effata-logo
Kroniek van de maand november

Op 1 november 2006 is het juist 30 jaar dat het Effatakoor de Allerheiligenmis zingt in de gevangenis van Gent. Van de meer dan 30 koorleden zijn enkel Guido en Nicole oudgedienden,
van de meer dan 60 gevangenen was er toen hopelijk niemand.
Het evangelie komt uit de Apocalyps of Openbaring van Johannes (7de hoofdstuk) en het vertelt het verhaal van de getekenden en uitverkorenen die komen staan voor de troon van het Lam
om God te aanbidden. Voor Gentenaars is dit een bekend verhaal, je moet maar even, met een goede gids, de kathedraal bezoeken! Voor Stanny zijn die heiligen in deze tijd: mensen die vreugde en licht brengen in het leven van de anderen, zoals Mother Teresa uit Albanië (sorry: Skipetar) of Don Bosco.

Stuurgroepvergadering op 2/11: we denken na over het komende kapittel van de Sint-Clemens-provincie en de prioritaire werkterreinen die het kapittel in de vorige zitting heeft vastgesteld: pastoraat met jongeren, kloosters en pelgrimsoorden als spirituele centra en sociaal-pastoraat (tussenstreepje niet van mij!) in de ‘grootstad'’.

Bloemstuk viering 04/11/06

Nicole verwelkomt de gemeenschap op 4/11. Het evangelie (Marcus 12, 28-34) handelt over een schriftgeleerde die ook een vraag aan Jezus stelt. Eerst hebben de Farizeeën, de Herodianen en de Sadduceeën een raak antwoord gekregen, en nu is het zijn beurt. “Wat is het allereerste gebod?” Die vraag is begrijpelijk, want er zijn 613 geboden en verboden. Jezus citeert uit Deuteronomium (6, 4 en volgende): “Shma Israël, Adonay Elo-henou, Adonay Ehad” en hij koppelt er een klein gebod, verloren tussen de 612 andere aan vast. Vertaald naar onze tijd wordt dat: “Luister Israël, u moet God beminnen met al uw kracht en uw naaste als uzelf”.
Gek: het voornaamste gebod zijn er twéé en er ís geen voornamer gebod dan deze twee.

Dat tweede deel is in onze tijd belangrijker geworden: we kennen de Universele Rechten van de mens en groepen die zich voor die rechten inzetten. Dat is een goede ontwikkeling, alleen mogen we van die mensen geen ‘verkapte’ christenen maken: ze staan wel dicht bij het Koninkrijk van God.

Wij bidden voor de moeder van Walter die overleden is en voor allen voor wie het voorbije Allerzielen zwaar om dragen is geweest.

Een droom van Guido, die hij al 20 jaar koestert, wordt wellicht waar: op kerstavond is er vóór de nachtmis een feestelijke maaltijd voorzien voor wie alleen of eenzaam is of gezelschap zoekt.

Hoe Ilse er in de koorrepetitie van 10/11 in slaagt om van een ‘nonnenkoor’, want we zingen erbarmelijk traag, een degelijk koor te maken, is haar geheim. Slechts éénmaal nog moet ze ons vragen ‘of we precies niet content zijn dat het Kerstmis wordt’ en de ‘Ding, dongs’, ‘delen van het Klein Kerstoratorium’ en ‘Joy to the world’ klinken al heel wat beter.
Repetitie met het voltallige koor zal wel nog nodig zijn!

Op 11/11 is Guido er niet bij, want die is op een familiereünie in de Ardennen. Dus leidt Miet, na een hartelijke verwelkoming van de gemeenschap, ons in op het evangelie (Marcus 12, 38-44):
een waarschuwing van Jezus tegen de schijn van de schriftgeleerden, juist voor hij tegenover de offerkist gaat zitten en er ziet hoe de arme weduwe haar schamel bezit offert. Chris vertelt ons zijn persoonlijke visie over dit verhaal: een vrouw, een arme weduwe op versleten sandalen en kousen met gaten, die weggeeft wat ze feitelijk voor haar leven nodig heeft. Puur, wijs geworden
in dit leven, doorheen schade en schande, doet ze dat wat de moeite waard is. Een man, Jezus, die zomaar bij die offerkist gaat zitten. Die geraakt wordt door het verschil van geven: koperstukken van het volk, de grote gift van de rijke, maar vooral door de twee penningen, bijna niets, van de arme weduwe. Maar Jezus leert ons, twee dagen voor hij voor Pilatus staat en voor ons zijn leven geeft: “Zij geeft alles waarvan zij leven moet”. Chris ziet hier twee wegen om samen iets te zoeken, te vinden, te bereiken. De ene weg is: het leven laten gebeuren, er van leren, er goed mee omgaan. De tweede weg is: kijken waar God zich laat zien en je daar door laten raken. Die twee wegen gaan en als er iets misloopt, zoals in het leven van die arme weduwe, durven de laatste twee penningen te geven, kijken naar elkaar, ons laten raken door het bevrijdende woord dat ons gegeven is en daar naar handelen.

Wij bidden samen met Eric en Odette voor een gelukkig huwelijk tussen twee jonge mensen, voor een collega die een zware tijd tegemoet gaat en voor de vele vrijwilligers van de 11.11.11-actie. Woutje slaat de maat mee en wij zingen: “Heer ontferm u!”.

Tabor op 15/11: Bernadette leidt in aan de hand van Marcus 4, 35-41, het verhaal van de boottocht, de storm en de slapende Jezus. De leerlingen maken Jezus wakker uit vrees, hij maakt hen wakker uit hun vrees: “Wie is die man toch?”. Zoveel jaren geschreven na Jezus’ dood en verrijzenis, toch nog met de vaststelling: “Wij wisten feitelijk niet met wie we scheep gingen!”. Maar is dat geen vraag naar ons toe: wie is die Jezus dan wel voor ons?

Bloemstuk viering 18/11/06

Mia verwelkomt de gemeenschap op 18/11 met een verwijzing naar het lied: “Wees hier aanwezig, licht in ons midden”, en lokt zo de jongeren om al die kaarsen licht te geven. “Griezelen”, zegt Guido, “is in”. Is dat een reactie op het feit dat het bij ons nog zo slecht niet is, dat we na dat ‘bange’ weer voluit kunnen leven? De evangelist Marcus schrijft in zijn tijd (Marcus 13, 24-32) van verwarring en vervolging over verschrikking en oordeel. Moeten we daarom bang zijn of ons bang laten maken? Neen, want God is liefde! Hij is niet een liefdevolle God die zegt: “Het is mij allemaal gelijk!”, want dan zou het zijn alsof wij Hem niet interesseren. Wel is Hij een God die bereid is onze bewuste keuzes te aanvaarden en zich laat dragen door wat wij doen volgens zijn woorden. Zijn woorden die niet zullen voorbijgaan.

Wij danken biddend voor een mooie namiddagwandeling van onze plechtige communicanten in spe met hun meters in een zonnig bos.

Wandeling Plechtige Communicanten.
Wandeling Plechtige Communicanten.

In het Tabormoment van 22/11 vraagt Chris om samen met hem aan de hand van het Lucasevangelie (Lucas 6, 39-45) na te denken over ons geweten. Hoe het gevormd wordt door kritiek op onze manier van leven, hoe het de invloed van onze omgeving ondergaat. Maar voor hen die kritiek uitbrengen ook een waarschuwing dat die kritiek moet gegrond zijn, zoals Jezus, die heel goed wist dat wat hij zegde de menigte zou raken … toen en nú.

Op het einde van het kerkelijk jaar, op 25/11, vieren wij het feest van Jezus Christus, Koning van het heelal.

Iedereen wil op de 1ste rij zitten !

Mieke, die met al de kinderen gekomen is om teksten, verhalen en sterkte voor een nieuwe week, verwelkomt de gemeenschap. Er zijn heel veel kinderen, want er is iets speciaal voor hen gepland, dus nodigt Mieke hen uit om voor het licht te zorgen: “Dames van de eerste rij,schiet in actie!”

In 1925 stelt paus Pius XI het feest van Christus Koning in. Waarom? Na de eerste wereldoorlog is de wereld grondig veranderd. Van de pauselijke staten blijft enkel nog een klein gebied over, maar veel belangrijker: God en de kerk werden uit de samenleving gestoten, de kerk werd beschouwd als een beweging die niet meetelde in het leven. In zijn encycliek benadrukt de paus dat Christus koning is van het heelal. Daarom krijgen wij als christenen een nieuwe opdracht: zorgen voor dialoog, want Christus is koning van iedereen!
Het evangelie (Johannes 18, 33-38) geeft de dialoog weer tussen Pilatus en Jezus, een gesprek tussen de rechter en iemand die weet dat hij zal veroordeeld worden. Is dit verhaal echt gebeurd? Wellicht niet helemaal zoals Johannes het weergeeft, want Pilatus was in werkelijkheid een wreed man. Een man die rijk en machtig wilde worden, hoe dan ook, boos op de joden omdat hij tegen zijn zin in Palestina benoemd was. Een man die aan Jezus niet veel woorden zal vuilgemaakt hebben.
Maar het verhaal is boeiend om de manier waarop Jezus intreedt in het vragend denken van Pilatus: “Ben jij de koning van de joden?” Jezus geeft geen antwoord dat tot discussie leidt, hij geeft een open antwoord: “Zeg je dat nu uit jezelf of heeft iemand dat in je oor gefluisterd?” Daardoor kan Jezus zeggen dat zijn koningschap en dat van Pilatus helemaal anders is: hij heeft de voeten gewassen van zijn leerlingen, hij heelt de gebroken en gekneusde mens. Pilatus begrijpt dat natuurlijk niet: “Wat is waarheid?” Voor ons is ‘waarheid’: dat liefde zichtbaar kan worden waar mensen christelijk met elkaar omgaan.
Wij bidden voor de mensen in Vorst, dat zij de moed hebben om rechtop te blijven.
Wij bidden voor hen die op zoek zijn naar een hand op de schouder, dat we licht mogen zijn voor al wie we ontmoeten.
Dan is er koffie en napraten.

Voor onze jonge mensen is er wat speciaals: de tieners hollen bieten uit en maken er lantaarns mee om ermee om de ‘tuin geleid te worden’ op zoek naar spoken (althans toch één griezelige figuur).
Bij het voorbereidende werk vindt Miet zowaar haar jeugd terug, Rita spoelt de resten van de bieten van de vloer weg en Lennert trekt aan het kortste eind, wat hier wil zeggen dat hij de eerste prijs krijgt voor zijn zoekwerk.
De kleinsten maken met Veerle echte kunstwerkjes (Jackson Pollock is er in vergelijking maar een prutser bij).
Chrisje leert de jongeren hoe ze een vriendschapsbandje kunnen ‘weven’ en zelfs Simon maakt na lang aarzelen een bandje.
Het duurt allemaal wat langer dan het voorziene uurtje, ‘méér moet dat niet zijn’, maar het blijft voor onze jongeren een succes en een manier om elkaar nog beter te leren kennen. Misschien wat ‘spooky Fransy’, maar daar kunnen ze wel tegen.

Vriendschapsbandjes maken.
Bieten uithollen.
Bieten uithollen
De lantaarns zijn klaar.
Wat staat er ons te wachten?
Eind goed, al goed !


Op het bovenste register van het geopende Lam Godsretabel in de Sint-Baafskathedraal te Gent zie je de drie grote troonfiguren, uiting van stralende ‘splendor’. Zij zijn verenigd in een iconografisch motief, de deïsis, de smeekbede. Rechts smeekt Johannes de Doper om erbarmen voor ons, kijkers naar het retabel. Het is díe voorloper die ons de volgende maand doorheen de advent loodst naar Kerstmis.

 

Wouter, vrijdag 1 december 2006.

afdrukbare versie