effata-logo
Kroniek van de maand juni 2008

De kronieken van de vorige maand heb ik afgesloten met een vrome wens wat de viering van 31 mei betreft. Wensen komen soms tóch uit: hier is, dankzij Frans, de kroniek van die viering!

Het evangelie ging over het huis op de berg (Matteüs 7, 21-27), de tekst die het slot is van de Bergrede. Het is niet voldoende om te zeggen: “Heer, Heer!” om het rijk der hemelen in te gaan. Christen zijn, is op de eerste plaats: ‘doen’, een huis bouwen op de rots. Bidden, kaarsen opsteken, naar de viering komen, dat is wel goed, maar het is niet genoeg. Je moet ook trachten mens te zijn met een nederig hart, barmhartig, gerechtig. Zoveel mensen zoeken hoe de Bergrede te beleven, maar het is niet gemakkelijk en ze raken er niet alleen uit. De kritiek op wie alleen: “Heer, Heer!” roepen, moeten we ernstig nemen. Maar daarvoor hebben we ook elkaar nodig en dan staat ons huis op goede fundamenten ook als de maatschappij ons uitlacht, ons niet verstaat. Dán kunnen we de liefde van God zichtbaar maken.

We hebben gebeden voor pater Huub Cox, die onverwacht overleden is, die een grote leegte achterlaat. We zijn dankbaar voor zijn bereidheid, gewoon voor wie hij was. Wij bidden voor Annabel, een vijfde kleinkind, dat in Wallonië gedoopt werd en voor een gezin in Nederlands-Limburg dat het moeilijk heeft. Wij danken vooral voor de verkiezing van Guido in het nieuwe provinciaal bestuur: dat is een feest met taart waard!

 

In Tabor van 4/6 spreekt Bernadette vanuit de spanning die de sollicitatie voor een nieuwe opdracht op haar werk meebrengt. Ze koos als onderwerp: ‘Leven als volgeling van Jezus’ en als bijbeltekst twee verzen uit Lucas 9, 23-24. Jezus spreekt hier van ‘elke dag opnieuw zijn kruis opnemen’. Die boodschap is geen droevige boodschap, geen opdracht tot zelfkwelling, wel een vraag om jezelf weg te cijferen, een oproep tot inspanning. Om niet met de stroom mee te lopen, om niet op alle verleidingen in te gaan, om te kiezen voor armen, om stilte op te zoeken, om te kiezen voor vandaag, rekening houdend met het verleden en met een open kijk op morgen, wetend dat men je aan je liefde zal herkennen als zijn volgeling.

Wij bidden voor zieke vrienden die node het leven moeten loslaten en wij danken voor de vele kansen die we in Effata krijgen om die zoektocht als volgeling van Jezus waar te maken.

 

Stuurgroepvergadering op 5/6: Guido is naar Rome. We regelen verder de praktische zaken voor de Ontmoetingsdag en voor het feest op 13/9 ter gelegenheid van de professie van Guido, 25 jaar geleden.

 

Als bemoedigende verwelkoming voor de viering van 7/6 vertelt Mieke dat ze onkruid heeft gewied in haar tuin en dat ze hierbij weer eens heeft moeten vaststellen dat kleine stapjes nodig zijn om resultaat te bekomen. Dat geldt ook voor Effata.

Omdat Guido nog op terugreis vanuit Rome is, heeft pater Andreas Krahnen op zich genomen in deze viering voor te gaan. Pater Andreas is Duitser, hij was zeer actief in het Jeugdklooster in Kirchhellen en hij leeft sinds enige tijd in Roermond om Nederlands te leren. Hij doet zijn uiterste best maar kan zijn vreselijk accent nog helemaal niet verbergen, het is dan ook vandaag de éérste keer dat hij een homilie in het Nederlands uitspreekt: hij noemt het een ‘première’! Ook heeft hij zijn gitaar meegebracht om een lied waarvan hij de tekst vertaald heeft, met ons te zingen: ‘Kom hierheen, zingt voor de Heer’.

In die homilie denken wij met hem samen na over het evangelie uit Matteüs, 9, 9-13, waarin Jezus Matteüs, de tollenaar, roept: “Volg mij!” en over de kritiek die Jezus daarvoor krijgt van de Farizeeën. Pater Andreas plaatst die oproep in het kader van zijn ervaring met jongeren in het Jeugdklooster, van wie de vragen niet zo eenvoudig zijn met als eindvraag: “Kun jij mij helpen om mijn weg te vinden?” Het antwoord is dat van Jezus: “Volg mij, dan zal je zien en voelen wie ik ben!”  Zijn ervaring is: dat samenleven van mannen en vrouwen, priesters en leken, jong en oud, heeft ook de redemptoristen veranderd.

Maar Jezus doet nog meer: hij éét samen met Matteüs, iets ongehoord voor de Farizeeën. Hij leert ons dat daden méér zijn dan woorden, dat God barmhartigheid betekent en een gezonde, een levende relatie wil met de mensen. Die gezonde relatie, dat netwerk van barmhartigheid leeft hier in Effata rond deze tafel.

Dan spreken wij uit wat in ons hart leeft: dat onze manier van leven en liefhebben aanstekelijk mag werken voor jonge mensen om christen te zijn. Wij bidden voor hen die studeren en voor hun ouders die hen mogen begeleiden, wij hopen met Viviane dat ze haar broer kan helpen voor zijn genezing via stamcellen, wij bidden voor kankerpatiënten om deze moeilijke periode door te komen, wij bidden voor een overledene, en voor Carlo Aziz dat hij een visum zou krijgen om zijn noviciaat in Chicago verder te zetten.

Het is vandaag Mannendag, wij worden verrast met een koffer(tje) aan schatten, een langzaam te gebruiken schat aan gedachten. Zeg nu zelf, zou je niet ook gelukkig en dankbaar zijn als je leest: “Niet om wat je hebt of kunt ben je belangrijk, maar om wie je bent!”

Om met de woorden van pater Andreas samen te vatten: ‘Dat was een mooie viering!’

 

Op de koorrepetitie van 13/6 oefenen we met Ilse én Guido de liederen voor de Ontmoetingsdag en voor het huwelijk van Jessica en Rinus. Het valt mij op hoe snel de fouten in de liederen terug opduiken; ze zijn dus niet echt ‘uitgeroeid’!

 

Volg mij”, zei Jezus verleden week tot de tollenaar Matteüs. Vandaag 14/6 gaat dat verhaal verder (Matteüs 9,36-10,8). Maar waarom had Jezus leerlingen nodig? Omdat het goed stond? Om al die mannen (en ja óók vrouwen, maar daar spreekt men liever niet van) rond hem te hebben want dat boezemt respect in of voor de veiligheid? Als het was om te helpen de komst van het Rijk Gods te verkondigen was dat ook niet nodig, want dat deden de Joden in hun verwachting van dat Rijk al vele eeuwen!

Neen, Jezus zegt dat het Rijk Gods er al ís, dus doe er iets aan! Daarvoor heeft hij leerlingen nodig omdat hij helpers nodig heeft om dat aan alle mensen duidelijk te maken: “Doe er iets aan!”

Twee zinnen zijn hier heel belangrijk: de eerste en de laatste: “Ik stuur u toe naar de mensen die nood hebben.” en “Voor niets heb je gekregen, voor niets moet je geven.” Jezus zegt in die eerste zin niet dat er arbeiders te kort zijn, neen hij vraagt ons te bidden opdat de arbeiders zich zouden kúnnen inzetten. Hij bedoelt dat God luistert en ons gebed verhoort. Er zijn dus genoeg arbeiders, maar we herkennen ze vermoedelijk niet. In elke gemeenschap zijn er mensen die zich inzetten voor het Rijk Gods, maar herken ze!

In de tweede en laatste zin spreekt Jezus over ‘voor niets’. In het Latijn staat er ‘gratis’, een woord dat door sommige politici recent fel werd misbruikt! Maar Jezus zegt: nemen we wel voldoende tijd voor dingen die we zo maar krijgen, staan we niet beter wat langer stil bij momenten die we gratis krijgen van anderen. En laten we vooral niet vergeten dat we ook ‘voor niets moeten geven’, bewust van het feit dat krijgen ook delen betekent.

We bidden voor een verongelukte opvoeder, danken voor mensen die elkaar steunen bij moeilijkheden met studerenden op het einde van het schooljaar, we bidden om niet overrompeld te worden door negatieve indrukken. We bidden om moed en vertrouwen en zekerheid dat God zich over ons bekommert.

Na de viering geeft Jelle, die speciaal uit Wittem is gekomen aan de Italiëreizigers wat meer uitleg over het programma, de kostprijs en allerhande praktische zaken.

 

Tabor van 18/6. Vrede brengen, gerechtigheid beoefenen, taken voor een volgeling van Jezus. Maar volgens Matteüs 6, 1-13, worden we opgeroepen om in de achtergrond te blijven, niet te koop te lopen met ons barmhartig zijn, binnenskamers te blijven als we bidden. Dat is natuurlijk maar een schijnbare tegenstrijdigheid en ook al helemaal geen oproep tot geheimdoenerij. Neen, het is een regelrechte oproep om niet onszelf maar wel God voorop te stellen, om ons ego los te laten en zo iets te betekenen voor de anderen. Het is dus een logische vraag, trek je terug in je binnenkamer en heb daar een goed gesprek met God zodat je je kunt openstellen voor hem.

We bidden voor mensen die het niet meer zo goed zien zitten, danken voor de kansen die we krijgen, we bidden voor de aalmoezeniers van de kliniek Maria Middelares en voor vrienden die in een echtscheiding verwikkeld zijn.

 

Voor Elien die ons verwelkomt in de viering van 21/6 kan de vreugde niet op: het is zomer en de proefwerken zijn voorbij. Nu moet er alleen nog veel licht bijkomen en daar zorgen de vele kinderen wel voor. Bernadette heeft de woorddienst voorbereid rond het evangelie uit Matteüs, 10, 26-33, waarin Jezus zegt dat we zonder vrees moeten optreden.Ook Pieter is wel eens bang, alleen in het donker en dan denkt hij aan iets leuks, of zou hij misschien zoals andere kinderen niet gaan schuilen bij zijn ouders?

Bij de grootmoeder van Bernadette hing een spreuk aan de muur:

“De mens lijdt het meest door lijden dat nooit op komt dagen,
Zo lijdt hij meer dan God hem op zou dragen.”

En Bernadette herinnert zich de spanning die zij ondervond voor het sollicitatiegesprek voor haar ‘nieuwe’ job. Maar achteraf heeft ze vastgesteld dat ze door angst een deel van haar mogelijkheden is kwijtgeraakt en dat ze beter het geheel in Gods handen had gelegd. Die oproep blijkt ook uit de woorden van Jezus: “Doe wat goed is, vertrouw het aan God toe, stel je vertrouwen op God” …wij zijn toch meer dan een zwerm mussen en zelfs daar zorgt zijn Vader voor! Datzelfde vertrouwen op God blijkt uit de psalmen, diezelfde uitdaging ondervinden wij nu: kom voor je geloof uit!

Guido is voorganger: “God is dan alles en in allen” sluit perfect aan op Bernadette’s homilie.

We zijn dankbaar voor haar woorden, we danken voor steun ondervonden van collega’s, we delen in het geluk en de zorg van de ouders van Franek, we bidden voor gewone mensen in ongewone situaties op deze Werelddag voor de Vluchtelingen. We vragen dat wij ons mogen laten leiden door dat vertrouwen in Gods belofte: dat hij deze gemeenschap onder zijn hoede heeft genomen.

 

Geloof het of niet: ‘Old Irish Blessing’, zo goed als juist, a capella (!), zonder partituur: als dat op de koorrepetitie van 28/6 geen goedkeurend gebaar met twee duimen in de lucht van Guido waard is!

 

Vandaag 29/6 is een feestelijke dag, de Ontmoetingsdag, de enige dag in het jaar dat we op zondag samenkomen, het einde van het Effatajaar, geen afscheid maar een gelegenheid om samen te vieren en te feesten. Je ziet het ook aan de kapel: symbolisch zijn, als welkom voor iedereen, alle stoelen versierd met bloemen. Die versiering is doorgetrokken naar het altaar en de lezenaar waar bloemen en stoeltjes hun feestelijke rol spelen. Nicole verwelkomt iedereen, maar speciaal ook Gé en Herman, onze Nederlandse gasten. Terecht, want het voorbije jaar was ook een beetje het hunne. De zon schijnt buiten, maar toch brengen ook de vele kaarsen hun licht bij.

Wat betekent Effata voor ons, voor hen die wat aan de rand staan? Guido kreeg antwoord op zijn vraag:

  • Effata helpt mensen christen worden, het “Kom en volg mij!” ernstig te nemen.
  • Bij Effata vind je expliciete verkondiging, niet alleen door het woord, maar ook door een lied, volop ingeplant in de liturgie, door bloemen met hun eigen betekenis.
  • Hier vind je mensen die voor elkaar zorg dragen.
  • Je bent er welkom, maar vooral: hier beweegt groot en klein dooreen, je bent familie van elkaar.
  • Je vindt hier zoveel talent bij elkaar. Daar moet je iets mee doen!

Dat zal dan ook gebeuren: vanaf september start het nieuwe project, het Clemensproject. Mét al dat aanwezige talent, maar voor zo’n groot project zijn we wellicht nóg te klein, dus vragen we er andere mensen bij, al wie helpen wil.Daarom kijken we dankbaar terug, maar vooral naar wat komt en naar onze opdracht.

Kunnen we dat beter dan door Lucas en Matteüs voor het laatst dit jaar nog eens aan het woord te laten over die Jezus, de vredestichter, en over de acht spreuken uit de Bergrede (Matteüs, 5)?

Samen de tafel dekken, samen consecratie beleven, samen brood en wijn delen. “Sharing” zingen en spelen de kinderen: leg hen vooral uit, heel voorzichtig, dat het vreemde woord niets anders dan ‘samen delen’ betekent, dat wat Effata werkelijkheid maakt. Of met de woorden van Ward Bruyninckx: “Soms denk ik dat mensen die van elkaar houden, bomen zijn met lage takken.” Takken waarop ook de vermoeide, verdrietige, verloren vogels zich kunnen neerzetten.

We bidden voor allen die lijden in welke vorm ook, we danken voor het voorbije werkjaar, bidden voor hen die thuisblijven en voor hen die op stap gaan, wij bidden voor de vele jongeren die zich inzetten in jeugdwerk. Dankbaar zijn we samen voor de Effatagemeenschap, na een jaar er zich thuis voelen in een open gemeenschap. “Wees bij ons, zorg ook voor wie er niet bij is, zorg voor hen die uitkijken naar morgen met angst, teken ons allen met uw naam.”

Bij Effata sluiten we af met een vraag om zegen, vandaag doet het koor dat met (onze) ‘Irish Blessing’, a capella, bijna zoals het hoort, maar waarom trilt bij velen de stem en wordt er een traan weggepinkt?

Naar goede gewoonte is er een aandenken, ontstaan uit het werken en zuchten van velen: een ministoeltje en een boekje met uitleg over het Clemensproject. Het stoeltje, net zoals de stoeltjes op het altaar en verborgen in de lezenaar: symbool van de vier ‘poten’ van het project, het boekje: symbool van de openheid. Achteraan in de kapel begint een aangepaste PowerPointpresentatie over het project te lopen.

Dan is er aperitief met witte Sangría en fruit, een Afrikaanse maaltijd met kip en rijst, voor sommigen wat onwennig na jaren van beenhesp, dessertenbuffet en koffie. En bowlen voor de groteren, het springkasteel voor de kleineren (niet helemaal ongevaarlijk voor enthousiaste springers, hé Naomi, hopelijk loopt alles nog goed af!).

En napraten en niet weg geraken, … het is toch maar voor even ….

 

Luc Versteylen schrijft: “Eigenlijk zijn er, zoals in Jezus’ tijd, maar vier zonden: ogen hebben en niet zien, oren hebben en niet horen, een mond hebben en niet spreken, een lichaam hebben en niet bewegen.”

Effata betekent voor mij: leren zien, leren horen, leren spreken, leren bewegen.

Ik wens iedereen een deugddoende vakantie!

 

Wouter, 30 juni 2008

 

afdrukbare versie (41 kB)