effata-logo
Kroniek van de maand september 2008

Ook Tabor herneemt op 3/9, wel een beetje in mineur doordat Chris er niet kan zijn, maar toch is het een goede start met Frans, die ons doet nadenken over ‘onverwacht bezoek’. Hij put hiervoor uit Matteüs 24, 42-46, dat op het eerste zicht gaat over dieven en de waakzaamheid die we terzake moeten hebben. Maar bij een aandachtiger lezing zien we dat het gaat over een slimme dief die zwakke plekken zoekt in onze geestelijke verdediging, in ons mededogen, die zachtjes en sluipend te werk gaat. Die inspeelt op ons goed gevoelen in eigen groep, die weet dat onze weerstand afneemt met stijgende zekerheid, groter bezit, toenemende vooroordelen. Dus: bescherm je, sluit je niet af voor de stilte, laat God binnen in je leven. Wij bidden voor al die intenties die in ons leven.

 

Uiteraard evalueert de stuurgroep op 4/9 de verplaatsingen van het koor naar Sint-Joris-Winge en naar Nijmegen en de Open Gemeenschapsraad, maar ook de voorbereiding van het professiefeest van Guido is een belangrijk agendapunt.

 

6/9: de eerste viering na de eerste klasweek, een nieuw begin voor de kinderen én de ouders: Chrisje verwelkomt!

Het moet voor Matteüs heel moeilijk geweest zijn om zijn versie van het evangelie te schrijven. Hij moest met zoveel rekening houden: met het verhaal van Marcus die eerst schreef, met het feit dat sommigen die het zouden lezen of hem horen spreken, Jezus nog hadden gekend en anderen alleen maar over Jezus hadden horen spreken, met al wat er veranderd was en met het heilig vuur van de bekeerlingen! Er waren joden christen geworden die node van de besnijdenis als hun beeld van godsverbondenheid hadden afscheid genomen, er waren er die rituelen overbodig achtten, er waren er die geloofden dat het einde der tijden nabij was, er waren er die Paulus hadden horen spreken over de Geest.

Dus wat doet hij? Hij herschrijft het evangelie van Marcus en laat Jezus zeggen wat belangrijk is als een gemeenschap goed wil samenleven (Matteüs 18, 15-20). En in het Oosten mag je zeker niemand zijn gezicht laten verliezen, dus: hang het ongelijk niet aan de grote klok, zeg het persoonlijk. Heb de moed om op iemand toe te stappen en de kans te geven opnieuw te beginnen, haal er desnoods enkele anderen bij! Dan komen ook die woorden van binden en ontbinden terug, nu niet gericht tot iemand specifiek, nu gericht tot iedereen …

De bezinning raakt mij: “Vergeven is nóg eens de liefde gelijk geven!”

Dan bidden we voor hen die een nieuwe start hebben genomen, leerlingen en leerkrachten, voor Lily die geopereerd is, voor een tante die ernstig ziek is en voor een rustiger vaarwater voor een school.

 

Je kunt er echt niet naast kijken: vandaag 13/9 is een speciale dag! We vieren het professiefeest van Guido die op 11/9 in Forchheim (D) geprofest werd, het is Gevi, gezinsviering en het is ook de echte start van het nieuwe Effatajaar. Het is dan ook niet altijd duidelijk voor wie en wat iets gebeurt, maar het is toch een ‘gemeenschapsviering’?

In feite begon deze feestelijke dag met een middagmaal aangeboden aan Guido, zijn medebroeders, zijn familie en de stuurgroep. In de Effatazaal zijn de tafels voor deze gelegenheid opgesteld in G-vorm, symbool van de ‘G’ van ‘feestvarken’, feestelijk versierd met een bloemenpad gemaakt van rozenblaadjes, symbool voor het verdere levenspad dat we wensen aan Guido, een pad op rozen zonder doornen. Wij beginnen met een receptie, dan komt de onvermijdelijke maar telkens weer smakelijke beenhesp, gevolgd door een taartenbuffet met koffie en zo nodig wat sterkers. In alle stilte, figuurlijk althans, heeft de stuurgroep geoefend voor de vierstemmige uitvoering van het lied ‘You’ll never walk alone’ en onder de kundige leiding van Ilse zingen we voor Guido en zijn moeder, verbouwereerd en ontroerd, ook wíj: “Guido, je staat er niet alleen voor!”

Ook in de kapel heeft Lut de versiering van de Effatazaal doorgetrokken, dezelfde motieven komen terug, maar hier krijgen ze hun echte waarde en betekenis: uit zaad komen bloemen en vruchten voort, sierlijk voorgesteld op een hoge standaard op voetstuk. Aan het ene voetstuk ontbreekt een stuk, er is een ‘brok’ af, dat wordt later in Guido’s homilie wel duidelijk.

Dan is er tijd voor nakaarten, beter kennismaken, wat rusten, zingen, het ene lied al wat ernstiger dan het andere, Guido’s familie is niet voor niets van Aalst afkomstig!

Ik tracht de tekening die op de retraite te Bad Honnef werd gemaakt volgens een ontwerp van pater Jan Haan, en die op het kapelkoor van Chrisje en Fons een ereplaats heeft gekregen, wat beter te begrijpen. Ik zie een hoofd met doornen gekroond, omarmende armen, allerhande doorschemerende teksten. Het is nog niet af, een beeld van de zoekende mens?

Nicole verwelkomt Guido’s moeder en zijn familie, zijn confraters uit binnen- en buitenland (spijtig genoeg kan pater Winfried er niet bij zijn, maar die wordt nu ook in Duitsland gevierd …), de Effatagemeenschap: het is een gezinsviering, maar ook de viering en het danken voor het feit dat Guido 25 jaar geleden geprofest werd. In het teken van die dankbaarheid biedt de gemeenschap Guido een kazuifel en een stola met het symbool van de Clemensprovincie aan en nodigt hem uit in dit nieuwe gewaad ons in de viering voor te gaan. Maar ook aan een echte kaarsenstandaard, te plaatsen voor de icoon van Onze-Lieve-Vrouw van Altijddurende Bijstand is gedacht: kaarsjes worden aangestoken, samen met de vele kaarsen in de kapel. Jade is er iets te enthousiast (of te onvoorzichtig) mee en bijna verbrandt ze zich aan de brandende wiek.

In de voorbije weken hebben we gezien hoe Matteüs tracht zijn - zo verscheidene - gemeenschap bijeen te houden. Hij heeft Petrus in het centrum gezet, die Petrus die nu eens heel enthousiast is, dan weer domme dingen zegt of doet en wegkruipt in zijn hoekje. Wat wel al duidelijk is: je kunt niet in gemeenschap leven als je niet leert de andere te vergeven. Want er is aan de anderen altijd een ‘brok’ af, iets wat we niet kunnen verdragen. Matteüs stelt ook hier het woord van Jezus in het midden, het mooie verhaal hoe mensen met elkaar kunnen omgaan.

Dit verhaal lezen Johan en Herman uit het evangelie (Matteüs 18, 21-35). Weer is het Petrus die de cruciale vraag mag stellen: “Hoeveel maal vergeven? Zevenmaal?” Hij krijgt onmiddellijk een gevat antwoord en een parabel over hoe een koning een grote som geld kwijtscheldt aan zijn dienaar maar hoe die dienaar een andere dienaar een belachelijk kleine schuld niet wil kwijtschelden. Petrus zal er wel eens goed hebben moeten over nadenken en dat doen wij best ook wel.

Waarom zouden we vergeven? Zonder vergeven kan je niet met anderen samenleven, maar vooral moet je je ervan bewust zijn dat je veel vergeving van God krijgt! Het aandenken aan deze viering is een stukje chocolade, maar er is een ‘brok’ af! Dat is ook zo met mensen, ook in een gemeenschap, ook in de Effatagemeenschap. De ene praat te veel, de andere zegt te weinig, de ene doet te veel, de andere te weinig, in een gemeenschap kennen we elkaar en daardoor kan samenleven soms moeilijk zijn. Kijk nog eens naar je stuk chocolade: er is een ‘brok’ af, maar vergeet niet dat er nog heel veel chocolade overblijft! En als er overal bij de mensen een ‘brok’ af is, dan is dat bij ons ook zo, dat wij soms ook dingen niet doen en dat we moeten kunnen toegeven dat het soms moeilijk is met ons te leven zonder vergeven.

Wat doet de koning? Wat doet God? Hij ziet je graag, Hij kijkt naar het groot stuk chocolade, Hij begint altijd opnieuw, als eerste. Trekken we dat door naar onszelf: op dit grote feest kunnen we maar met elkaar omgaan, als we leren delen, als we brood en wijn delen met elkaar.

Met heel velen staan we daarom rond het altaar, delen brood en wijn, bidden om vergeving, wensen elkaar vrede, “Pazo per amore” zingen de jongeren, “Stapelgek moet je zijn van die liefde”.

De bezinning sluit naadloos aan bij het lied dat we vanmiddag zongen: “You’ll never walk alone” wordt: “Je hoeft nooit alleen te vechten of te huilen als je een vriend hebt voor uren en dagen lang!” met één groot en belangrijk verschil: het is Guido die voor een keer de bezinning leest, als een persoonlijke boodschap aan de gemeenschap, een Effatagemeenschap die hem dankbaar is.

Dan bidden we voor Raymond dat hij gauw mag genezen, danken voor de nimmer aflatende liefde van Guido voor onze gemeenschap, danken voor begeesterende mensen die het evangelie concreet uitleggen, bidden dat ergens een parochie zou groeien naar vieringen zoals hier, bidden voor de velen die ook graag hier waren geweest.

Guido sluit af met een dankwoord naar zijn congregatie die het met hem zolang heeft ‘uitgehouden’ (of hij met zijn congregatie? ….beide, dixit pater Jan Hafmans), letterlijk: “Ik word gemaakt door deze gemeenschap, door de redemptoristen rond mij.”

Het aandenken, een stukje chocolade met een hap eruit, wordt rondgedeeld. Het is nu ook duidelijk dat er nog iets bij moet gezegd worden: “Wij zetten er onze tanden in!”. Waarin? In het nieuwe werkjaar natuurlijk, want het is vandaag ook de startviering!

Dan is er nog afsluitend receptie met brood en kaas, overvloedig en lekker. Een dankwoord aan Rita voor al haar uren werk aan het liturgische gewaad dat Guido ten geschenke kreeg, aan Dirk voor de mooie en stevige kaarsenstandaard. Bart neemt zijn gitaar en samen zingen we het ‘Feestlied voor Guido’: ja, het doet deugd, met hem te mogen vieren in liefde en in vreugd.

Het ‘wonder van Effata’ heeft zich ondertussen weer eens voltrokken, op het einde van het feest ligt alles er weer netjes bij.

 

In Tabor van 17/9 herhaalt Chris de vraag die Peter Schmidt eens gesteld werd: “Welk verschil zou er zijn als er in onze wereld geen liefde was?” Geen voor de hand liggende vraag als het onderwerp voor de duiding het verhaal van de kleine Zacheüs (Lucas 19, 1-10) is. Zacheüs, de oppertollenaar, rijk, niet echt de man die het Rijk Gods kan brengen. Maar Jezus roept hem uit zijn boom en neemt bij hem zijn intrek. Anderen spreken daar schande van, ze morren, ze willen die weg niet meegaan. Maar Zacheüs voelt dat hij al gezocht wordt, is blij want Jezus brengt God nabij, is gekomen om uit liefde te redden wat verloren is. Zacheüs geeft de helft van zijn bezit weg, vergoedt viervoudig, zet alles op het spel om die liefde te leren kennen. Is dat een antwoord op de vraag aan Peter Schmidt?

Wij bidden om gemeenschappen waar de pastorale zorg grote aandacht krijgt, bidden voor meer schoonheid, inzicht en liefde, voor jonge mensen dat ze mensen vinden die hun een hand reiken, voor zoekenden naar een gemeenschap waar het goed is om te leven.

 

Voor Elien die ons verwelkomt in de viering op 20/9 is deze dag een mogelijkheid om tot rust te komen. Het bloemenpad van de vorige week strekt zich nu symbolisch ook op het altaar uit. We zijn klaar om een nieuwe stap te zetten met Matteüs, die absoluut ook het verhaal van de wijngaardenier wil vertellen (Matteüs 20, 1-16). Waarom? Wel eenvoudig omdat hij aan zijn gemeenschap, die zo divers is geworden, wil duidelijk maken dat ze allemaal op dezelfde manier in de stralende zon van Gods liefde staan, of ze er al lang bij zijn of pas zijn toegetreden. Wij spreken soms over christelijke waarden, dat is wel een misopvatting: er zijn menselijke waarden waarbij de christenen er enkele hebben uitgekozen om er speciaal de nadruk op te leggen. Dat zijn, net zoals dat voor Jezus was: de liefde en de zorg voor mensen. Wie maar één uur heeft gewerkt of heeft kunnen werken, krijgt meer dan wat hij normaal zou krijgen, maar wie de volle dag heeft gewerkt krijgt toch al meer dan waar hij recht op heeft. Waarom dan jaloers of ongelukkig zijn bij het geluk van een ander, zelfs als hij Pool of Kroaat is? Als christenen moeten we toch nog veel leren, onder andere dat als je wilt winnen in de Lottoclub, je altijd verder moet meespelen! En dat enkel belangrijk is of je bent gekomen, niet wanneer je er was!

Wij bidden voor al de intenties die naar voor worden gebracht en danken voor dit samenzijn, in vrede, want alleen vrede kan wat ons tegensteekt ten goede veranderen.

 

In de Boekenclub op 25/9 bespreken we het boek ‘Pastores gaan voorbij’ dat handelt over de kracht en de pijn van vrijwilligers in de (Nederlandse) katholieke kerk. Het wordt een boeiend onderzoek van het boek en de erin vermelde gegevens. Als het aspect ‘Nederlandse kerk’ wat naar de achtergrond is gedrongen en we wat meer op onze eigen ervaringen in en buiten Effata ingaan, is het voor mij duidelijk dat de in het boek vermelde analyse (hoofdstuk III) van lokale geloofsgemeenschappen op basis van de kracht, de kwetsbaarheid en de risico’s ook voor een deel bij ons gelden en bruikbaar zijn. Bernadette heeft de vergadering wat voorbereid en een passage heeft haar en vele anderen speciaal geraakt: “Wat willen we uitdragen? … Gods rijk begint hier en nu, dat begint door er te zijn voor elkaar, mens voor een mens te zijn.” Is dat een beeld van Effata? Misschien is de blijde boodschap vandaag de volgende: “Mensen, je weet niet wat je allemaal doet, hoe je Effata mogelijk maakt, minimaliseer uw rol niet! Maar vertrek wel vanuit de liturgie: die is hart en bloed!”

 

De koorrepetitie van 26/9 komt op tijd om enkele liederen opnieuw in te oefenen, wat meer te letten op ‘koorademing’ en het binden van teksten met de melodie. Liederen als ‘Onze Vader verborgen’ en ‘Wie zijn leven niet wil geven’ zijn voor die oefening zeer geschikt en het is een plezier om ‘Old Irish Blessing’ eens op te frissen.

 

De viering op 27/9 sluit de maand september - de maïs rijpt op het altaar - af. Wij luisteren naar de parabel van de twee zonen (Matteüs 21, 28-32), niet eenvoudig: om in de gedachten van Jezus te komen moeten we wel op een andere manier denken. Maar weer past Matteüs hier de woorden van Jezus aan, aan zijn eigen gemeenschap, aan zíjn dag van vandaag. Kunnen we nog bij Jezus zelf komen? Wat heeft hij gezegd? Bijbelkenners zeggen: de parabel is van Jezus, de commentaar van Matteüs. Belangrijk is toch alleen dat Jezus de weg wilde wijzen, dat hij nog steeds even bekommerd is met ons, mensen. Dat hij ons doet nadenken, doet kijken naar het resultaat van ons doen, doet evenwicht bewaren in wat we doen en laten. Of dat doen en laten heilig is, dicht bij God, dát is belangrijk. Onze job goed doen, zorgen voor onze kinderen, zorgen voor anderen, zelfs voor die zonder papieren … Want dat is het voorrecht voor christenen: recht voor God te staan en te zien waar we ons voor inzetten, zien dat hij ons beloofd heeft met ons op weg te gaan. Dat lied: ‘You’ll never walk alone’ past daar wonderwel bij en het doet goed.

Wij bidden voor een vrouw die het moeilijk heeft te leven met chronische pijn, wij bidden opdat het goede in de wereld de kans zou krijgen om open te bloeien, wij bidden om ogen om te zien dat wij bouwers kunnen zijn, om te zien dat Jij aanwezig zijt.

 

Met open ogen opgesteld,

 

Wouter, zondag 28 september 2008.

 

afdrukbare versie