effata-logo
Kroniek van de maand september 2009

2 september: Tabor. Chris formuleert het gevat in zijn inleiding: wij zijn gastvrijheid verschuldigd aan elkaar. Hij verwijst hiervoor ook naar de tekst van het lied ‘Wie zijn leven’: wie bereid is zichzelf te geven, vindt de vreugde van een leven waarin God centraal staat. Je kunt neen zeggen, je moet ja zeggen, dat is de kern van de lezing uit Matteüs 10, 37-42. Het zijn verwarrende woorden: liefhebben is kruis opnemen, leven verliezen. We zijn vrije mensen, maar we moeten wel ‘ja’ zeggen, om vrije mensen te wórden omwille van Zijn en onze roeping. Maar die keuze zal ook wat kosten, we moeten bereid zijn los te laten. Het rare is dat verliezen hier winst wordt, aandacht schept! Het rare is dat verliezen hier de kans wordt dat er een vonk overspringt, dat we de boodschap verstaan. Hoe moeten we dat dan doen in onze tijd? Daarvoor zijn we aangewezen op elkaar en anderen, waarin we de sporen van God trachten te herkennen.

We bidden voor mensen die zich beklemd voelen, voor een man die zelfmoord heeft gepleegd en voor zijn vrouw, familie en vrienden die met zoveel vragen achterblijven, voor al wie dit schooljaar met nieuwe moed begonnen is en voor hoop en zegen voor het Clemensproject.

 

De stuurgroep vergadert op 3/9 en evalueert de gebeurtenissen van de voorbije maand: de Open Gemeenschapsraad, het miniconcert van het koor voor de 50 ste verjaardag van Walter Van Wouwe, kijkt in de toekomst voor de plechtige communie en voor het grote feest voor “Guido 25 jaar priester”. Met enige vertraging kan ook vastgesteld worden dat de voorlopige huisvesting van enkele redemptoristen als voorbode van het Clemensproject in orde is.

 

Guido heeft de voorbije dagen ‘thuis’ uitgeziekt, maar als ik zie welk evangelie gelezen zal worden, begrijp ik dat hij er alles aan doet om hier vandaag, 5/9, voor te gaan in de Effataviering.

Maar eerst verwelkomt Annette de gemeenschap, ook verwijzend naar de voorbije belangeloze inzet van zoveel mensen voor de cd-opname, de viering, de receptie en het miniconcert voor de verjaardag van Walter Van Wouwe.

Ja, voor Guido is het evangelie (Marcus 7,31-37) zeer dierbaar en voor velen van ons uiteraard ook. Het verhaalt hoe Jezus doorheen de streek van Dekapolis trekt, in het huidige Libanon. Marcus schrijft het verhaal in het Grieks, de taal van de elite, behalve dat ene woord dat Jezus spreekt tegen die dove man, die dan ook zeer moeilijk kon spreken. Waarom doet Marcus dat? Misschien omdat de bijbelboeken in het Hebreeuws werden gelezen en omdat dat éne woord voor de gewone mensen die zoveel van Hebreeuws verstonden als wij van Latijn, dan wél verstaanbaar was. Dat éne woord in de volkstaal, het Aramees, dat Jezus sprak, “Effata”: zet uw oren open!

Jezus neemt de man terzijde, weg van de publiciteit. Hij doet van alles, de vingers in zijn oren steken, zijn tong met speeksel aanraken, zuchten, zijn ogen opslaan, en “Effata” zeggen. Allemaal opdat de man zou geloven dat hij niet gedoemd is zó te blijven in zijn kleinheid, gebrokenheid, onmacht. Opdat de man en wij ook zouden weten dat Jezus, met alle liefde in hem, zegt dat hij, wat er ook gebeurt, met hem, met ons, meegaat. Riskeer, durf geloven dat er toekomst is, Effata, ga open, durf geloven dat je meer bent dan je kan: “Ga in op de uitnodiging en je krijgt toekomst!”

Jezus wil bij zijn boodschap blijven en daarom zegt hij aan de man die juist heeft leren horen en spreken: “Vertel het aan niemand!”, net zoals pater Damiaan, als hij al de huidige heisa zou horen, zou zeggen: “Blijf toch bij mijn boodschap, zorg dat mijn werk verder gaat, zorg voor mijn mensen, dat míjn ‘Mens, ga open” verder ga!”

Jezus bedoeling is : dat wij doven laten horen, stommen laten spreken, hen zeggen: iedereen verafschuwt je misschien, maar ik ga mee met u!

Onze gemeenschap draagt als naam: ‘Effata’, en het symbool van de gemeenschap is het Hebreeuwse teken ‘alef’.

Alef, geen letter, geen klinker, alleen een klinkerdrager (je mag het ook een ‘leesmoeder’ noemen!), een teken dat zegt dat er een letter komt, een a, een e, een o, je weet het niet, het kan van alles zijn. Symbool van deze gemeenschap, we kunnen alef zijn, we kunnen van alles zijn, tenzij we ons toevertrouwen aan God.

We bidden voor de genezing van een mama, we danken voor het feit dat de redemptoristen in Gent een tijdelijk onderkomen hebben gevonden, danken voor het 50-jarig huwelijk van Roger en Hilda, we bidden voor een schoonbroer, voor een neef die in het huwelijk stapt, we vragen dat we niet doof zouden zijn, maar ogen en hart voor God en elkaar.

Wees niet ontgoocheld in ons als we de boodschap niet horen, als we blind zijn, of doof voor de kreet van mensen rond ons.

Ik denk: “Deze gemeenschap ís bemoediging!”

 

Tabor op 9/9: ik kan er niet zijn, maar Frans C. stuurt mij zijn tekst, die ik dus tracht wat samen te vatten. Hij koos een tekst uit Matteüs 9, 1-8, het verhaal over Jezus en een verlamde, over Jezus en de schriftgeleerden. Het is een dubbelverhaal: deels over mensen met een brok af, hoe ook, deels over een niet openlijke botsing van Jezus met de gevestigde orde over zonden vergeven. Maar vooral gaat het over thuiskomen. Een verhaal over een bekende persoonlijkheid, een BV zouden we nu zeggen, waarvan we de activiteit niet zo goed gevolgd hebben, verlamd in zeker opzicht door zorgen, door onze eigen bezigheden. Dan komt die Jezus terug thuis, en wonderlijk, hij merkt mij op, mij verlamde. En wat zegt hij: “Maak je geen zorgen meer, je zonden zijn je vergeven, neem een nieuwe start!” Dat maakt mij warm vanbinnen, maar er zijn er natuurlijk die dat niet zien en mompelen: “Wat denkt die Jezus wel? Biecht horen? Zonden vergeven? Hij is niet eens gewijd!” Jezus geeft ze kort een antwoord, maar richt zich weer tot de lamme, tot jou en mij, en spreekt weer over herpakken, rechtop staan, alles wat je vasthield verlaten en herbeginnen, worden wie je echt bent.

 

Koorrepetitie op 11/9: een mager beestje: velen zijn naar allerhande nevenactiviteiten o.a. over pater Damiaan. Dan maar inoefenen: “O Bella mia Speranza!”

 

12/9 Startviering. Maar eerst in de namiddag een bijeenkomst van al wie denkt betrokken te zijn in dat deel van het Clemensproject, dat gaat over gemeenschap vormen en gelovige gemeenschap zijn. Walter Van Wouwe maakt wel een verslag, maar ik denk dat het belangrijke van deze bijeenkomst is dat ze doorgaat, dat er zoveel mensen, een achttal redemptoristen en zeker vijfentwintig leken uit Effata, zich betrokken voelen en zeer actief meedenken. Belangrijk is ook dat vier redemptoristen de kans krijgen, via een huis in de Sint-Annastraat, een basis te leggen van hun eigen gemeenschap, zonder te vergeten dat in het Clemensproject slechts een ‘allen’ omvattende gemeenschap zal wonen in een marktconforme behuizing.

 

Dan de eigenlijke startviering van het nieuwe werkjaar. Maar in het evangelie (Marcus 8, 27-35) gaat het verhaal gewoon door, met Jezus die al weldoende rondgaat, blije mensen rond zich ziet, verhalen vertelt, de toekomst voorspelt, bemoedigt en vreugde geeft, en soms een beetje ruzie maakt als hij hoort (zie 29/8) dat mensen ten onrechte schuldbewustzijn worden aangepraat. Hij trekt zich terug, stelt zich de vraag: “Wie ben ik nu eigenlijk?” Geen dagelijkse vraag voor de spiegel ’s morgens, maar af en toe mij afvragen: wat verwacht die God van liefde van mij?

Jezus stelt de vraag anders: wat verwachten jullie van mij, wie ben ik volgens de mensen?

Johannes de Doper die spreekt over een nieuwe start? Of Elia, die fameuse profeet? Neen, zegt Jezus: Wie zeggen júllie dat ik ben? Dan neemt Petrus het woord: “Gij zijt wie wij verwachten, de verlosser, de Messias!” Het zal pijnlijk geweest zijn … Jezus zegt niets over ‘steenrots of sleutels’, maar geeft Petrus een serieuze veeg uit de pan en noemt hem zelfs ‘satan’. Dan komen die rare uitspraken over lijden, verworpen worden, ter dood gebracht worden en verrijzen. Is die Messias dan maar een triestig iemand? Maar we mogen niet vergeten dat Marcus dit alles schrijft als de Tempel al afgebroken is en Nero de christenen vervolgt … De laatste zinnen geven de indruk dat je als christen je niet gelukkig zou mogen voelen. Is dat zo? Neen, die zinnen betekenen: als je een kruis krijgt, draag het dan, maar als er feest is, wees dan gelukkig en leef in overvloed. Help elkaar om een kruis te dragen, maar geniet ook samen van het goede. En God gaat met ons mee!

Wij bidden voor een collega die niet verder kon met het leven, voor mensen die door de economische crisis hun werk verloren en om moed om Hem te herkennen overal waar de liefde ons bereikt. We danken voor Effata als een warme gemeenschap, waar we geschapen als gelijke mensen elkaar toegewezen zijn.

Het is de start van een nieuw werkjaar met een nieuw project: een Alfonsusjaar, waarin we zullen nadenken over wat we precies zeggen als we de grote woorden van het christendom gebruiken: ‘Jezus Christus, God, Verlossing, …’. Het aandenken zet ons op stap met Alfonsus, een gans jaar lang, met aan het eind, hopelijk een weekje Scala.

Dan: receptie, feest, lekkere boterhammen, napraten.

 

Op 16/9 maakt Chris Cl. gebruik van Jozua 24, 1-2a, 15-17, 18b om een grote sprong in het verleden te doen. Jozua, opvolger van Mozes, is het Beloofde land binnengetrokken, heeft slag geleverd. Nu is de strijd voorbij, het volk heeft huisjes gebouwd, ‘geraniums’ geplant, ze zijn vergeten dat ze dat alles van God gekregen hebben. Hij roept ze allemaal samen onder de eik in het heiligdom van Sichem om hen te vragen vóór hij sterft of ze Jahwe dankbaar zijn en Hem zullen dienen. Ze kiezen voor Jahwe. Zo moeten ook wij dankbaar zijn voor wat we krijgen en dat uitspreken in ons dagelijks leven. Dus danken we hier omdat we elke week de kans krijgen om hier samen te komen. We bidden om sterkte voor een vriendin die in een echtscheiding verwikkeld is.

 

17/9 Boekenclub. Ludwin leidt in met een snedige samenvatting van het gelezen boek van Timothy Radcliffe, magister van de dominicanen, ‘Vrienden van God, een ontmoeting’. Mij is de tweespalt opgevallen tussen de aristocratische herkomst van de schrijver en zijn open instelling naar alle mensen, wereldwijd. Mij is nog meer de tweespalt opgevallen tussen zijn trouw aan het gegeven woord en de twijfel aan de aangegeven richting en de noodzaak tot grondig herdenken van die richting.

 

Voor Elien, die op 19/9 iedereen verwelkomt op de Effataviering, is wel al terug de school bezig, maar is het toch nog volop zomer. Ze krijgt hulp van veel kinderen bij haar vraag om veel licht, maar orgelist Carlos blijkt wel nog even verstrooid te zijn: “Carlos, we gaan beginnen!”

Na het kantelpunt in het evangelie van verleden week, met de vraag van Jezus: “Wie zegt gij dat ik ben?”, wordt het voor velen duidelijk dat het niet simpel zal zijn. Van de duizenden die hem bejubelden, blijven er nog een kleine honderd over, later nog maar de twaalf, die er dan ook blijkbaar niet veel van begrepen hadden.

Hier raken we iets fundamenteel in het evangelie: zou de wereld er anders uitzien als er hier honderd mensen meer zaten?

Als Jezus zegt dat zijn keuze er toe zal leiden dat men hem uit de samenleving zal willen krijgen, verstaan zijn leerlingen hem niet. Of … willen ze hem niet begrijpen, dat is dan veel eenvoudiger.

In het evangelie van vandaag (Marcus 9, 30-37) zijn de leerlingen al postjes aan het verdelen. Dat is ingebakken in de mens, de eerste en de beste willen zijn en als je dat niet kan zijn, zwijgen of er onder lijden. Jezus is voldoende psycholoog om te weten dat wij gewaardeerd willen zijn, en hij gaat daar ook op in! Je mag de beste, de schoonste, ... zijn, als je dienaar van de anderen wilt zijn en daardoor iets van Gods oneindige liefde zichtbaar maken. Als je van God houdt zoals je van een kind houdt, zomaar een kind dat speelde op straat.

Het is ook de les van de vice-provincie Kongo waar ze zeggen: “We hebben toekomst want we hebben elke morgen, middag, avond te eten. Wij kunnen zorgen voor de zieken, uitkijken naar anderen en dienstbaar zijn”.

We hebben gebeden voor de Effatajongeren, dat we in het gelaat van de kwetsbare mens Jezus herkennen, voor hen die het opgegeven hebben, dat ze terug moed mogen krijgen, voor dierbaren die overleden zijn, voor een vriendin wier oudste zoon een herseninfarct heeft gekregen, dat hij toch de moed zou opbrengen om die lange periode van herstel te aanvaarden.

Het gewone leven komt terug op gang in Effata; er is mogelijkheid om kleine Azalea’s te kopen voor ‘Kom op tegen kanker’.

 

Tabor 23/9: Nicole gaat verder met het evangelie waarin Jezus ons uitlegt hoever de liefde gaat (Marcus 9, 38-42). Jezus verlegt weer grenzen: waarom mensen tegenhouden, wie dan ook, die mensen genezen, die een beker water geven in de woestijn? “Laat ze doen, als het goede maar gebeurt!” Dus: niet binnenkerkelijk poetsen, maar tussen de armen staan en, over grenzen heen, bekers water geven!

 

Koorrepetitie op 25/9 met een duidelijk geïnspireerde koorleider: beginnen met wat feitelijk een liefdeslied is: ‘Een lied tot Jezus Christus’ (69). Zo zingen dat er al is het maar één zinnetje blijft hangen: “Een steekvlam in de nacht, …”. Ook nog eens (103) ‘Onze Vader verborgen’, trachten ook de andere stemmen te horen, zó dat het een beetje koor is …, er een ‘schoon’ maar krampachtig gebed van te maken: “Doof de hel in ons hoofd,…”.

‘Zomaar een dak’ (37) kennen we natuurlijk al lang, maar daar is de vierstemmige versie, een heel ander geluid, een tekst die oplaait, nieuw klinkt.

Afsluiten met een Alfonsus lied: ‘O Bella mia Speranza!’, velen kennen het nog niet, maar nu gaat het al wat beter, al blijft de twijfel hoe het 18 de-eeuwse Napolitaans nu wel uitgesproken moet worden!

 

Odette verwelkomt op de Effataviering van 26/9. Feitelijk zag ze het extrawerk eerst niet zitten, maar het kan ook in weinig woorden en hééél veel licht! Guido verwelkomt speciaal pater Blaise, vice-provinciaal van de redemptoristen in Congo die hier vanavond bij ons is (zie de foto’s) en deze namiddag Gent leerde kennen.

IMG_5843.JPG

Wij lezen uit Marcus 9, 38-48. De christenen zijn nu overal in de bekende wereld waar de pax Romana heerst, ze hebben nog geen eenheidsboek, geen structuren, iedereen vertelt wat hij gehoord heeft, elk groepje denkt te weten hoe het moet of niet moet. Christen worden veronderstelt wel een zekere radicaliteit, er komen harde, radicale uitspraken. Dan denken ze ook aan wat Jezus heeft gezegd: “Wie niet tegen ons is, wie geen kwaad woord over ons sprak, die is voor ons!” We spreken beter over ‘benedicere’, zegenen, dat doen we hier nog wel eens!

Geen auto’s zegenen om ongelukken te vermijden, wel zegenen om de liefde in elkaar op te roepen, een band die ontstaat als we elkaar regelmatig zegenen.

Is Jezus’ boodschap radicaal? Ja, natuurlijk, maar niet naar de anderen toe, wel naar jezelf toe. Je moet geen ogen uitsteken, handen of voeten afhakken, wel nadenken wat je zelf kunt doen voor vrede. Meedelen dat God ons graag ziet!

We bidden voor onze vrienden in Congo, om steun in hun strijd, we bidden voor wat in ons hart onuitgesproken leeft, we bidden om nog meer bewust te worden dat we Gods geliefde kinderen zijn.

Pater Blaise is er zeker van hier terug te keren, waar een levende gemeenschap is, hij is altijd welkom!

 

De maand september eindigt met de Tabor op 30/9. Als Chris de wereld gadeslaat heeft hij het er moeilijk mee hoe hard mensen voor elkaar kunnen zijn door hun ‘ikgedrag’. Toch wil hij blijven hopen dat wij ons eigen unieke woord kunnen doen. Daarvoor steunt hij op het verhaal van het begin van Jezus’ optreden in Galilea (Matteüs 4, 12-17). Ook Jezus wijkt niet van zijn opdracht af, neemt woorden van Johannes over: “Bekeert u, het koninkrijk is ophanden!” Jezus kan dit zeggen, want het koninkrijk is in hemzelf. Maar hoe geeft hij dit gestalte? Door onderricht, door verkondiging van de goede boodschap, door genezing en heling. Een vraag om wat over na te denken: ‘Staan we open voor mensen die roepen of sluiten we ons voor hen af?’

We bidden voor hen die er niet bij konden zijn, voor de slachtoffers van de tsunami op Samoa en de aardbeving op Sumatra, voor zieken die het moeilijk hebben met het verwerken van hun ziekte.

 

Buiten is het al herfst, een droge herfst met een héél klein beetje regen, met spinazie uit mijn tuin en een rijke oogst aan vijgen en kweeperen.

 

Wouter, donderdag 1 oktober 2009.

 

afdrukbare versie (46 kB)