effata-logo
Kroniek van de maand maart 2010

Stuurgroep van 4 maart: verder voorbereiden van de komende activiteiten, nakaarten over de bijeenkomst van Effata en redemptoristen over het Clemensproject (visietekst en jongerenpastoraal), nog eens de ontmoetingsdag leken en redemptoristen in Essen overlopen.

 

Uw kroniekschrijver laat soms ook eens een steek vallen: we waren niet op de Effataviering van 6/3 en ik had niemand echt aangesproken om wat nota’s te nemen, dus …

 

Tabor van 10/6: voorbereid door Chrisje, anders dan gewoonlijk maar wel speciaal bedoeld om tot rust te komen en kracht op te doen met een bijbeltekst en stilte, nader tot God te komen.

Een van de werkgroepen in Essen handelde over muziek in het leven van Alfonsus, maar ook in ons leven. Een belangrijke tekst hierbij was Matteüs 6, verzen 25 en verder, met als kerngedachte: ‘Uw hemelse Vader weet wat je nodig hebt!’, maak je geen zorgen, kijk naar de vogels in de lucht, naar de bloemen op het veld. Dus: kijken naar bloemen, vogels en dieren uit Zuid-Afrika, om dankbaar te zijn over het aards paradijs waarin we mogen leven.

Wij hebben gebeden voor alle mensen die niet meer op vakantie kunnen gaan en genieten van kleine dingen, dat we goed zouden kijken naar wat rond ons aan goeds is, voor mensen die al die pracht niet kunnen zien, voor alle mensen die de steun van ons gebed nodig hebben. ‘Nada te turbe, laat niets je verontrusten, God alleen is genoeg!’ als Jezus in ons midden is, moeten we ons geen zorgen maken voor de dag van morgen.

 

Voor de gemeenschapsviering van 13/3 verwelkomt Frans C. iedereen en hij denkt terug aan de bijeenkomst met de plechtige communicanten in de namiddag. Blijkbaar was het een moeilijke klus: geblinddoekt met klei werken en handjes maken! Maar nu hebben we tijd, bij veel licht, God in ons te laten komen.

Eén verhaal uit het evangelie van Lucas vat alles samen en moesten alle evangelies en teksten over Jezus verdwijnen en dat éne verhaal blijft over, dan kenden we de kern van Jezus’ boodschap nog steeds. Het verhaal van die vader met zijn twee zonen, wij kennen het, dichters, schilders, andere kunstenaars ze hebben het verhaal als onderwerp genomen: kijk naar de Terugkeer van de Verloren Zoon van Rembrandt van Rijn …

Johan en Herman lezen uit Nico ter Linden, dit bekende verhaal, deze gelijkenis. Samengevat door Matteüs en Lucas: “Eerlijk gezegd heeft de oudste broer wel een beetje gelijk. Maar ook heeft hij een groot beetje ongelijk: hij weet niet wat liefde is.”

Als Guido over dit evangelie zou moeten preken - maar dat moet hij gelukkig niet doen (een doordenkertje) – zou hij wat volgt zeggen.

Vooreerst. Als het verhaal eindigt staat de oudste zover als de jongste in het begin: op zijn recht! De jongste vond dat hij recht had op zijn erfenis, de oudste dat hij recht had op een beloning want hij had hard gewerkt. De jongste heeft geleerd dat op zijn recht staan, niet volstaat, wel dat hij op zoek moet gaan naar de beste weg. De oudste heeft altijd zijn plicht gedaan en heeft geleerd hoe goed hij toch is. Ook de jongste heeft dat gedacht: dat je liefde kunt kopen, met (veel) geld. De oudste heeft blijkbaar nog altijd niet geleerd dat liefde te maken heeft met daar staan met open, lege handen.

Ten tweede. Wie van de twee zonen trekt op zijn vader? Vermoedelijk de jongste, de verkwistende zoon. Want misschien is die vader ook verkwistend, maar dan met liefde, wachtend met open armen, zijn bezit verkwistend, met open hand!

Gedacht, maar niet gezegd: wie zag er het meest tegen dit verhaal op? Dat zal wel het gemeste kalf zijn …

Weer ernstig: volgende week is het verzoeningsviering. Zie de Vader, God, in de open deur, die ons noemt bij onze naam, die ons kust, die sandalen geeft om op te staan, een ring om weer mee te tellen. Geen God die boos blijft, maar die mateloos lief heeft.

Een betere samenvatting van het evangelie ken ik niet!

Dan hebben we gebeden voor een overleden broer, voor alle slachtoffers van geweld, en ook voor de daders, voor een jonge gestorven collega, voor de moeder van goede vrienden dat ze mag gekoesterd worden in de liefde van God.

Voor één keer is er een omhaling: voor het vastenproject van Caraes ‘¡Hola Amigos!’ voor de straatkinderen in Nicaragua, voor broeder Benjamin die voor hen zorgt in het Centro Jesús Amigo.

Dan is er voor al die vele mensen een warm onthaal met lekkere boterhammen, koffie en chocolademelk, onze tweede viering van genegenheid voor elkaar.

 

Op 19/3 is er de 5de bijeenkomst van de basiscursus geloven, in het teken van ‘het avontuur van samen’. Hoe gaan we in gemeenschap op zoek? Walter Van Wouwe leidt in: is een christelijke gemeenschap nodig? Broodnodig? Vat het samen: geloven is een mooie, maar soms moeizame weg, alleen is deze weg bijna onmenselijk. Zegde kardinaal Danneels niet: “Een christen alleen is één in levensgevaar …”. Dus is de Effatagemeenschap voor ons broodnodig, op de manier waarop ze bijeenkomt en leeft, met priester Guido die zorgt dat de gemeenschap kan leven. En wat we ook geleerd hebben: een gemeenschap kan maar leven als iedereen dezelfde richting uitgaat, iedereen zorgt voor de anderen, als niemand de ‘mol’ is.

 

20/3: Grote ‘paaskuis’ van de kapel. De Taborkapel is al opgepoetst, nu nog de Effatazaal, de kapel zelf en de sacristie. Gelukkig zijn er voldoende vrijwilligers, want er is veel werk én het was nodig!

De Effataviering ’s avonds: Elien verwelkomt de gemeenschap met een verhaal over een lesvoorbereiding die ze moest ineensteken, met als onderwerp: wat ontmoeting is. Ze zocht inspiratie bij het evangelie: vandaag over de overspelige vrouw, de ontmoeting van Jezus en die vrouw, een handige impuls! Ook Effata is ontmoeting …

Het is de vijfde vastenzondag, bij ons de verzoeningsviering. De kapel is gekuist, nu nog onszelf! Guido stelt vast dat meer en meer gevraagd wordt: “Mag ik bij u biechten?” Maar wie ben ik dat ik een oordeel mag uitspreken over wat een ander mens moet doen? Meestal verloopt zo´n biecht positief, men verwacht niet dat ik een oordeel uitspreek, men verwacht niet dat ik zeg wat ze moeten doen, dat weten ze meestal zelf wel! Wat echt is: ze vragen een luisterend oor voor hun moeilijkheden.

Belangrijk is dat we weten dat er bewust of onbewust dingen gebeuren die het leven moeilijk maken. Als wij dan hier samenkomen, is dat om moed en kracht te vragen om terug te herbeginnen. Een persoonlijk gesprek met iedereen kan hier niet, dat is te moeilijk, maar als christenen zijn we ervan overtuigd dat Jezus zo met ons omgaat.

In het hoofdstuk 8 van zijn evangelie vertelt Johannes over de ontmoeting van Jezus met de overspelige vrouw. Herman en Johan lezen hier de meesterlijke hertaling van Nico ter Linden.

Heel veel kan je daarover zeggen, Guido beperkt zich tot een aspect: ze gingen weg, de oudste eerst, die met de meeste ervaring van vallen en opstaan.

Als een mens eerlijk is, wordt hij ook met zijn fouten geconfronteerd. Na een val opstaan is weer een stukje ervaring, een beetje wijsheid bij. Ofwel deel je die wijsheid dan met anderen, tracht je te verstaan. Ofwel zet je dat van je af en verhardt je, veroordeel je: dat is wat de Farizeeër overkwam.

De werkelijkheid achterhaalt ons: in Nederland weigert een pastoor de communie aan homoseksuelen. In elk geval had hij niet het recht om openlijk iemand de communie te weigeren. Als je jezelf wegsteekt achter verontschuldigingen en achter cijfers, dan is het de hoogste tijd om zich af te vragen hóe men zich opstelt. Als je over seksualiteit je wilt boven de anderen stellen, moet je niet verwonderd zijn dat men je de woorden van Jezus: “Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen!” naar het hoofd geslingerd krijgt. Het is dan niet voldoende een excuusbrief te schrijven, wel moet men een belangrijke stap zetten, de moed vinden om te zeggen: “ik ga opnieuw beginnen”, en te zeggen: “Ga en wordt opnieuw gelukkig!”

De paters Gaston, Gottfried en Guido leggen ons zegenend en vergevend de handen op. Ons persoonlijk gebed stijgt met de geurige rook van enkele wierookkorreltjes langzaam naar God op.

Wij danken God voor iemand die verloren was en teruggevonden is, iemand dankt God voor het zoeken naar moed en kracht, voor het terugvinden van Zijn wil en weg.

 

Dinsdag 23/3: laatste koorrepetitie voor het concert in Aalter, nu met de muzikanten erbij. Er vallen nog heel wat scherpe en minder scherpe kantjes af te vijlen, maar het klinkt al mooi!

 

24/3: een laatste Tabor alvorens we de Goede Week aanvatten. We luisteren naar Nicole die psalm 119 als leidraad heeft uitgekozen. “Zijn woord zal ons bewaren” is het thema van deze psalm. Dat woord komt uit Gods mond en uit zijn hand. En dat ‘woord’ heet in deze psalm onder andere: uitspraak, opdracht, getuigenis, verbond. En dat alles samenvattend en overstijgend: Thora. Na het samen lezen en beluisteren van de psalm zoeken we een treffende zin. Met die zinnen gaan we de stilte in. In de voorbeden wordt aandacht gevraagd voor het ‘woord’. Ook wordt kracht en steun gevraagd en bereidheid om dit woord in ons op te nemen. Met het kleine danklied sluiten we deze Tabor af. (tekst van Chris VL., want ik was er niet)

 

Op vraag van het Davidsfonds Aalter zingt het Effatakoor op 26/3 in de Sint-Corneliuskerk aldaar een felgesmaakt concert ‘Op weg naar Pasen’. Liederen, meestal op tekst van Huub Oosterhuis, die spreken over de vele namen van God, die passen in de wekelijkse vieringen, de weg naar Pasen, aaneengeweven door Guido met vele verwijzingen naar het gemeenschapvormen, naar de liefde van God. Onze muzikanten Dirk, Filip, Ilse en Lut (resp. viool, piano, solo en dwarsfluit en dwarsfluit) doen hun uiterste best en ook het koor krijgt een pluim: een evenwichtig koor, een plezier om te aanhoren, je hoort dat ze menen wat ze zingen, iets wat je in heel veel kerken niet meer hoort! Dat we één lied (Uit vuur en ijzer) niet zingen, heeft niets te maken met recente kritiek op het lied (het zou ‘chemisch’ zijn en onbegrijpelijk, wat wél alles zegt over de criticus!), maar alleen met het feit dat om het programma evenwichtig te houden er genoeg paasliederen zijn.

Ik zing nog altijd verder …

 

Met de viering van Palmzondag op 27/3 begint de paasweek. Een viering van juichen, met witte gewaden rond de palm, een viering van kruis en lijden met rode gewaden. Het begin van een speciale week, nog in het schooljaar, daarom nog specialer om ons vrij te maken.

Guido komt nog eens terug op de vele vragen over hoe we moeten reageren op het misbruik van kinderen binnen de kerk. Het is niet voldoende een brief met excuses te schrijven. Hoe dan ook moet de kerk zich de vraag stellen hoe dergelijke dingen zijn gebeurd en waarom ze met de mantel der ‘liefde’ zijn bedekt. De Kerk is géén instituut buiten de samenleving, daarom zeggen we dat misbruik onder geen enkele voorwaarde onder de doofpot mag gestoken worden. Niet mag goedgepraat worden, dat zou zéér erg zijn. Maar ook mogen we niet in een hoekje terugkruipen, omdat men de kerk wil kapotmaken. Wij moeten beseffen dat hoe je je gedraagt, je zo zult beoordeeld worden. En fout is fout!

Ook vandaag wordt de Jezuskaars aangestoken in de palmliturgie, teken van hoe de man uit Nazareth met Hosanna werd verwelkomd in Jeruzalem, in dezelfde stad waar hij afscheid heeft genomen, gekruisigd is en, dood en begraven, herkend en gezien is.

Dan worden de palmtakken en de palmkaartjes naar voor gebracht: de groene palm, die helemaal niets kost, een ding van niks, maar als ik hem vasthoud heb ik als het ware de Hoop in mijn handen. De palm wordt gezegend: “Gij God, zegt deze palm, Gij zijt het op wie wij hopen, zegen het huis waar hij een ereplaats krijgt!”

Nu lezen we uit Matteüs het verhaal van Hosanna voor de profeet Jezus van Nazareth in Galilea.

De Christusicoon wordt in de woestijn gezet, tussen palmtakken, de wierookschaal, de boom met een rood lint, een weg doorheen de woestijn is vrijgemaakt. Die weg wordt, als een verering van de icoon, met wit-rode snippers belegd, eerst door de kinderen. Het berkenhouten kruis wordt naar voor gebracht, op het koor gezet, versierd met het rode lint uit de boom in de woestijn. Dan luisteren wij naar het lijdensverhaal, onderbroken door een lied, een meditatie: “De geest is gewillig, het vlees is zwak. Wie is trouw wanneer iedereen vlucht, wie durft de joden iets verwijten? Laten wij bidden om staande te blijven!” Wij knielen in stilte voor de dode op het kruis.

Vandaag is er de tweede omhaling voor ¡Hola Amigos!, het vastenproject van Caraes. Weer staan wij rond het altaar, hem gedenkend, brekend het brood, delend de wijn, zingend biddend voor die man op een ezel, eenvoudig en zonder aanzien, zonder rode loper onder zijn voeten, vol aandacht voor de minstbedeelden, de zachtste van alle mensen. Moeten wij dan ook ons niet grondig veranderen als wij Zijn naam willen dragen?

Wij krijgen een gebedskaartje en een palmkaartje, voor wie wil is er palm om mee te nemen.

Geen zegen, geen slotlied, de Goede Week staat open, tot Pasen.

 

Ik zing nog altijd: “Omdat Gij het zijt, groter dan ons hart die mij hebt gezien eer ik werd geboren” en “Gij die ons zocht nog voor wij om u riepen, Gij die gezegd hebt dat Gij ons zult vinden …” Ik herken vele namen van God!

Een nieuwe maand begint.

 

Wouter, dinsdag 30 maart 2010

 

afdrukbare versie (40 kB)