|
|
|
|
Kroniek
van de maand november 2007
(Uit een vraag die mij gesteld werd, blijkt dat het niet iedereen duidelijk is, waarom ik deze rubriek ‘kronieken’ noem. ‘Kroniek’ is volgens de ‘dikke van Dale’: “verhaal van gedenkwaardige gebeurtenissen, chronologisch gerangschikt, maar zonder onderlinge samenhang.” Deze kronieken zijn dus géén verslag, géén evaluatie, maar een verhaal van gebeurtenissen die ik meemaak in en met Effata. In mijn eigen verhaal spelen ook emotie en gevoel een rol. En heel uitzonderlijk (bijv. voor Tabor of voor activiteiten van de catechisten en de catechumenen) neem ik teksten van anderen, die zo welwillend zijn ze op te stellen, op.)
Ons zingen op Allerheiligen voor de gevangenen in de Nieuwe Wandeling krijgt een speciale dimensie door het vraaggesprek met Stanny Bonte dat op AVS wordt uitgezonden en waarin hij de nadruk legt op het vrijwillige karakter en het gratis zijn van het optreden van het koor. Voor Stanny was het in de viering in de gevangenis ook een gelegenheid om te spreken over ‘heilig zijn of blijven’, afgeleid van ‘helen’, gezond maken, zoals God dat doet. Elkaar vreugde brengen, goedheid brengen, zoals Jezus door zijn komst heeft gedaan, beter worden door kleine dingen, bidden om mensen met een mild, oprecht hart, met goede bedoelingen.
De stuurgroep van 2/11 kijkt vooral uit naar de afspraken gemaakt op het kapittel over het project op de Voskenslaan om zo precies te weten wat er van Effata wordt verwacht en wat de toekomst ons brengen kan.
Jezus is nu op weg naar Jeruzalem, hij weet wat hem daar te wachten staat.
Maar eerst komt hij langs Jericho, een stad met bijbelse betekenis, de stad van melk en honing, de eerste stad die ze in Kanaän zagen nadat ze lange jaren doorheen de woestijn waren getrokken. Jericho, de stad waar de Israëlieten bang waren geweest om er binnen te gaan, de stad waarvan de muren instortten nadat ze er zevenmaal waren rondgetrokken met geschreeuw en blazend op de hoorns (lees Jozua, hoofdstuk 6), de stad die ze liever op een afstand hielden.
Nu is Jericho een stad op de kruising van wegen, waar veel verdiend wordt en er dus ook veel tollenaars, belastinginners, zijn. Er staan ook veel vijgenbomen, wilde die geen vruchten dragen. En het is in een dergelijke boom dat Zacheus, het hoofd van de tollenaars, dus helemaal niet zo zuiver of rechtvaardig als zijn naam zou doen vermoeden, een rijk man maar klein van gestalte, klimt om Jezus te zien (Lucas 19, 1-9, evangelie in de viering op 3/11). Jezus ziet hem en nodigt feitelijk zichzelf uit in het huis van Zacheus, tot ergernis van velen.
Het is een geschiedenis die gebruikt wordt in kinderbijbels om er de nadruk op te leggen dat Jezus zich ook tot de kleinen richtte.
Maar het verhaal gaat toch wel heel wat dieper: Jezus vraagt aandacht voor wie niet meetelt omdat hij zich niet gedraagt. Waarom zou ik mij ergeren als Jezus zich wel openstelt voor die ‘andere’, een andere kant toont: die van geloven, waarderen, liefde? Waarom niet aanvaarden, net zoals Jezus, dat Zacheus inderdaad ‘de zuivere’ kan zijn, dus waarom niet zo handelen dat Zacheus een ander mens kan worden, hem niet in een hokje opsluiten? Dat is moeilijk: aandacht geven aan mensen die mij niet zo liggen.
Vandaag bidden wij voor Gerrit en Viviane dat ze moed en kracht zouden vinden en spoedig herstellen, voor een schoondochter die geopereerd moet worden, dat haar herstel vlot moge verlopen en dat deze christelijke gemeenschap zich moge openstellen voor wie niet goed in de markt liggen: “Omdat Gij het zijt, groter dan ons hart!”
Kinderen opvoeden tot volwassenen is niet altijd even gemakkelijk, zeker als die hun groei naar zelfstandigheid bedreigd voelen. Zelfs eenvoudige afspraken als samen eten niet aanvaarden of de liefde die blijkt uit het smakelijk klaarmaken van een maaltijd niet aannemen, zijn daar dan het gevolg van. Dat voorbeeld van een onwillige zoon was voor Lea op haar Tabor op 7/11 de overstap naar het verhaal over de onwillige bruiloftsgasten uit het evangelie van Lucas.
Liefde kan alles hebben, behalve ‘niet ontvangen’ worden, want dan is ze machteloos. Liefde komt niet tot haar volheid, tenzij die liefde wederzijds is, als ze gezien wordt, niet afgewezen wordt.
Lea vond de beste omschrijving van haar gedachten in het lied ‘To give’ van Ruth Bebermeyer:
Nooit kan ik meer ontvangen dan
wanneer je neemt wat ik je wil geven,
wanneer je de vreugde herkent
die mij dat geeft.
En je weet dat ik niet geef
om iets van je terug te krijgen,
maar omwille van de liefde
die ik voor je voel.
Dankbaar iets ontvangen
is wellicht de grootste gift.
Geven en ontvangen,
ik kan ze niet scheiden.
Als jij aan mij geeft,
geef ik aan jou mijn ontvangen.
Nooit geef je me meer dan
wanneer je wilt ontvangen.
Lea heeft nadien die tekst omgezet met God als de persoon die tot mij spreekt. Dan wordt alles duidelijk: liefde komt van God.
‘Alles wacht op u vol hoop’ , dat moet je wel zingen alsof je het gelooft, anders mist het lied zijn kracht. Dat geldt trouwens ook voor de andere liederen die we voor Kerstmis inoefenen op de koorrepetitie van 9/11.
Veel jonge mensen met hun kinderen, “er te wonen met de kinderen, naar Hem gemaakt …”, ook Arend, nu 2,5 jaar oud en een heel actief baasje geworden, zijn er voor de viering van 10/11.
Het is de vooravond van 11 november, verjaardag van het einde van de eerste wereldoorlog, maar ook de dag om te denken aan al het onrecht in de wereld. Johan citeert in zijn verwelkoming Anne Frank: “Ondanks alles blijf ik geloven in de goedheid van de mens!”
‘Alles begon met God’: alle gelovigen van welke godsdienst ook geloven dat, op hun manier, soms zeer tegenstrijdig. Maar hoe het leven eindigt, daar bestaat géén eensgezindheid over. Bij de Joden waren de Sadduceeën de hogere priesterklasse van Jeruzalem. Religieus zijn ze conservatief: ze willen niets veranderd zien, noch in de godsdienst, noch in de samenleving. Ze beroepen zich op de eerste vijf boeken van de Schrift, de boeken van Mozes, de Thora, Voor hen eindigt het leven van de mens met de dood, leven na de dood maken ze belachelijk.
Ze trachten Jezus in de val te lokken met een vraag over het zwagerhuwelijk (Lucas 20, 27-38): “Hoe moet het in het hiernamaals met die vrouw die om de wet van Mozes gehoorzaam te zijn, achtereenvolgens getrouwd is met zeven broers?” Maar dat lukt hen niet: voor Jezus is het Rijk Gods vandaag en hier, hoe we zorgen voor elkaar, het respect dat we hebben voor elkaar. Het leven na de dood is dan thuiskomen bij iemand die je graag ziet, waar je je goed bij voelt, maar laat dat maar aan Hem over, want dat leven gaat ons voorstellingsvermogen te boven!
Wij danken voor de vrijwilligers van de 11-11-11actie die het slechte weer trotseren, bidden voor onze zieken, voor Gerrit en Viviane, dat ze de moed niet verliezen, voor hen die maandag in Roermond nieuwe beslissingen nemen in verband met het Sint-Clemensproject, voor een ongeboren kind dat zo weinig levenskansen krijgt: ‘Nada te turbe, …’.
Ja, er is inderdaad een tijd van alleen zijn en een tijd van bijeenzijn: de Effatazaal is juist groot genoeg om dat bijeenzijn, met kramiek en chocoladeboterhammen, mogelijk te maken.
Effata gaat een verwachtingsvolle tijd door, op weg naar morgen. Wie daarin gelooft, schept mogelijkheden voor morgen zegt Chris in Tabor van 14/11: “Wie gelooft, kan bergen verzetten, of met Jezus een moerbeiboom zichzelf doen verplanten in zee (Lucas 17, 5-10)”. Daarom zeggen we ook: “Geef ons vertrouwen”, niet metend, vragend, wel willend, twijfelend, maar wetend dat we een zending hebben, om meer dan eten en drinken klaar te maken zoals in de parabel van de slaaf, om gist te zijn, beweging te brengen.
We danken voor mensen die anderen op sleeptouw nemen en een voorbeeld zijn. Wij bidden voor Paula die overleden is, voor Blanche die een tweede oogoperatie moet ondergaan, voor Gerrit en Viviane die beiden een tweede maal geopereerd moeten worden, voor de familieleden van overledenen uit de palliatieve afdeling, voor meer geloof, kracht en moed.
Een kleine groep komt op 15/11 samen ter voorbereiding van de Advent en Kerstmis. Alles draait om ‘Tekenen voor de toekomst’, in de betekenis van ‘je ten volle in vertrouwen inzetten voor de toekomst’. Daarbij uitdrukkelijk de gekozen richting opgaan, bijvoorbeeld in samenwerking met de redemptoristen in het Sint-Clemensproject.
Het is de donkere tijd, einde van het jaar, waar we wat meer geconfronteerd worden met verdriet en dood zoals Mieke zegt in haar verwelkoming op 17/11, en ook in de liturgie vinden we donkere en duistere teksten. Het evangelie, weer een beetje van Jézus, een beetje van Lúcas (21, 6-19), weerspiegelt de kennis van Lucas over de verwoeste tempel. Voor hem is het geen voorspelling, het zijn harde feiten: de tempel, waar God was in komen wonen, is verwoest. De Joden zijn in opstand gekomen tegen de Romeinen, de Joodse christenen doen niet mee, ook zij worden vervolgd. Lucas spreekt hen moed in: “Ik zal u wijze woorden in de mond leggen, geen haar op uw hoofd zal gekrenkt worden.”
Was het in de tijd van Lucas niet gemakkelijk om christen te zijn, ook nu zijn er mensen voor wie de voorbije week moeilijk was, met kreunen en zuchten doorleefd. Mensen zijn onzeker, overal lijken de problemen groter dan de oplossingen, mensen zijn ziek, kinderen gaan hun eigen weg, mensen die we bij ons willen houden gaan heen. Wat moeten we doen? Heel eenvoudig zegt Jezus: verder doen met wat je moet doen, volg je geweten en de rest zal je gegeven worden, verzamel je moed, zoek een weg en gá die weg, zelfs als er tegenkanting is. En als ik niet kan geloven, zonder te zien: “Heer van hierboven”.
We bidden voor mama dat ze mag genezen, voor een man die in coma ligt, voor een oud-collega die plots overleden is, voor een onverstaanbare vraag, voor de schooljuffrouw die haar moeder verloren heeft, voor moed en vertrouwen om te doen wat we moeten doen.
Dan is er koffie en voor de +12-jarigen een ‘geheimzinnig’ spel, Cluedo met allerhande opdrachten. Zoals altijd zijn de winnaars gelukkig en de verliezers een beetje ontgoocheld, maar ze hebben zich allemaal erg ingezet en het was ‘plezant’. Daarna legt Jelle uit hoe de reis van volgend jaar (7-14/7/2008), naar de stichtingsplaatsen van de redemptoristen, in elkaar zit. Het klinkt veelbelovend: het wordt wéér goed!
Deze dag? We kunnen tevréden zijn met deze doodgewone dag!
Tabor staat niet los van de vieringen: als wij in de viering ‘Heer van hierboven’ zongen, dan leeft dat lied verder in Tabor op 21/11 (bedankt voor de tekst, Bernadette!). “Waar zijt Gij te vinden?” is de vraag die wij stellen. Volgens de catechismus is dat eenvoudig: “God is overal, in de hemel, op de aarde en op alle plaatsen”. Toch is het niet zo eenvoudig om God echt te ontmoeten, want dat betekent immers: in God geloven en weten: “Jij bent het blok marmer en God is de beeldhouwer. Je weet nooit precies wat God met je voorheeft en welke gestalte Hij je wil geven. Je zult dat nooit helemaal weten. Geef je over aan zijn handen, ook wanneer je je tijdelijk door Hem gekweld of geplaagd voelt.” Om in God te geloven krijgen we toegangswegen: eucharistie vieren, de Bijbel lezen en verkennen, luisteren naar de getuigenis van wie ons voorging, mensen in nood nabij zijn en tenslotte: bidden. Bidden is voor ons geloof wat ademen is voor ons leven.
Guido is op reis geweest naar Libanon en kan niet op tijd zijn voor de repetitie van 23/11. In afwachting dirigeert Jean en hoewel zijn driekwartsmaat niet zo geslaagd is ( je moet het toch maar doen!), zingen wij aardig in de maat. Met Guido repeteren wij dan verder het vijfstemmige ‘Hoe ver is de nacht?’, maar soms is het moeilijk om het bij víjf stemmen te houden!
De kapel poetsen op 24/11 is, zoals frigo’s bijvullen en afwassen en afdrogen, een van de wonderen van Effata: er is wel een niet zo grote opkomst, juist genoeg, en met de hulp van Naomi, is het gelukt binnen de gestelde tijd!
’s Avonds komen we zoals gewoonlijk samen voor de viering.
Het is vandaag het feest van Jezus Christus, Koning van het heelal. Volgens mijn missaal uit 1951 werd dit feest in 1925 door Paus Pius XI ingesteld ‘omdat het dringend nodig was geworden ten overstaan van de ketterij van het hedendaagse laïcisme(…) beslist en openlijk voor Christus het recht op te eisen, te heersen over de wereldlijke gezaghebbers en regeringen, over de staten en burgerlijke instellingen, over de huisgezinnen en de enkelingen.’ Historisch is een dergelijke stap zeker te begrijpen, met de tanende invloed van de kerk op de samenleving, het verlies van de pauselijke Staten (gereduceerd tot het huidige Vaticaanstad van 47 ha), de maatschappij die haar eigen weg ging en de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog.
Wij zongen vroeger: “Christus vincit, Christus regnat, Christus imperat”, maar ook dat gezang werd stiller. Wat blijft er over van dat feest?
Keren we dus terug naar Lucas met zijn verhaal, vijftig jaar na de kruisdood van Jezus (Lucas 23, 35-43). Over die kruisdood, over de laatste pesterij en spot van Pilatus met het opschrift op het kruis, over de twee moordenaars en de vraag naar Zijn koninkrijk. Voor de eerste christenen was die kruisdood geen goede herinnering, ze stelden Christus dus voor als de Goede Herder of maakten zich aan elkaar liefst kenbaar met het teken van de vis. Pas in de middeleeuwen komt het beeld van de lijdende Christus met de boodschap: “er is iemand die meer geleden heeft dan jij!” Wij staan nog altijd heel gespleten tegenover dat lijden, kijk naar de kritiek die het beeld van Hugo Heule in Wittem kreeg: een gruwelijk beeld van de gekruisigde en van de vrouw met het vreselijke verdriet. Terwijl er van op datzelfde standpunt drie kruisen met de gekruisigde te zien zijn. Wellicht beter gestileerd, maar niet zo herkenbaar, niet zo waarachtig de Messias als het beeld van Hugo Heule, je moet alleen maar durven kijken.
Dan weten we dat die Christus koning wil zijn van ons hárt, om ons zo te helpen verder zijn rijk van vrede uit te bouwen en scheppend te leven in dienst van gerechtigheid. Als Messias.
Wij bidden voor een jonge collega die met zware moeilijkheden te kampen heeft en danken voor Chris die morgen jarig is.
Je kunt psalmen zingen en dan wellicht iets teveel letten op het melodieuze van de zang en te weinig op de tekst. Maar je kunt psalmen ook bidden, dan helpen psalmen ons bij het bidden als zoeken naar de vingerwijzingen van de Geest. Psalmen bidden betekent dat wij mee opgenomen willen worden in die stroming van smeken en danken, van zuchten en zingen van vele mensen uit vele eeuwen. Wij vergeten best onze eigen noden en verlangens: door te bidden worden wij zelf genezen en geheeld, het is de beste weg om onszelf te vinden.
Als voorbeeld zijn we in Tabor van 28/11, onder de behoedzame leiding van Nicole, dieper ingegaan op psalm 25: “U, Heer, geef ik mijn hart in handen, op U betrouw ik, Gij zijt God.” Luisteren, samen bidden, herhalen wat diep getroffen heeft en in stilte nadenken.
Dan danken we voor de contemplatieven die in hun abdijen hun dagelijkse psalmen bidden, vragen we dat we met vele zoekende mensen mogen zijn en bidden we voor wie het moeilijk heeft, steun nodig heeft.
Wij hopen verder, naar Kerstmis toe.
Wouter, donderdag 29 november 2007
afdrukbare versie (42 kB)
|
|
|