regenboog

 

 

 

 effata
gemeenschap van christenen onderweg  

 


 

Kroniek van de maand

Uit een vraag die mij gesteld werd, blijkt dat het niet iedereen duidelijk is, waarom ik deze rubriek ‘kronieken’ noem. ‘Kroniek’ is volgens de ‘dikke van Dale’: “verhaal van gedenkwaardige gebeurtenissen, chronologisch gerangschikt, maar zonder onderlinge samenhang.” Deze kronieken zijn dus géén verslag, géén evaluatie, maar een verhaal van gebeurtenissen die ik meemaak in en met Effata. In mijn eigen verhaal spelen ook emotie en gevoel een rol. En heel uitzonderlijk (bijv. voor Tabor of voor activiteiten van de catechisten en de catechumenen) neem ik teksten van anderen, die zo welwillend zijn ze op te stellen, op.

                                                                                                                                                      Wouter Goderis      Wouter

regenbooglijn

Kronieken Effata juni 2017

Aan de mindervaliden van de gemeenschap wordt medegedeeld dat de lift van de garage naar de inkom van de Parel op 03/06 defect is en we uitzonderlijk toegang via Overwale krijgen tot de Parel voor het bijwonen van de viering op Pinksteren. De lift wordt vermoedelijk hersteld op dinsdag 6 juni. Maar de soep wordt nooit zo heet gegeten als ze wordt opgediend: terwijl wij nog discuteren of we toch niet de trap van de garage naar de Parel zouden nemen is de lift al hersteld en krijgen we bericht daarover van Tom V.
Aan het poetsen van de Parel en de Bronkapel werk ik niet meer mee, gelet op mijn ziekte (Parkinson), maar inwonende Dirk heeft al alle stoelen in de Parel opzij gezet, zodat de eigenlijke poetsers elkaar voor de voeten lopen en het werk snel gedaan is. Dan de Bronkapel nog …
In de gepoetste Parel heeft om 18.30 uur de gewone Effataviering plaats. Mieke verwelkomt de gemeenschap, priester Luc Maes, onze Vormheer, die niet meer belast zal zijn met de zorg voor een parochie in Sint-Niklaas, is de voorganger en hij verzorgt ook de homilie op basis van het evangelie (Johannes 20, 19-23). In zijn inleiding wijst hij er op dat Johannes en het verschijningsverhaal een bijzondere verhouding hebben: het is zeker geen hocus pocus! Ook het begrip ‘zonde’ is gelijk aan ‘ingaan tegen’ , je moet meer denken aan de uitdrukking: ‘’t is zonde dat …’ In de homilie spreekt de voorganger over de Clemenskapel (= de Parel), maar ik begrijp helemaal niet waarom hij plots spreekt over een nieuw vierkantje dat hij gelijkstelt met Pinksteren) of waarom hij het begrip ‘De Kerk vernieuwen’ gelijkstelt aan een nieuw vierkantje. Maar ik weet wél dat de geciteerde teksten zeer goed overeenkomen met die als antwoord op de vraag: ’Waarom vieren? op de folder van Dominicus. Deze gemeenschap zoekt ook nieuwe wegen en afgesloten wegen om ze te heropenen.
Dan zingen we het offerandelied, lied 64 ‘Samen zitten wij aan dezelfde tafel’ en het tafelgebed, lied 87 ‘Dat gedenken wij dankbaar’. Wij bidden tot ons aller Vader en wensen elkaar vrede toe. We breken brood en delen het gebroken brood met elkaar en zingen lied 89 ‘Alles wacht op U’. We bezinnen ons met o.m. deze tekst: [Dankbaar mogen we zijn en bidden voor de kracht die we bij Hem vinden, voor het vuur dat ons moed geeft.] Dan bidden we voor een overledene, voor alle studerenden, voor de zieken thuis of in het ziekenhuis, voor de jonge Redemptoristen die priester gewijd werden in Duitsland, voor Gods Geest in onze gemeenschap dat hij ons nieuwe wegen toont naar zijn toekomst, voor de overleden Paul en voor Wout en zijn familie die aan een belangrijke reis beginnen in de VSA. Dan zegenen wij elkaar, lied 45 ‘Zegenbede’.
Dan rest er praten, koffiedrinken en koekjeseten, kaarten en winnen!

’s Anderendaags, op Pinksteren, 4 juni, ga ik zingen in de gevangenis met het Effatakoor ofte het gevangeniskoor. Dirigent is Jackie die ons doet inzingen op ‘bom’ en ‘na’ en liefst onmiddellijk overschakelt op ons zingen in Taizéstijl, vooral het zingen in canon. Je moet wel voor iedereen duidelijke afspraken maken over hoe je zingt! Het koor bestaat uit voldoende tenoren en bassen, maar er zijn slechts drie sopranen en vier alten! Maar het valt uiteindelijk allemaal nog mee. Voorganger is priester Wauthier, jezuïet van de abdij van Drongen.
Als intredelied zingen we lied 57 ‘Gezegend deze dag’, in de plaats van de Kyrie zingen we (in canonvorm!) lied ‘73 ‘Dan nog’ en voor het Gloria lied 172 ‘Laudate Dominum’ op de wijze van Taizé. Priester Wauthier heeft als evangelie gekozen voor vijf stukjes tekst uit het evangelie volgens Johannes (16:7, 14: 16-17, 14:25-26 en 16: 12-13) en één tekst uit de Handelingen van de apostelen (2:5-6) om ze te becommentariëren en zo voor ons duidelijk te maken wat die naam ‘H. Geest’ of ‘De Helper’ inhoudt. Bij elke tekst geeft hij wat verduidelijking en wij zingen telkens ‘Kome over ons uw Geest, uw kracht tot vrede’. Na de voorbeden zingen wij telkens op Taizéwijze ‘In manus tuas, Pater, commendo spiritum meum’ en het offerandelied is lied 59 ‘Geproefd, geleefd, herkend’ (1ste en 3de strofe). Dan bidden wij het grote dankgebed, om te eindigen met het ‘Onze Vader’ en de vredeswens, het commumielied is lied 181 ‘Draag mij God in barmhartigheid’ met een korte bezinning Als slotlied zingen we een daverend lied 135 ‘Dat een nieuwe wereld komen zal’ en gelet op de lange tijd voor we het gebouw mogen verlaten: lied 214 ‘Pazzo per amore di Dio’. Ik ben pas om 13 uur weer thuis, asperges eten met nieuwe aardappelen.

Op 9 juni repeteert het koor alle liederen voor de komende vieringen (te beginnen met lied 134, dan de liederen 127, 181, 57, 63, 30, 66, 120, 14 en 103.) en oefent daarna het nieuwe lied 15, ‘Lied van Jakob’ verder in. Let wel: de eerste tekstregels verwijzen naar Genesis (tot ‘Israël ben ik voortaan’) en dan begint het gedeelte ‘Oosterhuis’. Ilse is gek op dit lied.(zegt ze zelf).

Op 10 juni is het gemeenschapsviering (Gevi) met Pater Andreas als voorganger, Anja verzorgt de homilie van Drievuldigheidszondag, maar eerst komt Stef de gemeenschap welkom heten. Stef was vandaag hier al veel vroeger aanwezig, als verantwoordelijke voor het boekenpunt, dat gelet op het zeer goede weer geen bezoekers trok. Van de nood een deugd makend is Stef dan maar in zijn eigen, te verkopen, boeken beginnen kijken, meer speciaal het boek ‘Het geheim van de weg’, met allemaal reproducties van werken van Tom Schulten, de schilder van het consensisme, met teksten van Anselm Grün. Meer bepaald het schilderij ‘Het kerkpad’ is hem lief, alhoewel hij meer aan gemeenschap denkt dan aan een pad naar de kerk.
In het begin dat Anja naar hier kwam, vroeg ze zich af of Effatamensen zo totaal goed waren, dat in de viering elke vorm van schuldbelijdenis onbestaande is. Ondertussen heeft ze wel vastgesteld dat elke viering begint met een kruisteken (in het openingsgebed) en dat er twee maal per jaar een verzoeningsviering plaats vindt. Anja heeft zich voor de homilie gebaseerd op het nachtelijk gesprek tussen de belangrijke Farizeeër Nikodemus en Jezus. Midden in de nacht? Ja, dan kan je beter luisteren! Een moeilijke tekst: (Johannes 3, 16-18). God stuurt zijn zoon naar de wereld omdat hij die liefheeft, Jezus zegt dat zijn Vader de zoon graag ziet (denk aan het verhaal van de Verloren Zoon en aan dat over de Samaritaanse vrouw. Eigenlijk geeft Jezus een beeld van de Vader in ‘registers’ (denk aan de piano van Filip) met als belangrijke registers ‘barmhartigheid’ en ‘liefde’. Jezus heeft dat aan de lijve mogen ondervinden, waardoor hij zich kleiner en gebroken voelde! Ook zijn sterven aan het kruis heeft dit benadrukt. Soms groeien wij boven onze gebrokenheid uit, wij trekken een ander register!
Na de communie leest Gerrit de bezinning: ‘Als je door Gods ogen kijken kon, dan zouden we het verstaan: je geven als Jezus deed, geloven in Gods open Geest, dankbaar zijn om wat hij deed voor jou. Dan zou je bewuster begrijpen dat hij leeft in mij en jou.’
Wij hebben zingend gebeden voor de kerk in Vlaanderen en voor Dirk en zijn Mama voor wie geen genezing meer mogelijk is, dat ze toch nog enkele gelukkige momenten mogen beleven (enkele dagen later wonen we in het crematorium te Oostakker, met velen van Effata, haar uitvaart bij …).

Een week later, op 17 juni is er weer Effataviering; maar eerst is er bijeenkomst van de meditatiegroep (hier is de samengebalde impuls over ‘de kurk en de kruik’ – bedankt voor de tekst, Walter VW!):
‘Ik kijk uit naar de vakantie: wel genieten ervan, maar er niet alles van verwachten, dus alle dagen wat vakantie en in de morgen, in alle rust, plaats voor meditatie. Daar kijk ik naar uit: aan half uurtje, geen plannen, geen mails, geen telefoon. Gewoon stil zitten, naar de Stilte, rust en vrede toe. Dát is voor mij ontspannend en energie scheppend om de dag met al haar zorg en gevraagde liefde aan te pakken. Een deel van de kracht die meditatie me geeft, heeft met volhouden en doorgaan in het opzoeken van de Stilte te maken.
Leg op de bodem van een glazen kruik een kurk, vul de kruik met water, dan stijgt de kurk tot boven. Die kurk is God met zijn onmetelijke liefde die in ons woont. Laurence Freeman schrijft het zo: ‘God is er al’, wij hoeven Hem en Zijn onmetelijke liefde niet te zoeken en dat mysterie moeten we ruimte geven om zich te tonen. Meditatie is de manier om dagelijks enkele scheutjes water aan onze levenskruik toe te voegen en zo beetje bij beetje tot het te verwachten resultaat te komen. Gebruik daarvoor het einde van het werkjaar en de vakantie, neem tijd om te mediteren: jouw gebedswoord dat je telkens met liefde herhaalt, is het water dat liefde in je laat opstijgen, elke druppel water die je toevoegt gaat nooit meer verloren, elke minuut stilte die je bewust doorbrengt is gewonnen. Het wordt een dagelijkse vakantie die je dubbel doet genieten van je gepland verlof!’
Om 18.30 uur is er de Effataviering. Jan verwelkomt de gemeenschap, Pater Gaston is de voorganger en Water Van Wouwe verzorgt de homilie, rekening houdend met het evangelie (Matteüs 9,36 en 10,8) met de bekende woorden van Jezus: “Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven” Na de offerande (met lied 122 ‘Kom leg je hand’) en het tafelgebed ‘Thuma mina’, bidden we tot Onze Vader en wensen elkaar vrede toe, wij breken en delen brood en na de communie zingen we, met Ilse als discantstem, lied 49 ‘Jij die bent’. In de bezinning heeft Walter VW het over het dagelijkse koffiezetten en delen met de koffiekan, tot we op een innerlijk stuwmeer botsen, bron van liefde, vrede en goedheid, maar met een dekzeil dat klaarligt om die bronnen af te dekken. De man van Nazareth zegt dan tegen ons persoonlijk: “Haal het dekzeil er af … om niet heb je ontvangen … om niet kan je geven … liefde zonder maat“. En je bent er niet alleen om het te doen: voer dus gerust die opdracht uit: Ruil je koffiekan in voor een stuwmeer!
Dan hebben we gedankt en gebeden: voor de paters van West Vleteren, die ons substantieel en financieel helpen, opdat we oprechte christenen met open vizier zouden zijn (een auto heeft een grote voorruit en slechts een kleine achteruitkijkspiegel), voor Dirk, Sofie en Naomi die afscheid moesten nemen van hun moeder en grootmoeder, voor een vriendin, voor de werkgroepen en voor een vraag aan de lieve God, voor een vrouw die overmand door verdriet geen gebed kan vragen voor haar moeder.

Op 23 juni repeteert het koor de liederen voor de Ontmoetingsdag. Wij zullen niet als koor plaatsnemen omdat Bernadette, die in de viering mee zal voorgaan, haar voorbereiding anders voorzien heeft. Als slotlied zingen we, wat ons lijflied geworden is: lied 214 ‘Pazzo per amore’; Ilse is akkoord om het lied en de te maken gebaren in te leiden.

Eénmaal per jaar wijkt de Effatagemeenschap af van haar regel, de wekelijkse viering op zaterdag (om 18.30 uur) te houden en is de viering op zondagmorgen om 10.30 uur. Die dag noemen we de Ontmoetingsdag, als feestelijk afsluiten van het Effatajaar, in dit jaar 2017 op zondag 25 juni.
Na de viering is er voor iedereen gratis aperitief en daarna, voor wie inschreven (én tezelfdertijd betaalden), gaan we samen aan tafel met warme beenhesp met groenten en frietjes en een heerlijk, groots desserten buffet, verzorgd door Miet. Vandaag moet niets, worden de vrijwilligers speciaal bedankt en komen we ongedwongen samen om te eten, nieuwtjes uit te wisselen en nog beter kennis te maken.
We worden verwelkomd door Henk die terugdenkt en daarbij spreekt met de woorden van de folder van Dominicus over de warme gemeenschap, om de Weg te zien, voor haar helderheid, om hoe oud en toch nieuw te blijven geloven in de belofte: ‘Ik zal er zijn.’ Maar er is ook minder goed nieuws: Congo maakt door allerhande misdaden tegen de menselijkheid door de aanwezigheid en de ‘activiteiten van ‘groupes armés étrangères” afkomstig uit o.a. Rwanda. Henk maakt zich ook grote zorgen over het alcoholisme en meer bepaald het bingedrinken door de Congolese jeugd. Wat meer volgens hem niet door de beugel kan, zijn de ronselpraktijken van Dominicus om leden te winnen, bij gelegenheid van de sluiting van kerken en de afschaffing en samenvoeging van parochies in het bisdom Gent. (Ik kreeg de tekst van de mededeling van de bisschoppen van de Cenco én de folder van Dominicus van Henk: Bedankt Henk!)
Voorganger in de tafeldienst is Fons, die heel ernstig is; Bernadette verzorgt de woorddienst op basis van het evangelie (Matteüs 10, 26-33). Wij luisteren naar de zendingsrede van Jezus. Zijn leerlingen zijn klaar om weg te gaan en Jezus geeft nog wat tips hierover; die overgang zal niet altijd gemakkelijk zijn geweest: je moet maar denken aan de komst naar Clemenspoort! ‘Vertrouw op God’ zegt hij en tot driemaal toe benadrukt hij; ‘Wees niet bang!’ en ‘Ga ervoor!’ In lied 14 ‘Met open handen’ hebben we dat geloof en de eruit voortvloeiende bewondering uitgezongen. We hebben geluisterd naar het verhaal van een moeder en haar kind in het zwembad: ‘Spring toch, Vertrouw mij!’ Weggaan was niet gemakkelijk, denk maar aan Clemenspoort, maar luister: ‘Wees niet bang’ ‘Vertrouw op God!, op jezelf, op een ander.’ We zingen lied 30 en het tafelgebed 87, zingen en bidden, we bidden tot ‘Onze Vader’ en geven elkaar de vredeswens, breken en delen brood en zingen lied 66 want de Vader houdt van ons: hij heeft het zelf gezegd! We gaan nu de vakantie in, vrij van verplichtingen, vrij van angst en onzekerheid, gesteund en bemoedigd in ons vertrouwen in God. We zingen van bloemen van vrede, van een nieuwe dag, van nieuwe banden, van vertrouwen, van een zon en een lach. We zijn dankbaar voor al die belangeloze inzet, voor de glimlach, voor het werkjaar dat vandaag afgesloten wordt. We hebben zingend gebeden voor al de leerkrachten, die op zonne-energie werken en voor wie de zomer dient om op te laden, voor al wat er hier gebeurd is, met en zonder Guido, voor iemand die een vrouw heeft met een hartziekte,  voor Richard, de hulp van broeder Willy, die ziek is, voor vindingrijkheid op het evaluatie- en planningsweekend, voor de Congolese identiteit en opdat wij in staat zijn U te dienen.
In juli is Clemenspoort gesloten: 01/08 gaat Clemenspoort weer open maar de eerste viering is pas op 05/08! Wij zegenen en denken aan elkaar met lied 120: ‘Gedenk ons hier bijeen’. Als slotlied hebben we ons lijflied 214 ‘Pazzo per amore’ waarvoor Ilse de betekenis van de gebaren nog eens uitlegt en die gebaren worden wonderlijk nu door velen gebruikt!
Het is buiten goed weer, dus is er gezamenlijk eten: warme beenhesp met groenten en frietjes en daarna een desserten buffet. Lekker!

Op het graf van Guido in Mariakerke bloeien mini anjelieren en lavendel in verschillende soorten (o.a. vlaglavendel) en een plant met witgele bloempjes. De novenekaars brandt met aarzelende vlam. Hij knikt: het is goed zo! Op 03/07 ga ik nog eens kijken: de novenekaars is gedoofd …

Ik heb nooit gedacht dat ik dat ooit zou zeggen: Hoera! Het is 1 juli en het regent! Ik krijg weer een blaadje in het licht van Gods Woord van Luc Maes met als titel: ‘Geroepen om ‘deur’ te zijn’. Ik vind het zo goed dat ik het als slot van deze kroniek (met akkoord van de auteur) ietwat verkort overneem.
‘Luc Maes baseert zich op de tekst uit het evangelie volgen Johannes, tiende hoofdstuk, verzen 7 tot 11). Jezus ging verder: Waarachtig, ik verzeker u: ik ben de deur voor de schapen. Wie vóór mij kwamen, waren allemaal dieven en rovers, maar de schapen hebben niet naar hen geluisterd. Ik ben de deur: wanneer iemand door mij binnenkomt zal hij gered worden; hij zal in en uit lopen, en hij zal weidegrond vinden. Een dief komt alleen om te roven, te slachten en te vernietigen, maar ik ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid. Ik ben de goede herder. Een goede herder geeft zijn leven voor de schapen.”
“Ik ben de deur voor de schapen.”Het is wat vreemd: een schaapskooi heeft geen deur, wel een deuropening. ’s Nachts zat er een herder in die opening: hij hield de wacht om bij het minste onraad alarm te slaan en samen met collega’s het leven van de schapen te verdedigen. Dat was echter niet zonder risico: wilde dieren en dieven konden best wel gevaarlijk zijn. Er staat met reden: ‘een goede herder geeft zijn leven voor de schapen.’
In het Johannesevangelie wordt het beeld gebruikt voor Jezus. Hij was de deur, de goede herder voor mensen, gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid. (weidegrond, voedsel en veiligheid, rust en vertrouwen, eeuwig leven bij God en begeleiding de wijde wereld in naar voedsel en levensruimte voor iedereen)
Iederéén moet dus ‘deur’ zijn! Het gaat duidelijk niet om de herder.

Wouter, dinsdag 4 juli 2017

printer
PDFgroot
(38 kB)

Terug naar boven  Terug naar boven

regenboogvoetbalk


© 2003 - 2017  ~  Effata, Overwale 3 bus 3, B 9000 Gent  ~  + 32 (0)496 25 48 07 (Fons)  ~  + 32 (0)495 41 03 23 (Chrisje)  ~  info@effata.be