![]() |
||||||||
| |
||||||||
| Kroniek
van de maand november 2008
Aangezien 1 november, Allerheiligen, op zaterdag valt, gaan we ’s morgens eerst zingen in de gevangenis. Een grote groep gevangenen, een kleinere groep zangers, vast besloten om ook van deze viering een feest te maken. In zijn homilie stelt Stanny Bonte twee vragen. De eerste: “Wat is het ‘kind van God’ te zijn?” Stel je dus maar gewoon een menselijk kind voor: het krijgt alles van zijn ouders en als de mens sterft laat hij alles achter. Wat blijft is de liefde van God, maar we moeten er wel voor openstaan. De tweede vraag is: “Wat is álles voor God, wat is christen zijn?” Antwoord: openstaan voor de liefde en de zorg van anderen, beter worden door de aandacht van de anderen, geheeld (heilig) worden, oor en oog zijn voor elkaar, zorgen voor het geluk van anderen. Vreemde woorden op deze plek, in deze geïmproviseerde kapel in de gevangenis van de Nieuwe Wandeling te Gent!
’s Avonds: nog altijd Allerheiligen, maar ook al overgang naar morgen, Allerzielen. Viering in onze vertrouwde kapel, met heel veel mensen samen. Ignace legt de band met de viering vanmorgen: heiligen laten zich helen door de liefde Gods. Maar hier is vriendschap en we zingen: “Mogen we zien met allen die al daar zijn, in onmetelijke vreugde!” Ik krijg dat troostende beeld van mijn broer ‘in onmetelijke vreugde’. Met welk recht ben ik dan bedroefd? De lezing komt uit de Openbaring van Johannes, de Apocalyps, (Hoofdstuk 21, verzen 1 tot 7) over de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Apocalyptische geschriften zijn geschreven in tijden van vervolging, angst, onzekerheid, tijden waarin de mensen zich moesten verbergen, het waren woorden die hielpen. Denk aan de gospels, géén mooie liedjes, maar steun voor mensen in slavernij, om te proberen ze uit die slavernij te halen, om hen ook práktisch te helpen, desnoods door ze een vluchtweg te tonen. In dergelijke situaties werden de apocalyptische boeken geschreven, vol visioenen en dromen, maar ook met een oproep om er nu ook aan te beginnen, echt moeilijk maar toch inspiratie voor schilders (De gebroeders Van Eyck), voor beeldhouwers (De ruiters van de Apocalyps van Rik Poot in Brugge) en voor filmregisseurs (Het Zevende Zegel van Ingmar Bergman). Guido draagt wit en paars, kleuren voor Allerheiligen en Allerzielen, zó dicht bijeen. En het is wel opvallend waar de media aandacht aan schenken: aan graven en kerkhoven, over bloemen en prijzen, over het herbruiken van graven. Niet over de dood. Omdat dood gaan een pijnlijke zaak is voor wie achter blijft en moet loslaten? Maar dankzij de dood, die ons leven eindigt, wéten we dat we leven, dat we mogen genieten van het leven, omdat het eindig is, wéten we dat we aan ons leven vorm en inhoud moeten geven. Als je de vraag stelt: “Geloof je in God?” krijg je dikwijls van veel mensen als antwoord: “Ik geloof niet in het leven na de dood!” Maar in de lezing hoorden we: er is leven na de dood, omdat we houden van de mens die gestorven is en omdat God die mens liefheeft, omdat Hij ‘passioneel’ op zoek is naar die mens om hem te brengen in die nieuwe hemel en die nieuwe aarde. En wat we zeker weten: onze God is een God van leven, bij wie we kunnen leven als veelgeliefden, in zijn volle liefde. De bezinningstekst, waarin we nadenken over heiligen, mensen die hebben geleefd zoals ook wij zouden willen leven, is bijna dezelfde als deze morgen. Maar hier verwijzen we ook naar mensen die dichter bij ons staan, zoals Alfonsus met zijn passionele ijver voor God én de gewone mens en Soeur Emmanuelle met haar onvermoeibare liefde voor de armen. Wij bidden in de voorbeden voor hen wier last groot is, voor steun voor hen die in een nieuwe werksituatie komen, voor een overleden broer, voor Koen dat hij een hechte relatie mag aangaan, voor mensen die geen erkenning krijgen, voor al onze gestorvenen.
Op onze wekelijkse bezinningstijd, in Tabor, op 5/11 gaat Bernadette wat verder in op enkele begrippen uit het boekje van Ad Willems, namelijk ‘religie’, ‘geloof’ en ‘kerk’. Vandaag wil ze wat meer nadenken over geloof. De lezing uit Lucas 9, 57-62 maakt al heel wat meer duidelijk: “Wat je gelooft, creëert de wereld waarin je leeft.” Als wij spreken over gevoelens, dan gebruiken wij dikwijls verkleinwoorden: “Ik geloof een beetje…”. We spreken aarzelend, … Maar Jezus zei niet: “Ik ben af en toe een goede herder, ik ben ergens een beetje het licht, …” maar wel: “ Bemin uw vijand! Gij zijt het zout der aarde! Oordeel niet!” Hij was dus duidelijk, dus gaan we verder, wel met mensen waar we kunnen op rekenen, taai volhoudend als het lastig wordt, naar een nieuwe wereld waar je mag zijn wie je bent, ook als er een brok af is! We bidden voor allen die zich inzetten voor vrede, president of gewone mens, voor de mensen die met kanker moeten leven, voor moed om onze voorzichtigheid te laten varen en te leven naar Jezus’ voorbeeld.
8 november: Derde ontmoetingsdag van redemptoristen en leken in Bonn (D), dus geen Effataviering in Gent. Want we gaan er met 23 op af, de oudste 80 jaar, de jongste 10 jaar, een beeld van een veelzijdig Effata. Aangezien we er tijdig moeten zijn en een busrit onmogelijk is, vertrekken we reeds op vrijdag 7/11 en overnachten in de Jeugdherberg van Altenahr, een aanrader voor wie een net en niet te duur onderkomen zoekt in de Eifel. We worden op 8/11 vriendelijk ontvangen, met ontbijt, op het CoJoBo (het Collegium Josephinum Bonn), verwelkomd door pater Herman ten Winkel voor de redemptoristen en door dr. Peter Billig voor de leiding van de school. Na wat uitleg over het ontstaan van de school en een, af en toe hilarische, film over de werking van de school, beginnen we aan het echte werk. Leiding geeft Eric Corsius, kort samenvattend en erg goed vertalend! Eerst een panelgesprek met als thema: “Samen leven onder één dak”. Over de Effatagemeenschap als partner van de redemptoristen spreekt Walter Van Wouwe. Ik luister ademloos: zijn wij dat? Samenvatten van zijn tekst en van de teksten van de andere sprekers doe ik niet, want alle teksten, ook de preek van pater Knapp, vind je op de website www.stclemens.org (dan klikken op ‘Academie’ en dan op ‘teksten’ en kiezen uit de teksten van 8/11/2008). Wel valt mij op dat er in sommige teksten een verwijzing is naar een onzekere toekomst (Ageeth Potma), naar de noodzaak nu dichter te komen naar het redemptoristische erfgoed (Gert van de Bunt) of naar de oprichting van een gespreksgroep met grote openheid (André Latz en Joachim Mainz). Al die teksten worden besproken in groep en die gesprekken worden samengevat in plenaire uitwisseling: het valt mij op dat elk van de groepen op verschillende wijzen met de redemptoristen menen te kunnen samenwerken en dat deze daar ook hun eigen mening over hebben. Voor Effata gebeurt die samenwerking vanuit het evangelie dat een sterke uitgangsbasis is bij ons, bij anderen gebeurt dat vanuit zeer hooggestemde woorden: “Het heilige” of “De ene”. Mijn gevoel is: laat ons toch blijven werken aan een hechte authentieke gemeenschap. De dag wordt beëindigd met een plechtige Eucharistie. Kern was de homilie van pater Knapp, wat breedsprakig misschien: het is toch een redemptorist! Maar zijn wens: dat we blijven zoeken naar wegen van wederzijdse aanvaarding en kijken waar we elkaar kunnen aanvullen met onze eigen mogelijkheden en bekwaamheden, opdat die ten goede komen aan de mensen rond ons, klinkt voor mij bevrijdend en hoopvol. Het was een druk weekend, we werden zeer goed ontvangen in Bonn, en kwam niet iedereen tijdig thuis: de weg is open gebleven en weer wat duidelijker afgebakend, toch zeker voor Effata.
De Advent nadert: op 11/11 komen we ter voorbereiding samen. Advent staat in het teken van ‘Armoe schaadt de gezondheid’ en daarom zal het symbool ‘hart’ centraal staan. Lut en Dirk zullen zorgen voor een grote kerstkrans in hartvorm, Bernadette legt de teksten van Welzijnszorg voor: je leest wel verder hoe het uitgewerkt is!
Tabor op 12/11: Nicole koos voor de bezinning de tekst van het lied dat we nu gaan aanleren: ‘Gij die niemand naar de ogen ziet’. Een prachtig lied, geen gemakkelijke tekst van onze ‘tot vriend geworden’ Huub Oosterhuis, met misschien als kern de uitnodiging: “Wie ben je? Wil je? Kom dan!”
Koorrepetitie op 14/11: bekende liederen nog beter inoefenen, het nieuwe lied ‘Gij die niemand naar de ogen ziet” vierstemmig beluisteren en eenstemmig beginnen inoefenen: het is inderdaad een krachtige tekst!
Weer is het Nicole die de gemeenschap verwelkomt op 15/11 en aandacht en verbondenheid vraagt voor een viering die ze had samen met de palliatieve waar ze meewerkt en die in het licht stond van de woorden: “Als een parel”. We naderen het einde van het kerkelijk jaar, dus is de lezing van het evangelie volgens Matteüs ook aan het einde (Matteüs 25, 14-30). Een verhaal dat onder de rubriek ‘Het Matteüs effect’ in de boeken over economie is terecht gekomen. Maar in feite heeft Jezus het hier niet over geld, over heel veel geld zelfs, maar wel over de mogelijkheden die elke mens heeft. Niet over speciale talenten, maar wel over het feit dat iedereen kan leven in het koninkrijk Gods, waar God ons met open armen opwacht. Geen wereld waarvan wij ons afvragen: “In welke wereld leven wij, als we zien hoe jonge mensen sterven, hoe mensen elkaar behandelen, hoe we met dingen omgaan. Waarom zijn we niet zoals we zouden willen zijn?” Maar wel een wereld waarin Jezus zegt: “Ik ben hier, ik ga met je mee, ik zie je graag.” In zo’n wereld kan je al je mogelijkheden ontplooien, dat moet niet iets groots zijn, misschien ook van weinig nut, en toch wordt er Gods rijk door zichtbaar gemaakt. Als we ons openen naar anderen, met een klein beetje hulp, met een woord van Jezus, dán wordt de wereld anders. Op 4 oktober hebben vijf jonge mensen hun naam opgegeven voor de voorbereiding tot hun plechtige communie. Vandaag komt er een zesde bij, Theo, (in feite heet hij Theodoor: een geschenk van God) maar zeg toch maar liever Theo! Ook hij krijgt van de Effatagemeenschap een meter, Chris C., en een kaars die zij samen aansteken. Dan legt Guido hem de hand op, als teken van verbondenheid en met de wens dat Theo een geschenk voor ons allen mag wezen. Wij bidden voor een tante, zo jong gestorven, een echte parel, voor een jonge man die een schitterende toekomst voor zich had en nu met kanker geconfronteerd wordt, voor Theo dat hij zich hier thuis mag voelen. We bidden in verbondenheid met de palliatieve viering, danken voor de parel van deze Effatagemeenschap, waar je steeds thuis mag komen en voor José die onverwacht in de Vierklaver is overleden: “Keer ons toe naar elkaar!” Vijf plechtige communicanten hebben dinsdag elkaar en hun meter of peter beter leren kennen en vertrouwen in het domein Borgwal, van avond zijn ze met zes (Naomi is er in gedachten bij) om te beginnen aan een groots opgezet schilderwerk.
Bezinning en stilte primeren in Tabor. Op 19/11 leidt Chris in aan de hand van de beschrijving van het laatste oordeel volgens Matteüs (25, 31-46). Jezus de mensenzoon, een koning? Dan wel een die geen gouden kroon draagt, wel een doornenkroon, geen wereldlijke koning, maar een koning van liefde, een koning van mensen die vandaag willen samen leven met hem die het begin van alles is. Dan bidden we dat we elk op onze plaats in stille dienstbaarheid koninklijke mensen zouden zijn, voor mensen zonder papieren dat ook zij gerechtigheid zouden vinden, voor alle gedetineerden, voor onszelf dat we ons niet laten meesleuren door pracht en praal. “Zegen uw mensen!” Aangezien de twee ‘uurtjes’ theologie na lezing van het boekje van Ad Willems, dominicaan, zo boeiend waren breien we er nog een derde stukje aan op 20/11. Kernzin is vandaag misschien wel deze: “Elke vereniging loopt het risico zichzelf tot doel te worden.” Ook over de taak van de leek in de priesterkerk wordt verder gesproken: ik heb wel begrip voor de vraag van sommige priesters: “Wie zijn wij nog, als de leken ‘alles’ mogen, óók een roeping hebben, niet celibatair moeten zijn?” Het valt mij nog meer op dat problemen met geloven zeer persoonlijk zijn en bovendien generatiegebonden: wat voor mij nog echt een vraag was is voor jonge mensen volledig wereldvreemd (dan wel vreemd in hún wereld!). Later kunnen we misschien eens wat dieper ingaan op de niet te onderschatten rol die de kerkvaders hebben gehad op de vorming van ‘kerk’.
Door sneeuw en ijs, regen en hagel zijn wij weer bijeengekomen om ‘dicht’ bijeen te zijn, zoals Johan het bij zijn verwelkoming zegt, om elkaar te verwarmen met lichtende attenties, waarvan de vele kaarsen het symbool zijn. In deze viering (22/11) het feest van Christus Koning, Christus, koning van het heelal. Of zoals je ergens kunt lezen op de website van een meisjeschiro: “Vandaag is het de Christus Koning bezinning en nadien jeneveravond. Oh wee als ge niet komt; onze lieve Heer zal het geweten hebben!” Maar ernstig nu: Kunnen wij Jezus koning noemen? Dat kan toch niets te maken hebben met het koningschap zoals wij dat kennen en nog minder met koningen in sprookjes! Als we kijken in het evangelie zien we: overal waar men Jezus koning wil noemen of kronen, loopt hij er weg. Matteüs stelt het nog sterker voor (Matteüs 25, 31-46): het wordt de eindafrekening, de goeden rechts, de slechten (zoals zal blijken) links {het Latijnse woord sinister (= links), heeft in het Nederlands die onheilspellende betekenis behouden}. Het is een vreemde rechter: zonder wetboek, hij neemt niemand gevangen, hij kijkt wat mensen, gewone mensen hebben gedaan. Hij wordt ‘de naaste’, hij wordt niet geprezen, men kruipt niet voor hem, het is allemaal zo eenvoudig: als mensen honger hebben, geef ze te eten! Is het echt zo eenvoudig? Hebben we dan nog kerk, viering, gemeenschap nodig? Ja, want het is moeilijk gefocust te blíjven op de andere en we zullen terugplooien op onszelf. We hebben gemeenschap nodig om onze droom levend te houden, onze droom van een koninkrijk waar het kwade geen kans krijgt, waar een God is die met ons meegaat om zijn koninkrijk van liefde tot stand te brengen. Zo zal hij koning zijn: als de naaste, de liefde overwint. En daar zal dan geen verdriet meer wezen! (lied 24, van Elisabeth Schnitte, dus geen Oosterhuis). Wij bidden opdat een familie kracht zou vinden bij elkaar, voor overledenen en dat Zijn koninkrijk overal bij ons tot leven mag komen en recht mag brengen waar onrecht is.
Op de Tabor van 26/11 krijgen we bezoek uit Nederland: pater Johan Meijer met Lydie en Maria, twee van zijn parochieverantwoordelijken, komt eens kijken wat Tabor is, maar ook hoe het er in Effata aan toe gaat. Het is een verre reis voor hen, uit de omgeving van Nijmegen, waar pater Johan pastoor is van vier kerkdorpen, naar Gent en terug. Wij zijn blij met hun bezoek en hun interesse. Lea wil de kerstsfeer al wat oproepen, de advent is toch op komst … en ze koos een tekst van Manu Verhulst: “Kerstmis is luisteren naar de muziek van God” als basis van de stilte en meditatie. De symboliek ‘muziek’ voor wat God ons wil zeggen, is niet zo eenduidig, maar de vergelijking met een enthousiaste leraar die met handen en voeten uitlegt wat voor hem muziek betekent, maakt het wat gemakkelijker. Maar uitbreiding van die symboliek naar God die speelt in oneindige liefdesmuziek, God die bij oorlog en haat droevige muziek speelt, God die in een orkest met ons als medespelers speelt om te komen tot een oratorium van zijn liefde, dat is mij wat te veel symboliek. We bidden voor mensen die de geboorte van een kind verwachten, opdat Gods melodie in ons leven moge weerklinken, voor mensen die verdriet hebben en we danken voor het bezoek van Johan, Maria en Alice uit Nederland en bidden dat ze in de parochie waar ze werken licht mogen brengen.
Koorrepetitie 29/11: Kerstmis is in aantocht, dus “Gij die niemand naar de ogen kijkt” wordt tijdelijk op de achtergrond gezet. We leren in ijltempo twee vierstemmige liederen aan: “In onze donk’re nacht” (vertaalde tekst van lied 95) en “Al wie dolend in het donker”. Dat laatste lied kenden we al gedeeltelijk maar vierstemmig en in de nieuwe stemmenverdeling wordt het een écht kerstlied.
In haar verwelkoming voor de viering van 30/11 spreekt Elien over de komende winter en haar verlangen naar kerstsfeer, licht, heel veel licht. Ook de liederen spreken van dat verlangen, nu de Advent begonnen is. Met velen zingen we: “Scheur de wolken, kom bevrijden”, “In onze donk’re nacht”, “Al wie dolend in het donker …”. De eerste kaars wordt ontstoken op de hartvormige adventskrans, opdat het woord van God ons waakzaam van hart doet zijn. Het nieuwe kerkelijk jaar begint met een waarschuwing en voor de rokers onder ons, is ze nog duidelijker: het is de actie van Welzijnszorg “Armoede schaadt de gezondheid!”, waarbij aandacht wordt getrokken op armoede waardoor mensen aan gezondheid inboeten. Uit het evangelie (Marcus 13, 33-37) blijkt dat Jezus er nog een schepje bovenop doet, ook hij zegt: “Wees waakzaam, pas op!” Moet ons dat leiden tot angstige waakzaamheid, niet wetend wat er allemaal kan gebeuren? Jezus bedoelt heel wat anders dan: pas op, let op dieven, sluit de deur, jaag jezelf angst aan! Neen, hij zegt ons: verlies het goede niet uit het oog, verspeel de kans niet om daarvan te genieten als iemand dicht bij u is, geniet van kansen om mensen vooruit te helpen, luister naar elkaar en geniet ook daar van! Leef met een warm hart, zorg niet alleen voor je lichamelijke gezondheid, maar ook voor je geestelijk welzijn, tel op wat je al hebt gekregen! Dan bidden we voor de aandachtspunten van Welzijnszorg, voor mensenrechten, tegen uitbuiting, wat later kunnen we daarvoor onze ‘stem’ uitbrengen. Wij bidden voor een man die een van ons liet delen in zijn schrijnende armoede. Wij vieren en danken dat God met ons wil beginnen en bidden dat Hij ons helpt zijn aanwezigheid te ontdekken. Als aandenken aan deze 1 ste adventszondag krijgen we een rood drijfkaarsje, waarin ‘vrome’ handen een hart hebben getekend.
December komt, met nog drie adventszondagen: vier zondagen worden vier kaarsjes, drijvend in een versierde kom: een echte adventskrans!
Wouter, zondag 30 november 2008
|
||||||||