|
|
|
|
Kroniek
van de maand mei
2007
De stuurgroep vergadert op 3/5. De familievakantie naar Voeren wordt zeer goed bevonden.
Het aandenken aan de vastenactie, een idee van Chrisje, door al die sterke vrouwen uitgewerkt,
en het resultaat van de vastenactie zelf, waren uitstekend.
Wat het Sint-Clemensproject aangaat zal de stuurgroep zich schriftelijk tot de pastorale commissie richten om de principiële en actieve medewerking van Effata aan het project te bevestigen en te benadrukken dat Effata daar opnieuw het nodige vrijwilligerswerk zal doen.
Op 5 mei is er heel veel ‘schoon’ volk in de kapel, ouders, grootouders, broers en zussen van onze vier plechtige communicanten, Robin, Magali, Lennert en Ben. Zij verwelkomen ons en leggen er meteen de nadruk op dat ze nu zelf willen kiezen om de weg van Jezus te volgen. Dat ze geroepen zijn, een ‘roeping’ hebben is hen niet zo duidelijk, maar Guido legt het hen nog maar eens geduldig uit: geroepen ben je als mensen je nodig hebben, als God ons nodig heeft om iets te doen, als je doet wat Jezus van ons vraagt. Dat blijkt uit het evangelie: “Ik geef jullie een nieuw gebod: hebt elkander lief!” Het klinkt eenvoudig maar soms is het ook lastig, niet ‘lief zijn’, maar zorg dragen voor elkaar, ook als je elkaar niet zo goed verstaat. Alle vier drukken ze met hun woorden uit wat ze geloven, samengevat beloven ze in de geest van Effata te leven: dat is al een voldoend moeilijke opgave! Samen zingen ze ook een lied: “Laat ons God, een lichtpunt wezen …” begeleid door Filip, Sylvie, Ine en Arnout. Ze krijgen als herinnering aan hun doopsel een nieuwe doopkaars, en aan deze dag een bijbel waarin alle aanwezigen hun beste wens, verwoord door Chrisje en Els: “Open je hart voor anderen, bid tegen haat en leed”, uitdrukken. Wij bidden voor onze plechtige communicanten, we zegenen ze en leggen ze de handen op, we wensen ze goede reis, dapperheid, scherpzinnigheid, veel vreugde en weinig tranen: dat God ze beware! We bidden voor grootouders die van ons heengingen, danken voor wat we hier in Effata mogen meemaken, voor de catechisten, bidden om ruimte voor al het goede dat God geschapen heeft.
Er is een aandenken en natuurlijk een receptie met taart en wat er bij behoort, anders was dit Effata niet!
Koorrepetitie op 11/5 met Ilse, Guido is ergens in Würzburg (D). We leren een nieuw, helemaal niet gemakkelijk, lied: het ‘lijflied’ van Effata ‘Wie zijn leven niet wil geven, niet wil delen met zovelen.’.
Terecht herinnert Annette op 12/5 aan het gebed voor de plechtige communicanten dat vader Lieven vorige week heeft uitgesproken en dat zó toepasselijk is op elk van ons: dat God ons beware!
Het evangelie van Johannes (14, 23-29) gaat voort in dezelfde trant: “Wie mij niet liefheeft, onderhoudt mijn woorden niet.” Voor ons zijn de drie andere evangelies zakelijker, er zit meer systeem in, we voelen ons er goed bij. Het evangelie van Johannes is meer wat voor oosterse kerken, zoals Efeze, waar kleine christelijke gemeenschappen bestonden. Als ze contact kregen met elkaar ontstond er verwarring: de een had de goede boodschap gekregen van Paulus, de andere van Johannes, die misschien de geliefde leerling van Jezus was, de een kreeg kennis van een structuur met ambten, de andere kreeg een boodschap van liefde in gemeenschap. Wie zou het best gelijk krijgen: geen van beiden natuurlijk, beide visies zijn goed. Maar heeft Jezus zelf - enkele weken geleden lazen we die tekst – niet gevraagd: “Petrus, heb je mij lief?” De kern van het christendom is dus duidelijk: mensen hebben liefde voor elkaar, liefde die uit God komt en die liefde komt uit een diepe kracht, het geloof. Daardoor mag je, zoals Johannes zegt, als mens recht voor God staan. God zoeken, ook als die leeft in de mens, als in een diepe put, zoals Etty Hillesum, die door haar zoektocht in 1943 via Westerbork in Auschwitz in de gaskamer terechtkwam, zegt. Geloven is dan: als mensen dat ongelooflijke meemaken, dat God ons helpt. Het is geen kwestie van gelijk krijgen, niet van elkaar verketteren omdat men geloof anders uit: Johannes zou zich ergeren aan een dergelijke toestand!
Het is heel eenvoudig: wij moeten, wij mogen elkaar liefhebben.
Het is meimaand, Mariamaand. Verleden jaar gaven we een icoon als geschenk, uit dankbaarheid aan de Broeders op het 100/10/1 feest. Ine steekt, eerst een beetje verwonderd, drie kaarsen aan voor die icoon van onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand, die sinds kort achteraan in de kapel een ereplaats heeft gekregen. “Wees gegroet Maria”, zingen wij, wetend dat als we tot de Moeder spreken, de zoon zal luisteren.
Wij bidden voor Broeder Maurits die herstellend is van een zware operatie, voor Paul, op reis gestorven en voor onze vrienden in de verte.
Het is ook Vrouwendag, feest voor de vrouwen, de sterke vrouwen van Effata: de mannen danken hen om hun veerkracht, om zich steeds weer in te zetten tegen onderdrukking, met een stalen veer en met vriendelijke, prijzende woorden.
En het is Gevi, dus zijn er boterhammen met koffie en chocolademelk!
Op 16 mei zingt het Effatakoor naar jaarlijkse gewoonte, als vriendelijk gebaar, in de vormselviering van het MPI (Medisch Pedagogisch Instituut) voor buitengewoon basisonderwijs ‘De Oase’. Die viering gaat door in de redemptoristenkerk van de Voskenslaan, het is weer een beetje ‘thuiskomen’. Vormheer Luc Maes heeft samen met de leraressen de kinderen goed voorbereid: met Robin van de Effatagemeenschap erbij, zijn ze met zeventien. Deze voorbereiding geeft, samen met de viering aan vele familieleden een andere verfrissende kijk op geloven: er is niet dat moraliserende vingertje. Voor Guido is het een speciale inspanning en dat wordt terdege geapprecieerd: “We weten dat de Geest waait waar hij wil, maar liefst jou niet te ver van ons weg.” Zo voelen wij het óók aan. De handoplegging: een duwtje in de rug, een gebaar van troost bij verdriet, een aanmoediging omdat je iets goed gedaan hebt, een gebaar van instemming en aanvaarding van de gehele gemeenschap. Het vormsel: wij letten natuurlijk speciaal op Robin met ‘meter’ Miet (Kijk naar de foto’s in het fotoalbum, dan zie je een stralende Miet!). Wellicht begrijpen de gevormde kinderen het niet helemaal, maar als wij zingen: ‘waar troost en vergeving is, waar kinderen helder en jong zijn’, dan is dat een wens uit het diepst van ons hart.
Mieke is vandaag, 19 mei, op bezoek geweest bij haar grootmoeder van 95 jaar, een sterke vrouw zoals heel veel vrouwen en vraagt de kinderen om voor die vrouwen de kaarsen te helpen aansteken. Onze gasten zijn er niet: die zijn naar de nationale Special Olympics in Nijvel, waar ze trachten veel medailles te winnen: een herinneringsmedaille hebben ze al zeker!
Wij lezen op de zondag tussen Hemelvaartsdag en Pinksteren verder uit het evangelie volgens Johannes (17, 20-26). Jezus weet dat hij voor zijn dood staat, hij vecht met de wereld rondom hem en met zijn dood. Het is een heel moeilijke tekst waarin Jezus bidt voor de gelovigen. Met het verhaal over Marlies die in het dagcentrum woont, maakt Guido duidelijk dat elk verhaal méér dan een kant heeft: het is het verhaal van de vader van Marlies die haar voor geen geld zou willen missen en zich alleen maar afvraagt wie er na hen voor haar zullen zorgen, het verhaal van haar moeder die vindt dat ze als moeder tekort gekomen is, van Birgit die in het dagcentrum werkt en die weet dat Marlies zo graag danst en van Marlies zelf die echt graag danst en die hoopt dat haar moeder niet verongelukt. Dat is ook het essentiële van het gebed van Jezus voor ons: “Ik wil voor mijn mensen zorgen, maar ik moet ook durven hun lot in Gods handen leggen.” Dat is het wat Johannes ons wil duidelijk maken: Jezus blijft bij ons ook als hij niet meer tastbaar is. Vertrouw je toe aan een God die van alle tijden is.
Bij de communie zijn er vier kinderen die hun eerste communie hebben gedaan: ze gaan wat onwennig vooraan staan, Niek houdt zelfs niet van al die aandacht!
Wij danken voor de mooie eerste communieviering in de parochie, bidden voor onze studenten, voor onze plechtige communicanten die gevormd worden en voor onze gasten die naar de SpecialOlympics zijn.
De bezinning heeft mij sterk geraakt: “Wie toegewijd voor mensen leeft, oogst vrede, sterker dan zijn dromen”.
Voor de Tabor van 23/5 springt Chris in voor Nicole. Onderwerp is Johannes 15, 9-17, waar Jezus spreekt over de liefde die niet groter kan zijn dan als men zijn leven geeft voor zijn vrienden. In zijn liefde blijven? Ja, als je iets weggeeft, als je elkaar verdraagt, als je elkaar dient: dat is je leven geven voor je vrienden. Dat is niet vanzelfsprekend, daarom moeten we terugkeren tot de bron, naar een nieuw vermoeden wie God voor ons is. In deze pinksternovene denken we eraan hoe deze tijd voor Roeach zo belangrijk was, we vragen dat we zouden openstaan voor wie we ontmoeten, we bidden voor zieken die angstig wachten op de uitslag van onderzoek, we bidden dat Mimi gelukkig zou worden in haar nieuwe woning en danken voor al die keren dat we liefdevolle mensen hebben ontmoet op onze weg.
De koorrepetitie van 25/5 staat natuurlijk in het licht van de voorbereiding van Pinksteren.
Het Marialied (83) klinkt wel eigenaardig met klavecimbelbegeleiding maar ‘Alles wacht op U’, ‘Hoe ver is de nacht’ en ‘Wie zijn leven niet wil geven’ brengen ons weer in de juiste repetitiesfeer.
De Effataviering op 26/5 is onze Pinksterviering. Elien verwelkomt ons met een klein hartje door de examenstress.
‘Alles wacht op U vol hoop’ zingen we, een beetje zoals de apostelen die volgens Handelingen 2, 1-11, zich verborgen hielden in de bovenzaal waar ze verbleven.
Wat voor ons Pinksteren is, is voor de joden Sjavoeot, het Wekenfeest omdat het ongeveer zeven weken na Pasen valt. Het is een soort landbouwfeest, een feest voor de vreugde van de nieuwe vijgen, dadels, vruchten allerhande. Het werd gevierd met veel kleur en zeker met een bezoek aan de tempel in Jeruzalem. Maar het is ook het dankfeest omdat de joden van God de Thora kregen en … om zeker niet opnieuw in slaap te vallen, maken de kinderen veel lawaai en blijft men de ganse nacht waken in de synagoge. Vraag: zouden wij bij Effata ook niet eens Pinksteren op die manier moeten vieren?
Kortom, het was overal feest die dag, behalve bij de apostelen die veilig weggedoken waren, maar plots kregen ze de plicht mee te vieren, om naar buiten te komen.
Waren vroeger de vieringen plechtiger zoals sommigen denken? Neen, want met Pinksteren was het het feest van Gods Geest: men maakte een gat in het plafond en men liet een houten duif rondvliegen in de kerk, men strooide rozenblaadjes als vurige tongen naar beneden, men imiteerde dat vurige met gensters uit brandende stukjes touw, misdienaars mochten lawaai maken, levende duiven vlogen rond met kleurige linten aan de poten.
Pinksteren was toen nog niet georganiseerd: wie er mag komen of niet, wie mag verdienen of niet of wie er in onze samenleving bij mag. Met Pinksteren vielen er rozenblaadjes over alle mensen, Parthen, Meden, christenen, islamieten, boeddhisten, armen en hoge prelaten. Pinksteren is dus een ‘gevaarlijk’ feest: alle zekerheden zijn onder onze voeten weg, iedereen is uitgenodigd, ook de zeur of de prelaat, ook wie een andere taal spreekt.
De apostelen, wij, zaten bij elkaar, deuren en vensters gesloten, buiten was er veel lawaai, iedereen gaat naar buiten voor het feest van de Geest. Wij worden ‘geestige’ mensen, ook al zijn er velen wier levenspad niet over rozen loopt, er gaat een kracht van uit waar wij allen beter van worden.
Wij bidden voor Mimi, thuiskomend in haar nieuw appartement, voor Mia die pastor wordt in Mariaheem in Beerlegem, voor mensen die de moed hebben om hun kind te laten dopen, voor de jonge gevormden, voor een opa die geopereerd is, voor eerlijkheid in de sportwereld.
Wij bidden voor de Geest van Jezus, die in beweging brengt wat was stilgevallen.
Wie denkt dat Pinksteren daarmee bij Effata voorbij is, heeft het verkeerd voor want op Pinksteren zingen we in de gevangenis de viering voor een grote groep gevangenen. De aalmoezenier Stanny is er niet, want het is vormsel in zijn eigen parochie in Afsnee en dus draagt Guido de volledige last voor viering en koor.
In deze zaal, zegt Guido in zijn homilie, zíe je Pinksteren binnenkomen: alle talen, alle volken zijn er. Hoe komt het dat we al die talen hebben? Omdat we blijkbaar niet naar elkaar luisterden en macht wilden krijgen over JHWH en de wereld (Boek van de Schepping). Ook hier is het Pinksteren, de apostelen zitten vrijwillig opgesloten, ze zijn bang want ze zijn ook met de dood bedreigd. Ze bidden, en dat is niet zo simpel, je moet in jezelf terugkomen, je moet vragen voor anderen, problemen worden er niet door opgelost. Wie schreef: “Bidden is luisteren naar iemand die luistert.”? Woorden zijn niet meer belangrijk, mogen luisteren is voldoende. Iemand zegt: “Mijn vrede geef ik u.”, we worden niet plots helemaal anders.
Guido’s wens: “ Ga naar elkaar toe om iets van die vrede aan elkaar te brengen en om van de wereld een plaats te maken die de moeite waard is!” Bijna vergeet je dat je in de gevangenis bent en niet in dat feestende Jeruzalem … In de voorbeden bidden ze voor allen die medelijden hebben met zichzelf en vergeten hoeveel leed ze anderen aandeden: “O Lord hear my prayer, come and listen to me!”
Aan de overzijde van de gevangenis van Gent op de Nieuwe Wandeling wordt vandaag plechtig het nieuwe park geopend, vrijheid voor wie er van genieten kan, een plaats die de moeite waard is om er te leven.
Margriet heeft Tabor van 30 mei voorbereid. Bea zingt misschien liever: “Heerlijk is het te loven de Heer”, maar vandaag zijn we gewoon ‘aanwezig’ en laten ons gebed als wierook naar God opstijgen. Ook hier is het Pinksterfeest, het feest van de Geest. Hoe herken je die? Heel eenvoudig: aan zijn werken, liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid, ingetogenheid. Eenvoudig? Het lijkt me een hele opdracht, maar hier ervaren wij de stuwkracht van de Geest, net zoals die bange, ontgoochelde apostelen, die door ‘laaiend’ enthousiasme overweldigd worden. Die een beweging in gang brengen, waar wij nu nog steeds aan verder mogen werken en door ons bidden hoop brengen aan mensen die vrezen en twijfelen .
De maand eindigt met de Boekenclub. Wij lazen: “De God van Nederland”, uiteraard een boek met Nederlandse inslag, zeer specifiek door de aanwezigheid van vele christelijke kerken, in botsing, in crisis, in moeizame samenwerking, met hoop. Voor enkelen te ver van wat wij hier in Effata nastreven, voor mij zijn sommige verhalen menselijk zichtbaar of herkenbaar, onderhuids aanwezig, te vermijden of juist aan te moedigen. Het boek geeft in elk geval stof tot nadenken over onze jonge mensen: hoe we ze, in alle vrijheid, nog beter kunnen betrekken bij de gemeenschap.
De volgende boekenclub is op 18/10, tegen dan lezen we: ‘Waar draait het om als je christen bent’ van Timothy Radcliffe.
Juni is normaal de rozenmaand, maar nu staan die al overdadig in bloei, ook de rozenboom in het licht, in de tuin waar duizend rozen rood, geel en wit te bloeien staan.
Wouter, vrijdag 1 juni 2007
afdrukbare versie
|
|
|