Kerstmis A  -  'Lichtpuntjes voor elkaar'  (24/12/2022)

In de Parel is er gedempt licht.

Vanuit de ingang van de Parel en daarna vanuit 2 hoeken in de Parel klinkt een stem:

“Het volk dat in duisternis dwaalt, zal een schitterend licht zien.
Zij die in het donker wonen, zullen een groot licht aanschouwen!”

Terwijl de 4 adventskaarsen worden aangestoken samen met  de witte kerstkaars zingen we 2 maal:

143 G  Als op de dag van de oogst  (uit: Klein Kerstoratorium)

Het volk dat in duisternis gaat
zal aanschouwen groot licht.
Die wonen in schaduw van dood
over hen opgaat het licht.

Zij zullen lachen en juichen
als op de dag van de oogst.

Het volk dat in duisternis gaat
zal aanschouwen groot licht.
Die wonen in schaduw van dood
over hen opgaat het licht.

De andere kaarsen en de paaskaars worden aangestoken. Alsook de lichten in de Parel. 

Verwelkoming en inleiding  (Mia)

Welkom lieve mensen, op deze Kerstviering.
Laat in dit samenzijn warmte en licht binnen in je hart
zodat het straks kan uitbreken en schijnen in jouw leven.
Dan kunnen we samenzijn en vieren vanuit de liefde die God zelf is,
Hij die in ons leven wil wonen als Vader, Zoon en Geest.

Kerstmis: feest van Licht en Vrede in onze donkere tijd.
Want in Jezus, wiens geboorte we vieren, is God ons nabij gekomen.
In Jezus heeft God ons laten zien hoe Hij droomt van mensen die gerechtigheid en liefde rondstrooien.
Jezus wordt daarom door velen “Licht” van de wereld genoemd.
Zetten we nu de deur van ons hart open voor dat Licht
zodat het ook in ons kan geboren worden
en wij lichtpuntjes kunnen zijn voor elkaar.

Openingsgebed

Laten we bij het begin van deze viering, samen bidden:

God,
Velen geloven dat je Liefde bent,
dat je als een vader, als een moeder, van ons houdt.
Jezus zette de deur van Zijn hart wagenwijd voor je open.
Zo werd Jouw liefde in Hem geboren.
In deze dagen vieren we Zijn geboorte!
Dat maakt ons blij en dankbaar.
Daarom zingen we nu dit lied, Jou ter ere:

145  Eer zij God in onze dagen

Eer zij God in onze dagen, eer zij God in deze tijd.
Mensen van het welbehagen, roept op aarde vrede uit.

Gloria in excelsis Deo.

Eer zij God die onze Vader en die onze Koning is.
Eer zij God die op de aarde naar ons toe gekomen is.

Gloria in excelsis Deo.

Anja vertelt het kerstverhaal. Ze zit neer voor het altaar.
De kinderen worden uitgenodigd rond haar plaats te nemen op de grond.

Nu mag ik jullie het kerstverhaal vertellen zoals het deze avond en morgen in alle kerken zal voorgelezen worden.

Ons verhaal begint ongeveer 2022 jaar geleden in Palestina dat we vandaag Israël noemen.
Maria en Jozef woonden er in een  kleine stad Nazareth. Ze waren verloofd.
Maria was zwanger, ze droeg een kindje in haar buik.
In het land Palestina was de keizer van Rome de baas.
Hij besliste dat alle mensen die woonden in zijn keizerrijk,
hun naam moesten laten neerschrijven in de stad waar hun voorouders vandaan kwamen.
Hij wilde immers weten hoeveel mensen er precies in zijn Rijk woonden.
En zo gebeurde het dat Maria en Jozef naar Bethlehem moesten reizen.
Ze vertrokken vanuit Nazareth te voet, met hun ezeltje.
Het zou een lange tocht worden: drie dagen moesten ze stappen.
Voor Maria, die in verwachting was, werd dat heel lastig!
Eens in Bethlehem aangekomen, zochten ze een herberg of een klein hotel waar ze zouden kunnen overnachten.
Geen deur ging echter open. Nergens was er plaats. Ze zaten overal vol met reizigers.
Maria en Jozef moesten dan maar verder zoeken.

142  Maria die soude

Maria die soude naer Bethlehem gaen,
Kersavond voor den nonen.
Sint Joseph die soude met haer gaen
om haer de weg te tonen.

Het hageld' het sneeuwd' het miek er zo koud,
de rym lag op de daken;
Sint Joseph tegen Maria sprak:
"Och Heere, wat zullen wy maken?"

Maria die zeide: "Ik ben er zo moe,
laat ons een weinig rusten."
"Laat ons nog een weinig verdergaan,
aan een huizeke zullen wy rusten."

Intussen worden door jongeren de beelden van Maria en Jozef aangebracht en in de stal gezet.

Eindelijk vonden ze een oude stal.
‘t Was heel armoedig, maar ze hadden toch onderdak.
‘t Is daar dat Jezus geboren werd.
Jozef wikkelde het kindje in doeken en legde het neer in een kribbe,
een voederbak voor dieren.

Het kindje wordt aangebracht en in de kribbe gelegd.
Intussen wordt het lied gezongen:

149  Suza Nina  (strofe 1 + refrein)

Sint Jozef bereidde die wondere nacht van 't zuiverste strooisel een beddeke zacht.
Daarop heeft Maria met schamele vlijt haar schreiende kindje te slapen geleid.

Suza Nina 't hemelse hof in een arme stal en engelen wieken naar 't aardse dal
en vullen de sferen met feestgeschal: Suza Nina voor de koning van 't heelal.

Een kind leest: 

Welkom Jezus in ons midden,
hoe klein je ook bent,
Jij bent het die Licht en Vrede bracht!
Maar vele mensen wilden toen, en ook nu,
niet naar je luisteren!
Later, toen je groot was geworden,
heb je de mensen verteld over God:
Hoe Hij van ons houdt en ons vraagt om
elkaar ook graag te zien.
Om licht en warmte te zijn voor elkaar!
Welkom Jezus hier in ons midden.

Anja leest verder:

Wat verderop, in het open veld, hielden enkele herders de wacht bij hun schapen.
Ze hadden gehoord dat een eindje verder, in een stal,
een kind was geboren en dat dit wel eens de Messias zou kunnen zijn!
Die wilden ze gaan zoeken.

149  Suza Nina  (strofe 2 + refrein)

De herders ontwaakten in schitterend licht, aan hen werd de troostende boodschap gericht,
een boodschap van vrede, van heldere pracht, een boodschap van licht in de donkere nacht.

Suza Nina 't hemelse hof in een arme stal en engelen wieken naar 't aardse dal
en vullen de sferen met feestgeschal: Suza Nina voor de koning van 't heelal.

De herders trokken door de nachtelijke heuvels in deze heilige nacht.
In de verte zagen ze een fonkelende ster!
Ze vonden de stal met Maria en Jozef en het kindje Jezus.
Ze keken sprakeloos naar het pasgeboren kindje.
Ze mochten hem begroeten en aanbidden.
Samen met hen doen wij dat nu opnieuw.

De herder wordt aangebracht en in de stal geplaatst.

We zingen het lied: 

♫ 149  Suza Nina  (strofe 3 en refrein)

Nog steeds brengt het kindje een boodschap van vree voor alle goedwillenden onder ons mee,
een boodschap van vrede, van heldere kracht, een boodschap van licht in de donkere nacht.

Suza Nina 't hemelse hof in een arme stal en engelen wieken naar 't aardse dal
en vullen de sferen met feestgeschal: Suza Nina voor de koning van 't heelal.

Homilie:  Er is geen uitgeschreven tekst beschikbaar

Tafelgebed:  ♫  110  Die naar menselijke gewoonte

Die naar menselijke gewoonte
met een eigen naam genoemd werd
toen hij in een ver verleden
werd geboren, ver van hier

die genoemd werd: Jesjoe, Jezus
zoon van Jozef, zoon van David
zoon van Jesse, zoon van Juda
zoon van Jakob, zoon van Abram
zoon van Adam, zoon van mensen

die ook zoon van God genoemd wordt,
heiland, visioen van vrede
licht der wereld, weg ten leven
levend brood en ware wijnstok

die, geliefd en onbegrepen,
werd bewaard in taal en teken
als een eeuwenoud geheim
als een wachtwoord doorgegeven
als een vreemd vertrouwd verhaal

die een naam in mijn geheugen
die de stem van mijn geweten
die mijn waarheid is geworden:
hem gedenk ik hier en noem ik,
als een dode die niet dood is
als een levende geliefde

die gekozen heeft te leven
voor de armsten van de armen
helpman, reisgenoot en broeder
van de allerminste mensen

die, ten dage dat hij rondging
door de dorpen van zijn landstreek,
mensen aantrok en bezielde,
hen verzoende met elkaar
die niet steil en ongenaakbaar
niet hooghartig, als een heerser,
maar in knechtsgestalte leefde

die zijn leven voor zijn vrienden
prijsgaf, door een vriend verraden,

die, getergd tot op het kruis,
voor zijn vijand heeft gebeden,
die, van God en mens verlaten,
is gestorven als een slaaf

die gestrooid is in de akker
als het kleinste van de zaden,
die daar wacht een lange winter
in de stilte van de dood,
die als graan geoogst zal worden
die als brood gedeeld wil worden
om in mensen mens te worden

die, verborgen in zijn God,
onze vrede is geworden,
onze ziel tot rust gekomen,
die ons groet vanuit zijn verte
die ons aankijkt van dichtbij
als een kind, een vriend, een ander

hem gedenk ik hier, hem noem ik
en beveel hem bij je aan
als je levende geliefde
als de mens die naast je is.

Bezinning

Een hemel dwarrelende vlokken,
krakende sneeuw onder de schoenen,
ijskegels aan de goot
en sterren op de ruit:
Jaarlijkse droom van een Kerstmis,
buiten, wit en koud.

Kerstmis gebeurt binnen,
in de warmte van het hart,
in de gloed van een lach,
in de zachtheid van een stem
en in de zorg van een hand.
In het geboortegebeuren van mensen
goddelijk nabij voor elkaar!
Mensen als lichtpuntjes.

Voorbeden  -  Wensen

Wij danken Jou, God, voor het voorbeeld van Jozef en Maria,  
die ons geleerd en voorgeleefd hebben

hoe vruchtbaarheid kan groeien
waar mensen hun leven uit handen geven;

Wij danken Jou om hen, die klein en kwetsbaar
ruimte en een thuis werden
waarin Jij mens geworden bent,
waarin Jouw Woord kans tot Liefde kreeg,
Jouw Licht de duisternis kon overwinnen.

Wij danken Jou, God, voor de herders in het open veld
die Jouw woord hebben beluisterd
en ons voorgingen naar Bethlehem
hoe eenvoudig van hart zij ook waren;

Wij danken Jou om allen die vandaag in ons midden als herders leven,
kwetsbaar en klein, zonder pretentie
maar met een open hart voor Jou.

Wij danken Jou, God, voor allen die een stal aanbieden
aan wie geen plaats vindt in de herberg van het leven
en die het mogelijk maken
dat Jij ook vandaag nog tot leven kan komen in deze wereld

Wij danken Jou om hen die hun hart kribbe laten zijn
waarin Jouw gekwetste mensen rust en veiligheid vinden.
In hen word Jij vandaag geboren.