|
|
|
|
Kroniek
van de maand maart 2008
Halverwege de Vasten zijn we hier weer samen om, zoals Nicole het in haar verwelkoming op 1 maart zegt: onze solidariteit te tonen met de broeders Johan en Innocent, met Shabunda.
Of om zoals Guido het vraagt, te luisteren naar het lange verhaal uit het evangelie van Johannes over de blindgeborene (Joh 9, 1-41), dat zoals altijd een dubbele bodem heeft, dat je tweemaal moet lezen en herlezen om er doorheen te kijken. In feite gaat het om de vraag: “Waarom moet mij dat overkomen? Waarom moet een jonge vrouw sterven? Waarom moet een kind met een handicap geboren worden? Waarom kunnen mensen niet met elkaar samenleven? Waarom laat God dat toe?” Jezus geeft op die vragen geen antwoord, hij herhaalt alleen het antwoord van de mensen die een schuldige zoeken: hijzelf of zijn ouders zullen wel gezondigd hebben! Jezus zegt ons: stop daarmee, er is geen antwoord! Want als wij God zien als iemand die dit toelaat, verraadt dat alles over de manier waarop wij Hem zien en hoe wij verwachten dat Hij zou optreden. Bij Jezus is er: grote stilte, geen theorie, hij genéést de man. Dan gebeurt er iets eigenaardig. Er was een man die door iedereen gekend was, een brave blindgeboren man die zijn kruis in deemoed droeg, die bedelde aan de tempel. Die man is nu genezen en hij ziet: dat moet iemand anders zijn, of was hij toch niet blind? Hij verstoort de rust, zijn ouders worden erbij geroepen. Iedereen doet alles om toch maar niet te moeten vaststellen dat deze man een teken is van wie Jezus werkelijk is. Alleen de blindgeborene is verstandig, hij legt niets uit, hij zegt alleen: “Hij is het licht van deze wereld.”
Vandaag is het omhaling voor de mensen - duizendmaal anders, en toch zo gelijk - in Shabunda, die we kunnen helpen via het werk van de broeders Johan en Innocent.
Wij bidden voor een vriendin die de harde strijd tegen haar ziekte dreigt te verliezen en voor een vrouw dat ze sterk zou staan in haar rouw. Wij danken voor de bewoners van Vurste die verhuisd zijn en voor alle medewerkers die dat mogelijk hebben gemaakt. Wij bidden dat Hij ons ziende maakt, dat wij licht doorgeven en zíjn.
Een splinternieuwe slogan: “Platgedrukte mensen komen niet tot vernieuwing!” Splinternieuw? Neen, 3.000 jaar oud, maar nu beginnen ze het blijkbaar eindelijk te snappen!
Ik was er zelf niet, maar Frans heeft voor mij de Tabor samengevat die hij op 5/3 opbouwde rond het thema ‘Kom, sta op!’ geïnspireerd op de roeping van Paulus op weg naar Damascus (Handelingen 9, 1-9). Het is een gekend verhaal, dat een andere betekenis krijgt als we in de vraag van God: “Paulus, Paulus, waarom vervolg je Mij?”, de naam van Paulus door onze eigen naam vervangen en bedenken dat Jezus zei: “Alles wat je aan een van de minsten hebt gedaan, heb je ook aan mij gedaan.” Een oproep om aandacht te hebben voor de noden van de mensen rondom ons. Daartoe moeten we net als Paulus leren luisteren met ons hart en ons open stellen voor God en voor de mensen om ons heen. Kiezen moeten we zelf doen, maar er zijn gelukkig vrienden om ons heen en ook God, ‘Ik zal er zijn”, die altijd met ons mee op weg gaat.
In de vergadering van de stuurgroep op 6/3 gaat onze aandacht natuurlijk naar de inhoud van de vergadering die hier op 2/3 plaatsvond en waarin de stand van zaken over het Clemensproject werd medegedeeld. Het project kent een zeer hoopgevende ontwikkeling en een en ander zal worden uiteengezet, eerst aan al wie betrokken was bij de scouting over het project, en dan aan de ganse Effatagemeenschap. Dit laatste zal gebeuren, eerst via een korte mededeling na de paasviering en dan uitvoeriger op een vergadering op 17 april.
Van het eerste lied (a capella) ‘Alles wacht op U vol hoop’ tot het bisnummer, was het zingen in Wetteren-Ten-Ede op 7 maart een feest, omdat het de eerste keer sinds lang was dat het Effatakoor echt ‘in concert’ optrad, maar vooral om wát we zongen en omwille van het verhaal dat Guido daartussen spon. Maar ik stond zelf bij het koor en hoe het voor onze toehoorders (Davidsfondsers en anderen) was, dat vertellen Viviane en Gerrit hierbij:
Op weg naar Pasen met het Effatakoor.
Overmand door zorgen, kwam ik naar Wetteren-Ten-Ede om troost te vinden, om frisse lucht te halen, om naar boven getrokken te worden door zang en muziek, kortom om in therapie te gaan ‘op weg naar Pasen’. Daar is het Effatakoor ook zeer sterk in.
In het midden van ‘nergens’ staat de Sint-Annakerk, een warme en intieme haven, met een goede akoestiek, met links een teder kijkende heilige Rita en rechts een mooie Piëta. In het midden staat een rond verhoog met een vlag ‘PACE’ en daarop, centraal, de bijbel en daar achter het koor ... de toon is gegeven: wij gaan hier zingend bidden.
En zo is het geweest: jullie hebben met jullie stem en hart de magie van de teksten van H. Oosterhuis en de muziek van A. Oomen in klanken omgetoverd op een hemelse wijze, geleid door een vurige (om niet te zeggen: duivelse) Guido. Hij heeft niet alleen het koor geleid, maar ook onze emoties, onze gevoelens, ons gebed. Het beste in ons werd naar boven gehaald. Zijn stem kan ons als geen ander dicht bij de Schepper brengen, toch zo dicht.
Op een ogenblik had ik de indruk dat het Effatakoor in levitatie was op 20 cm boven de grond!
Het was subliem! Dank je wel allemaal! Ook dank aan Dirk die zijn viool heeft laten ‘dansen’ tijdens het ‘Bruiloftslied’ en aan Filip, die ons met zijn piano deed herboren worden in ‘Dan zal ik leven’.
De keuze van de liederen was opgebouwd als een trap van vijftien treden naar Pasen, een soort ‘Scala Sancta’. De rode draad van het concert was de uitleg van Guido tussen elk lied: het waren echte juweeltjes van gebeden! Jullie hebben zeker deze pareltjes samen met ons ontdekt, want zoals wij Guido kennen, stond dat zeker nergens op papier.
Ik kan niet laten op deze weg/trap naar Pasen eventjes op enkele treden/liederen te blijven staan om jullie nog eens te feliciteren. Het ‘Schriftlied’ was zo melodieus dat er zonder twijfel een danspas bij kon horen. ‘Onze Vader verborgen’ was bijzonder mooi gezongen: een echte akte van vertrouwen aan God.‘Wie zijn leven niet wil geven’ in vier stemmen! Een streling! ‘Lied van de mens’ waar de hoge vrouwenstemmen in contrast kwamen met de diepe mannenstemmen en de solo van Nele. Meesterlijk! ‘Waar vriendschap is en liefde, daar is God!’: misschien wel het credo van onze Effatagemeenschap.
Buiten alle categorieën staat ‘Heer van hierboven’, waar alle emoties bij uitbarsten, de ogen verdrinken, de harten smelten en iedereen zijn ziel kan voelen. Wanneer je Guido met zijn handen tegen elkaar ziet zingen: “Heb nog geduld, heb nog geduld” en “Totdat ik als een kind Uw hemel vind”, lukt het: hij is weer een kind ... en wij ook.
‘Hoe ver is de nacht’ : het Effatakoor verzint het zingend wachten. ‘Lied aan het licht’: zo perfect dat bij de laatste noten de klok van de Sint-Annakerk luidt. ‘Het bruiloftslied’: Guido spreekt van een vuurwerk voor al onze zintuigen. Het is waar en zo móói gezongen is het net als de eerste slok van een glas champagne dat sprankelt in je gezicht. ‘De steppe zal bloeien’: hier zingen de engelen met jullie mee. Echt waar! ‘Dan zal ik leven’: de verrijzenis, jullie hebben hier alle hoop van de mensheid in zang omgezet: Pasen!
Het bisnummer ‘Oh Happy Day’: met veel enthousiasme gezongen als slot van het concert.
Proficiat Effatakoor, proficiat Guido!
Van harte dank aan Cécile en Bernard voor dit initiatief, voor het brood en de wijn en de bloemen.
En weet je: 7 maart is de internationale dag van het gebed ... wij hebben die dag goed gevierd.” (tot zover Viviane en Gerrit).
In de viering van 8/3, nog maar pas bekomen van het concert in Wetteren-Ten-Ede, zouden wij normaal het evangelie over de opwekking van Lazarus (Johannes 11) lezen, net zoals de catechumenen lang geleden. Maar het is hier boeteviering, of zoals Guido het zegt, met verwijzing naar de West-Vlaamse kustvissers: tijd om de gescheurde netten te boeten, te herstellen. Te vieren dat God ons altijd zegt: “Ik zie je graag!” zelfs al staan we met de brokken van ons leven, met de scherven die we maken, met de onvolmaaktheid van onze gemeenschap vóór Hem. Wij moeten daar niet beschaamd over zijn, als we het goed willen maken. Daarom staan we met een klein hart, met gebogen hoofd, met aarzelend gaan, voor Guido of priester Hugo, om die troostende woorden te horen: “Hij ziet je graag!” Hier past psalm 139 bij: “God die mij kent en mij doorgrondt, toets mij, weet mijn verborgen gedachten, ken mijn hart”.
Wij bidden voor vriendschap en liefde onder de mensen, wij bidden op deze internationale dag van de vrouw voor de verdrukte vrouwen, wij danken voor de mooie concertavond van gisteren waar we als koor veel plezier hebben beleefd om een goede boodschap te brengen, wij bidden voor een vrouw die verongelukt is en voor haar aanrijder en danken voor de grote liefde van God die ons altijd weer verzoend opneemt.
Tabor op 12/3: “Sjaloom”, zegt Jezus tegen Thomas, die het allemaal niet meer geloofde en die zijn eigen ongeloof wilde breken. Die daarom een ontmoeting vroeg met de verrezen Heer en die ook kreeg. “Sjaloom”, zei Jezus, “Ik wens je toe wat jou nog ontbreekt!”. Thomas zegt niet: “Nu weet ik genoeg!”. Neen, hij zegt: “Mijn Heer en mijn God!”. De vraag hierbij is of wij durven vanuit Goede Vrijdag uitkijken naar een toekomst met Pasen, of wij weten dat niets het nieuwe leven kan stuiten, geen verdriet, depressie, ongeneeslijke ziekte, breuk in het gehuwd zijn, honger, oorlog, … Zo wordt Thomas, de ongelovige, iemand die met schijnbaar ongeloof, dichter bij ons staat dan iemand die uit angst niet meer kan geloven. Hij wordt iemand die zich wil laten raken, die Jezus en andere mensen dicht bij zich toelaat. Laat dat ook jouw ervaring zijn met Pasen, wenst Chris C. ons toe. Wij bidden voor Piet Palmans, salesiaan, veel te vroeg overleden, wij vragen, net zoals Thomas, om een persoonlijke ontmoeting met Jezus de Christus met Pasen.
Het is plezierig te horen dat ze daar bij het Davidsfonds van Wetteren-Ten-Ede tevreden waren over ons concert en dat er heel wat mensen spijt van hadden dat ze niet gekomen waren, zo in de zin van: “Hadden we dat maar geweten!” Bovendien stellen we vast dat het gehele optreden met de geïnspireerde bindteksten van Guido zeker voor herhaling vatbaar is in een volgende vastentijd. De koorrepetitie van vanavond (14/3) is vooral gericht op de komende paasweek, met heel veel ‘Surrexit Christus’, ‘Hosanna en Alleluia’ en ‘Sing Halleluja to the Lord’.
Het is vandaag ook een heuglijke dag: vandaag verscheen de verzameling DVD’s waarop alle tv-missen, sinds 1994 door het Effatakoor gezongen, zijn weergegeven. Het bekijken van die DVD’s geeft mij een eigenaardig – dubbel - gevoel, vreugde dat er zoveel mensen aan het ‘succes’ van Effata hebben meegewerkt, nostalgie naar vroegere, eenvoudigere tijden.
Palmzondag. Vandaag begint de Goede Week. Al van na de dood en verrijzenis van Jezus waren er bedevaarten naar het lege graf. Zo is er omstreeks 380 een Spaanse kloosterzuster, Egeria, die ook een pelgrimage naar Jeruzalem maakt. Ze maakte hiervan een verslag, dat bewaard bleef, en waarin ze beschreef hoe op de zondagmiddag vóór Pasen, de gehele christelijke gemeenschap van Jeruzalem daar de intocht van Jezus in de stad naspeelde, zwaaiend met palm- en olijftakken. Na deze feestelijke hulde in witte gewaden, begint de Goede Week met de eerste lezing uit Matteüs van het lijdensverhaal en de kruisdood, waarbij de rode gewaden worden aangetrokken. Wij zijn hier met velen samen, rond een man, in de ogen van zijn vrienden de bevrijder, maar één die helaas de wapens schuwde. Wij prijzen de palm, een ding van niets, kosteloos, maar toch waardevol, iets heel kleins, dat ons door Goede Vrijdag heen helpt, iets van Pasen, iets gezegend. Palm die in ons huis een ereplaats krijgt, palm die de drukke wegen veiliger maakt.
Wij luisteren naar het lijdensverhaal uit Matteüs, we vereren de Christusicoon, versierd met rode en witte rozen, met witrode bloempjes die we neerleggen in het levende water van de doopvont. Het lijdensverhaal gaat verder, het berkenhouten kruis wordt aangebracht, naakt, onversierd. Vragen komen op ons af: “Wie is trouw wanneer iedereen vlucht? Hoe kunnen christenen zich van hogerhand laten verplichten medemensen van tafel te sturen?” Dit lijdensverhaal eindigt in dood, een luide schreeuw, Jezus geeft de geest. Wij knielen in berusting en aanvaarden.
We eten en delen, brood, wijn, vriendschap, vrede. We denken na over die man, een man op een ezel, de koning der armen, de zachtste van alle mensen en toch een man van verzet tegen uitbuiting en onrechtvaardigheid. Wij geven voor Shabunda, tegen het onrecht dat men die mensen aandoet. Wij hebben gezongen: ‘Gij die de stomgeslagen mond verstaat’, José naast mij op zijn manier.
Madelief is hier met haar ouders, haar meter en haar familie, om ook bij de gemeenschap te kunnen aansluiten en mee te vieren; ook Arend, haar broertje, is er bij en die profiteert volop van de aandacht.
Wij krijgen een aandenken aan deze Palmpasen, een wens en een palmtakje, en voor wie de oude gebruiken in ere houdt: een ganse mand vol gewijde palm!
Geen zegen, want deze viering is niet af: ze loopt door tot en met Pasen!
Op Witte Donderdag hebben we alle tijd, om samen met Jezus aan tafel, in rust en stilte, na te denken over wat het joodse volk allemaal overkomen was in Egypte, dat land waar alles perfect georganiseerd was, met de farao aan de top. En helemaal beneden, letterlijk aan de voet van de piramide, de joden en de gewone mensen, gebruikt, gevangen in wetten en voorschriften, niet meer in staat te denken of te beslissen. Hun God hielp hen, tenslotte had Hij hen daarvoor niet gemaakt, hij zag hun ellende: “ Sta klaar, bepakt en gezakt!” Die avond die nog steeds begint met de vraag: “Waarom is deze avond anders dan alle andere?”: die avond herdenken wij dat God ons, slaven, gevoerd heeft naar de vrijheid.
Het is de avond waarop Jezus de voeten heeft gewassen van zijn leerlingen, tegen hun bezwaren in, want als hij de voeten niet mag wassen, een slavenwerk, dan horen ze niet bij hem. Bij hem behoren, betekent elkaar dienen, goed begrijpen dat graankorrels dood moeten gaan om brood te worden, dat een druiventros moet ‘bloeden’ om wijn te worden. Zijn woorden opnieuw horen: “Als ik moet sterven laat dan mijn dood die van een graankorrel of die van een druiventros zijn!” Dienstbaar zijn, veel mensen denken dan dat de andere hun slaaf wordt. Neen, dienstbaar worden is wat Jezus deed: delen en breken, vreugde zijn voor anderen, geen gestorven graan of een geplette druiventros zijn, maar vreugde zijn voor wie we ontmoeten. Je handen wassen en iemand anders hebben die ze afdroogt, die dienend is voor jou.
Jezus maakt een bindende afspraak: “Leef zoals ik geleefd heb: je leven heen en weer geslingerd tussen de wensen van mensen en de wil van God.” Over die woorden kan je deze avond wat nadenken, bij het brood en de beker met wijn op het altaar, feestelijk versierd.
Goede Vrijdag, 21 maart, het is al Lente … maar buiten stormt het, regen, sneeuw, hagel, maartse buien. Toch zijn weer zovelen samen gekomen om te luisteren naar de woorden uit Jesaja: “Door de mensen veracht, door ons verstoten …, die gedaan heeft wat zijn Vader hem vroeg.” De gekruisigde ligt hier, bijna naakt. Gestorven is hij nu, maar hij heeft geleefd, zijn levensgeest bezielt ons tot vandaag. Het evangelie is het verhaal van het bittere bidden, het verraad, de vragen naar zijn koningschap, het lijden, de spot, de purperen mantel en de kroon van doorntakken, de weg met het kruis op zijn rug, het verlote kleed, de vreselijke, schandelijke kruisdood. Wat kunnen wij anders doen dan knielen voor zoveel liefde!
Hier zou je je kunnen ergeren aan hoe nu in zijn naam wordt gehandeld in luxe en in praal. Maar is het niet veel beter deze gemakkelijke weg van verontwaardiging te verlaten, en enkel te denken aan deze man, verlaten van vrienden, beroofd van het laatste kledingstuk, beroofd van al wat hem dierbaar was, beschaamd gemaakt vóór iedereen.
Maar hij is nooit vergeten, omdat hij het vertrouwen in zijn Vader nooit opgaf, omdat hij bereid bleef ons te tonen, dat God ons steeds blijft liefhebben.
Daarom is het maar juist en rechtvaardig dat wij hem, éénmaal per jaar, in de bloemetjes zetten. Wij bedekken hem dus onder bloemen, een waardige hulde. Wakend en biddend blijven we bij hem, zingend, neuriënd, luisterend naar de lange innige gebeden. We mogen stil zijn in de avond, jubelen bij het leven, rust zoeken bij hem, wakend en biddend bij hem die van liefde is gestorven. Wij zijn hem indachtig die in leven en dood onze broeder is geworden, die alle kwaad op zich nam en vroeg het te vergeten. Wij bidden hem om een paasmorgen voor deze wereld.
Dan is de beker geledigd tot de laatste druppel, alles is volbracht. Wij gaan, om evenzo te doen als hij. Wat een zware, onmogelijke opdracht!
De stille nacht begint.
Maar het wordt paasavond en weer zijn we allen samen, verwelkomd door Guido, bijeen om te vieren dat Jezus al 2000 jaar licht is. Met harde wetenschappelijke methoden is dat wel niet te bewijzen, maar wat deze mens Jezus in beweging heeft gezet, daar leven en getuigen heel veel mensen van.
Het is duister in de kapel, we luisteren naar het verhaal van Mozes die God ontmoet bij de brandende braamstruik. “Mijn naam is: ‘Ik ben’”, zegt God, “Ik ga voor u uit, overdag als een wolk, ‘s nachts als een vuur, Ik leid u”. Buiten staat een brandend vuur, Guido zegent het vuur en geeft het door aan Jonas, Simon en Jeroendie hun brandende fakkels de kapel indragen. Het donkere in ons leven: alle dromen in duigen, eer ontstolen, water en werk tekort, het wijkt voor Gods kracht: artsen zonder grenzen, para’s voor de vrede, herders en vissers. De drie fakkels vormen samen één vlam, die de vlam van de paaskaars wordt, Jezus van Nazareth, Gods kracht in één mens: ‘Lied aan het licht’.
Magali en Ine lezen het scheppingsverhaal: het werd avond en morgen: de eerste dag …, tot hij genoot van alles wat hij geschapen had, de zevende dag. Het is duidelijk: Hij heeft de mens, Hij heeft ons gewild. ‘Lied van de mens’.
Herman en Johan vertellen aan de hand van de tekst van Nico ter Linden het verhaal van Jezus’ verrijzenis. Het eerste ‘Alleluia’ klinkt, nu is overal licht, wij in het koor doen de kleurrijke wippala aan, de veelkleurige kaarsen op de menora branden weer, Freya steekt de godslamp aan het tabernakel aan, de bron van het licht in alle komende vieringen.
Het doopwater wordt gezegend door onderdompeling van de paaskaars, ‘De steppe zal bloeien’, allemaal komen we naar voor om ons te tekenen, te wassen, opnieuw te herdenken dat we gedoopt zijn, nu bewust. We krijgen een wit lintje als symbool van het witte doopkleed (elk een nieuw wit doopkleed zou iets te duur en te ingewikkeld zijn!), een kruisje met de witrode bloem, een brandende doopkaars. Ondertussen zingen onze jonge mensen, zangers, muzikanten en dan iedereen: ‘Surrexit Christus’, tot elk een kruisje, lintje en doopkaars heeft gekregen. Staande bidden we dan om geloof, om de Geest van opstandigheid, tegen alle leven op kosten van een ander, tegen alle religie die ons afleidt van de ene God, tegen de dood bij het leven.
Dan volgt de feestelijke paasmis, de tafel wordt - ‘Alleluia!’ - gedekt, het tafelgebed voor de paastijd, het ‘Onze Vader’ dat zoveel meer betekenis heeft gekregen, de vredeswens.
Hij is verrezen, hij leeft! ‘Het zal in alle vroegte zijn’, Hij leeft!
Broeder Maurits (voor het ritme!) en Jo (voor de kracht!) luiden de feestelijke klok, wij worden gezegend en krijgen de wens: “Help ons met eenvoudige daden te tonen dat wij geloven en dat het leven sterker is dan de dood”.
Alsof we nog niet genoeg gekregen hebben, is er nog een aandenken met een afbeelding van het hongerdoek dat boven het altaar hing gedurende de vasten, met een tekst van M.L.King: “… het laatste woord is aan ontwapenende eerlijkheid en onvoorwaardelijke liefde!” Paaseitjes voor de kleineren mogen natuurlijk ook niet ontbreken!
Nog een laatste, maar héél belangrijke mededeling: er is op 17 april 2008 een informatieavond over het Clemensproject waarvoor de redemptoristen een projectleider hebben aangetrokken, Guido kan het toch niet allemaal alleen doen! ‘O Happy Day!’
En dan is er uiteraard een paasreceptie met wijn, koffie, frisdrank en 499 heerlijke broodjes, kennismaken, ‘Een zalig Pasen’ wensen, bijpraten. ‘Alleluia!’
Op Pasen zingen we zoals gewoonte in de gevangenis van de Nieuwe Wandeling. “Doe zoals God, toen hij man en vrouw had geschapen”, zegt Stanny, “kijk naar ieder mens vol liefde”.
Hier is dat wel een heel speciale boodschap!
Van paasmaandag 24/3 tot en met donderdagnamiddag gaat Effata naar het Laathof in Hingene - Bornem. De bedoeling was wel dat een groep met de fiets daarheen zou trekken, maar het weer - sneeuw, heftige wind, regen - heeft er voor gezorgd dat slechts één dappere, Johan C. een groot deel van het traject met de fiets heeft afgelegd. Daarmee is wel het volledige weerbericht voor deze paasdagen gegeven, maar daardoor laten we, we zijn met 57, ons niet afschrikken. Ik spreek niet graag in superlatieven, maar misschien is het slechte weer niet eens een afschrikkend element, maar wel een bindend element: iedereen doet zijn best om deze vakantie te doen slagen. Dat is ook niet moeilijk met de goede voorbereiding van Tom en Sylvie, en met het prachtige kader waarin het Laathof, een voormalig koetshuis, gelegen is. Er is mogelijkheid tot wandelen, rustig of wat verderop naar ‘De Notelaar’, velen bekend uit de serie ‘Stille Waters’, tot het maken van lange fietstochten of tot zwemmen (als je maar een geopend zwembad vind in Londerzeel). Een speciale belevenis was het wandelen naar ‘De Notelaar’ in de sneeuwbuien, tegen de wind in, helemaal alleen met ons groepje op de Scheldedijk.
Er was ons quiz beloofd: we hebben er gekregen, eerst op basis van de resultaten van een grootschalig onderzoek naar ons vakantiegedrag, dan tot in de Casino Royal toe, goed georganiseerd en voorgesteld door Simon en Jonas. Gevaar was er ook met Stef, die het weerwolvenspel leidde, met de weerwolven die ons op het verkeerde been trachtten te zetten maar uiteindelijk aan het redeneringvermogen van vele brave, maar verstandige burgers ten onder gingen. Sorry Lennert, je was zo’n goede, verraderlijke weerwolf … maar iets te doorzichtig!
Het Laathof weze geprezen: nette kamers, alles op zijn plaats voor een dergelijke actieve bende, lekker en verzorgd eten, een vriendelijke, discrete bediening. Mogelijkheid voor velen om ook hier eens een dienende rol te spelen: tafeldekken, brood aangeven, koffie bijhalen, afdrogen, hemel maken, barman spelen. Een thuis voor iedereen, van de oudste (81 jaar, onze kwieke Fien) tot de jongste (18 maanden, onze bezige Simon).
Het bezoek aan de brouwerij ‘Moortgat’ te Puurs was zeer leerrijk voor wie ging, je zág en hoorde bij hun terugkeer het verhoogde Duvelgehalte. De rondgang in het ijskoude concentratiekamp van Breendonk onder leiding van een beheerste, maar toch gedreven gids, wekte een indruk die ik niet snel zal vergeten. Mij blijft het meest de vraag van Naomi in Breendonk klinken: “Wat is ‘nine eleven’?” Hoe leg je waanzin uit, hoe geef je een gezicht aan blinde terreur, hoe leg je uit dat je veilig bent?
De Sint-Bernardusabdij in Bornem: er is nog een abt (maar was hij thuis?), één pater en één broeder. We kwamen wel op een wat moeilijk moment: in de kerk was er de voorbereiding voor een Mozartconcert door een Japanse groep en dus had pater Lambertus slechts tijd voor onze groep en dan alleen nog omdat de provinciaal van de redemptoristen bij ons was. Vrouwen, kinderen, niet redemptoristische mannen: allemaal onverwachte lieden, die dan nog zogezegd te laat kwamen … het rijke roomse leven op zijn best. Toch heeft die abdij heel wat te bieden, rust, stilte, een prachtige maar koude en kille bibliotheek, enkele oude handschriften en een zeldzame wiegendruk of incunabel. Je mag wel niet aan de boeken komen en foto’s trekken is ook al niet toegelaten, maar de galerij der abten in de kloostergang is echt de moeite waard. Er was er zelfs een die helemaal niet wilde geportretteerd worden, dus moesten ze dat snel doen na zijn overlijden, je ziet het aan de afbeelding! Dit bezoek was niet wat we ervan verwacht hadden, of misschien juist wel: abdijen en kloosters zijn niet erg aantrekkelijk, dus moet je alles ten gronde aanpakken en vernieuwend denken. Het is een goede les: zo moet het zeker niet!
De zeesluis op het zeekanaal van de Schelde naar Brussel: met de gids zie je meer en kan je binnen in het ZWOC (hebben jullie goed geluisterd?). Er voeren juist een aantal boten uit de sluis de Schelde in en daarna zagen we er ook enkele de sluis binnenvaren, zo wordt alles ineens veel duidelijker.
Elke avond wordt afgesloten met een korte bezinning, een gebed, een lied, een waardig afsluiten van een geschonken dag. Terug naar huis gaan doet onwennig aan, de drukte van de kinderen verdwijnt, maar ook hun veelbelovende aanwezigheid is weg, je hebt ze zien opengaan voor elkaar en voor de groep. Vrienden nemen afscheid, toch is het maar tot zaterdag! Guido vertrekt iets vroeger, hij moet naar Libanon. Wij wensen hem een veilige reis toe.
Bernadette verwelkomt op 29/3 de gemeenschap, en meer bepaald pater Herman Bergsma, die zo vriendelijk is ons vandaag te willen voorgaan. Pater Herman heeft er tijdens de lange, drukke rit van Nijmegen naar Gent aan gedacht dat hij naar een viering reed waar mensen elkaar aankijken, waar mensen samen op weg zijn. Ook de apostelen waren bijeen (Johannes 20, 19-31), maar die waren bang en keken elkaar niet aan, want ze vreesden van elkaar de vraag: “Waar was jij?” Hoe komen wij klaar met wat op onze schouders rust als een zware last? Stel je voor dat wij bij die apostelen waren en ook liever niet bij dat kruis stonden? Hoe los je dat op? Jezus die ineens in hun midden is, zegt: “Vrede!” Dat betekent heel eenvoudig: alles wat gebeurd is, is voorbij, alles is vergeven. Maar er zijn toch nog mensen die een bewijs willen van die liefde, … hoe bewijs je zoiets? Thomas, de apostel die enkele dagen voordien nog met Jezus wilde sterven, maar ook op de vlucht sloeg, die wil het zomaar niet geloven, tot hij Jezus ziet en hem herkent en erkent: “Mijn Heer en mijn God!” Ook hij krijgt een opdracht: vrede te maken, barmhartig te zijn.
Wij danken voor de mooie Effatavakantie in Hingene en voor al wie bijdroeg aan het succes ervan, wij bidden voor overledenen die palliatief verzorgd werden en voor die zorg zijn wij dankbaar, wij bidden voor hen die vandaag niet bij ons in de viering zijn en danken pater Herman voor zijn voorgaan en zijn grote zorg voor ons: “Surrexit Christus alleluia!”.
Vandaag, in het teken van de verrijzenis van Jezus de Christus, is het bij Effata de herdenking van onze overledenen. Wij hebben hun naam opgeschreven, een kaarsje voor hen aangestoken en voor hen en ons zingend: “Heer, ontferm U” om barmhartigheid gevraagd.
Pasen vieren bij Effata is intens en diep doorleefd, samen op reis gaan is een nieuwe uitdaging, of is tot de Effatagemeenschap mogen behoren één grote reis?
Wouter, zondag 30 maart 2008
afdrukbare versie (56 kB)
|
|
|