regenboog

 

 

 

 E F F A T A
gemeenschap van christenen onderweg  

 


 

Uit een vraag die mij gesteld werd, blijkt dat het niet iedereen duidelijk is, waarom ik deze rubriek ‘kronieken’ noem. ‘Kroniek’ is volgens de ‘dikke van Dale’: “verhaal van gedenkwaardige gebeurtenissen, chronologisch gerangschikt, maar zonder onderlinge samenhang.” Deze kronieken zijn dus géén verslag, géén evaluatie, maar een verhaal van gebeurtenissen die ik meemaak in en met Effata. In mijn eigen verhaal spelen ook emotie en gevoel een rol. En heel uitzonderlijk (bijv. voor Tabor of voor activiteiten van de catechisten en de catechumenen) neem ik teksten van anderen, die zo welwillend zijn ze op te stellen, op.

Wouter Goderis

regenbooglijn

Kronieken Effata januari 2012

Het jaar begint goed: de stuurgroep vergadert op 5/1 en regelt de laatste details voor het nieuwjaarsfeest en -receptie o.a. het snijden van ronde taarten met en zonder bonen. Heel wat aandacht wordt gewijd aan de term: ‘Effata is bezorgd voor de mensen in en rond Effata’, een bepaling die niet slaat op persoonlijke ‘lijfeigenschap’, maar wel op echte bezorgdheid en aandacht voor iedereen.

Driekoningen op 7/1. In de namiddag is een groep communicanten, oud communicanten, catechisten en muzikanten gaan sterzingen ten voordele van de Damiaanactie. Een andere groep onder leiding van Lut zorgt in de Effatazaal voor een creatieve receptie, terwijl de meer spiritueel aangelegden voort werken in de meditatiegroep. Ik hoor bij de creatievelingen, zij het dan meer voor het kijkwerk.
De viering wordt ingeleid door Walter VW die de gemeenschap verwelkomt waar twee liederen hem bijzonder raken: dat van de nieuwe wereld die komen zal en van de verwachting: “Kome wat komt!” Goed bedoeld is zijn uitnodiging naar de vele kinderen toe om de kaarsen aan te steken: “Alles wat kan en mag branden mag aangestoken worden!” Achter mij zucht broeder Maurice hoorbaar en zeer bezorgd!
Alle verhalen, die we tot hiertoe hoorden over het Kerstgebeuren, draaiden rond een ‘stal’ (oorspronkelijk wel een grot, maar Franciscus maakte er een stal van …!) en twee figuren, Maria en Jozef. Ze staan erbij en ze kijken er naar, Jozef als vader, maar hij beseft het blijkbaar nog niet goed, Maria, de handen gevouwen, je moet het maar kunnen na een bevalling! Ook een os en een ezel staan er bij, maar die komen uit het Oud Testament, uit Jesaja, maar Franciscus vond dat die er bij hoorden …! Maar de echte hoofdrolspelers zijn de herders en de engel: zij zeggen hoe belangrijk dit kind is. Dat is de voorstelling die we kennen via de evangelist Lucas.
Maar er is ook een ander verhaal, van een andere evangelist, die niet geïnteresseerd is in herders die zich niets aantrekken van sabbat, van koosjer, van zoveel stappen op sabbat, …
Dat is Matteüs, die de oudtestamentische teksten van buiten geleerd heeft, die zich door zijn eigen volk aan de kant gezet voelt, die zijn inspiratie voor het geboorteverhaal zoekt in het Oud Testament, bij Jesaja, in het hoofdstuk 60.
Als de tekst van vers 6: “Alle bewoners komen uit Seba, met goud en wierook beladen” wordt gelezen, worden ook de drie koningen, of wijzen, of magiërs bij de kribbe gezet.
Bij de ‘westerse’ manier om voor te stellen wie Jezus was, is er iets bijgevoegd van wat Matteüs vertelt. De orthodoxen hebben niet die stal en dat kind op stro, bij hen ligt op de geboorte-icoon Maria in een bed, met het kind, in een huis. Jozef kijkt even verbaasd, als elke man bij een pasgeboren kind. Drie wijzen komen uit alle richtingen naderbij.
Matteüs heeft inderdaad een ander verhaal: Matteüs 2, 1-1, over het bezoek van de wijzen. In dat stuk evangelie horen we, behalve natuurlijk het verhaal, ook de frustratie van Matteüs. Tussen de lijnen door, horen we de ontgoocheling van Matteüs, dat zijn volk - dat steeds opnieuw is mogen herbeginnen, dat steeds nieuwe kansen kreeg, dat zoveel weet - het toch niet snapt. Dat Herodes, de kindermoordenaar (die van Bethlehem en zijn eigen kinderen) niet achter Jezus aanloopt dat is begrijpelijk. Maar Matteüs begrijpt niet dat zijn eigen volk, dat de Schrift bestudeert, dat God eer aandoet in allerlei riten, Jezus niet achterna gaat, om te doen wat hij ons voordeed.
Je mag de grootste, de rijkste, de breedste zijn; je mag koning zijn: als je weet wat er in Bethlehem is gebeurd, dan ga je door de knieën. Als je begrijpt dat God zo dicht bij mensen komt, dat hij zich laat beminnen door een kind, dan ga je door de knieën!
Dus hebben wij een wens voor elkaar: dat we mensen mogen ontmoeten die iets van Gods liefde tonen. Een tweede wens: dat we ook zulke mensen mogen zijn! Want dat hebben we van Jezus geleerd: geven en delen is nodig om Gods liefde zichtbaar te maken, om de menswording van God te laten gebeuren.
Wij hebben gebeden voor een zwaar zieke vrouw, die door angst is overvallen, wij hebben gebeden om in deze gemeenschap elkaar recht te houden, voor allen die wij ontmoeten een teken te zijn, wij hebben gebeden voor de zielenrust van een jonge vrouw die samen met haar ongeboren kind werd vermoord en voor de twee kinderen die alleen achterblijven.
Het is vandaag Driekoningen, zowat het einde van de Kerstperiode, het gewone leven zal gaan herbeginnen, maar onze catechumenen zijn voor de Damiaanactie gaan zingen … en daar zijn ze weer! Uiteindelijk hebben ze meer dan € 500 opgehaald voor de Damiaanactie en dat verdient een dikke proficiat!
Het jaar beginnen zonder nieuwjaarsreceptie gaat inderdaad niet en die receptie is overdadig en creatief, door inzet van allen, mét drie Driekoningentaarten met elk één boon. Drie koningen zijn er (één is wel een vrouw, Lena, maar dat moet je er bij nemen …), met elk een kroon!

Ook voor de koorrepetitie (12/1) is het nieuwe jaar begonnen en dus repeteren we nu naar de concerten toe, we zijn met velen, maar het binnen druppelen gebeurt een beetje te langzaam en daardoor moeten er soms wat storende afspraken tussendoor gemaakt worden. Maar tijdens de receptie na de repetitie komt dat allemaal weer goed!

De volgende viering, een gemeenschapsviering, is er op 13/1. Ignace verwelkomt: vorige week was het Driekoningen. Hun bezoek hier was niet onopgemerkt, maar ze zijn alweer weg op zoek naar licht, zoals wij hier om elkaar te bemoedigen, elkaar het licht te gunnen. Het is ‘Damiaanperiode’ en Ignace weet daar ook van mee te spreken: het licht (of de techniek) laat hem soms eens in de steek!
Deze namiddag hebben de catechumenen alles geleerd over de kapel en de sacristie en ze zitten ‘voorbeeldig’ op de voorste rij. Ook Madelief en Arend zijn er en ook die zijn oplettend en hun geluidsknopje is blijkbaar (zoals Coralie zegt) heel wat lager gedraaid.
Vandaag lezen we een stukje uit het Oude Testament. Het speelt zich af in een periode vóór Jeruzalem het centrum van het Jodendom werd. Het is een beetje een situatie zoals vandaag, de religie is op haar retour, de Ark bevindt zich in Silo. Alleen de vromen gaan naar Silo en dan nog maar twee of drie keer per jaar. Algemeen wordt gedacht: “God zorgt niet voor ons, hij zorgt er niet voor dat alle mensen gezond zijn. De God van Abraham, Isaac en Jacob voldoet niet”.
Eli was priester in Eli. Twee zonen heeft hij, die profiteren van de mensen die toch naar Silo komen. Die stelen het offerandevlees, ze vallen zelfs de vrouwen lastig die dienst hebben in Silo. Ook Samuël woont bij de oude, blinde Eli en hij doet dienst in het heiligdom van Silo.
Zie je het: Eli is moe en hij gaat slapen op zijn gewone plaats, Samuël ligt te slapen in het heiligdom van Jahweh in Silo. Lees 1 Sam 3, 1-11.
Het is een boeiend verhaal, dat ook vandaag kan gebeuren: Waar spreekt God tot ons? Via een bedelaar, via een zieke, op een opvallende manier? Wat in dit verhaal opvalt is dat Samuël God leert kennen als Eli het hem leert: hij leert het van een ander!
Hoe leer je iets? Hoe leer je muziek van Beethoven waarderen? Hoe leer je zien dat variaties in de barok aan de basis liggen van grotere werken van Beethoven? Hoe leer je luisteren naar muziek? Omdat een ander je er op wijst, vol vuur én vol kennis …
Zo heeft Eli aan Samuël geleerd om te luisteren en te zien, om (met woorden van vandaag) in te loggen met je computer op het juiste netwerk: “Spreek, Heer, uw dienaar luistert!” Als wij dat ook doen, zal het misschien een zieke, iemand in Congo waar we iets kunnen voor doen, of misschien gewoon iemand die hier wil luisteren, bereiken.
(Let wel: de redemptoristen preekten níét van op de kansel: “Luister, Heer, uw dienaar spreekt!”)
Wij hebben gebeden, en wie dit leest, bidt wellicht met ons mee, voor twee mensen die geopereerd zijn en moeizaam herstellen, voor een collega bij wie de langverwachte levertransplantatie tot complicaties leidde, en voor studenten.
Voor één keer spreekt Effata over geld en werkingsmiddelen: De voorzitter van onze vzw wijst er op dat hier veel kan, maar dat het dan ook mogelijk moet gemaakt worden. En we zouden niet graag onze rating: ‘Triple Effata’ kwijtspelen (hoewel dat een beetje klinkt als een abdijbier!).

Leesclub op 20/1: ‘Is de Kerk nog te redden?’ door Hans Küng. Uit het boek blijkt in ieder geval dat de kerk een instituut is dat met vele problemen zit en dat die er vanaf het ontstaan zijn en dus historisch bepaald zijn. Maar ook dat het instituut Kerk niet altijd zo geweest is. In elk geval is het geen positief boek, want er blijkt uit dat de Kerk nooit zò gereageerd heeft als men redelijkerwijze mag verwachten.
Maar we zijn niet ingegaan op al de feiten die Küng aanhaalt. Dié kerk is niet meer te redden …het evangelie is te redden!
Hoopvol is dat we mogen denken dat er mensen zullen opstaan, wellicht ná ons, die zullen zeggen: het gaat over mij!(Res vestra agitur!). Ík heb een relatie met God, ik zoek een reden in het evangelie, zoals het bedoeld is, niet zoals het ons wordt opgelegd. Maar eenheid moet er zijn, er moet gezegd worden hoe je met veel mensen samenkomt, maar niet dictatoriaal, niet volgens een piramide waar één het allemaal voor het zeggen heeft.
Op 24 mei komen we weer samen. Het te lezen boek: ‘Religie voor atheïsten. Een heidense gebruikersgids’ van Alain de Botton.

Op 22/1 verwelkomt Elien de gemeenschap. Ze heeft aan allerlei inleidingen gedacht, maar het nieuws dat ze deze morgen in de krant zag, vervangt dat alles: Maurice De Rave is overleden en vandaag denken wij speciaal aan hem.
In het begin van de Advent hebben we al enkele verzen gelezen uit het evangelie van Marcus, maar vandaag beginnen we er ten volle mee. Dat evangelie is wel het kortste en daarom doen we soms eens beroep op dat van Johannes, maar het heeft een speciale charme. Het is namelijk duidelijk en geïnteresseerd in het dóen van dingen, niet van het uitleggen ervan. In de tekst vinden we woorden als: ‘terstond’, ‘hij deed’, ‘onmiddellijk’, het kan allemaal niet vlug genoeg gaan! Vandaag lezen we een zestal verzen die het leven van Christus verklaren; de vorige verzen gingen over Johannes de Doper en over Jezus in de woestijn, maar dat is nu voorbij … eerst liep Jezus schijnbaar in de lijn van Johannes de Doper: Vroegere tijden zijn voorbij, er zal nu wat gaan gebeuren. Dat doet een beetje denken aan de onheilstijding van vandaag over het ‘ozongat’!
Marcus zegt dat het wel waar is dat er iets zal gebeuren, maar dat in werkelijkheid het Rijk Gods aan het groeien is! Het stuikt niet allemaal in elkaar, want uw leven ligt in uw eigen handen! (Marcus 1, 14-20)
Nadat Johannes de Doper door Herodes gevangen genomen is, neemt Jezus de fakkel over. Hij zegt: “Bekeer u en geloof in het evangelie, de Blijde Boodschap!”
Wij hebben het daar wel moeilijk mee: bekeerlingen zijn meestal moeilijke mensen, zij doen ons afvragen waar we mee bezig zijn. Wij zijn niet gewoon met bekeerlingen om te gaan, in ons leven is alles ‘katholiek’ (tot en met de ‘katholieke biljarters’! Wij zijn katholiek van vader op zoon, van moeder op dochter, er is geen keuze. Als er dan keuzemogelijkheid komt, dan zijn we dat niet gewoon en weten we niet goed wat dóen.
Dat is de boodschap van het evangelie: dóe er iets mee, bouw een gemeenschap op, dóe iets in Effata!
Luister naar de boodschap van Ignace, verleden week: koken kost geld, want Effata moet ook financieel blijven leven. Maar Effata moet ook anders leven. Door te zingen, door koffie te zetten, door af te ruimen, door mee te zorgen voor de Derde Wereld, óók door te applaudisseren, kortom door iets te doen om mee te bouwen aan Gods Rijk! Niet dromen, of tekenen afwachten, want het Rijk Gods wordt slechts zichtbaar voor mensen die iets dóen, dóen is beter dan geloven
En daartoe is iedereen geroepen! Als ieder zo het zijne bijdraagt, dan is het Rijk van God nabij: het rijk van ik-zal-er-zijn-voor-u.
Bid en zing met ons mee: voor Maurice De Rave, getroost door dankbare herinneringen, uit dank voor de mogelijkheid die er was om mensen in armoede een ‘Koningsmaal’ te verschaffen, voor drie gezinnen waar een kind met het syndroom van Down is geboren, voor pater Gaston, Walter en Henk in Congo waar ze actief aan het Clemensproject werken, voor vrienden wier kleinzoon uit het leven is gestapt, voor medewerkers en collega’s die naar India zijn getrokken.

Derde avond: ‘Training inspirerend leiderschap voor vrijwilligers in het pastorale werkveld’ op 26/1. Een heel mondvol om veel bagage te komen opsteken en te denken: “Zoals ik denk, zo voel ik mij; zoals ik mij voel, zo handel ik!”. Of om de tegenstelling in te zien dat in onze kennismaatschappij er alleen plaats is voor de beste, terwijl goede oplossingen er alleen komen door uitwisseling van inspiratie … Al eens de methode van de Indiaanse praatstok geoefend? Of wat is er eenvoudiger dan: ‘Probeer eerst de andere te begrijpen en zorg dan dat je zelf begrepen wordt!’?

Koorrepetitie op 27/1, voorbereiding op de komende vieringen? Blijkbaar heeft de verzuchting tot meer afzonderlijk inoefenen van de liederen succes gehad, want regelmatig kunnen de sopranen hun zangstem wat beter inoefenen. Maar: “Als de alten en de sopranen samen zingen, is het wel de bedoeling dat er maar twee stemmen klinken, zoals het op de partituur staat!” …

In de Effataviering van 28/1 verwelkomt Caië voor de eerste keer de gemeenschap in het gaan tot de grote Bron. Een beetje onwennig, maar vooral verwonderd dat het wáár is dat je in Effata meegesleurd wordt, ook in het dóen.
We zijn dus begonnen met wat men het ‘Openbaar leven’ van Jezus noemt. Voor alle evangelisten is dat begin belangrijk. Johannes begint met het mirakel van Kana, het meest sprankelende mirakel van Jezus. Matteüs begint met de Bergrede, de kern van wat Jezus wil zeggen. En Lucas vertelt over de boodschap van Jezus in de synagoge van Nazaret (deels overgenomen door de redemptoristen!): “Ik ben gezonden om aan de armen de Blijde Boodschap te brengen!”
Marcus houdt niet zo van Nazaret, Jezus was daar volgens hem niet welkom. Hij laat Jezus beginnen in Kafarnaüm, een vissersstadje, grensstad gesticht door Herodes Antipas, mét een douanepost met controle van de belastingen en met de aanwezigheid van soldaten. Jezus gaat onmiddellijk naar de synagoge, blijkbaar was hij goed thuis in de kringen van de Joodse Schriftgeleerden. Maar hij volgt zijn eigen weg! (Marcus 1, 21-28).
Het is het eerste onderricht van Jezus, maar Marcus zegt niet waarover hij spreekt.
Terloops gezegd: onderricht is in het Grieks Διδαχη, een woord dat wij terugvinden in het Nederlandse woord ‘didactiek’. Daar gaat het over de ‘pedagogische driehoek’, een Delta (Δ) met de drie ‘l’: leerkracht, leerstof, leerling. En telkens tracht men daarin een hiërarchie te zien (nú is het: ‘leerling’ die bovenaan moet staan) terwijl het toch een gelijkzijdige driehoek is, zónder hiërarchie.
Maar laten we hopen dat men leert uit wat Jezus heeft gedaan: nergens staat er dat Jezus macht heeft, wel gezág! En dan nog gezag dat hij kreeg van mensen. Het is dus niet belangrijk veel macht te hebben, maar wel gezag dat men niet kan afdwingen, maar wel krijgen, als men mensen een rechtstaande plaats geeft in de samenleving. Marcus zegt dus niet wat Jezus zegt, wel dat het samenvalt met de manier waarop Jezus zich voordoet. Dáár reageert die man op die door een onreine geest is bezeten, ‘van de duivel bezeten’ zouden wij zeggen, maar die duivel kun je ook vervangen door ‘drank’, ‘drugs’, …
Jezus nodigt ons dus uit niet met macht, maar wel met gezag, met vrijheid en met openheid te leven: dán worden wij leerlingen van Jezus.
Wij hebben gebeden om sterkte voor Bea die een zware operatie moet ondergaan, voor de jongeren die zich inzetten voor de Damiaanactie, voor een broer en voor alle leerkrachten, dat hun woord door de liefde voor hun toehoorders gezag zou krijgen: “Gedenk ons hier bijeen onder uw hoede!”

Wie zegt daar dat de tijd snel gaat? Wie zegt daar dat er bij Effata altijd iets te doen is? Er is alweer een maand voorbij, een niet zo heel koude maand!


Wouter, zondag 29 januari 2012

 

printer
PDFgroot
(70 kB)

 



© 2003 - 2011  ~  Effata, Ruststraat 23, B 9000 Gent  ~  + 32 (0)9 221 63 15  ~  + 32 (0)496 25 48 07 ~ info@effata.be