effata-logo

Kroniek van de maand mei 2010

Jarno en Ben verwelkomen ons vandaag op deze speciale dag: het is 1 mei, maar vooral omdat voor hen de plechtige communie heel belangrijk is, ze hebben er zelf voor gekozen en aan de Effatagemeenschap gevraagd met hen mee te gaan.

Dan zingt de jeugd, met Jarno als volleerde solist, ‘Het lied van het kiemende zaad’: “Geloof dan dat het zaad met zorg gestrooid, kiemen zal bij dageraad”.

Guido roept de zeven plechtige communicanten (Jarno, Ben, Heleen, Tine, Jolan, Pieter en Jolien) bij zich, voor het altaar.

Eerst geeft hij hen een woordje uitleg: het is in feite de tweede keer dat ze de hostie plechtig ontvangen. Vroeger was dat anders en viel de eerste communie op 12 jaar, maar later werd dat de eerste communie op 7 jaar en op 12 jaar de plechtige communie.

Dan moet Guido ze een en ander vragen.

Wat ze gedaan hebben met de catechisten? Ze zijn er duidelijk beduusd bij, maar herpakken zich snel! Een dagboek bijgehouden voor hun Effatapeter of -meter, niets van buiten geleerd of gestudeerd (vroeger was dat anders, merkt Guido op!), ze hebben pannenkoeken gebakken (als je christen wordt moet je dat inderdaad kunnen: een licht ironische opmerking van Guido!). Op bezoek geweest in De Pinte bij de gehandicapten, gewandeld in het bos, een home met bejaarden bezocht, geblinddoekt met een hand iets in klei gemaakt en o ja!: een rondleiding gehad in de kerk en in de ‘kleedkamer’ (wij noemen dat de sacristie, Heleen!). Gaan sterzingen voor de Damiaanactie en zo geld opgehaald voor het project.

Conclusie: als christen moet je dus niet veel weten, niet veel kennis opdoen, maar wel veel samen doen!

Maar waaraan gaan mensen zien dat de plechtige communie belangrijk was? Hoe zie je dat iemand christen is? Aan het kruisteken? Dat is wel belangrijk, dat zag je hier op Goede Vrijdag, met de kruisverering, maar toch is dat niet het belangrijkste!

Wat zegt Jezus zelf daarover? We lezen dat in het evangelie volgens Johannes, 13, 34-35: “Dat je elkaar lief hebt, dat je de liefde onder elkaar bewaart!”

Dus: niet het kruisteken, wél de liefde!

Niet de liefde van ‘I love you’ of ‘Je t’aime moi non plus’. Wel: zorg dragen voor elkaar, elkaar kunnen verdragen. Wel: als ouders je eens kwaad maken op de kinderen, omdat je ze graag ziet! Wel: wat je doet voor elkaar, het doen met een groot hart!

Elie Wiesel, een Roemeense jood van Hongaarse afkomst, die het concentratiekamp Buchenwald overleefde, en schrijver, zegde dat het tegengestelde van liefde ‘geen haat’ is, want haat is nog altijd meedoen. Hij bedoelt dat het tegengestelde van liefde onverschilligheid is, als het je niet meer kan schelen wat ze zeggen of doen! Het tegengestelde van onverschilligheid is wél bekommerd zijn, wél belangrijk vinden dat ze niet over jou moeten klagen, dat wie in de klas niet belangrijk is, toch meetelt. Opmerken, zoals kleine kinderen dat vanzelf doen, dat je met de miljoenen euro’s die aan oorlogstuigen worden uitgegeven, je álle leprapatiënten kunt genezen. Opmerken dat mensen met een andere huidskleur hier niet welkom zijn, opmerken dat mensen in de woestijn honger en dorst moeten lijden.

Het tegengestelde van onverschilligheid is liefde, ook pannenkoeken bakken vraagt inspanning!

We zijn geneigd enkel naar onszelf te kijken en daarom komen we hier samen.

Daarom stelt Guido deze vraag: “Wat vind je belangrijk om te beloven en waar geloof je in?”

Gesteund door hun Effatameter of –peter, spreken zij hun beloven en geloven uit. Beloven een goede vriend te zijn, beter te studeren, mijn steentje bij te dragen voor een betere wereld, eerlijk te zijn tegenover mezelf en de anderen, te proberen een goede christen te zijn, zorg te dragen voor de natuur, een handje te helpen met mensen met een beperking, altijd eerlijk en vriendelijk te zijn. Geloven in het positieve en de kracht van mensen, in een warme gemeenschap als Effata waar je altijd terecht kan met je problemen, in een betere wereld. Dankbaar zijn voor wat mijn ouders mij gegeven hebben.

Aan die Effatameter of Effatapeter zitten ze vast voor de rest van hun leven, dus komen die ook maar naar voor. Ze leggen de hand op de schouder van hun vertrouwend kind, een zegenend gebaar, een vraag aan God dat Hij je mag helpen om je beloften en geloof te bewaren. Ook wij zegenen hen: “De heer zegene u en Hij beware u”.

Dan is het tijd om de tafel te dekken, brood te breken voor elkaar, de wijn te delen met elkaar, eerst de plechtige communicanten, dan de ganse gemeenschap, met velen.

Weer klinkt het lied van de waterdruppel: “Help mij, ik ben maar alleen, het is veel te veel!”: jonge stemmen, oudere stemmen, piepjonge stemmen.

Chris Cl, emotioneel, spreekt in naam van de catechisten, over die zeven prachtige unieke mensenkinderen, wenst hen dat ze blijven geloven in het goede en blijven vertrouwen dat er mensen naast hen staan. Dat God hen niet loslaat, dat Hij hen draagt in zijn liefde.

Ook voor de ouders is het een speciale dag, een dag dat ze zich herinneren aan veel vriendschap en veel liefde en ook wel eens aan foute beslissingen, maar steeds met het hart op de juiste plaats.

“Laat de warmte van vandaag niet verloren gaan, laat al wat goed is voortbestaan, God in de eeuwigheid!” Wij bidden voor onze plechtige communicanten, voor alle kinderen die hun eerste of hun plechtige communie doen, voor de vrouw en de kinderen van een overleden vriend, voor de christelijke gemeenschap wereldwijd, voor alle gekwetste kinderen, voor Lea en Frans die grootouders zijn geworden van een prachtkind.

“Zegen uw mensen die hier zijn en al uw mensen waar ook ter wereld, … en geef ons vrede!”

Met het aloude zegenend gebaar van de ganse gemeenschap over de kinderen, jongvolwassenen nu, eindigt deze viering.

Of toch het deel in de kapel, want er was taart en wijn en frisdrank en vriendschap en samenzijn: Alleluja!

 

6/5. Stuurgroepvergadering: veel evalueren, de basiscursus van 19/6 voorbereiden, de grote lijnen van de Ontmoetingsdag einde juni vastleggen.

 

Uitzonderlijk is het vandaag (7/5) koorrepetitie als voorbereiding op het zingen in de kerk van de Voskenslaan voor de vormelingen van het MPIGO De Oase. We herhalen zelfs het lied over de chemicaliën (Uit vuur en ijzer, …)!

 

Foto’s kunnen een louter documentaire waarde hebben, maar ook een herinnering of zelfs de enige band met een kleinkind zijn. Dat is wat Chris VL in zijn verwelkoming op 8/5 vertelt uit zijn leven, dat hier verder gaat met herinnering aan die man van lang geleden, nu levend.

Het evangelie (Joh. 14, 22-29) is het vervolg van dat van vorige week, maar nu stelt Judas Thaddeüs de vraag die dikwijls wordt weggelaten: “Waarom vertel jij dat allemaal aan ons, een klein groepje dat je volgt en niet aan de gehele wereld?” We kunnen die vraag uitbreiden: waarom in deze uithoek van het Romeinse Rijk?

Moest Jezus nu leven, dan zou hij beroep kunnen doen op intercontinentale vluchten (als de vulkaan op IJsland niet tegenwerkt) of op Internet, Facebook of Twitter! Hij zou zijn boodschap veel beter kunnen verspreiden, de gehele wereld toespreken, alles tonen in een halve seconde.

Maar wat antwoordt Jezus? Het is feitelijk niet erg duidelijk weergegeven, bij Johannes is het dat dan ook nooit! Zijn antwoord bestaat uit verschillende lagen, maar wat we onthouden is dit: de boodschap van Jezus is niet overweldigend, niet overtuigend voor velen. De wonderen die Jezus deed, waren dat ook niet, ze waren enkel te verstaan voor wie wílde zien!

Maar waarom wil Jezus dan niet de gehele wereld veranderen? Kijk naar Jezus’ reactie op de verleidende voorstellen van de duivel in de woestijn!

Wat is de kern van Jezus’ boodschap: de liefde! En liefde kán je niet verplichten, ze is een geschenk …

Waar halen we de kracht vandaan? Jan van Ruusbroec zegt het zo: “Als je doet wat ik zeg, zal God bij jullie zijn tent opslaan, bij jullie komen wonen!” Dus geen God die dondert en bliksemt, geen God die kijkt wat we verkeerd doen, geen God buiten en boven ons. Wij moeten niet bang voor Hem zijn, want Hij zal in elke mens persoonlijk komen wonen: Hij houdt van elk van ons. Die relatie met God moeten we onderhouden, door met Hem te praten, door Hem met ons te laten praten, dan ontdekken wij de grote kracht van de weerloze machteloze liefde. Laten we God diep in onszelf, dan vinden we ook liefde.

Over relatie, liturgie, onderricht, zijn er verschillende opvattingen. Vooreerst kan je uitgaan van: “Ik doe wat ik wil, doe jij wat jij wilt!” Of anders: “Mijn opvatting is de beste en ik zoek wel mensen, die jou dwingen mijn opvattingen te volgen!” Of heel wat beter: elkaar trachten te verstaan, elkaar de vrede brengen! Dat is precies de inhoud van het laatste vers van het evangelie van vandaag! Daarom geeft God zich in gewoon brood, in gewone wijn als teken van zijn liefde.

“Wees gegroet, Maria!” want het is Meimaand! De bezinning is een tekst van Jan Luyken die leefde van 1649 tot 1712, een gebed vol vertrouwen, vol overgave, één vraag om hulp. We bidden voor een overleden broer en voor een jonge buurvrouw.

Het is een rustig weekend geworden, na al dat vieren, maar toch: het is vandaag Moederdag! In Effata wordt dat Vrouwendag, om zeker niemand te vergeten, en de mannen zorgen naar goede traditie voor een verrassing. Een zoutvaatje, zout is iets speciaals, moeders, vrouwen ook, verwijzend naar de woorden van Jezus: ‘Jullie zijn het zout der aarde!”. Een kleine kans dat wij later een pepervaatje krijgen? Alvast kennen wij nu enkele mogelijkheden om zout te gebruiken: om smaak te geven, om vocht op te nemen, om iets te bewaren, om ijs te smelten!Als extra: lekkere frietjes, gebakken door enkele ijverige mannen!

 

12/5: Vormselviering in het MPGO De Oase in de Voskenslaan. Wat cijfers: er zijn 28 vormelingen van den huize en 4 van Effata (Pieter, Tine, Heleen, Jolien), we zijn met een dertigtal koorleden, Filip en Guido inbegrepen. De kerk is volgelopen, met nog heel wat extra stoelen erbij. Zoals gebruikelijk is het nogal rumoerig, want het zijn niet allemáál regelmatige kerkgangers, hoewel het op de belangrijke momenten nog meevalt. De vormheer Luc Maes, is het hier wel gewoon, met al die buitengewone kinderen. Hij zet onmiddellijk de toon: laten we voor die kinderen bidden tot God dat Hij ze met veel liefde en zorg mag ontvangen. Hernieuwing van hun doopbeloften, naamopgave en het vormselkruis ontvangen, handoplegging (weet je nog, moeder, dat je voor het eerst dit kind in je buik voelde bewegen?), gevormd worden: “Kom bij ons o Heer!” Later de voorbeden, denken aan Sabine en Tine, danken: moeder, vader, de vormheer, het koor en zeker Guido niet vergeten, Hanne en Karen die voor de twee, spijtig genoeg afwezige, catechisten met succes en met groot enthousiasme, zijn ingesprongen. Wij worden bedankt met een bloem (een witte Kalanchoë), wíj hebben voor de vormelingen een handje met wensen meegebracht!

 

Op 15/5 komen de redemptoristen met de leken van Effata opnieuw in dialoog samen over het Clemensproject. Het is duidelijk dat er minder leken zijn: het is verlengd weekend, overal zijn er familiefeesten voor eerste of plechtige communie, en het is eindelijk wat warmer weer voor wie in de tuin wil werken! Maar er wordt nuttig en intens gewerkt, de volgende stappen naar het bekomen van de stedenbouwkundige vergunning en het akkoord van het kapittel kunnen nu gezet worden.

Later op de avond is het Effataviering, waarbij Frans de gemeenschap verwelkomt. Volgende week is het de pinksterviering, maar vandaag mogen we nog volop uitkijken naar Gods Geest.

We gaan verder met het evangelie van Johannes (Joh. 17, 20-24). Moeilijk! Maar waarom is dit zo moeilijk?

Herlees dus beste lezer de kroniek van 17/4, dan zie je dat Johannes vastgesteld heeft dat er twee manieren van ‘kerk’ zijn ontstaan zijn. Enerzijds de Petruskerk, goed georganiseerd, op Romeinse leest, met wetten en geboden, en daartegenover de Johanneskerk, ook gekend als de synodale kerk, waar men als gemeenschap samen is, waar liefde de leidraad is, waar macht niet van tel is.

Wat Johannes dus vraagt is: laat míjn kerk niet verloren gaan! Daarom verwijst hij ook naar Petrus aan wie Jezus driemaal vraagt: Hou je van mij? De liefde zal leiden! Niet de macht!

In het evangelie dat we vandaag lezen, komt dat zeer sterk naar voor, het is zowat het testament van Jezus: wij gaan toch niet uit elkaar gaan! Jullie gaan toch zorg dragen voor elkaar!

“Laten wij één zijn ”: dat is het hoofdthema van het evangelie, maar blijkbaar is dat gebed niet verhoord. De Westerse kerk kent grote macht, de Oosterse scheurde in 1054 af! Telkens kwamen er nieuwe scheuringen met als reden: wie heeft de macht. Steeds weer schuift men het woord ‘eenheid’ naar voor, maar hier stelt men ‘eenheid’ met ‘uniformiteit’ gelijk! De tendens is groot om met één woord te spreken, geen kritiek te aanvaarden, naar buiten uniformiteit te tonen, dus overal hetzelfde, zeker nu na de schandalen.

Maar zoals het verliep met de koning die alles wilde uniform maken, gaat het rijk ten onder, het is niet meer leefbaar.

Vaticanum II had dat begrepen: uniformiteit was niet meer belangrijk: gemeenschap werd weer belangrijk. Dialoog luisteren naar elkaar werd belangrijk: het woord van Jezus “Mogen allen één zijn!” Johannes werd weer begrepen: de liefde is wat telt! Gelukkig zijn wij verschillend, Poolse, Kongolese, Vlaamse mensen. Liefde is echter niet in definities te vatten: is dat omdat de liefde van God komt? En gemeenschap kunnen we maar vormen als we dat verschillend zijn aanvaarden.

Wij hebben gebeden om sterkte voor een collega wier man overleden is, gedankt voor een pasgeboren kleinkind, gebeden voor samenhorigheid en voor de novicen in het noviciaat, voor mensen die in hun pril geloof beproefd worden door de dwaasheid van anderen, en voor iemand die een zware operatie heeft doorstaan: “Til mij op uit al mijn kleinheid!”

 

‘Basiscursus geloven’ of: geloven anders bekeken, op 21/5. Op het menu staat: lijden en dood, verrijzenis en hemel.

 

Pinksteren: verwelkoming door Pieter, veel licht, samenkomen op 22/5, het klinkt zo gewoon.

Maar is het dat wel? In elk geval: de homilie was dat niet!

Het is momenteel mode aan 17-jarigen te vragen wat Pinksteren is, om dan vast te stellen dat ze het niet weten. Ooit gaf Guido godsdienstles en toen had hij daar een truc voor: hij vroeg wanneer ze vakantie hadden en legde dan uit dat die gebonden zijn aan feestdagen, aan het kerkelijk jaar.

Maar waarom vragen ze het aan 17-jarigen? Weten ze het zelf wel?

Het antwoord is dat Pinksteren het geboortefeest is van de Heilige Geest, God die kracht geeft.

Die Heilige Geest ziet Guido soms bezig in ouders die een gehandicapt kind verzorgen of die zorgen voor pubers die hen pijn doen en die toch voort doen … De wetenschap zal zeggen: dat is toch normaal, vrouwen zorgen voor hun kind, ze hebben het zolang gedragen! En waarom is er dan een aantal vrouwen, een aantal ouders, die dat niet doen?

Guido ziet Gods Geest bezig in een man die voor zijn zieke vrouw zorgt en dan de moed vindt om ze naar een verzorgingsinstelling te brengen, wetende dat hij het zelf met die beslissing moet uitvechten, dat hij verwijten van anderen zal krijgen.

Guido ziet Gods geest op honderden manieren bezig …

In de rapte heeft Mgr. Léonard de godsdienstleraars nog een veeg uit de pan gegeven, maar als diezelfde Mgr. Léonard zou antwoorden dat Pinksteren het ‘geboortefeest van de Kerk’ is, dan zou hij bij Guido gebuisd zijn!

Want die Geest is Rouach, de adem die in de neus van Adam wordt geblazen en hem mens maakt, die wind die waait waar hij wil. Als je die Geest opsluit in de Kerk, kán hij niet meer waaien waar hij wil. Pinksteren is dus het feest van God die bij mensen wil zijn.

In Handelingen 2, 1-11 lezen we hoe Lucas de neerdaling van de Heilige Geest beschrijft. Wat heeft dat te betekenen? Wat betekent het dat Gods geest bij mensen werkt?

Vooreerst: Iedereen verstaat hen in zijn eígen taal. Er is geen tolk nodig, dat dus zeker niet veranderen, niet er één taal van maken, niet allemaal gelijk worden. Gods Geest roept duidelijk op om de verscheidenheid van mensen te aanvaarden, welke cultuur ze ook hebben, welke taal ze ook spreken.

En ten tweede valt het op dat diegenen die er samen waren, állemaal, mannen én vrouwen, állemaal, dezélfde Geest kregen. Maar ze bouwen geen feestje onder elkaar: ze breken uit, ze gaan naar buiten, ze sluiten zich niet op. Ze hebben een roeping als Christenen: je niet opsluiten en zorgen dat allen, Parten en Meden, Marokkanen en Turken, dat iedereen weet dat Gods geest in hen werkt.

Die kracht die mensen uit zichzelf tilt, dat mensen zich openen, dat ze zorgen voor elkaar, dat mensen zich openen: die kracht is voldoende om het feest van Pinksteren te vieren: “Zendt Gij Uw Geest, zij worden herschapen!” Op het altaar staat een wondermooie afbeelding van die neerdaling, in eenvoudige materialen, met veel verscheidene mensen, met vurige tongen, met rode bloemen.

Wij danken mee dat Effata de kracht heeft gegeven om te aanvaarden wat zo moeilijk was, wij bidden voor enkelen van onze plechtige communicanten die vandaag worden gevormd, wij bidden voor een ernstig zieke dat ze kracht mag vinden.

Juni is op komst! Dat betekent dat op 19/6 de slotdag is van de ‘basiscursus geloven’ met film (?) en dat op 27/6 de Ontmoetingsdag is, met de langverwachte omhaling voor Haïti, voor het onmetelijke verdriet van Cindy Terasme.

 

Ik heb weer eens tijd om naar Tabor te gaan: Bernadette leidt in met als thema: zonder vertrouwen kan niemand leven. Kijk maar naar de trapezeartiesten – spectaculair omdat ze opgevangen worden in hun meest roekeloze salto’s. Ook ons leven lijkt op zo’n vliegtocht: God vangt ons op, we vertrouwen op God.

De lezing: Joh 2, 1-11, het verhaal van het water dat wijn werd op de bruiloft van Kana. Opvallend is dat Maria aan Jezus geen vraag stelt over dat tekort aan wijn, ze stelt alleen maar vast: “Ze hebben geen wijn meer”. Ze moedigt Jezus aan, maar ook de omstanders, ook ons: “ Doe maar wat hij je zal zeggen!”

Wat doen wij als wij vaststellen dat het de Kerk aan wijn ontbreekt? Oplossingen zoeken? De juiste? Of ons gewoon wenden tot Jezus en vertrouwen: Zijn tijd komt nog!

Vandaag, 25 mei is het nog steeds Mariamaand, en denken we speciaal aan die nederige, diepgelovige, deemoedige vrouw op de achtergrond. Maar een vrouw, een moeder die dichtbij is, betrokken, bereikbaar, die ons op het spoor van echt leven in de kerk zet.

Verleden zondag, op Pinksteren werd in de kerk van de Voskenslaan en in Essen meegedeeld dat het de laatste zondagsmis was, het was te verwachten, maar het deed velen pijn, denken wij aan hen. Wij hebben gebeden voor de studenten dat ze vertrouwen mogen hebben; wij hebben ook gebeden voor de mensen in ziekenhuizen.

 

Koorrepetitie op 28/5: met plezier oefenen wij een hele reeks liederen verder in. Maar het lied 8, een lied uit de 15 de eeuw, waarvan de akkoorden geen afwijkingen toelaten en die onmiddellijk als fouten klinken, vraagt wel speciale aandacht, nu juist voor Drievuldigheidszondag: “Alta Trinita beata”. Ook het vierstemmige “Zomaar een dak” (37), dat wegens ‘niet-katholiek’ in Nederland dreigt geschrapt te worden (dood en verrijzenis!), wordt opgefrist.

Met Pinksteren hebben we niet gezongen in de gevangenis. Vooreerst om praktische redenen: de gevangenisdirectie vraagt om vooraf een lijst te krijgen van de zangers die zich aan de poort zullen aanmelden. Dat vraagt wat bijkomende organisatie, maar de vraag is wel begrijpelijk, gelet op de verhoogde veiligheidseisen. Een tweede, meer principiële, zaak moest opgelost worden, in die zin dat het Effatakoor er verder voor kiest om de pastoraal in de gevangenis te ondersteunen en dus enkele andere liederen of een nieuw kyriale zal inoefenen. Aan pater Ives wordt een lijst gevraagd van liederen, waaruit wij kunnen kiezen.

 

Op 29 mei is het aan Johan om ons te verwelkomen in deze opendeurdagentijd, ook hier op de school. Het valt op dat men zoveel mogelijk volk aantrekt, dat alles zo mooi mogelijk wordt voorgesteld, en dat het één dag duurt. Maar bij Effata ben je alle dagen welkom, hier moet men de deur niet speciaal openzetten, we moeten ons niet op ons mooiste tonen, we mogen zijn wie we zijn!

Guido verrast ons met een vraag over zijn kledij: hij is in het wit, is het feest vandaag? Natuurlijk is het vandaag Drievuldigheidszondag (later komen nog Sacramentsdag en het Hoogfeest van het H. Hart), een dag waarop de meest geroutineerde predikant een plaatsvervanger zoekt voor de homilie, blijkbaar is die Drievuldigheid moeilijk uit te leggen.

Misschien met drie lucifers aan te steken en dan de drie vlammetjes tot één te laten versmelten? Of door de meest harmonieuze klank uit een orgel te toveren: Vader, Zoon en Geest? Of gewoon te zeggen dat het een mysterie is dat we moeten aanvaarden en dat ons later in het hiernamaals zal uitgelegd worden of duidelijk worden?

Ook de liturgen hebben het er moeilijk mee, want voor de Heilige Drievuldigheid vinden ze geen toepasselijke teksten. Wij nemen de eerste lezing van vandaag uit het boek Spreuken, 8 ste hoofdstuk, 22-32, over de wijsheid die spreekt over de schepping, haar vreugde vindend bij de mensen.

Het begrip ‘H. Drievuldigheid’ is ontstaan uit een discussie met de Griekse filosofen over Jezus. Hij is duidelijk mens, maar hij wordt: ‘Zoon van God’ genoemd. Dus heeft hij iets goddelijks, maar God is ondeelbaar, dus is Jezus God. Maar ook mens, dus maakte men allerlei constructies en kwamen er discussies en dikke boeken om het probleem te bespreken.

Maar geen van ons denkt nog in de terminologie van de Griekse filosofen! Guido denkt hier terug aan zijn cursussen theologie en daarin Thomas van Aquino werd geciteerd: “Quidquid recipitur, ad modum recipientis recipitur” of vrij vertaald: “Je ontvangt iets in de vorm waarin het gegoten wordt!” Wijn in een fles gegoten neemt de vorm aan van de fles, wijn in een kom gegoten neemt de vorm van de kom aan.

Sommige woorden, zoals ‘liefde’ of ‘trouw’, zijn basiswoorden en wij vormen er een eigen beeld van en dat leidt tot discussies. Ook ‘God’ is zo’n basiswoord Wij kunnen God in zijn grootheid nooit begrijpen, omdat wij God niet zijn. Wij kunnen enkel weten waar we God ontwaren, als we ons herinneren dat we naar Gods beeld en gelijkenis zijn geschapen, als we zien hoe mensen elkaar vrij maken, als we weten dat Jezus een beeld is van God. Zo ontwaren we iets van God waar mensen elkaar kracht geven, waar mensen elkaar recht houden, waar ze elkaar steunen in de sterkste storm. Dáár kun je iets van God herkennen, moeilijk, maar toch.

Vandaag vieren we dat God niet alleen Vader, Zoon, Geest is, maar alles in allen.

Tot slot hebben wij gedankt en gebeden voor de pas geboren Aäron, dat hij moge opgroeien in een gelukkige thuis.

 

Vandaag gaat in de stad van Dendermonde de Ommegang van het Ros Beiaard, met de vier Heemskinderen op zijn rug, door. Het schijnt dat die van Aalst daarom kwaad zijn, althans toch volgens het liedje … In elk geval schijnt de zon en waait er een felle wind!

 

Wouter, zondag 30 mei 2010

 

afdrukbare versie (52 kB)