![]() |
||||||||
| |
||||||||
| Kroniek
van de maand mei
2009
Gerrit verwelkomt de gemeenschap op 2 mei, gelukkig dat hij door Guido’s goede zorgen gevrijwaard kan blijven van de Mexicaanse griep, zelfs nu hij bij het binnenkomen zo veel kussen heeft gekregen. Maar ernstig nu: het is al de vierde zondag na Pasen, we lezen in het evangelie van Johannes, 10, 11-18, het verhaal van de goede herder en de schapen. Guido heeft hen gezien in het Verdronken land van Saeftinge, een idyllisch beeld, de herder bezig met zijn schapen, er goed op lettend dat ze allemaal weg zijn als het tij opkomt. Diametraal: de schapenboer in Kemmel, voor wie de schapen materiaal zijn om winst te maken, onderling verwisselbaar, er is voor hen géén plaats in zijn hart. Het klinkt misschien gek: maar wat is nu het verschil tussen een herder en een schaap? Een goede herder (2 poten!) kijkt rond, ziet de kuil, en waarschuwt, een schaap (4 poten!) ziet enkel gras, loopt met het gezicht tegen het gras aan. Een slechte herder is zoals dat schaap, hij kijkt niet rond, hij ziet enkel wat onmiddellijk bruikbaar is, hij denkt op korte termijn … Wat opvalt, is dat de goede herder áchter zijn schapen loopt, niet bezig met ‘doe dit, laat dat!’. En verbijsterd kijk ik naar mezelf: ik vergeet rond mij te kijken! Maak ik mijn leven ondergeschikt aan dat van anderen? Daarom is dit ook de zondag van de roepingen. In het algemeen betekent roeping: wat de mens moet doen vanuit zijn binnenste binnen. Binnenkerkelijk zou het dat ook moeten betekenen: mensen zoeken die voor de gemeenschap willen zorgen. Maar het beeld van roepingen is zo smal: een celibatair levende man, opgeleid tot wereldvreemde mens. Terwijl elke gemeenschap toch mensen nodig heeft die voorgaan om de moeilijke vraag ‘Wat betekent dat: “Ik geloof”?’ te helpen beantwoorden, een goede herder zijn voor gewone mensen of in goede mensen, ze toekomst geven. Het is meimaand, Mariamaand: “Wees gegroet, Maria!” We bidden voor Tom en Sylvie, nu één jaar getrouwd, voor vertrouwen in onze kerk, voor een goed verloop van de knieoperatie van Fons, voor de slachtoffers in Apeldoorn, voor een zwaar ziek nichtje, voor overledenen in de kliniek.
Stuurgroep op 7 mei: praktische regelingen voor de komende maand. Aandachtig luisteren naar het wel en wee van het Clemensproject: de voorbereidingen voor de komst van een voorlopig klooster(tje) en de besprekingen voor en achter de schermen voor het eigenlijke ontwerp.
Koorrepetitie op 8/5: vooral de liederen inoefenen die zullen gezongen worden op de vormselviering van het MPIGO De Oase in de kerk van de Voskenslaan met Ilse als dirigente.
Arne en Anne-Lotte vatten in hun verwelkoming op 9 mei, de dag van de Plechtige Communie zeer goed samen: blijdschap en hier graag zijn, een grote stap zetten, beloven maar dan wel samen en niet alleen. Chris C. legt de tekening uit die ze samen hebben gemaakt, stuk voor stuk, niet wetend wat het geheel zou worden, met de kleuren van de regenboog, zes gekke gezichten, een duif, vertrouwend dat het mooi zou worden. En het ís mooi! Het is misschien goed, nu zes jongvolwassenen, Naomi, Leen, Anne-Lotte, Arne, Theo en Zoë, hier bij ons zijn om integraal deel uit maken van de Effatagemeenschap, nog eens te overdenken wat lid zijn van die gemeenschap betekent. Je bewust gedragen als Christen, zo goed mogelijk vieren, feesten, op vakantie gaan, studeren in de Boekenclub, zorgen voor mensen die het niet zo goed hebben als wij. Maar het is een gemeenschap van mensen waar ‘een brok’ af is, waar mensen zijn die veel of heel weinig meegemaakt hebben, waar we samenkomen met die Jezus van Nazareth, zó dat we in staat zijn een stukje van de wereld ten goede te veranderen. Het evangelie (Johannes 15, 1-8) gaat over een wijngaard. Wie mee was in Kemmel en mee de wijnboer bezocht heeft, weet hoe je maar een goede wijngaard krijgt, met krachtige, diepgewortelde wijnstokken: door die wijngaard goed te verzorgen, jaar na jaar. Daar past dat beeld van de wijnstok die Jezus is en de goede ranken, ook onze gemeenschap, verbonden met Jezus, ook als het heet en dor is, zeer goed bij. Vandaag zijn hier zes jongvolwassenen, die nu een nieuwe stap doen in dat verbonden zijn met Jezus, die meer en meer vaststellen dat je kunt beslissen, stap voor stap, en dat je als je beslist het ook moet doen! Je kunt je de vraag stellen: zou ik mijn eigen weg wel gaan? Maar als je daarvoor kiest, moet je die eigen weg ook gaan. De keuze van de kinderen voor de kleuren voor de regenboog is mooi verwerkt in de kaars die ze nu krijgen en om beurten lezen ze hun geloof en hun ‘beloven’ voor. Mij valt op hoe ze zich richten tot de Effatagemeenschap, in geven en vragen. Mij valt op hoe ze verder willen werken aan wat ze hier geleerd hebben, hoe ze voor de anderen willen openstaan en hun hulp aanbieden. Uit aller naam biedt Ilse aan hen steun en hulp aan én vriendschap. Wij allen spreken de zegen van de Heer over hen uit: “Opdat zijn zegen als dauw op je mag nederdalen!” Wij danken: voor deze zes kinderen, dat ze hun speelsheid niet verliezen en dat ze mogen blijven rekenen op blijvende geborgenheid in deze gemeenschap, wij danken voor een verjaardag van 45 jaar huwelijk, en vragen om zegen voor de weg die we gaan, dat we zien waar anderen ons nodig hebben. We krijgen een aandenken: een regenboog met de zes namen, er is een ‘dankjewel’ met bloemen voor de catechisten en de peters en de meters. En natuurlijk is er receptie met de taart van de bakker maar ook taart van huisvlijt! Het is vandaag ook Vrouwendag. Het geschenk van de mannen is? De vrouwen moeten vanavond niets doen dan genieten van de avond: niet rondgaan met taart en koffie, niet afwassen, zelfs geen frigo’s bijvullen!
Tabor op 13/5: Frans en Lea droegen uit hun reis naar Taizé een lied op tekst van Dietrich Bonhoeffer mee, over vertrouwvolle overgave aan Gods liefde, over de bereidheid om door dik en dun, samen op weg te gaan. Diezelfde oproep heeft hij teruggevonden in de parabel van de wijnstok (Joh 15, 1-8) die we ook bij de Plechtige Communie hebben gelezen. Het is een verhaal vol hoop, overgeven en bekommerd zijn voor anderen, over een diepe relatie met God. Een verhaal dat ons zegt hoe God van ons houdt, dat liefde alles of niets is, dat we ons helemaal moeten geven, die misschien niet ‘veilig’ is want ze gaat boven de privé-sfeer uit, die vraagt dat we vruchten voortbrengen. Concrete daden stellen: “Bid en werk en laat uw werken bidden zijn.” Ook nu bidden we tot Maria, het is toch háár maand!
Effataviering van 16 mei: het is vandaag héél wat minder druk dan vorige week! Ook deze viering draait rond een lezing uit Johannes, de adelaar die van hoog uit de lucht alles ziet, die moeilijk te verstaan is. Maar wat als je het evangelie van Johannes niet als een ánder verhaal beschouwt, maar wel als een aanvulling, als je aanneemt dat Johannes, die als laatste schreef, niet meer wilde herhalen, maar de achterkant wilde vertellen, de drijfveren van Jezus duidelijker maken? Toen hij schreef, groepeerden mensen zich, ze gingen met elkaar om, zongen, baden, feestten, vormden gemeenschap. Petrus deed dat, zeker deed Paulus dat ook. Ze stelden een ‘stuurgroep’ aan, een raad van presbyters (priesters) en opzichters (episcopos). Ze ontdekten dat er andere groepen waren, ook een in Efeze, zonder opzichters, zonder raad van wijzen. Ze wilden er bij betrokken worden, maar die andere groep wilde geen chef, geen hoogste in rang, ze wilden niet aan iemand gehorig zijn. Ze wilden geen organisatie, geen traditie in de zin van: “Zo hebben we het altijd gedaan!” Ze wilden alleen de liefde van God en mens beleven. Het verhaal vindt je dus bij Johannes 15, 9-17: “Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt.” Als we dus week na week samenkomen, is dat niet onze plicht, maar wel een mogelijkheid om in te oefenen dat we geliefd zijn, gekozen door Hem. Zo kunnen we niet uit Gods liefde vallen, omdat we die al gekregen hebben, die liefde is ons al geschonken! Wij hebben speciaal gebeden voor pater Piet Moortgat, zopas overleden.
Op 20/5 zingen we onder leiding van Ilse en naar goede gewoonte in de kerk van de Voskenslaan voor de vormelingen van het MPIGO De Oase. Twee van onze plechtige communicanten worden hier gevormd: Leen en Anne-Lotte. Ik laat Leen hier zelf aan het woord: "Op 20 mei deed ik mijn vormsel in het MPIGO De Oase samen met Anne-Lotte.
Effataviering van 23/5: kernachtiger dan Johan het zegt, kan het niet: hier moet je jezelf niet bewijzen, hier kan je zijn zoals je bent! Maar liturgisch hangen we tussen Hemelvaart en Pinksteren. Hemelvaart waarop we de boodschap meekrijgen: “Mannen van Galilea, wat sta je daar naar de hemel te kijken”: het is geen oplossing te blijven kijken, te blijven hopen dat God het voor ons in orde zal blijven brengen! Ga terug naar uw dagelijks werk, dáár zul je hem zien! Het is natuurlijk gemakkelijker te zeggen: “Onze Jezus doet wonderen, hij weet wat wij moeten doen!” Moeilijker is het: “Hij is niet meer hier, hier zult gij hem niet meer vinden!” Johannes maakt dat in zijn eerste brief (1Joh 4, 7-16) wat duidelijker: hoe moet je verstaan dat Jezus gestorven is, begraven en ten hemel gevaren of verrezen is? Ook wij leven in een tijd van hangen en wurgen: wat ons moed gaf, valt uit onze handen zoals voor de apostelen Jezus plots weg was, ten hemel opgenomen. De heilige Clemens Maria Hofbauer, redemptorist en patroon van de hopeloze zaken, werd zopas in Wenen (hij is er de stadspatroon van), in Tasswitz in Moravië (zijn geboorteplaats) en in Krakau gevierd, want honderd jaar geleden werd hij heilig verklaard. Er was een plechtige optocht door de stad, van honderden redemptoristen, met de gemijterde hoofden als processiesluiting, in de sfeer van: we tonen dat we er zijn en dat we de moeite waard zijn, maar is dat wel zo? Maar wat zegt Johannes in zijn eerste brief? Niet: ik zal bewijzen dat wij christenen hier in deze wereld aanwezig moeten zijn, maar wel: God is daar werkzaam waar liefde is. Wel: niemand heeft God gezien, maar Hij is daar, zichtbaar, waar mensen bereid zijn terug te stappen om anderen tot voltooiing te brengen. Waar brood de moeite waard wordt omdat het gedeeld wordt, waar wijn niet dronken maakt omdat we die wijn niet voor onszelf houden maar hem delen. Wij bidden voor onze vrienden in Wittem, dat ze wegen vinden voor de toekomst, we bidden voor een overleden buurvrouw, voor mensen die getroffen worden door onmachtig verdriet of die plots zonder werk vallen en voor de slachtoffers van seksueel misbruik in Ierland.
Tabor van 27/5: twee kernen van stilte worden ons aangereikt, gericht op één helper: de evangelietekst volgens Johannes 14, 25-27 en het lied, de vertaling van het ‘Veni Creator’: ‘Kom, Schepper, Geest, daal tot ons neer’. Nadenken en bidden voor al wat leeft in ons hart, om de Trooster binnen te laten. Het klinkt goedkoop, maar de afwezigen op de Boekenclub van 28/5 hebben ongelijk. Walter vW. heeft de bespreking van het boek: ‘De marketing van God’ van Charles Schwietert goed voorbereid. Teveel vergelijkingen naar Effata? Maar we lezen toch boeken om er iets uit bij te leren, Teveel ‘marketing’? Ja, maar het is toch een benadering zoals een ander! Te weinig rekening gehouden met het specifieke van ‘de Kerk’ namelijk dat ze Jezus’ werk verder zet, of zich beroept op de inspiratie van de Geest? Ja, maar dat zal wel een gevolg zijn van de eenzijdige benadering vanuit het standpunt ‘marketing’. Te weinig deugdelijke conclusies? Ja, en ze zijn nog vaag ook! Iets bijgeleerd? Ja, hoe die structuur in elkaar zit en dat we veel, heel veel geduld zullen moeten hebben!
Ludwin inspireert zich voor zijn verwelkoming in de Effataviering van 30/5 uiteraard op het prachtige weer en op het Pinksterverhaal: “Al wat kruipt en nog kan gaan is op straat, maar de apostelen zitten in zak en as en zijn bang …” Vandaag is het einde van de paastijd, nu is het Pinksteren. Maar als je het zou vragen aan de mensen waar Ludwin het over had, of aan al die duizenden, pas gevormde, jonge mensen, wat ‘Pinksteren’ betekent, welk antwoord zou je krijgen? Heeft dat iets te maken met het feit dat Pinksteren niet meer met het leven van de mensen te maken heeft? Keren we terug bij het verhaal: is dat létterlijk allemaal zo gebeurd? Alle evangelisten hebben toch een eigen verhaal over die gebeurtenissen? Wij luisteren naar het verhaal uit de Handelingen van de apostelen, opgeschreven door de apostel Lucas, zoals Nico ter Linden het vertelt. Eén zaak wordt duidelijk: het enthousiasme van ‘allen’, letterlijk: ‘in God ‘ zijn, vervuld zijn van Gods Geest, niet zo gemakkelijk, en zeker niet elkáár enthousiast maken. Maar waarom haalt Lucas aan dat sommigen denken dat ze dronken zijn? Misschien is dit een verwijzing naar de profeet Jesaja, die zich 500 jaar vroeger boos had gemaakt op de profeten die wartaal spraken, zie maar hoe velen nu nog denken dat je in trance moet zijn om dichter bij God te komen. Of luister naar Paulus, die vindt dat het niet goed is als men wartaal spreekt, vandaar zijn vrouwonvriendelijk imago … Wij bidden voor collega’s op het werk, voor mensen met gezondheidsproblemen. Wij bidden voor Guido die morgen vertrekt voor een lange ‘inspiratietocht’ naar Italië.
Zingen in gevangenis op 31/5, Pinksteren. Annette en Ignace maken voor jullie deze kroniek, want ikzelf ben afwezig: Plechtige Communiefeest voor mijn kleindochter Ruth. De tenoren hebben extra hun best moeten doen, want ze waren slechts met drie! ‘De nieuwe voorganger, pater Yves Demey, heeft na een hartelijke verwelkoming vooral benadrukt dat onze God zijn belofte waarmaakt: Hij laat ons niet verweesd achter, Zijn Geest is met ons als we ons ellendig voelen, in de steek gelaten of moedeloos. Hij geeft ons kracht, hoop en visie, en dat is geen loze belofte. Pater Yves trok ook een parallel tussen de apostelen die als een bende bangeriken bij elkaar zaten enerzijds en mensen die nu het gevoel hebben in dit leven mislukt te zijn anderzijds. De geest van God bevrijdt ons van dat verlammende. God geeft ons zijn geest van vrede, die ons in staat stelt te beminnen op een bevrijdende manier. Pater Yves heeft doorheen de ganse viering alle gevangenen zoveel mogelijk willen raken en schakelde regelmatig en moeiteloos over van het Nederlands naar het Frans en het Engels.’
De maand eindigt op deze zonnige Pinksteren: Zalige Hoogdag!
Wouter, maandag 1 juni 2009.
|
||||||||