![]() |
||||||||
| |
||||||||
| Kroniek
van de maand mei
2008
Naar mijn weten is de viering op 2 mei 2008 een unicum in de geschiedenis van Effata in deze kapel: er wordt getrouwd! En niet zo maar het eerste het beste huwelijk, neen, het zijn Sylvie en Tom die trouwen. In deze kapel, want in deze gemeenschap hebben ze elkaar leren kennen. Ook bij Effata is trouwen geen eenvoudige bezigheid maar ze worden gedragen door heel veel mensen, familie, vrienden, door de ganse Effatagemeenschap. Een viering om nooit te vergeten, feestelijk en toch eenvoudig, gespannen als een boog en toch rustig, gedacht vanuit hun eigen sociale bewogenheid en grote zorg voor wie het op een of andere manier met minder moet stellen. Het verhaal van Gerlinde over de soepsteen maakt wel duidelijk dat samenleven een werk is van velen die samenwerken, samen denken, aan anderen denken, niet bang zijn voor de toekomst, maar ook van wat fantasie, want dromen, wat ’lichtgelovig’ zijn. Die ‘soepsteen’ is misschien wel het mooiste geschenk dat Sylvie en Tom vandaag gekregen hebben … Ook uit hun keuze van het evangelie (Matteüs 25, 31-46) blijkt hun zorg voor de geringsten onzer broeders en de hulpelozen. Daar moet Guido niet veel aan toevoegen, enkel een wens dat ze de middenweg mogen vinden, verwijzend naar het verhaal van de twee stekelvarkens die warmte zochten bij elkaar, dat ze warmte delen met elkaar en zo weinig mogelijk ‘steken’. Dan trouwen ze elkaar, geven elkaar een ring, worden gezegend, ook de huwelijkskaars is er tijdig en wij zingen: ‘Sharing’, het lied over delen en twijfelen, over vrolijkheid en ernst, over verzoening met elkaar en met God. Wij bidden uit dank voor de ouders van Sylvie en Tom en voor hen beiden, dat ze elkaar diep gelukkig mogen maken en dat geluk uitdragen rondom hen, bij hen voor wie zij zich inzetten. Er wordt heel wat gedankt en gelukgewenst, een receptie mét huwelijkswals onder begeleiding van Bart en Els hoort er natuurlijk ook bij, en de zon schijnt op de ijsroomkar!
Ze staan er wat beduusd bij te kijken, onze plechtige communicanten, vermoedelijk een beetje overdonderd door al die belangstelling op de viering met plechtige communie op 3 mei. Ine, Simon, Hannah, Freya en heel de gemeenschap worden verwelkomd door Jonas en Simon, die deze dag voor hen als een stap naar groot worden hebben ervaren. De vier spreken over hun voorbereiding naar deze dag toe, over de naamopgave, over het samen zingen, over beloften doen, over stenen verzamelen, over zelf meer en meer mogen beslissen. Guido maakt het hen nog wat duidelijker: christen zijn is iets speciaals doen zoals in het evangelie van vandaag wordt verteld. Dat evangelie is de Bergrede uit Matteüs, hoofdstuk 5, verteld door Nico ter Linden: praat harde woorden uit, oordeel niet te snel, heb je naaste lief, begrijp dat je vijand ook een kind van God is, beantwoord geweld niet met geweld. Maar van kinderen wordt verwacht dat ze van binnen sterk wórden, om later sterk te zíjn, dat ze ervaring opdoen met de mensen om hen heen om sterker en sterker te worden. Ine wil haar geloof uitdragen, voor Freya is God de zon die warmte en liefde geeft, Simon belooft een vriend te zijn en de wereld een beetje beter te maken, Hannah wil minder geruzie en bijeen te zijn in goede en slechte dagen. Het kinderkoor zingt, Hannah en Freya zingen solo, Ine speelt op haar dwarsfluit. Bernadette vertelt het verhaal over de wijze man die een pot vult met grote stenen, kiezel, zand, water. Een wijze les: begin eerst met het belangrijkste, met de grote stenen, bijvoorbeeld je opleiding. Ook Roze-Anne, hees van spanning, spreekt over stenen: laat elkaar niet los in moeilijke momenten, heb geduld, geef elkaar ruimte, heb vreugde en plezier in wat je onderneemt, maak tijd voor geloof en vertrouw! Wij wensen dat ze ‘steengoede’ mensen worden, wij danken met de plechtige communicanten mee Guido voor het voorgaan, de ouders, de catechisten, Sylvie voor zang en begeleiding, de peters en meters. Wij danken voor de Effatagemeenschap, voor al de mensen die met geduld, warmte en liefde de kinderen hebben begeleid, wij bidden voor een overgrootmoeder die overleden is. Dan is er tijd voor geschenken, de kaars die hen op het altaar heeft begeleid, een nieuwe kaars met de bloem erbij, een bijbel voor jongeren met handtekening van velen, een bokaal vol stenen (een hart, een ster, een zelfgemaakte vorm), kiezel en zand, maar vooral al wat vanbinnen zit, al wat ze hebben meegekregen om er verder over na te denken. De afsluitende zegenbede ‘Gij, levende, eerste en laatste’ krijgt vandaag een nieuwe betekenis: “Zegen vooral deze kinderen, wier feest het is!”. En uiteraard is het feest met receptie, een welverdiende dank voor al wie meehielp aan deze viering, ‘met humor’ zoals Arne zegt.
Tabor van 7/5 is de eerste van deze meimaand en daar bouwt Chris C. haar bedenkingen over Maria’s loflied (dat ze liever hoort dan ‘Magnificat’, omdat het een vreemd woord is) rond. De lezing komt uit Lucas (1, 39-56), het verhaal van het bezoek van Maria aan Elizabeth. Ze vat dat streven naar dienstbaarheid heel ernstig op, je kunt dat omzetten door eerlijk te zijn, wat dikwijls beter is dan zwijgen, door uit te dragen welke geloof en kracht je put uit dienstbaar zijn in gemeenschap, in de Effatagemeenschap. We bidden voor kracht en moed om geloof uit te dragen, voor mensen die het er moeilijk mee hebben om zich open te stellen voor genade, we bidden voor Zuster Andrea en voor Blanche.
De stuurgroepvergadering op 8/5 is grotendeels gewijd aan de voorbereiding van de ontmoetingsdag en een terugblik op de voorbije vieringen.
Koorrepetitie op 9/5: ‘An Old Irish Blessing’ krijgt vorm. De bedoeling is van het lied zonder partituur in de hand te kunnen zingen bij de eerstvolgende gelegenheid: een echte uitdaging!
Pinksterfeest op 10 mei, Vrouwendag, terugkomdag voor wie naar Bangladesh trok met de Damiaanactie, gemeenschapsviering: redenen genoeg voor Chris om ons allemaal welkom te heten en deze dag opnieuw als een lichtpunt te zien. Maar hoe zit het met dat Pinksterverhaal? Heeft het iets te maken met de manier waarop wij, mensen, de wereld zien vanuit slechts één gezichtshoek, met ónze bril? Hadden de bijbelse schrijvers ook hún bril op toen ze in de midrasj, de commentaar op een deel van de thora interpreteerden? Hoe moeten we dat verhaal van die geweldige windvlaag, die tongen van vuur, de Geest van God die over het water dreef, hoe moeten we ons al die grootse dingen voorstellen? Of mogen we er van uitgaan dat hier toch eenvoudige dingen aan gang zijn, eenvoudige dingen die wat moeilijk worden voorgesteld. Dat het hier niet gaat om een grondige verandering, vormen is dat ook niet, maar wel een oproep, een opdracht om kleine dingen te doen, de kapel kuisen, de afwas beginnen doen, tonen door concrete daden dat Gods Geest werkt, meer dan door woorden. In staat te zijn te vergeven, te aanvaarden dat iemand de zaken anders kan zien en dan ook anders handelt. Want zoveel talen spreken zou toch wel eens kunnen wijzen op overdaad aan zoete wijn! (lees Handelingen hoofdstuk 2) Wij bidden voor al die onschuldige slachtoffers in Myanmar, voor een overledene. Wij danken voor Fiebe die geboren is in het gezin van Bart en Lieve en bidden voor de reddende aanwezigheid van God onder ons waarvan wij mogen getuigen. Het is ook Vrouwendag, de dag waarop wij mannen alle vrouwen en uiteraard dus ook de moeders eren, dit jaar met wierookstaafjes uit Nepal, door vlijtige vrouwenhanden (!) samengebonden. De kramiek en het suikerbrood smaken nog eens zo lekker!
Voor Tabor op 14/5 heeft Nicole als leidraad een tekst van Kardinaal Suenens over ‘de suggesties van de Geest’ gekozen. Die tekst leert ons waarom het feest van Pinksteren zo betrouwbaar is: het beliegt de mensen niet. Het confronteert ons met de waarheid, het zal dus nooit een populair feest worden. Maar alleen de waarheid geneest, en de Geest is zo delicaat, dat hij die waarheid niet opdringt. Hij dringt wel aan, op zoek naar de oprechtheid van de mensen.
Weer zijn we samen, verwelkomd door Bernadette op 17/5, om te luisteren naar bemoedigende woorden. Kernvraag van vandaag is de volgende: “Wat zeg ik als ik zeg dat ik in God geloof”? Voor sommigen is dat eenvoudig: kijk naar het Credo of het symbolum van het geloof. Maar is het zo eenvoudig: kijk naar de zeer intense ervaring van het Joodse volk met deze vraag. Mozes stelde zich ook die vraag, hij klom er voor op een hoge berg, “Hoe kan ik dat uitleggen?” Als hij na veertig dagen terugkwam met de Tien Woorden, moest hij vaststellen dat het volk, het wachten moe, een eigen god, een gouden kalf, een teken van vruchtbaarheid in de woestijn, had gemaakt. Hij gooit de stenen tafelen met Gods woorden aan stukken en laat het gouden kalf verbrijzelen. Mozes gaat terug de berg op en spreekt weer tot God: “Strijk toch uw hand over uw hart en vergeef het volk zijn zonden!”. Hij stelt God zelfs voor de keuze: “Of u vergeeft de Israëlieten het kwaad dat zij bedereven, of u schrapt mijn naam uit het boek dat gij geschreven hebt!” God zelf wil niet met ons meegaan, hij laat zijn engel voor ons uitgaan. Mozes dringt aan en God beslist: Hij gaat mee. Maar voor Mozes is het nog niet genoeg: hij wil Gods heerlijkheid zien, hij denkt aan die achterkant van een tapijt waar je uit de wirwar van knopen en draden het eigenlijke tapijt niet kunt voorstellen. Dat had Mozes niet moeten vragen. Maar God is vriendelijk en zoekt een oplossing: “Je zult me zien als ik ben voorbijgegaan, want geen sterveling kan Gods heerlijkheid zien, maar als je me zo hebt gezien heb je voorlopig genoeg gezien!” Niemand heeft dus ooit God gezien, vandaar dat er zoveel woorden zijn om Hem te beschrijven. Een liefhebbende, vergevende vader, een barmhartige vader, iemand die moed geeft als we ons verzetten tegen onrecht, iemand die met ons meeleeft bij rouw, bij samen zingen, bij trouwen, bij dopen, bij vieren. Maar gelukkig hij die kan zeggen: “Ik heb Hem voorbij zien gaan!”, of dat nu de Vader, de Zoon of de Geest was. “Draag mij God in barmhartigheid” : wij bidden voor al wat er in de stilte in ons leefde, wij vragen dat God met ons mee wil gaan, zelfs als hij het moeilijk heeft met onze beslissingen, wij bidden om zijn aanwezigheid bij wie uitziet naar iemand die naast hen komt staan. Ik dank om Yves en Nele, die hier vandaag waren en wellicht die aanwezigheid hebben gevoeld.
De wereld wat omkeren, een ander verhaal, eerst geloven, in het duister stappen, en dan een liefdevolle persoon zien die zegt: “Spring maar, vertrouw me!” Frans koos voor Tabor op 21/5 het verhaal van Maria van Magdala die Jezus herkent aan het open graf (Johannes 20, 11-18). Eerst huilt ze, mist ze hem, haar wereld is ingestort. Eerst ziet ze maar twee ‘engelen’ en de tuinman, dan komt de herkenning: “Rabboeni!”. Maar die ‘leraar’ vraagt: “Houd mij niet vast, ik ben niet het einddoel, mijn werk is niet af. Ik moet nog terug naar mijn Vader en vertel dat alles aan mijn broeders!”. Wij zijn ‘broeders’ geworden, wij zijn geen ‘leerlingen’ meer. Vraag is: doen we iets met die uitnodiging? Geloven we vóór we zien? Wij bidden om kracht bij twijfel en angst, wij bidden om doorzettingsvermogen voor de studerenden, wij zijn ontroerd bij zoveel verdriet in Myanmar en in China, wij bidden voor wie er vanavond niet bij kon zijn.
In de Boekenclub van 22/5 bespreken we het boek ‘Levenslessen van een abt’ van Christopher Jamison, abt van de benedictijnerabdij van Worth (GB). Als onderwerp van het gesprek hebben we het boek, twee vraaggesprekken, de voorbereidende vragen van Bernadette en daar bovenop het tv-programma The Monastery (BBC 2) voor wie het gezien heeft. Hier is iemand aan het woord die de wereld kent, niet wereldvreemd is, die de Regel van Benediktus overloopt en duidelijk maakt, maar die ook aantoont dat die regel geldt voor elke gemeenschap. Dan is de vraag: “Wat doe je met dat boek naar Effata toe?” heel redelijk, minder eenvoudig te beantwoorden en nog minder eenvoudig toe te passen. Kern van de zaak is: rituelen zijn gemeenschapsbevorderend: samen vieren, samen koffie drinken, het gevoel hebben: “Hier mag ik dat zeggen …”. Minder eenvoudig is de houding aan te leren om dat te doen, daarvoor is respect en eerlijkheid vereist, en daar moet je aan werken …dus het boek is een goede weg, een school van geloof. Lees het boek opnieuw en opnieuw!
In de koorrepetitie van 23/5 blijkt het partituurvrij zingen van ‘An Old Irish Blessing’ nog steeds een utopie te zijn, daarvoor is de melodie per stem nog niet genoeg gekend en zitten er teveel addertjes onder het gras. Maar: het komt goed!
Met een giraffe in de achtergrond en een rij stoelen, versierd met feestelijke lintjes, klaar voor de eerste communie van een vijftal kinderen van het BLO Sint Jozef, vooraan in de kapel, verwelkomt Johan ons voor de Effataviering van 24/5. Wij, mensen, zijn zeer bezorgd om alles goed in handen te houden, om ons af te schermen voor onverwachte dingen, om al het nodige bij ons te hebben, om niets te vergeten als wij op reis gaan. Lezen we daarover in het evangelie van Matteüs, wat Jezus hierover zegde (Matteüs 6, 19-34): “Er zijn mensen die als ze rijk zijn, en rijker, en heel rijk, nog steeds niet tevreden zijn, maar eigenlijk zijn het arme mensen. Wees dus liever te gul dan te gierig!” Jezus zei ook: “Denk niet dat je twee goden kunt dienen: God én het geld. Denk niet dat je twee heren kunt dienen: de waarheid én de leugen. Maak je niet druk om lekker eten en mooie kleren, kijk naar de vogels in de lucht en de lelies in het gras! Wees dus niet zo bezorgd: zonde van je tijd en zonde van je leven.” Is Jezus een wereldvreemde utopist? Hij zal toch wel geweten hebben dat vogels hun nest strootje per strootje opbouwen en dat die lelies niet zonder een bol en wortels konden leven. Jezus zegt alleen: maak je daar niet voortdurend zo bezorgd over, wees bewust van wat je doet, luister naar andere mensen, keer terug naar een deugdvolle tijd, neem alleen mee op reis wat je echt nodig hebt én enkele boeken om te lezen nu je tijd hebt! Wij bidden en danken: om bemoediging tot Onze-Lieve-Vrouw, voor wie alleen in het leven staan, voor iemand die ziek is, voor moeders die zorgen voor de dagelijkse dingen, om toekomst voor jonge mensen die uit het leven willen stappen, voor overledenen. Wij bidden en houden ons vast aan Zijn belofte, zelfs als wij denken dat wij ons hele leven in handen hebben … In stilte bidden we voor de redemptoristen, volgende week in kapittel verenigd in Zenderen (Ned) en vooral voor Guido, dat ze de juiste beslissingen mogen nemen.
Wij waren niet op de viering van 31/5 omwille van het Lentefeest van een van de kleinkinderen, dus kan ik zelf geen kroniek schrijven. Wellicht komt die, met wat hulp, er nog bij in de kronieken van de volgende maand. Wat ik wel weet is dat Guido herkozen is als bestuurslid in de Sint-Clemensprovincie, een blijk van vertrouwen, maar tevens een zware opdracht, die het bestuur echter in staat moet stellen de gegeven opdrachten volledig uit te voeren en tot een goed einde te brengen.
Wouter, vrijdag 1 juni 2007
|
||||||||