|
|
|
|
Kroniek
van de maand maart 2007
Op de vergadering van de stuurgroep van 1/3 wordt er gesproken over een bezoek aan Trier met Guido als gids. Na heel wat zoekwerk, als gevolg van de dubbele boeking in ‘De Ceder’ in Deinze, zal het evaluatie- en planningsweekend nu doorgaan in Maria-Aalter, bij de Broeders van Liefde!
Of Annette een sterke vrouw is of niet laat ik in het midden, maar ze schaart zich in elk geval achter Mirjam in haar lof aan de Heer van wie ze alle sterkte verwacht. Met die woorden verwelkomt ze de gemeenschap op 3/3. Aangezien vroedvrouwen niet Guido’s specialiteit zijn laat hij het woord aan Bernadette om te spreken over de vroedvrouwen Sifra en Pua. Het verhaal van de vrouwen, wier namen ‘Schoonheid’ en ‘Schittering’ betekenen, vinden we in Exodus 1, 15-20. Bernadette voert ons terug naar Jozef bij de Farao in Egypte en zo naar de tijd dat latere Farao’s de Hebreeërs weg wilden. Geen zorg, je maakt desnoods alle mannelijke pasgeborenen van kant! Maar daar heb je hulp van de vroedvrouwen Sifra en Pua bij nodig en die waren ongehoorzaam, op gevaar voor hun eigen leven., want zij wilden leven doorgeven … Ook vandaag zijn er dergelijke sterke vrouwen: de dwaze moeders van Argentinië, de zusters van Vietnam, vrouwen die ons leren dat christelijk leven integriteit moet uitstralen.
Wij bidden met Lennert voor een toffe sneeuwklas in Maloja (God, heb je hem gehoord?), we danken voor nieuwgeboren leven en bidden voor de vader van Nancy die enkele dagen geleden begraven werd. We krijgen het derde aandenken aan het hongerdoek, het beeld van de sterke vroedvrouwen Sifra en Pua.
Op het altaar bloeien de bloemen van Lut stilaan open.
Koorrepetitie op 9/3: blijkbaar heeft de oproep om talrijk aanwezig te zijn om de nieuwe liederen aan te leren effect gehad en het is nog waar ook: er zijn prachtige nieuwe liederen op het menu! Wij leren vierstemmig ‘Alles wacht op U vol hoop’en ‘Gij levende, eerste en laatste’ en het afwisselend gezongen: ‘Ongezien’.
3de vastenzondag. Mia verwelkomt op 10/3 de gemeenschap en stelt ons meteen voor de vraag: “Sterke vrouwen, zijn ze dat niet allemaal?” en “Hoe zit dat met sterke mannen in de bijbel?” Ik ken het antwoord: wij mannen moeten niet al te fier zijn …
Odette pikt in en vertelt ons het verhaal van die sterke vrouw, Ruth. Ik zal hier niet het verhaal hernemen, lees zelf maar eens in je Oud Testament het gehele boek Ruth, het is helemaal niet zo lang, maar boeiend wat menselijke relaties aangaat. Het is het verhaal van een vriendschap tussen Noömi en haar schoondochter Ruth, een verhaal van vertrouwen en respect. Het antwoord van Ruth: “Waar gij gaat, daar zal ik gaan (…), en uw God zal ook de mijne zijn.”, wordt soms een beetje uit het verband gerukt en gebruikt als uitspraak van echtelijke trouw, maar gaat in feite over een relatie van wederzijdse afhankelijkheid, die vrijwillig gekozen wordt. Het is de bedoeling dat we die woorden, gezongen door de benedictijnen van de Westonpriorij kunnen beluisteren, maar de techniek laat Guido in de steek. Gelezen, klinkt die tekst toch even indrukwekkend.
Het is ook het verhaal van Boaz, verwant met Noömi via haar overleden man Elimelek, een rechtschapen man, die na wat juridisch getouwtrek huwt met Ruth. Hun kind Obed wordt de grootvader van Koning David, Ruth is dus een stammoeder van Jezus. Een van de mooiste voostellingen van Ruth met haar zoontje Obed werd ‘al fresco’ geschilderd door Michelangelo op de timpanen van de Sixtijnse kapel.
Maar om het met de woorden van Odette te zeggen: “Ruth is geen trut, ze weet wat ze wil, ze is een sterke vrouw, en voor wie het niet ziet zitten: ga aren lezen, misschien kom je een Boaz tegen.”.
Wij bidden voor Viviane De Mulder die ziek is, voor ouders en een goede vriend die overleden zijn, danken voor het goede dat dagelijks op onze weg komt, bidden voor een stille kinderwens en bidden voor Jean en Fons die op reis vertrokken zijn naar Nepal, dat ze binnen drie weken veilig met de boodschap van de bergen mogen terugkeren.
Er zijn in te kleuren tekeningen van de arenlezende Ruth voor de kinderen. In de Taborzaal is er een voorstelling van het vastenproject van Caraes dat we tot het onze hebben gemaakt: Chapeau Vietnam. Ontroerend en aangrijpend: wat oorlog kan aanrichten, wat liefde kan herstellen. Is een goed woord, is een euro echt niets waard?
Nicole heeft haar Tabor op 14/3 goed voorbereid, maar spijtig genoeg heeft ze het programma thuis laten liggen. Geen nood! Alles draait toch om psalm 139 op tekst van Huub Oosterhuis en de gedachten errond van Nico ter Linden, goede bekenden van Effata. Wij zingen eerst die psalm, op muziek van Bernard Huijbers, en dan luisteren wij aandachtig naar de tekst. Zoals de psalmist voelen wij ons eerst bespied door God, wat wil Hij toch van ons, waarom laat Hij niet af? Maar dat gevoel gaat weg en wordt vervangen door rust en zekerheid: Hij leidt mij voort op de weg van mijn vaderen. Welke zin uit die tekst valt mij het meeste op?
Wij danken voor wat wij voor elkaar mogelijk maken, bidden voor vrienden die ziek zijn dat ze de moed niet verliezen en voor al wie de cursus homiletiek beëindigen, dat ze zouden uitgroeien tot ‘vurige tongen’.
“Neen,” zegt Viviane als ze de Effatagemeenschap op 17/3 verwelkomt: “we komen hier niet om rustig te worden in deze weken van streven naar geestelijke fitness! Wel komen we hier luisteren naar verhalen over sterke vrouwen, maar zijn niet alle vrouwen sterk?”…met een kleine allusie op het feit dat in elke vrouw iets goddelijks schuilgaat: de mogelijkheid om kinderen te baren.
Vandaag op de 4 de vastenzondag toont het vastendoek ons twee vrouwen, Maria die haar nicht Elisabeth bezoekt en er van vreugde zingend een dansje mee doet. Maria is niet zover gegaan om te helpen, maar om te controleren of dat wat de engel heeft gezegd bij de Annunciatie wel waar is en om te weten waar ze zelf aan toe is. Maria en Elisabeth zijn twee sterke vrouwen met een belangrijke rol in de heilsgeschiedenis, maar ook nu bestaat de tendens om de vrouwen aan de kant te schuiven, om hun rol te bepérken tot het baren van kinderen! Wij luisteren met gans andere oren naar het lied van Maria (Lucas 1, 39-56), niet het lied van een teder en braaf meisje, maar het lied van een jonge vrouw vol hoop op het leven. Ze zingt van een God die barmhartig genoemd wil worden, maar ook van een God die revolutionaire dingen doet: “Hij verheft de geringen, rijken zendt Hij heen met lege handen, …” Als je dat in het Latijn zegt, klinkt het wellicht heel wat braver en zeker als je het verkondigt van op een troon. Maar in feite is dat lied een oproep om, zoals Maria, te gaan zien of God barmhartige mensen een kans geeft, een God die niet wil baden in macht maar kleine mensen groot wil maken. Kleine mensen zoals die kleine zusters in Vietnam, die afwisselend met één brommertje, de echte nood gaan lenigen van de oorlogsslachtoffers, jong en oud. Wij laten ze niet alleen, wij helpen hen door het project van Caraes middelen te geven. Daarom is er vandaag uitzonderlijk een omhaling, ‘een collecte’ zeggen de Nederlandse parochieverantwoordelijken uit de streek rond Weesp die vandaag met pater Jan Haen hier bij ons op bezoek zijn, ook om te luisteren naar het onzichtbare koor.
Wij bidden voor een zieke zus die een zware operatie te wachten staat, danken voor een geslaagd, leuk en goed concert en bidden voor de zusters in Vietnam, onze zússen, dat ze de moed niet verliezen.
Wij wensen onze Nederlandse vrienden, die een dag vol herinneringen met zich meedragen een behouden thuiskomst toe.
Repetitie op 23/3, nu al volop de voorbereiding van de paasweek met eindelijk ook eens wat gregoriaans: ‘In paradisum …’. En wij zingen op de melodie van ‘Hallelujah’ voor Ignace die eindelijk aan zijn pensioentijd kan beginnen.
Miet verwelkomt vandaag, 24/3, pater André Schotsmans, rector van Wittem, en de gemeenschap op een dag waarop het deugd zal doen om vergeving te vragen en verzoening te krijgen.
Waarom vieren dat wij verzoening mogen ontvangen? Omdat wij mensen fouten maken, omdat niet altijd alles loopt zoals het had moeten zijn, omdat dingen ons door de vingers glippen. Is dat erg? Neen, want God heeft ons zo gemaakt, niet volmaakt …Maar hij heeft ons ook de kans gegeven te zien dat wat we doen soms ook niet goed is! Geldt dat voor alle mensen, óók voor Jezus van Nazareth? Dat is duidelijk zo, als we lezen in Matteüs 15, 21-28 hoe Jezus de Kananese, de ‘buitenlandse’ vrouw, afwijst omdat hij alleen voor de Joden zou gezonden zijn.Maar Jezus ziet zijn fout in en hij helpt de vrouw. Dát is de kern van echte verzoening: niet terugkijken, maar inzien dat we er iets moeten aan veranderen. Dát is de kern van vergeving vragen: het gaat over toekomst, over ‘het kan beter’. Daarom maken we het stil, denken we na over de stap die we willen zetten om tegen Kerstmis dan te zien wat we ervan hebben terechtgebracht. Guido en André leggen elkaar de handen van verzoening op, dan naderen ook wij in stilte. Ik heb mij met veel te verzoenen, zoals Bernadette in de bezinning leest: “Bekering is: onomwonden de waarheid zeggen als men zichzelf verhoort.”
Wij bidden voor iemand die geopereerd wordt, voor wat stamelend wordt gezegd, voor geduld en begrip met mensen die anders zijn dan wij. Wij danken voor Mimi die een nieuw appartement heeft gevonden en voor het verzoeningsgebaar dat we mochten meemaken.
Wij wensen pater André die speciaal voor ons van Wittem is gekomen en Maddy uit Sint-Truiden een veilige thuiskomst toe en dan is er napraten en koffie.
Tabor op 29/3: Chris C. vertelt over haar ervaringen bij het zien van de iconen over de opstanding van Christus en de ‘nederdaling ter helle’ in Chevetogne Het zien van de handreiking door Jezus aan Adam, zoals hij haar ook de hand reikt, ontroert haar zeer. Zij voelt hoe hij haar omhoogtrekt uit haar zorgen, als ze vertrouwen heeft om haar te laten helpen. Als ze zich laat raken door iemand rond haar, als ze blijft vertrouwen op Christus, dan verrijst Christus weer.
Wij bidden dat wij naar elkaar de hand zouden blijven uitsteken en voor al die mensen die in ziekenhuizen wachten op de diagnose, wat voor hen een tijd van duisternis is.
Palmzondag op 31 maart, begin van een lange week van vieren, zonder onderbreking in onze geest, vastgelegd sinds de 3 de eeuw, volgens wat in Jeruzalem werd gedaan en herinnerd.
Een beetje toneel, heel veel traditie om dichter bij de man van Nazareth te komen. Er is een deeltje ‘witte liturgie’, dan draagt Guido de witte kazuifel, herinnering aan vreugde, intocht in Jeruzalem, Hosanna!, begeesterend zwaaien met palmtakken. Er is een deeltje ‘rode liturgie’, met rode kazuifel, nu geen teken van liefde, maar van bloed, tranen en pijn, herinnering aan zij die gemarteld werden, aan wie alles overheeft, ook het leven om de andere bij te staan.
De palm, onze groene palm, wordt gezegend: “Je kost niets, we krijgen je, je doet ons denken aan de olijftak van Noa die toekomst brengt, toekomst van vreugde, droefheid en rouw, maar ook van wederopstanding.”
De verhalen van deze dag, ik heb ze al zo dikwijls gehoord, maar telkens weer krijgen ze nieuwe betekenis. Odette leest het verhaal van de intocht in Jeruzalem (Matteüs 21, 1-11), de Christusicoon, symbool van de intocht, omkranst met palmtakjes, wordt binnengedragen, wierook brandt. Wij leggen witte en rode lintjes in de Vietnamese hoed, want droefheid nadert. Het kruis uit berkenstammen wordt binnengedragen, het lijdensverhaal uit het evangelie volgens Matteüs, van het verschijnen van Jezus voor de schriftgeleerden en de oudsten tot de graflegging, wordt rustig gelezen. Aangeklaagd door de hogepriester Kajafas, verloochend door Petrus, ondervraagd door een cynische en toch hoogst verbaasde Pilatus, veroordeeld tot de gemeenste der straffen, bespot en gekruisigd. Eenzaam gestorven: “Waarom ik?” en begraven door Jozef van Arimatéa. Wij bidden om staande te blijven, niemand uit te sluiten, te getuigen waar anderen zwijgen, ons niet als groep te laten ophitsen.
Wij denken aan die moedige vrouwen, die zusters in Vietnam op hun enige brommertje, en trachten hen te helpen, ook met een geldelijke bijdrage als duidelijk teken. Wij staan rond het altaar en bidden Zijn woorden.
Wij denken na over die man, een man op een ezeltje, het zachtste van alle dieren, die de hardste van alle steden binnentrok, de koning van de armen, vol zorg om de uitgestotenen, onbeschermd. Wij krijgen een innig aandenken: die man op dat ezeltje geleid door een palmzwaaiende man, met een palmtakje en de tekst van het gebed van de palmzegening: “Zegen het huis waar deze palm een ereplaats krijgt”.
Geen zegen, geen slotlied, want deze viering gaat nog een week door, tot Pasen …
Wouter, zondag 1 april 2007
afdrukbare versie
|
|
|