![]() |
|||||||||
| |
|||||||||
|
Kroniek van de maand juli & augustus 2009 In de vorige kronieken schreef ik: “En dan zie je Effata op zijn best: als de laatste de deur sluit, is alles netjes opgeruimd, het feest is voorbij: dank voor al wie er weer zo een feest van maakte!” Maar zelfs dát is niet genoeg: op 1 juli komt een flinke groep alles nog eens extra oppoetsen met het oog op een lange vakantie en in dank voor het gebruik van al deze ruimten!
Van 8 tot en met 10 juli evalueert en plant de stuurgroep te Watervliet, in ‘de Toren’, waar we ook verleden jaar waren. Veel van wat we verleden jaar hebben gepland, is uitgevoerd en goed bevonden, het algemene verloop, de liturgie, de catechese. De planning over het Clemensproject heeft wel heel wat vertraging opgelopen door de eigenlijke planning van de gebouwen op de voorziene site, maar vooral door de te regelen interne afspraken binnen de congregatie van de redemptoristen. Maar het gaat vooruit! Het nieuwe jaar wordt een ‘redemptoristenjaar’, te beginnen met 1/8, het naamfeest van de H. Alfonsus van Liguori. Omdat een reis in het spoor van de H. Clemens niet veel zin heeft (alle echte sporen zijn verdwenen), voorzien we opnieuw een ‘bedevaart’ naar Scala en omgeving in 2010 en de lang gekoesterde wens om ook eens naar Israël te gaan, wordt misschien waar in 2011, als een ‘spaarreis’. Maar het vieren van Guido’s priesterwijding, nu bijna 25 jaar geleden, wordt zeker niet vergeten!
Op 11/7 zong het Effatakoor, om het zeker niet te verleren, in de viering voor de vijftigste huwelijksverjaardag van de ouders van Bernadette in de Sint-Barbarakerk te Rieme (Ertvelde). Een viering zoals we dat doen bij Effata, met Guido als voorganger, rustig, vriendelijk, liturgisch, zegenend. Die lieve mensen hebben de vele attenties zeker verdiend.
Zo is het al augustus geworden en dus vieren we de eerste keer al weer samen, nog in vakantiestemming, op 1/8. Bernadette verwelkomt, weer bijeen, vieren, bidden, zingen, kaarsen aansteken. Stel je voor dat iemand nu zou rechtstaan en zeggen: “De Geest des Heren is over mij gekomen, omdat Hij mij gezalfd heeft. Hij heeft mij gezonden om aan armen de blijde boodschap te brengen.” Zou de reactie niet zijn: wat een pretentie! Maar Jezus deed dat wel in Nazareth: opgeroepen door Johannes de Doper, teruggetrokken in de woestijn, naar voor getreden in Nazareth. Dat is de kern van het verhaal van Lucas (Lucas 4, 16-21). Niet zo toevallig gekozen vandaag: het is de missie van de redemptoristen. Vandaag is het de feestdag van de H. Alfonsus van Liguori, stichter van de redemptoristen, patroonheilige van deze kapel – het is dus niet zo wonderlijk dat we hier zijn aanbeland! De voorbije dagen was in Bad Honnef (D) de jaarlijkse retraite van de redemptoristen. Vier van Effata waren er ook, Chrisje, Lut, Nicole en Chris (die de zware taak op zich nam om gespreksleider te zijn …). Een vraagje tussendoor van Marianne: “Waarom Alfonsus vieren, iemand uit de 18 de eeuw, neurotisch, kapot van de scrupules, Napolitaan, advocaat, in rijkdom opgevoed, …” Maar op een bepaald ogenblik heeft hij gekozen om Jezus na te volgen in zijn missionaris zijn. Geen monniken, geen kloosters, maar huizen, met de mensen bidden, en aan al die mensen zeggen dat God hen graag ziet. Niet de wereld veranderen, maar enkel dát doen. Niet letten op dat logge instituut, maar doen wat je denkt te moeten doen, werken met hen die het het moeilijkste hebben. Daarom staat nu het beeld van de H. Alfonsus hoog op het altaar, voor één jaar bij ons, afgestaan door onze vrienden in Essen. Voor wie mag twijfelen of hij bij ons past: er is ook een brok af … meer dan een zelfs! Later verhuist Alfonsus naar een plaats waar hij nog duidelijker te zien is, naast het altaar. Nicole leest de samenvatting van de opdracht van de congregatie van de redemptoristen: aan armen de blijde boodschap brengen en een gemeenschap vormen van geest en broederlijkheid. Weer bidden we voor elkaars zorgen, voor een vriendin die na het verlies van haar man, nu ook een zware operatie moet doorstaan. Maar ook voor elkaars vreugde, voor Fons en Chrisje die hun eerste kleinkind, Feja, hebben mogen begroeten, op deze dag die dan ook nog eens de naamdag van ‘opa’ is! Samen gaan we weer op weg, met Hem voor wie niemand teveel is. Het is niet helemaal duidelijk voor wie we klinken op de receptie die Fons en Chrisje aanbieden, maar wel is duidelijk dat de lekkere suikerbonen voor Feja zijn!
Stuurgroep op 6/8: veel aandacht voor de organisatie van de ‘Alfonsuscursus’ en voor de bijeenkomst op 12/9 met de redemptoristen en leken over het Clemensproject met nadruk op de vraag: “Hoe zie je die gemeenschap van gemeenschappen?”
Zaterdag 8/8 is voor Karen en Erwin een grote dag: in een feestelijk versierde kapel, voor een groot hart uit rozen en haagbeuk, voor familie en vrienden, voor de gemeenschap en het Effatakoor en voor Guido spreken ze hun liefde uit voor elkaar en bidden ze dat hun liefde diep en trouw mag zijn. Er is geen enkele andere garantie dat het deze keer lukt, krijgen ze als waarschuwing mee, maar wij geloven dat ze in staat zijn hun getrouwd zijn te laten lukken. Karen houdt van Maria en daarom zingen we met nog meer liefde dan anders een innig ‘Maria Plovi’. “Zegen hen vandaag en alle dagen van hun leven” : is er een mooiere wens mogelijk?
Maar feest vieren belet ons niet om op 8/8 ook op het gewone uur weer bijeen te komen, vertrouwend in de liefde van Hem die ons graag ziet. In het evangelie vertelt Johannes (Joh 6, 24-35) over Jezus die pas aan de mensen heeft geleerd dat délen vermenigvuldigen is. Maar dat verhaal is bij Johannes maar de aanleiding om Jezus een lange redenering te laten houden, die leidt tot de woorden: “Ik ben het brood om van te leven …”. Het is een moeilijke tekst, diepgaand, de moeite waard om er nu, zelfs in de vakantie, bij stil te staan. Johannes wil uitleggen dat het brood van de brooddeling meer is dan brood alleen: de mens leeft niet van brood alleen. De mens leeft niet alleen voor de dagdagelijkse zorgen, maar ook voor rust, voor het kijken naar spelende kinderen, ver van hetze en opjagen, nu in de vakantie. Johannes wil zeggen dat er dingen zijn die een tweede ‘taal’ hebben, een symboolwaarde, zoals een bloem, of een ring, of een verlofdag, tekens van liefde die anders niet uitgedrukt raken. Zo is dat met brood dat gebroken en gedeeld wordt: het realiseren dat mensen voor elkaar als gebroken brood zijn. Wat later bidden we voor Brigitte die haar strijd tegen kanker verloren heeft, we bidden voor pater Jos Schotsmans, op 6/8 overleden, we bidden voor een broer en vertrouwen ons toe aan het woord van Jezus, brood van leven, Jezus een vriend, bekommerd om ons allen.
Verleden jaar zong het Effatakoor op 10/8 in Sint-Joris-Winge uit dank voor de gastvrijheid van pater Jos Schotsmans op de Afrikalaan in de viering voor de 65 ste verjaardag van zijn priesterwijding. Vandaag, 13/8, wordt Nonkel Jos, zoals ze hem hier noemen, in zijn geboortedorp Meensel begraven. Ook hier wilde Effata, door met enkelen gewoon aanwezig te zijn, danken voor al wat hij voor ons heeft betekend. Salve Regina!
Koorrepetitie op 14/8 om de liederen voor zondag nog eens te herhalen. Maar ook de ‘Lichtjes van de Schelde’ komen al in zicht. Is nog een feest op komst? Het is ook de gelegenheid voor Bernadette om de dank van haar ouders voor het zingen in Rieme over te brengen, ze hebben er van genoten, hun enthousiasme is groot! Dus … receptie!
15 augustus, Maria tenhemelopneming. Mia verwelkomt met een tekening die Wim speciaal voor haar heeft gemaakt. Maria op een blauwe wolk, geen pijn, geen verdriet meer, alleen nog lichte kleuren en licht, symbool van de Pasen van Maria. In onze kerkgeschiedenis zijn er heel wat vragen over dogma’s en over de rol van Maria. In alle christelijke godsdiensten krijgt Maria een rol, ofwel een hoogverheven rol, naast God de Vader, bijna boven haar zoon de Christus, ofwel een rol van niemendal in het protestantisme, al 500 jaar herhaald, teken dat ze er toch niet zo goed mee weg komen? Historisch weten we weinig over Maria zelf, ze is de moeder van Jezus. Als ze in de evangelies genoemd wordt is het bijna altijd om de boodschap van Jézus te verduidelijken. In het begin van het christendom verschijnt ze als de moeder van Jezus en dan ‘verdwijnt’ ze, tot aan het eerste millennium. Dan zou het duizendjarige rijk ten onder gegaan zijn met de wederkomst van Christus, iedereen was zeer bang, maar er gebeurde niets … Daar had Maria voor gezorgd, meende men, en er verschijnen vele verhalen en geschriften over Maria, veel schilderijen en beelden van haar, er is sprake van verschijningen en er ontstaan pelgrimsoorden voor Maria. Bernardus van Clairvaux noemt zijn cisterciënzerkloosters naar Maria. Er is een zeer grote plaats voor Maria, bijna een vorm van sublimering. En het is logisch dat Maria steeds naar Jezus verwijst, want de evangelies gaan over Jézus. We lezen twee stukjes uit het evangelie volgens Lucas, eerst Hoofdstuk 11, verzen 27-28 en dan Hoofdstuk 8, verzen 19-21, waarvan de eerst gelezen tekst feitelijk een herhaling, een doublure is. Heeft Jezus iets tegen zijn familie, tegen zijn moeder, tegen zijn broers? Maar neen, dat kan niet de bedoeling zijn! Als we met het beeld van God in de problemen zitten, zoeken we uit hoe we alle gegevens kunnen combineren. Zo deed ook het Joodse volk in een lange zoektocht, steeds meer het Godsbeeld uitzuiverend om te komen tot één God. Maar het mensbeeld blijft een rol spelen en we zien God de Vader als beeld van de hemel, God de Moeder als beeld van de aarde, Abel als de man van de hemel, Kaïn als man van de aarde. Zo kunnen we ons vragen blijven stellen: Is God man of vrouw? Hoe rijmt dat tesamen: Eén God, vader en moeder in één persoon? Kijken we even hoe het er in Gods schepping aan toe gaat: het is de vrouw die leven tot volle wasdom brengt, en toch wordt in de godsdienst de rol van de vader ondersteund. Maar de mensen zijn slimmer, ze verstaan wel dat de mens niet kan zonder moeder en dat God niet alleen vader, maar ook moeder is. Dat het anders niet te begrijpen is. Als we dus Maria vieren is dat omwille van haar rol, zij die, zonder grote macht en daden bereid is om naar ons te luisteren. Zíj verwijst ons naar haar Zoon en toont aan dat het belangrijkste is dat God, vader én moeder, met ons begaan is. In de advent zingen we een lied: “Een schoot van ontferming is onze God, …”. Het is geen toeval dat ontfermen betekent: ‘nieuw leven geven’, maar dat in het Hebreeuws hetzelfde woord én ‘ontferming’ én ‘baarmoeder’ betekent. Duidelijk genoeg? Dan bidden we voor onze intenties: voor de vader van een beste vriendin, voor alle studenten die opnieuw aan het studeren zijn, voor Finn, dat ze gezond mag opgroeien, voor de vader van Erwin die plots gestorven is waardoor vreugde bij Karen en Erwin in verdriet overging, voor mensen die niet meetellen. Voor elke voorbede draagt een jongere een brandend kaarsje naar de Maria icoon die mooi versierd is met roosjes en heemstroos tussen vrouwenmantel. Maria draagt ons in haar hart en wij haar in óns hart. Woutje verjaart! Trots gaat hij rond met snoepjes: wij zingen voor hem ‘Laaang zal hij leven’!
Vroeger zongen we op de eigenlijke Hoogdag in de gevangenis, maar nieuwe meesters, nieuwe wetten. Nu zingt het Effatakoor, a capella, in de gevangenis op 16/8, met pater Ives als celebrant. Hoe innig en doorleefd de viering bij Effata gisteren was, zo strikt is de mis in de gevangenis. Twee lezingen, één uit de Apocalyps (naar mijn weten een uit de eerste eeuw eigentijds verhaal over de strijd tussen Rome en de kerk), één uit 1 Korintiërs 15, 20-26 over de zekerheid van onze verrijzenis. Het evangelie uit Lucas 1, met het Magnificat, ook hier de verduidelijking van Jezus’ boodschap over zijn Vader. De preek: Pater Ives heeft de 100 km Dodentocht van Bornem uitgelopen, maar hij stelt zich de vraag of het echt nodig is zo de held uit te hangen. Neen, verwijzend naar Maria, zij heeft ook de heldin niet uitgehangen, zij is ten hemel opgenomen, opgetrokken. Zij was vol van genade, maar heeft niet alles zelf geprobeerd. Hoe kon dat gebeuren? Maar bij God is toch niets onmogelijk … Zij heeft vertrouwd met de woorden: “Mij geschiedde naar uw woord”. Ze heeft niet de wereldse dingen vastgehouden, maar God zelf en ze heeft durven leven in zijn genade, alles loslatend, troostende middelen, macht, invloed, verloren? We zijn met velen om te zingen, maar ik heb het gevoel dat ons zingen er niet echt bij hoort, geen vierend zingen is, of toch niet vóór het einde als we bij de vredeswens ‘Dona la pace, signore’ zingen of ‘Down by the riverside ‘ na de plechtige zegen. Pater Ives moet het vreselijk druk hebben, want mijn vriendelijke uitnodiging om ook eens bij ons te komen, wimpelt hij om die reden af, of toch? Ook Liesbet was er voor de eerste keer bij, hopelijk heeft ze bij het buitengaan niet té lang op haar spullen moeten wachten!
Odette verwelkomt op de viering van 22/8. We komen hier samen om even te bidden, niet verplicht, als ingebakken, normaal, als die twee mensen die bij het Angelus het werk op de akker even neerleggen. Heel veel ‘gasten’, ook een wat levendiger groep uit Deinze. Allemaal welkom, net zoals pater Herman, die voorgaat en zo Guido vervangt die voor een twaalftal dagen naar Congo is. Johan leidt de zang, samen met het orgel, dat wat luid speelt, en mét pater Herman die te laat doorheeft dat zijn persoonlijke micro niet uitgeschakeld is. Zelf merkt hij lachend op: “Gehoord dat ik niet zo zuiver zing?” Op het eerste gezicht klinkt het woord ‘vriendschap’ gemakkelijk. Je krijgt elkaar weer in het oog, je denkt: ‘fijn dat je er bent!’, je ergert je zeker niet. Dat zijn maar woorden, daden zijn moeilijker. Zeggen dat je van iemand houdt, is niet zo moeilijk, veel moeilijker is het van je te láten houden. Dat is een levenswerk, het aan je laten gebeuren dat iemand van je houdt, iedere dag opnieuw dat aanvaarden. Ook Jezus zegt dat tegen zijn vrienden: “Hoe staat het er mee, volgen jullie mij? Kiezen jullie voor mijn weg?” en dat vinden we in het evangelie van vandaag, in Johannes, 6, 60-69. Zijn wij nog speelse mensen, die ‘Mens, erger je niet’ spelen, laten wij iets speels gebeuren? Of ergeren wij ons omdat we altijd opnieuw hetzelfde moeten uitleggen, omdat anderen geen oog hebben voor wat ik doe? Of trachten wij iedereen veel te geven, omdat we zelf weinig ontvangen? Zo is onze God: Hij heeft ons het leven gegeven. En zijn we daar blij of niet blij mee, het verandert niets aan het feit: Hij heeft ons het leven gegeven om ons duidelijk te maken dat Hij van ons houdt. Zijn we daar niet altijd gelukkig mee: Hij lokt ons uit onze tent, Hij zegt: “Ik ga met je mee, ik ben je trouw, zoals Jezus.” De mensen begrepen Jezus niet, die zich gaf in zijn totaliteit: “Ik ben brood dat leven geeft, ik geef je mijn bloed dat leven geeft”, dat betekende zoveel als: “Ik geef je leven!” Al eens nagedacht welk moment het best is om heel diep met elkaar wat uit te wisselen, Dat gebeurt aan tafel, dat duurt soms lang, we zien elkaar, we aanvaarden, respecteren elkaar, we zijn voor de ander wie we zijn (zelfs al eet je met je handen …). Daarom gaf jezus ons zijn lichaam, aan ons om antwoord te geven, met twee letters: … Amen, maar dat betekent in het Nederlands: “Ja”. Wij leggen wat ons beroert voor aan God: Wij bidden voor onze overledenen, een vader, een broer, een moeder, wij bidden voor liefde die ergernis overstijgt, voor een komende ontspannende maandag voor onze jongeren en hun begeleiders, voor een betere toestand voor al die mensen in Afghanistan. Een receptie? Nicole verjaart, dus …
Na de viering is er, eens de kalmte is teruggekeerd, ‘Open Gemeenschapsraad’, een ogenblik van terugkijken en luisteren naar de gemeenschap, die niet altijd de mogelijkheid heeft om vragen te stellen of opmerkingen te maken. Welke waren de sterke momenten: De Goede Week, huwelijken hier en elders, zingen als koor, vakanties samen, of gewoonweg alles samen? Hoe zorgen we ervoor dat onze jongeren zich hier thuis voelen, of zorgen ze daar beter zelf voor, moeten ouderen enkel maar suggereren? Zijn vieringen als Guido er niet is beter gewone woorddiensten, of is het beter met de paters die inspringen of is afwisselen best? “In medio virtus”, zou ik zeggen, met anderen mee, want we mogen niet vergeten dat die paters, mogelijk meedoen in het Clemensproject! En hoe staat het met dat project, wordt daar genoeg over ‘gecommuniceerd’, of laat de stuurgroep te weinig het achterste van zijn tong zien. Of is dat project nu in een stadium waarop het initiatief bij de redemptoristen ligt en moeten wij hun stellingneming afwachten? De vele nieuwelingen in het koor krijgen onvoldoende de kans hún stem te leren, kan voor de moeilijker liederen (de lange van Oosterhuis …) niet eens een repetitie per stem in een kalmere periode? Optreden als koor wordt erg gesmaakt, maar dat vraagt heel veel werk, vooral voor Guido … en het koor mag geen eigen leven gaan leiden! Kunnen we voor sommige initiatieven, waar we ook interesse verwachten van buiten uit, niet samenwerken met andere partners? Chris maakt van deze raadsvergadering wel een écht verslag …
Elien vertelt: Kajakken met jongeren en volwassenen op 24/8 . De dag begon al heel vroeg maar iedereen had er zin in en daardoor zat de sfeer er zelfs om 7 uur al goed in. Na een treinrit van twee en een half uur kwamen we aan in Houyet, maar dan moesten we ons geduld niet langer op de proef stellen en mochten we met zestien de Lesse op, waar al heel veel volk was. Na een half uurtje ploeteren hadden de meesten de techniek onder de knie en was er wat ruimte om elkaar te plagen. Met Tom en Lennert op kop konden we het niet laten elkaar met waterplanten te bekogelen. Omdat we na een tijdje ver uit elkaar waren gedreven, zijn we even gestopt maar ook daar ging het waterplantengevecht door. Na twee uur kajakken was er tijd om te eten aan een van de aanlegplaatsen van de Lesse. Met nog drie uur kajakken voor de boeg was er niet zoveel ruimte om te stoeien maar een grapje kon er altijd vanaf! Na zowat 21 km kajakken was iedereen pompaf en haalden we nog net onze trein van 17 uur. Aangekomen in Gent, sloten we de dag af zoals we dat gewoon zijn in Effata: met frietjes! Ik mag dan ook uit naam van de hele groep zeggen dat we ons super goed geamuseerd hebben en dat zo’n uitstap voor herhaling vatbaar is!
Het koor repeteert op 28/8: de vakantie is duidelijk nog aan gang! Drie tenoren, drie bassen, van de alten en de sopranen telkens zeven: het is feitelijk te weinig en tóch is het een goede repetitie … vooral van de liederen voor het miniconcert van morgen.
29/8! Walter Van Wouwe heeft Abraham gezien en hij viert vandaag zijn vijftigste verjaardag met Effata, zijn familie en vele vrienden. Guido is samen met pater Gaston in Congo geweest. Hij heeft er zijn confraters leren kennen, er mee gepraat, heel intens, de mogelijkheden van het land , de onmacht en de uitbuiting gezien en aangevoeld. Gezien hoe de mensen verstoten van alles er leven, meestal zonder elektriciteit, heel dikwijls zonder water, overlevend. We mogen fier zijn op wat onze paters er presteerden, wetend dat alleen de christelijke ziekenhuizen er standhouden. Ook kijkend naar de inlandse clerus, naar nieuwe groepen die er ontstaan, naar een nieuwe spiritualiteit, kijkend naar een land dat meer dan onze aandacht nodig heeft. Het evangelie van vandaag ( Marcus 7, 1-15) bevat zowat de sterkste godsdienstkritiek die je in de evangelies kunt vinden. Keihard zijn Jezus’ woorden, omdat hij ziet hoe gemakkelijk het woord van God misbruikt wordt … ook nu nog! We moeten maar rond ons kijken: we leven in een wereld waar alles losgelaten wordt, zo van ‘doe wat je wilt’, ‘trek het je niet aan’, ‘ga op 13 jaar voor twee jaar rondzeilen over alle zeeën’. Daar staat tegenover: samenkomen en in het woord van God geloven, willen gedragen worden. Jezus is niet tegen gebruiken, niet tegen tradities. Hij wil wél dat we ons afvragen waar we mee bezig zijn en niet te gemakkelijk zeggen dat het Gods wil is of dat we ‘van godswege’ handelen. Nadenken over ons leven, het verschil maken daar waar we zijn, stap voor stap. Wekelijks samenkomen met als boodschap: het ís mogelijk samen te werken tegen de boodschap ‘zorg voor jezelf’ in. En om niet te vergeten dat we mensen zijn met smaak- en tastzin, kregen we die tekenen van brood en wijn, tekenen dat Jezus zegt: “Ik ben bereid te luisteren!” Dan bidden we voor onze intenties: voor een buurvrouw, voor de broer van een van ons die er slecht aan toe is, voor een oom die zwaar ziek is, voor broeder Marc. Maar we danken voor een zus die na lange jaren wachten eindelijk zwanger is. We bidden voor die twee, Damiaan en Alfonsus, die hetzelfde doel hadden: zorgen voor de meest verlatenen en dat Guido en Effata hun doel mogen bereiken. Wat Alfonsus betreft, zijn we op het goede spoor: op 12/9 wordt er uitvoerig nagedacht over en gewerkt aan het samenleven in het Clemensproject met al wie daar interesse voor heeft. We bidden voor alle startende kleuters dat ze zich op school mogen veilig voelen. Dan is het tijd voor een uitvoerige receptie met broodjes met kaas en hesp en … en taart en ‘carré confituurkes’ naar wens van de jarige! En het zou Walter niet zijn: hij heeft gevraagd om een ‘miniconcert’ van het Effatakoor, waarbij hij naar goede gewoonte, deze keer met korte en krachtige zinnen, de liederen aan elkaar praat. Het wordt een overzicht van de voorbije jaren voluit leven met af en toe wolken en heel veel zon, een kijken naar een nieuwe toekomst en een dankwoord naar Sabine. De lichtjes van de Schelde, de avondsluiting, enkele gospels, ‘Heer van hierboven’. Allemaal samen: Pazzo per amore, gek van liefde … Het prachtige, aangrijpende ‘Dan zal ik leven’. Altijd Maria op zijn weg: ‘Lieve vrouwke, ik kom niet om te bidden, …’ en het ís een ‘Happy Day’, tot in de vroege uurtjes, met heel veel dankbaarheid voor al wie Walter’s leven mee vormde.
Ik heb zopas de eerste bladeren weg geharkt: wordt het al weer herfst? In elk geval waren er al weer miniappeltjes …
Wouter, maandag 31 augustus 2009
|
|||||||||