2 Paaszondag B  -  We herdenken onze overledenen  (10/04/2021)

Welkom  (Fons)

Welkom, lieve mensen bij de brandende paaskaars en de kaarsen die Lucas aansteekt.

We verwelkomen ook van harte onze toekomstige vormelingen, hun meter en peters:
Elise en Jackie, Gijs en Tom, Lucas en Geert, Maya en Valerie, Pepijn en Stef.

Vorige zaterdag vierden we in de paasviering de opstanding, de verrijzenis van Jezus.
Maar verrijzenis, wat is dat? Hoe is dat? Wat is er na de dood? Het zijn vragen, die geen antwoord krijgen.
Toen we nog mochten samenkomen zongen we in het tafelgebed 104 ‘Gij die weet’ het volgende:
‘En niemand die de dood is ingegaan keerde ooit terug, om ons van U te groeten’.

In onze Effatagemeenschap is het niet de gewoonte om op Allerzielen, maar wel vandaag, de zondag ná Pasen, onze geliefde doden te herdenken om te tonen dat we niet stilstaan bij Goede Vrijdag, maar de sprong wagen naar Pasen, naar verrijzenis … dat zij mogen rusten in de schoot van Gods ontferming.

Terwijl de kaarsen van de menora aangestoken worden bidden we samen het openingsgebed

God, Jij die al wat is, geschapen hebt en leidt,
Jij ene, die wij mogen noemen, moeder - vader, mensenvriend,
wees hier aanwezig, want aan Jou dragen wij in eerbied dit samenzijn op.
Jij die zegt, Ik zal er zijn.
Wees licht en warmte, spreek ons aan, geef ons woord en taal.
Hou ons gaande, Jij, licht voor allen.
We voelen ons verbonden met Jou en met elkaar.
Jij die voor ons bent: Vader, Zoon en heilige Geest. Amen.

Inleiding op openingslied  (Fons)

Als openingslied luisteren we naar het ‘Schriftlied’ van Huub Oosterhuis.
Dit lied gaat dus over de Schrift en de betekenis daarvan voor ons.
Elk van de drie strofen kent een soort refrein van twee regels die helpen om het lied te verstaan.
In het refrein bij de eerste strofe staat het woord ‘mensenoorsprong’, bij de tweede strofe ‘mensendagen’ en bij de derde strofe ‘mensentoekomst’.
Zo gaat dit lied over verleden-heden-toekomst.
In de strofen komen we fraaie beeldspraak tegen.
In de eerste strofe wordt over de schepping gesproken: ‘Die chaos schiep tot mensenland’.
In de tweede strofe gaat het over mensen: gezichten, zielen, namen.
De derde strofe bezingt de toekomst van mensen: ‘dat Hij ons in de dood nog kent’ als Gods ‘onvergankelijk testament’.     

Lied:  ♫ 137 Schriftlied     (tekst: Huub Oosterhuis  -  muziek: Antoine Oomen)                                           

Die chaos schiep tot mensenland, die mensen riep tot zinsverband,
Hij schreef, ons tot bescherming, zijn handvest van ontferming.
Hij schreef ons vrij, met eigen hand.
Schrift die mensenoorsprong schrijft. Woord dar trouw blijft. 

Dat boek waarin getekend staan gezichten, zielen, naam voor naam,
hun overslaande liefde, hun overgaande liefde,
hun weeën die niet overgaan.
Schrift die mensendagen schrijft. Licht dat aanblijft.

Zijn onvergankelijk testament: dat Hij ons in de dood nog kent –
de dagen van ons leven ten dode opgeschreven,
ten eeuwig leven omgewend.
Schrift die mensentoekomst schrijft. Naam die trouw blijft.

Inleiding op de lezing  (Anja)

Als ik de bijbelverhalen lees, denk ik vaak: ‘Ik was er zo graag bij geweest, ik zou zo graag echt zien en voelen wat er gebeurde. Ik vind heel dat verrijzenisgedoe best wel moeilijk om te geloven, als ik erbij was geweest en met eigen ogen had kunnen zien, zou het toch veel gemakkelijker voor me zijn’. Vandaag luisteren we terug naar zo’n bijbelverhaal waarbij ik graag in het verhaal zelf zou willen kruipen om te kunnen zien, horen, voelen, smaken en ruiken wat er de leerlingen van Jezus overkwam. Ik stel dan ook voor dat we samen naar het evangelie verhaal luisteren en kijken en dat we ons zo goed mogelijk proberen voor te stellen dat we erbij zijn: ‘Tot welk personage voel ik me vandaag het meest toe aangetrokken? Bij welk beeld of woord blijf ik hangen? Wat ben ik aan het doen? Hoe zou ik reageren?’

Laten we samen luisteren en kijken naar het evangelie en voelen en smaken wat het met ons doet.

Lezing: Johannes 20, 19 – 29  (NBV)     →  https://youtu.be/5KGWMoBX3mQ

Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar; ze hadden de deuren afgesloten, omdat ze bang waren voor de Joden. Jezus kwam in hun midden staan en zei: ‘Ik wens jullie vrede!’ Na deze woorden toonde hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren blij omdat ze de Heer zagen. Nog eens zei Jezus: ‘Ik wens jullie vrede! Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend ik jullie uit.’ Na deze woorden blies hij over hen heen en zei: ‘Ontvang de heilige Geest. Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven; vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven.’

Een van de twaalf, Tomas (dat betekent ‘tweeling’), was er niet bij toen Jezus kwam. Toen de andere leerlingen hem vertelden: ‘Wij hebben de Heer gezien!’ zei hij: ‘Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.’ Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar en Tomas was er nu ook bij. Terwijl de deuren gesloten waren, kwam Jezus in hun midden staan. ‘Ik wens jullie vrede!’ zei hij, en daarna richtte hij zich tot Tomas: ‘Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.’ Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God!’ Jezus zei tegen hem: ‘Omdat je me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’

Homilie  (Anja)                                   

En, wie was jij in het verhaal? Tot wie voelde jij je aangetrokken? Was je één van die leerlingen die samen met de anderen zich opsloot onder die bak? Hoe reageer jij bij een grote ontgoocheling, mislukking, verdriet of pech in je leven? Sluit je je dan op met gelijkgezinden? Hoe is het dan met jouw hart gesteld? Voel je nog dat je leeft of versteen je?

Of voelde je je meer aangetrokken tot Thomas? Trek je je terug uit de groep en probeer je alleen over je verdriet heen te komen? Of – wie weet – vluchtte Thomas liever in de actie en pakte zijn oude werk weer op of misschien was hij wel boodschappen gaan doen voor de anderen die te zeer aangedaan waren dat ze niet meer praktisch konden denken? Wat was jij als Thomas aan het doen?

Plots stond Jezus in hun midden. Herken je dat? Dat een bevrijding, een inzicht, een aanvaarden jou plotseling overvalt? Dat je ’s morgens met de oplossing opstaat? Of dat jouw verdriet plotseling wegsmelt?
‘Vrede’ zegt Jezus. Waarheid, aanvaarding, troost, inzicht, … komt samen met diepe vrede. Je voelt dat het nieuwe klopt, ook al begrijp je het nog niet. Je kan weer opgelucht ademen. Je voelt de levenskracht weer in jou stromen, je voelt jouw levensvuur weer branden. Hoe komt vrede bij jou? Zachtjes op kousenvoeten of als een plotseling ‘eureka’-gevoel? Herken je de vrede die jou overkomt of durf je niet te geloven dat het werkelijk kan?
Of denk je: voor die leerlingen was het natuurlijk wel gemakkelijk om te geloven. Ze konden Jezus letterlijk zien en horen. Maar voor mij is dat niet zo simpel. Ben ik zoals die eerlijke Thomas die zegt: ‘Ik kan het toch moeilijk geloven dat ik op een dag met een glimlach, aanvaarding en een diepe vrede terugkijk op deze ontgoocheling, op dit verdriet of op deze mislukking. Ik wil niet alleen horen over die vrede, maar wil ze ook voelen. Ik wil ze voelen in mijn hoofd, mijn hart en mijn ziel. Feiten en daden van vrede wil ik, geen holle woorden’. Durf en kan ik zo eerlijk zijn om te zeggen wat ik nodig heb om er weer bovenop geraken? Kan ik opkomen voor mijn noden en hulp vragen? Durf ik om die vrede die ik zo hard zoek te vragen? En wat gebeurt er dan als ik me zo kwetsbaar en afhankelijk opstel? Krijg ik dan het deksel op mijn neus of wordt er naar me geluisterd?

In het evangelie horen en zien we dat Jezus speciaal voor Thomas terugkomt. Hij gaat in op de concrete vraag van Thomas. Heb ik dat al eens meegemaakt? Dat ik heel concreet om hulp of begrip vroeg en dat die dan ook kwam? Of gebeurde dit juist niet? Wat deed dat met mij? Is het me al eens overkomen dat iemand speciaal voor mij tijd en ruimte maakte om me vooruit te helpen? Wat deed dat met jou? Kon je die speciale aandacht aan of was je er heel verlegen om?
Maar tegelijk stel ik me de vraag: Waarom zaten die leerlingen nog steeds samen in de bovenzaal? Ze hadden Jezus letterlijk gezien en gehoord, zijn vrede en zijn kracht door de heilige Geest ontvangen en toch zaten ze daar nog. Waarom gingen ze de wijde wereld niet in? Waren ze nog steeds bang voor de grote boze buitenwereld? Of hadden ze het zo goed met elkaar dat ze liever onder elkaar bleven en de vrede voor zichzelf hielden? Durf of kan ik aan anderen vertellen wat me blij maakt? Of blijf ik liever in mijn klaagliedjes hangen? Durf ik vertellen aan mensen buiten Effata en de Clemenspoort dat ik deugd heb aan de vieringen en nodig ik hen uit? Of blijf ik liever gezellig in ons klein groepje hangen en sluit me af van de rest? Doe ik iets met wat ik hoor in de vieringen? Steek ik mijn handen uit de mouwen of laat ik het grote werk over aan anderen?
Kwam Jezus speciaal voor Thomas terug? Of was Thomas maar een excuus omdat de anderen ook nog niet helemaal overtuigd waren? Gebruik ik anderen soms als een excuus om zelf ook iets te verkrijgen? Verschuil ik me soms achter de groep, de gemeenschap om iets te verkrijgen?
Jezus kwam voor de meeste leerlingen uiteindelijk tweemaal op bezoek om hen vrede te wensen. En wie weet, kwam hij wel nog enkele keren langs? Hoe vaak heb jij het nodig om te horen ‘Vrede, alles komt goed, alles is goed, rustig nu maar, ik blijf bij jou’? Hoe ga ik om met de vele vragen die in mijn hoofd rondtollen? Zal ik ooit de echte antwoorden op mijn diepe vragen kennen? Waarom overkomt mij dit? Wat is de betekenis van dit alles? Wat hoor ik te doen?
Vele vele vragen, roept dit bijbelverhaal in ons op. En da’s goed. Laat de vragen maar komen, laat de vragen maar de vragen zijn. Vaak kunnen we ook niet meer dan de vragen de vragen te laten zijn en de vragen toe te vertrouwen in Gods handen die niet ophoudt te zeggen: ‘Vrede. Ik wens je vrede’

Herdenking overledenen  (Anja)

Uitnodiging om samen die lege plek aanwezig te stellen …
We branden een kaarsje voor onze overledenen ...

Onze Vader

Laten wij ons richten tot God die niemand van ons vergeet
en zich kenbaar maakt met de naam: ‘Ik zal er zijn voor jou’.
Een God die ons zo nabij wil zijn dat Jezus Hem aansprak met Vader.
Leggen wij al onze noden en verlangens in het gebed dat wij van Jezus ontvangen hebben …
Laten we samen bidden: Onze Vader …

Vredeswens

Breek onze gesloten deuren open, Heer.
Moedig ons aan opdat wij, zoals destijds de jonge christengemeenschap,
krachtig getuigenis zouden afleggen van jouw verrijzenis.
Moedig ons aan opdat ook wij onze rijkdom en onze persoon
zouden uitdelen aan al wie daaraan behoefte heeft.
Dan zullen wij uitgroeien tot een volk van vrede,
één van hart en één van ziel.

Willen wij die vrede met elkaar delen, zelfs van op afstand.

Lied:  ♫ 26 Sjaloom, Gods vrede kome over jou 

Sjaloom, Gods vrede kome over jou!
Sjaloom, Gods vrede kome over jou!
Sjaloom, breng Gods vrede bij de mensen om je heen.
sjaloom, dan rust ook Gods vrede over jou!

Bezinning  (Antoon Vandeputte)

Pasen gebeurde …   
Voor Maria toen ze zoekend in de tuin der doden haar naam hoorde roepen.
Voor Petrus en Johannes toen ze opgejaagd en buiten adem aan het open graf stonden.
Voor Thomas toen hij nog wat angstig en onzeker Jezus mocht aanraken.
Voor de Emmaüsgangers toen ze met die toen nog Onbekende, brood en beker deelden.

Pasen gebeurt …
Nog steeds daar waar mensen mogen horen, zien, voelen en meemaken dat het leven verder gaat.

Inleiding op het lied 'De steppe zal bloeien'  (Fons)

De oorspronkelijke titel van het lied ‘De steppe zal bloeien’ was: ‘Het lied van de opstanding’ en daarmee wordt de centrale gedachte aangegeven. Deze opstanding moet dan niet zozeer verstaan worden als een leven nà de dood, maar het leven op aarde zoals het door God is bedoeld: de dorstige grond wordt een waterrijk gebied, blinde ogen worden geopend, oren van de doven worden ontsloten en de mond van de stomme zal jubelen. Deze beelden in de eerste strofe zijn ontleend aan Jesaja 35. In de tweede strofe herkennen we Psalm 126. De derde strofe spreekt over de opstanding van de mens: een hand wenkt ons: dode, sta op, leef!

Lied:  ♫ 60 De steppe zal bloeien     (tekst: Huub Oosterhuis  -  muziek: Antoine Oomen) 

De steppe zal bloeien, de steppe zal lachen en juichen.
De rotsen die staan vanaf de dagen der schepping
staan vol water, maar dicht, de rotsen gaan open.
Het water zal stromen, het water zal tintelen, stralen, dorstigen komen en drinken.
De steppe zal drinken, de steppe zal bloeien, de steppe zal lachen en juichen.

De ballingen keren, zij keren met blinkende schoven.
Die gingen in rouw tot aan de einden der aarde
één voor één, en voorgoed, die keren in stoeten.
Als beken vol water, als beken vol toesnellend water, schietend omlaag van de bergen.
Met lachen en juichen – die zaaiden in tranen, die keren met lachen en juichen.

De dode zal leven, de dode zal horen: nu leven.
Ten einde gegaan en onder stenen bedolven
dode, dode, sta op, het licht van de morgen.
Een hand zal ons wenken, een stem zal ons roepen: Ik open hemel en aarde en afgrond.
En wij zullen horen en wij zullen opstaan en lachen en juichen en LEVEN.

©  Effatakoor in Lovendegem 2011

De Chileense Atacama-woestijn staat om de ± 7 jaar in bloei.

Slotgebed

Geloven in de verrijzenis is, je niet neerleggen bij de gedachte dat het nooit zal gaan; geen angst hebben voor morgen.

Geloven in de verrijzenis is telkens opnieuw beginnen, opstaan en voortgaan, vertrouwen in wat komt.

Geloven is kracht putten uit iets dat niet tastbaar is, een weg volgen waarvan je het einde alleen kan vermoeden.

In elk geval: geloven is nooit ‘af’, je moet er elke dag opnieuw aan bouwen,
vandaag, morgen en alle dagen. Amen.

Zending + Zegen

Jezus zei tegen zijn vrienden: “Ga de wereld in met woorden van vrede en vergeving”.
Dat zegt Hij ook tegen ons.
Ook wij mogen de wereld laten zien dat het kan:
vrede en vriendschap onder mensen die bij elkaar willen horen.
Mogen wij Gods Licht laten schijnen, zodat de mensen aan ons kunnen zien dat wij verrijzenismensen zijn.

Zegen ons met de dauw van je liefde.
Zegen ons met je warmhartige nevel,
dat wij elkaar niet besmetten met vrees,
dat wij onze harten niet op afstand houden.
Zegen ons met zorg en aandacht om elkaar, dat wij niet onverschillig en slordig leven.
Kroon ons met de Naam van Jouw Hoop.
Daartoe worden wij gezonden en gezegend:
in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Lied:  ♫ 134 Een schoot van ontferming     (Fons)

In het begin zei ik … dat onze geliefde doden mogen rusten in de ‘schoot van Gods ontferming’.
We willen dan deze viering uitzingen met het lied ‘Een schoot van ontferming’

Een schoot van ontferming is onze God.
Hij heeft ons gezocht en gezien
zoals de opgaande zon aan de hemel. 

Hij is ons verschenen toen wij in duisternis waren, in schaduw van dood.

Hij zal onze voeten richten op de weg van de vrede.

(tekst: Huub Oosterhuis  -  muziek: Antoine Oomen)