneer?

De repetities gaan door in de Parel, elke tweede en vierde vrijdag van de maand (behalve juli) om 20 uur.
Kom gerust eens langs. Heb je interesse mail naar info@effata.be.


"Het gezongen woord is het hart van de liturgie"

[Huub Oosterhuis, Van U is de toekomst. Kome wat komt. Davidsfonds, Leuven, 1996  -  blz. 16]


Een veel gehoorde bedenking is dat de ‘liederen’ van Oosterhuis moeilijk zijn. Het antwoord hierop is eenvoudig: zijn teksten zijn zo moeilijk als de Bijbel zelf.
Zoals elke poëzie vraagt ook het werk van Oosterhuis de bereidheid zich te laten inwijden in een bepaalde taal. Dit kost energie, maar het kan uiteindelijk een wereld openen. Overigens is het zo dat Bijbels-religieuze taal zich niet altijd onmiddellijk prijsgeeft; anderzijds bezitten sommige van zijn teksten zo’n directheid dat we onmiddellijk geraakt worden als we ze horen, zingen of zeggen.

“Zingen is: je invoegen in een groter geheel, instemmen met vele anderen; met woorden die je misschien alleen maar samen met anderen aandurft. In een zingende gemeente ben ik met al mijn twijfel toch op mijn plaats, beveiligd door een heilzame anonimiteit; en wat iemand nooit uitspreken kon, dan kan hij vaak wel zingen, samen met anderen.
Over zingen niets dan goeds. Het lied is van allen en voor allen. Nooit is er niet gezongen. Het lied is niet zelden het enige bezit van de armen.
Zingen met de stelligheid van het vermoeden; met de zekerheid van de hoop. Zingen als omgangsvorm: mensen zo bejegenen dat zij worden teruggevoerd tot wat in hen eenvoudig en wezenlijk is. zingen-met-velen: je gêne en cynisme afleggen, een beetje bloot worden en je niet schamen voor elkaar; en geen mens te min om mee te doen.
Een kerk is een plaats waar mensen zingen met elkaar. Er zijn in onze wereld niet zoveel andere plaatsen waar dat ook gebeurt.”

[Huub Oosterhuis, Van U is de toekomst. Kome wat komt. Davidsfonds, Leuven, 1996  -  blz. 16-17]