![]() |
||||||||
| |
||||||||
| Kroniek
van de maand oktober 2009
In de stuurgroepvergadering van 2/10 geven we aandacht aan de jongerenwerking (rustig aan!), aan de voorbije bijeenkomst met redemptoristen en geïnteresseerden aan het Clemensproject en aan de komende naamopgave.
Zaterdag 3/10: Effataviering en naamopgave van de Plechtige Communicanten. Lies verwelkomt, zij heeft het weer eens goed bekeken en inderdaad: het wordt fris, de herfst is daar, de koude wintermaanden zijn op komst. Reden te meer om al dat grauwe met veel kaarslicht weg te werken! Bij de Joden telde iemand die nog geen 12 jaar was, niet mee. Daarom juist verwijst Jezus naar de kinderen (Marcus 10, 13-16). Kinderen komen bij Jezus, die moe is, maar die kinderen zijn ook moe: een beeld van elke kleine, zwakke, eenzame, zieke mens die geen kans krijgt in de samenleving. Jezus’ leerlingen wijzen ze terecht, maar hij omarmt ze, zegent ze en legt ze de handen op. Geen twijfel mogelijk: hij kiest voor simpele mensen die alleen kunnen krijgen van anderen. Twaalf jaar was bij de Joden een belangrijke leeftijd: ook bij ons is dat zo. Wij doen ook iets speciaals voor die jongeren. Of is het toeval dat de laatste dagen zeven kinderen de vraag hebben gesteld: “Mag ik mijn plechtige communie doen?” Guido roept ze alle zeven bij hem, want dat gaat niet zomaar vanzelf: er moet een vraag beantwoord worden: “Wat versta je onder ‘plechtige communie’?” De antwoorden komen, aarzelend: een grote stap voorwaarts, aan mijn geloof werken, een bewuste keuze, ook gezalfd worden in het vormsel, de doopbeloften die anderen voor mij uitspraken, hernieuwen, catechese volgen, gemeenschap vormen. Ze geven hun naam op, niet om greep te krijgen op hen, maar wel om die naam beter te leren kennen. Ben, niet van Benjamin maar van Benedictus, hij die anderen zegent, Heleen, de stralende, de schitterende, Jolan, het viooltje, Pieter, de rots, in feite een woordspeling naar de apostel die zo dikwijls een uitbrander kreeg, Tine, de mooie, de zuivere Katharina, Jarno, Jahweh sticht iets nieuw of gewoon: Jeremia, Jolien, Jahweh is genadig of gewoon: Johannah. Zeven kinderen, op een belangrijk ogenblik van hun leven. Ze hebben zelf verwezen naar gemeenschap vormen, maar deze Effatagemeenschap geeft hen daar nog een geschenk bij: een peter of een meter: Odette, Chris C., Bernadette, Eric, Johan, Chris J., Ann. En allen hebben voor hen gebeden en gezongen.
In Luzern (Zwitserland) was er op 4/10 een bijeenkomst over een project dat de redemptoristen willen opzetten, wellicht samen met leken. Ludwin woonde die bijeenkomst bij en legde er in het kort uit hoe het er in Effata aan toe gaat. Hier volgt zijn verslag. ‘Na een heenreis van bijna een ganse dag tot in Matran (Zwitserland) vertrokken we op zondag 27 september naar Luzern, een kleine 100 km verder. Sepp Riedner die de buitenlanders opving, gaf meteen al een kijk op een van de Zwitserse projecten: het vroegere parochiehuis dat na veel weerstand van de buurt omgevormd is tot een sociaaldiaconaal project. Het is nu een plek waar verslaafde en ex-verslaafde moeders met hun kinderen worden opgevangen. De aandacht gaat vooral naar de kinderen en de moeders worden van daaruit pedagogisch ondersteund. Na een eucharistieviering in de parochiekerk van Luzern vond de vergadering van de zogenaamde ‘Ehemaligen’ plaats. Dit is een groep getrouwen van het vroegere juvenaat van de redemptoristen in Matran, nu allemaal mannen van 40 tot 65 jaar en sommigen hadden hun levensgezellin meegebracht. Deze groep mensen heeft altijd al de goede initiatieven van de Zwitserse redemptoristen ondersteund, vooral op materieel en financieel vlak. Het opzet van de vergadering was duidelijk te maken waartoe het opgaan van de Zwitserse provincie in de grotere Clemensprovincie noodwendig was en tevens duidelijk te maken dat ook in die context zinvolle projecten nog altijd mogelijk zijn in Zwitserland. Wij als buitenlanders mochten iets vertellen over de projecten die bij Scala, in Wittem en in Gent lopende zijn of op stapel staan. Ikzelf vertelde iets over de Effatagemeenschap, over de Effataviering als hart van een levende gemeenschap en over het project ‘gemeenschap van gemeenschappen’ in de Voskenslaan. Hugo Heule en Sepp Riedner hadden het dan concreet over het project dat ze in de parochiekerk van Luzern gestalte willen geven. Het zou gaan om een project waarbij de kerkruimte zou opgedeeld worden in een tentoonstellingsruimte (van/voor Hugo Heule), een socio-ruimte (voor de diaconale projecten) en een liturgische ruimte. Tevens schetste Sepp Riedner nog eens de ganse context van de Gassenarbeit ( het straatwerk met zware drugsverslaafden). In de namiddag kregen we dankzij Sepp nog een concrete rondleiding in de Gassenküche, een plaats waar drugsverslaafden kunnen eten, verzorging krijgen, zich met propere naalden van methadon of zelfbezorgd spul kunnen voorzien. Zeer schrijnende toestanden hebben we daar gezien en Sepp, een voormalige redemptorist en de zijnen, hebben daar een prachtige werking weten op te bouwen. We brachten ook nog een bezoek aan het Hôtel-Dieu of het Stutzegg, een hoekhuis in de armenwijk van Luzern waar twee religieuzen en een priester zich ter beschikking houden van de plaatselijke sukkels; soms is er voedselbedeling, soms wat entertainment en men kan er ook een beetje tot rust komen in de stille ruimte. ‘s Avonds konden we in Matran genieten van de daar roemruchte worsten-broodsoep.’
Koorrepetitie op 9/10. Ikzelf nog een beetje beduusd van die enorme gotische kerk in Amiens (F), nu joodse liederen zingend (“de volgende keer dansen!”). Stem per stem inoefenen van lied 89 ‘Alles wacht op U’, het vierstemmige lied over de plaats waar wij samenkomen (lied 37), de eerste aanloop naar lied 183: ‘Gij in uw grenzeloos licht’, een start van de basiscursus ‘geloven’.
Blij en dankbaar is Miet in haar verwelkoming op de gemeenschapsviering van 10/10, blij voor de bijeenkomst, dankbaar voor de gemeenschap. Guido vertelt hoe hij als beginnend redemptorist zocht naar bandopnamen of filmdocumenten over de preken van zijn confraters om te weten wat hij al of niet mocht gericht zeggen. Die bestonden niet, wel waren er geschreven teksten, zelfs verplicht in het noviciaat. Daar kon je al mee weg, maar er waren ook richtlijnen aan de priesters, die er op neer kwamen: je mag in een preek alles zeggen als je maar geen namen noemt, iedereen denkt toch: ‘het is niet voor mij, het is voor de anderen!’ Het evangelie van vandaag (Marcus 10, 17-27) werkt blijkbaar ook zo: het wordt overal voorgelezen voor koningen, pausen, prinsen, machtigen. “Maar nu,” vraagt Guido: “luisteren ‘voor ons’!” Vooreerst hoor ik dat het niet gaat om een jongeman, wel om een willekeurig iemand die aangelopen komt en aan Jezus vraagt naar de weg om het eeuwige leven te verwerven. Uit Jezus’ antwoord blijkt duidelijk dat hij houdt van wie zijn best doet (jong én oud …). Het evangelie stelt ook óns voor de kern van de zaak: het gaat over een rijke mens en voor rijke mensen is het moeilijk om in de hemel te komen. Rijk, dat zijn de ánderen. Ja? Of zijn wij allemaal rijk, als we denken aan de derde wereld en de vierde wereld hier bij ons? Kernvraag is: wat moet ik doen om gelukkig te worden ( en later om het eeuwige leven te krijgen)? Bij Marcus is de man die de vraag stelt niet gelukkig: wat moet ik doen om gelukkig te worden? Het antwoord is duidelijk: kijk eens in je leven of er niets is dat je anders kan doen! Kijken we eens in ons leven of we nog beweeglijk zijn, kunnen we ons nog ten dienste van anderen stellen? Jezus wil ons geen gewetensvraag stellen, neen, hij vraagt eenvoudigweg: kijk eens waar je aan vast hangt en tracht je daarvan los te maken! Wij bidden voor de broer van Katrien die overleden is, wij bidden voor mensen op weg naar Rome voor de heiligverklaring van pater Damiaan, wij bidden voor alle zieken, nu daags voor de Nationale Ziekendag, we vragen dat de nodige besparingen door de regering niet op de kap van de armen zouden gebeuren. We bidden voor al diegenen die in het spoor van Jezus gaan en die trachten te doen wat hij ons heeft voorgehouden en we denken aan hen die op een verre reis naar Zuid-Afrika zijn. Dan worden we gezegend en we zegenen elkaar. Het is Gevi, dus zijn er weer lekkere boterhammen; als ik het goed begrepen heb zijn ze gebakken door bakker Joris die ook voor ‘’t Vindcentje’ bakt: hij kent er wat van!
16/10 Basiscursus ‘Geloof anders bekeken’. Dit is de eerste avond van een traject, waarop we samen op weg gaan naar eigentijdse spiritualiteit, geïnspireerd door Alfonsus de Liguori. Het onderwerp: “Geloven in 2009? Is er nog ruimte voor geloof in een snel veranderende kennismaatschappij?”We zijn met een 27-tal, Guido leidt in met een aantal vaststellingen. De conclusie kan zijn: ‘Authentiek leven, echt beleven, zeggen en onze daden doen samenvallen met wat we zeggen. Nadenken over: Wie is God voor ons, wie is Jezus voor ons? Nadenken over de mens, over de lijn van α naar ω, over de rol die de mens speelt’, dat moet geloven in 2009 zijn’. In een tweede deel hebben we ons opgesplitst in drie groepjes, elk in een zaal, waar we onder leiding van een gespreksleider, bij ons was dat Bernadette, de duiding over het onderwerp konden verwerken. Het gesprek was open, soms confronterend, maar eerlijk.
Leen verwelkomt ons met een blij welkom op 17/10 voor de Effataviering. De Arkgemeenschap, gesticht door Jean Vanier, is een internationale organisatie van leefgemeenschappen waar mensen met en zonder een verstandelijke handicap elkaars leven delen. Toen die Arkgemeenschap 40 jaar bestond heeft ze zich uitdrukkelijk de vraag gesteld: “Zijn we nog altijd bezig met onze oorspronkelijke bedoeling?” Dat is ook wat Marcus doet als hij zijn evangelie schrijft. Het evangelie dat werd afgedaan als een samenvatting van de andere evangelies die veel belangrijker werden geacht, dat een poging tot evangelie werd genoemd, tot bleek dat het evangelie van Marcus het oudste was! Bij Marcus geen Jezus die alles in handen houdt, wel een mens zoals jij en ik: trouw uitspreken, keuzes beleven, op zoek zijn, liefst niet gekend, vragend ‘niets’ te zeggen, voorzichtig te zijn. Nu weten we dat Marcus meer is, dat Jezus voelt dat wat hij zegt miserie zal meebrengen, dat hij met zijn vrienden spreekt over wat hem zorgen baart. Driemaal zegt hij: het zal slecht gaan met de mensenzoon, maar op de derde dag zal hij verrijzen. Driemaal laat Marcus het Jezus zeggen, driemaal zeggen zijn leerlingen dat ze er niets van begrijpen. Dat hoorde we de twee vorige weken en vandaag is het de derde keer. Hoe die leerlingen reageerden? Lees met ons Marcus 10, 35-45 om te horen hoe twee van de leerlingen een bijzondere plaats vragen aan Jezus eens hij in zijn glorie zetelt. Op zich is dat niets speciaals, het zijn neven van hem en je moet toch zorgen voor je familie! Maar de andere leerlingen zullen niet gelukkig geweest zijn met die vraag … En Jezus antwoordt dat de heersers de mensen klein houden om hun macht te behouden: dat moet bij mijn leerlingen anders zijn! Is dat ook zo in onze kerk? Hoe ga ik om met mijn macht, mijn invloed op de mensen, mijn positie, met het feit dat mensen moeten luisteren naar mij? Jezus zegt: je ambitie moet zijn de anderen te dienen, niet hen slaaf maken, niet hen op de knieën doen kruipen, zorgen dat de anderen groter zijn! We danken voor wat hier gisteren begonnen is met ons geloven anders te bekijken, we bidden voor de werelddag van de armoede, voor al wie onder de armoedegrens leeft, we bidden voor al wat leeft in ons hart, voor onze ambities, onze dromen.
Soms leeft in ons een groot gevoel van verlatenheid, soms moeten we terug alles op een rijtje zetten tot het leven terug zin krijgt. Hier past het verhaal van de verloren zoon of is het de teruggevonden zoon, of beter, de vader die de zoon als zijn kind erkent, of nóg beter: het verhaal van de oudste zoon die óók laat zien hoe verloren hij is. Tijd om na te denken, oog in oog te staan met die Andere, omdat hij het is, groter dan ons hart. Tabor op 21/10, lezen uit Lucas 15, 1-3, 11-32. Bidden voor verlaten mensen, twee vrouwen die zichzelf gedood hebben.
Koorrepetitie 23/10: drie Israëlische volksliederen, op teksten uit het Hooglied, een kinderliedje. En lied 183: “Gij in uw grenzeloos licht”, niet zo moeilijk als het er uit ziet, maar toch maar langzaam aangeleerd, toch al een eerste aantal maten. ‘Eerst wat stroop aan zijn baard, en dan: zegen ons dan met uw licht!’ Het wordt prachtig!
Er is weer veel gebeurd de voorbije week, zegt Agnes in haar verwelkoming voor de Effataviering van 24/10. Zo is er in Gent een bos geplant, één boom voor elk kind geboren in 2008. Als symbool dat kinderen, dat mensen geworteld zijn in hun geboortestreek. Zo voelt zij zich ook, hier geworteld in een oeroude traditie van agape, van vriendenmaal, een viering met héél veel licht. Het evangelie van Marcus bestaat uit drie delen. Eerst: Jezus gaat al weldoende rond, handenopleggend. Dan: ik zal moeten lijden, maar er is toekomst doordat ik zal verrijzen. Begrijp je het niet? Nodig is alleen dat je je dienstbaar opstelt. En het evangelie eindigt met de intocht in Jeruzalem en het lijdensverhaal. Vandaag lezen we het einde van het tweede deel: Marcus 10, 46-52, de genezing van de blinde Timeüs te Jericho. Nu noemen we dat een wonder, omdat we alles vanuit de wetenschap bekijken. Blind zijn en dan plots genezen, dat is niet normaal, dat is dus een wonder. Maar voor Marcus was dat geen afzonderlijk wonder, alles was onbekend: waarom de zon onderging, hoe ziekten ontstaan, wat wolken zijn, … Voor Marcus was het geen probleem als iemand zei: “Uw vertrouwen heeft u gered!” Voor Marcus was het wonder wel dat iemand inziet waar het op aankomt, niet kijken, niet toekijken, wel toezien, bekommerd zijn. Kijken met twee ogen, zien met je hart, naar iets dat groter is dan onszelf. Wees mensen zoals Jezus, vraagt Marcus, en volg hem als de blinde ziend. Roep zoals Bar Timeüs: “Heer, ontferm u!”, of is het nu: “Kyrie, eleison”? Wij bidden voor terminaal zieken en hun familie, voor een gezin met kinderen waar ouders en kinderen ver van elkaar blijven staan, voor de vrouw en kinderen van een verongelukte motorrijder, voor jongeren op weg naar een zinvol leven, voor mensen die geen andere uitweg meer zagen dan zelfdoding. Kyrie, eleison!
Tabor op 28/10: over verdriet en rouwen. Over hoe we ons echt verdriet verbergen, hoe we voor ons rouwen een wachter zetten. Maar ook over een vrouw die woorden vond bij de dood van haar broer. Woorden geboren in de nacht, woorden over verrijzenis, over hoe je kunt zien als je de ogen opent, horen als je de oren opent, rouwen als je je hart laat spreken. Hoe opstandig verandert in opstanding. Ik was niet op Tabor, maar ik ken wel zo’n vrouw, ook zij bleef niet bij gemeenplaatsen.
Gerrit vertelt in zijn verwelkoming voor de Effataviering van 31/10, hoe hij op weg hierheen een vijftal kerktorens is voorbijgereden en toch naar hier is gekomen. Waarom? Omdat hij hier kracht, een eigentijdse uitleg van het evangelie, het samenzijn rond de tafel, vindt. Wat is een brave Hendrik? Niclaas Anslijn schreef in 1810 een boekje over een bijzonder brave jongen, dat hij ‘De brave Hendrik’ noemde (niemand weet nog dat hij een jaar later een boekje schreef over de brave Maria!). Iemand die dus nooit van de platgetreden weg afwijkt, noemen wij nog altijd: een brave Hendrik. Maar sedert de jaren zestig van de vorige eeuw is dat geen ideaal meer! Men vraagt je: “Ben je gelovig?” Dikwijls is het antwoord: ja, maar ik ga niet naar de kerk. Of als je het gelovig zijn niet kunt ontkennen: ik ben wel gelovig, maar ik ben zeker geen heilige. Waarom zeggen we dat? Vermoedelijk omdat we van heiligen brave ‘seuten’, softies, brave Hendriken hebben gemaakt. Pater Damiaan was dat helemaal niet, hij bewandelde die platgetreden paden niet. Daarom beluisteren we vandaag de ‘Bergrede’, Matteüs 5, 1-2. Volgens Matteüs was dat de eerste grote redevoering van Jezus: Jezus zíet de mensen, hij wil ze allemaal toespreken, ze omarmen, hij zíngt een lied, hij prijst de mensen gelukkig! Achter dat woord ‘gelukkig’, ‘zalig’ gaan echter veel verklaringen schuil. Zo geeft André Chouraqui een gans andere uitleg. Hij zegt dat in de oorspronkelijke tekst het woord ‘asjoer’ wordt gebruikt en dát betekent: gaan, vaart, en marche, marcheren, doe iets, kom in beweging! Niet: nu heb je het slecht, later komt dat allemaal wel in orde. Neen: vooruit, doe er iets aan, ga rechtop, laat u niet doen, zet u recht en ga! Dus niet de platgetreden paden volgen als de brave Hendrik, niet aanvaarden dat alles boven uw hoofd beslist wordt, neen: zelf uw weg gaan. Dus: gedenken wij op Allerheiligen die mensen die heilig werden verklaard om ons een bepaalde levenswijze op te dringen? Of denken wij aan al die mensen die zich hebben verzet tegen ‘er is toch niets aan te doen’? En Jezus wist waar hij over sprak: in zijn tijd trokken de Essenen zich terug uit de wereld als het niet ging zoals het moest zijn volgens hen, en denk ook maar aan Simon de Ijveraar of de Zeloot en Petrus die zijn zwaard trok. Jezus kiest voor de weg ertussen, niet de wapens, niet uit de wereld wegtrekken, maar wel je weg gaan, toch maar probéren heilig te zijn , perfect te zijn, je best te doen. Dát zegt Jezus vandaag: doe maar verder, want God is dicht bij jou! Wat een geluk als je niets te verliezen hebt, want dan hoor je bij God thuis. Wij danken omdat we hier weer mogen bijeenzijn, we bidden voor een overleden neef, we zijn mede dankbaar dat onze reizigers uit Afrika gezond en wel terug zijn na een prachtige reis, we bidden voor al onze overledenen en voor wie de wonde van het afscheid nog open ligt, we bidden om diepe inspiratie bij het verder afwerken van het Clemensproject, we bidden voor een mens die de weg naar God teruggevonden heeft, we danken voor 56 vormelingen die in een parochie gestart zijn, we bidden voor een vriendin en voor al dat onuitgesprokene. Aan het Clemensproject wordt naarstig verder gewerkt: er komen drie groepjes samen: één over de jongerenwerking (Walter Van Wouwe), één dat nadenkt over de ‘drie poten’ (id.), één over missie en visie van het project als antwoord op vragen van het kapittel (Pater Andreas met Walter Van Wouwe). Het gebed om inspiratie heeft dus écht wel zin!
Het mooie herfstweer is even voorbij, het stormt buiten en ik denk aan de ‘zieke zomerblaren’ van Guido Gezelle, die nu zo zere afvallen.
Wouter, zondag 1 november 2009
|
||||||||