![]() |
||||||||
| |
||||||||
| Kroniek
van de maand oktober
Let wel : Het verhaal van de ‘Lekendag’ is wel al afzonderlijk verschenen, maar is nu aangevuld met de kronieken voor de gehele maand oktober! Wie de kronieken van september goed gelezen heeft, zal mij de opmerking maken dat er ook allerlei gebeurd is op 30/9. Volledig akkoord! Maar het verhaal van 30/9 is zo verbonden met de Lekendag ‘Het leven delen – samen bouwen’ van 1 oktober 2006 dat ik het híer vertel. Terwijl Tom op die zaterdag met zijn medewerkers een vijftigtal mensen in het Orthopedagogisch Centrum Sint-Jozef in Zwijnaarde aan een slaapplaats helpt, zetten anderen de Effatazaal en de Taborzaal klaar, dekken en versieren ze de tafels en brengen ze voorraden drank en allerlei noodzakelijke dingen aan. Anneleen geeft het altaarlinnen nog een laatste strijkbeurt en Lut heeft voor een prachtige altaarversiering, symbool van vreugde en vrees voor groeien, gezorgd. Onze gasten uit Duitsland en Nederland zijn ondertussen met de tram op de Korenmarkt aangekomen, waar ze worden opgewacht door een Duitstalige en een Nederlandstalige gids voor een kennismaking met Gent . Het valt mij op hoe de historische monumenten en ook de minder bekende steegjes van Gent telkens weer bewondering en verrassing opwekken. Om 20.00 uur zijn we allemaal samen, mét onze Zwitserse gasten die in vertraging waren, op de Vrijdagmarkt in restaurant ‘Vondel’. De keuze is ruim, de prijzen niet te hoog, de drank lekker en overvloedig en het eten komt juist op tijd om de hongerige magen te vullen. Dan keert de groep met de tram terug naar Zwijnaarde om er de bedstee op te zoeken. Morgen is een zware dag!
De ‘Dag voor leken en redemptoristen’, 1 oktober 2006, begint voor velen met een (h)eerlijk ontbijt in de Effatazaal. Met pendelbus worden de buitenlandse gasten uit Zwijnaarde aangebracht, anderen komen pas nu aan, iedereen krijgt een vriendelijk welkom. Paters, broeders, zusters en leken uit de gehele Sint-Clemensprovincie, van Scala, de Bremstruik, uit Essen, met velen is het een blij weerzien, anderen kijken wat onwennig rond: wat of wie is dat ‘Effata’ ? De viering is zoals gewoonlijk, niet opgesmukt. Gerrit verwelkomt iedereen, in het Nederlands, We lezen verder het evangelie volgens Marcus (9, 38-40) en Guido herhaalt nog even de vorige gebeurtenissen: Jezus die zich terugtrekt om met zijn leerlingen te spreken en hen te onderrichten. Om hen er op te wijzen dat zijn leven ten einde loopt, om hen te vragen: “Wie zeggen jullie dat ik ben?”, om hen te confronteren met hun discussie over ‘postjes’ door een kind in hun midden te zetten. Toch verraden ze zich weer, want ze vinden dat om met Jezus te mogen spreken, de anderen langs hen moeten passeren: ‘… geen volgeling van óns is.’ En Jezus zet hen op hun plaats: ‘Houdt de mensen niet tegen als ze goede dingen doen, zelfs als ze niet gelovig zijn.’ Wel moeten we bijeenkomen, geloven, elkaar ondersteunen, bemoedigen, maar niet om op onszelf terug te plooien, maar wel om open te gaan, in samenwerking. Zorgen om het belangrijkste: de boodschap bij mensen brengen, gewone mensen zoals we ze op onze weg ontmoeten, om zo iets van Gods Rijk duidelijk te doen worden. En we bidden voor al wie hier is en wie hier niet meer is, voor Werner, en voor hen wier stem nog steeds niet gehoord wordt. Guido zegent ons: “Gij weet waarvoor wij zorgen en angst hebben, help ons voor elkaar een zegen te zijn.” Dan luisteren we naar pater Michael Kratz C.Ss.R. in zijn inleiding over ‘Partnerschap in de zending. Redemptoristen en leken op weg naar elkaar’. Hij spreekt over zijn ervaringen in de samenwerking met leken in Kongo, in Wetzlar, als provinciaal overste van de provincie Keulen en Vooreerst kunnen leken medewerkers zijn bij de zending van de congregatie in verschillende vormen van samenwerking, bijvoorbeeld als vrijwilligershelpers of medewerkers bij het pastoraal. Hierbij is het belangrijk dat rekening wordt gehouden met de sfeer van een religieus huis en de specifieke noden van het gemeenschappelijke leven. Die samenwerking is bovendien dikwijls gebonden aan een vindingrijke en charismatische leider wat volgens sommigen deze samenwerking kwetsbaar maakt. Maar is dat niet altijd zo bij durvend mensenwerk? Hier stelt pater Kratz een belangrijke vraag: “Is het noodzakelijk of tenminste wenselijk, dat er bij instellingen en projecten, die wij overdragen aan leken, toch nog een communauteit van redemptoristen aanwezig is?” Een tweede mogelijkheid is dat leken optreden als zelfstandige groepen, die zich willen oriënteren op de spiritualiteit van de congregatie. Hier valt mij volgende uitspraak op: “Ik acht het zeker mogelijk dat leken zich aaneen zouden kunnen sluiten, (…) of geraakt door de spiritualiteit van onze congregatie iets volstrekt nieuws beginnen”. Ten slotte ziet pater Kratz enkele uitdagingen voor de toekomst, die elk veel geduld en begrip zullen vragen. We stellen ons op voor de groepsfoto, nemen het aperitief buiten bij stralend weer en eten naar goede gewoonte van Effata beenhesp met verse groenten en frietjes. Dan is het tijd voor de Workshops onderbroken door een korte koffiepauze. Ik heb deelgenomen aan de voorstelling van Effata, met weinig woorden en heel veel beeld en klank, meesterlijk ineengestoken door Fons en Jean. Vragen werden gesteld hoe Effata de spiritualiteit van de redemptoristen, gericht op de armen, waarmaakt. Dat blijkt natuurlijk niet uit de presentatie, dus leg ik onze openheid naar de Damiaanactie en de inzet van Odette (oa. voor kansarmen) en Gerrit en Viviane (Welzijnsschakels) wat beter uit. Ook ‘De Bremstruik’, het missieteam ‘Scala’ uit Bous (D), het Jugend-Kloster Kirchhellen (D) en Scala uit Nederland stellen zich voor en wisselen gegevens uit. Wij krijgen wat meer uitleg over de werking van de ‘wereldwijde commissie voor de samenwerking met leken’ en van de Noord-Europese commissie, praten verder over de inleiding met pater Kratz en luisteren naar het persoonlijke getuigenis van Marianne over toewijding en bezieling in de verbondenheid van leken en redemptoristen. Met een korte slotviering, verzorgd door Scala, samenzang, een diep doorvoeld ‘Onze Vader’ en de slotwens gezongen door Ilse: “Dat God je in de palm van zijn hand moge houden” eindigt deze dag officieel. Misschien eten we iets te veel en bidden we iets te weinig, maar we kunnen toch onze gasten niet hongerig naar huis sturen. Dus is er nog pita en dan is er afscheid: “Tot ziens, Auf Wiedersehen, Au revoir”. Met het heerlijke gevoel dat Scala, de school in Essen, de Bremstruik, Effata,
In Tabor op 4/10 gebruikt Chris als tekst ter overweging Marcus 4, 26-34, over het mosterdzaadje.We krijgen misschien (verkeerdelijk) de indruk dat we ons niet al te veel zorgen hoeven te maken om het Rijk van God binnen te treden en dat we God maar moeten laten betijen. Dat het dan allemaal wel in orde komt. Maar niks is minder waar. Het komt erop aan om te luisteren naar wat God zegt en er dan naar te handelen in het vertrouwen dat God ons steeds nabij is, wetend dat er in onze handen kleine zaadjes liggen met ongehoorde kiemkracht. En zo, ieder op zijn plaats, te geloven in de toekomst en een klein stukje van Gods rijk op te bouwen. De stuurgroep vergadert op 5/10 en heeft nog heel wat na te praten over de ‘Lekendag’, een wonder en een succes. Op de naamopgave van onze plechtige communicanten op 7/10 verwelkomt An de Effatagemeenschap die hier na een drukke week tot rust kan komen. Tabor op 11/10: Frans leidt ons door de thuiskomst van de zoon die verloren was en teruggevonden is. Het verhaal over moeilijkheden die mensen ondervinden om echt thuis te komen, thuis te komen bij onszelf in aanvaarding van onze goede en slechte kanten, thuis te komen bij God, in overgave door in te zien dat we God nodig hebben. Het verhaal over hoe God steeds weer de deur voor ons openhoudt, hoe Hij steeds weer ‘blij’ is om de omkeer in ons, om ons besef dat we tekort geschoten zijn in liefde. We danken biddend om die mogelijkheid steeds opnieuw te kunnen herbeginnen. Koorrepetitie op 13/10 met Ilse, want Guido is voor enkele dagen naar Rome voor de eeuwige professie van Salaam, een kandidaat-redemptorist uit Irak. Om in te zingen oefenen we de vier stemmen van ‘Sharing’ - helemaal niet gemakkelijk! - tot het zo mooi klinkt dat ‘het haar op mijn benen recht komt’, zoals Ilse zegt. Het Effatakoor is veelzijdig en dus beginnen we musical in te oefenen: ‘The rhythm of life’, vlot zingend, maar wat verwarrend van samenstelling, vooral als Ilse dit koor af en toe verwart met een achtkoppig koor elders. Doobi, doobi, doo! Is voor een andere keer want ook de liederen voor het zingen in de gevangenis op 1 november moeten ook nog eens herhaald worden. Voor we allemaal echt ‘down’ worden, zingen we als slot nog eens ‘Sharing’ voor onze speciale weekendgasten, Jelle en Ageeth, die we uitgenodigd hebben uit dank voor de goede leiding en begeleiding die Jelle gaf aan onze Italiëreis. Annette verwelkomt de gemeenschap op de Effataviering van 14/10, maar omdat Guido dus naar Rome is, gaat pater Henk uit Wittem voor op deze mooie dag. Zijn stijl verrast een beetje de kinderen, maar als hij de vraag stelt: “Wat moet ik doen om altijd gelukkig te zijn, wat heb ik nodig daarvoor?” krijgt hij van Simon toch het juiste antwoord: “Geld!” Het is de kernvraag van het evangelie van vandaag uit Marcus 10, 17-30 over de rijke jongeman. Die heeft altijd keurig geleefd, maar dat zal met zijn rijkdom niet zo heel moeilijk geweest zijn. Nu verwacht hij wellicht dat hij het eeuwige leven kan verwerven met een extra gift aan de tempel, maar neen: Jezus vraagt hem alles te verkopen en zelf arm te worden om Hem te volgen. Ontdaan gaat hij hen, want hij kan van zijn bezit niet loskomen. Jezus, heeft niets tegen bezit, maar leert ons hier dat het mis gaat als je ‘bezeten’ wordt door je bezit. Henk vertelt op deze vooravond van het Gerardusjaarfeest hoe Gerardus zijn enige degelijke bezit, een warme winterjas die hij zelf pas gekregen had, wegschenkt aan een bedelaar. We bidden tot Gerardus en breken met de kinderen het brood en delen de wijn. We bidden voor Regine die op haar fiets aangereden werd en langdurig zal moeten herstellen, voor een vluchtelingenfamilie in Wittem, voor de vrijwilligers van de campagne ‘Welzijnszorg’ en voor de jarige Fien. Morgen zondag is ook Henk jarig, dus krijgt die ook een driewerf ‘Hoera!’ begeleid door Greet aan de piano en dan is er koffie of chocolademelk met suikerbrood of kramiek, want het is vandaag ook Gevi! Op het naamfeest van Sint Lucas, patroon van de kunstenaars, op 18/10, zingt het Effatakoor in Zwijnaarde de verrijzenisviering van Xavier, een jonge man van 27 jaar, gestorven aan kanker. Als mijn moeder, een wijze vrouw, ons wilde zeggen dat iets rustig moest overdacht worden zei ze: “Je kunt geen paard al lopende beslaan!”, … voor wie niet weet wat een paard beslaan is, het betekent: een paard nieuwe hoefijzers geven. Een zelfverzekerde Elien verwelkomt de gemeenschap op 21/10. Het evangelie volgens Marcus 10, 35-45 gaat verder met Jakobus en Johannes die vragen of ze naast hem mogen zitten in zijn glorie. Ze begrijpen het echt nóg niet, ze denken nog altijd niet aan lijden en dood. Maar Jezus zet ze allemaal, ook de anderen, op hun plaats: “De mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, …” dus is er toekomst voor onze kerk. Na een lange periode waarin de kerk en haar bedienaars hun macht trachten op te bouwen, om mee te tellen in de samenleving, is nu de tijd van bezinning aangebroken. Als je niets meer te zeggen hebt, geen macht meer te verdedigen hebt, dan kan je de lastigaard, de ‘luis in de pels’ worden, het ‘enfant terrible’, dan heb je alle ruimte. Wie groot wil zijn, kan zich dan te dienste stellen, zonder de vraag naar wat wij zelf hebben gedaan. Guido leidt en dirigeert op 25/10 in Aalter zijn laatste ‘Gospels voor Damiaanactie’ met Lea Gilmore in Vlaanderen. Oorspronkelijk was het onze bedoeling hem met enkele koorleden te gaan uitwuiven, maar omdat er werd gevraagd of we niet wilden meezingen, staan we met een 25-tal zangers bij het koor. De sfeer is goed, het zijn wel de bekende liederen maar het doet deugd er weer eens bij te zijn. Op 26/10 is er boekenclub. We hebben het boek ‘Pelgrims onderweg’ van Lucette Verboven gelezen. Het is een boek, samengesteld uit vraaggesprekken die Lucette Verboven heeft gehad met een 15-tal prominente figuren uit velerlei godsdiensten of denkrichtingen. Geen gemakkelijk boek om er zo maar snel een idee over te krijgen, het is bijna een verzameling van ook later nog bruikbare gegevens, een boek om te raadplegen, een boek vol eerlijke meningen en uitspraken. Koorrepetitie op 27/10. Wij oefenen (eindelijk?) grondig het ‘Onze Vader, verborgen’, nr 103, in. Het is een prachtig lied, vol hoop en toekomst. ‘O Bella mia Speranza’ is een eerste poging om de liederen die in redemptoristisch milieu gezongen worden, beter te leren kennen. 30 ste zondag door het jaar, bij ons op zaterdag 28/10: Chrisje verwelkomt de gemeenschap in de netjes gepoetste kapel en de Effatazaal. Het evangelie (Marcus 10, 46-52) vertelt het verhaal van de genezing van de blinde. Niet het verhaal van een wonder waarbij God zijn schepping zo maar verandert en zijn eigen wetmatigheden overhoop haalt. Wel een vraag van Marcus om te kijken met de ogen van een blinde, om Jezus en elkaar dankbaar te zijn voor wonderen die alle dagen gebeuren, om Hem in vertrouwen te volgen op zijn tocht. Wij planten, als teken van leven voor onze overledenen en hoop op een nieuwe lente, honderden bloembollen in de Effatatuin.
Wouter, woensdag 1 november 2006.
|
||||||||