|
|
|
|
Kroniek
van de maanden juli en augustus 2007
Juli is bij Effata een rustige maand, althans zo schijnt het.
De ontmoetingsdag viel dit jaar op 1 juli: dat verhaal is terechtgekomen in de kronieken van juni, maar de herinnering aan de emotionele viering met de samenzang koor-volk blijft nazinderen.
De stuurgroep is in juli wel heel actief: van 11 tot 13 juli zijn we in Maria-Aalter onder de goede zorgen van de Broeders van Liefde, en meer speciaal van Broeder Guido, gaan evalueren en plannen. Alle uitingen van het leven in de gemeenschap zijn aan bod gekomen, kritisch onderzocht, besproken en zo nodig aangepast. Het is een zeer intens onderzoek geweest, de gemeenschap ten goede, een beetje in het licht van de open vraag: “Wat zal het kapittel van de Redemptoristen in oktober beslissen?”
Om op de mogelijke antwoorden op die vraag nóg beter voorbereid te zijn, is de stuurgroep op 24/07 samengekomen, om met de gewaardeerde hulp van Walter Van Wouwe, de tekst over de missie en visie van Effata, die onder meer in onze folder voorkomt, te actualiseren en ook een eerste bespreking te wijden aan de modernisering van die folder.
Alle goede dingen bestaan uit drie: op 09/08 komt de stuurgroep in de eerste gewone vergadering van het nieuwe werkjaar bijeen, nu onder de leiding van Miet. Guido, die er voor gekozen heeft voortaan gewoon lid te zijn, is er niet bij want hij maakt samen met pater Hermann een grote reis door Indonesië.
Op de koorrepetitie van 10/08 met Ilse wordt er duchtig gezongen ter oefening van de viering morgen en van het ‘zingen in de gevangenis’ op 15/8.
Op 11/08 is het de eerste viering van het nieuwe jaar. Chris verwelkomt ons allemaal, ook zij die speciaal voor Greet Eeckhout en haar bijna zes maanden oude zoontje Isaiah zijn gekomen. Isaiah wordt gedoopt vandaag en bij Effata is dopen een gemeenschapsgebeuren: vieren in gemeenschap. Dat is het wat Guido duidelijk maakt in zijn homilie bij het evangelie uit Matteüs 18, 1-5. Kinderen waren voor Jezus heel belangrijk en hij zag ze graag, maar hij heeft géén kindercatechese gegeven, ze niet toegesproken. Kinderen komen bij Jezus ter sprake als de apostelen ze bij Jezus willen weghouden of als voorbeeld voor de volwassenen. Zo ook hier: de apostelen maken ruzie over wie het grootste is, wie de voornaamste is. Guido leest Jezus’ antwoord uit het evangelieboek. Wat betekent dat hier, vandaag met de kleine Isaiah, en voor ons? Niet dat we naïef moeten zijn, maar wel, weerloos als kinderen, toch uit op het goede voor de anderen. Maar het voornaamste voor ons is dat als we Isaiah dopen, wij bewuster worden van onze opdracht: hem voor te doen dat als hij later bewust in God gelooft, hij dan weet dat hij een vrije mens is met eigen verantwoordelijkheid. Maar ook voor ons geldt het woord dat Kahlil Gibran, zo juist verwoordde: “uw kinderen zijn uw kinderen niet, …, ze behoren u niet toe”: kinderen moeten de kans krijgen hun eigen weg te gaan.
De viering staat als een boog gespannen tussen die opdracht van de Effatagemeenschap en de het innige geluk van Greet met Isaiah: “een stille wens, een diep verlangen, hoop, die door geluk vervangen is, ‘Ik heb je lief, mijn zoon, je hele verdere leven’”. Hij krijgt een kruisje van de kinderen, van peter Gert en meter Els en zijn grootouders, zijn naam ‘Isaiah, God is redding en helpt mij’ wordt hem gegeven. Wij bidden dat helder water, als teken en herinnering zou stromen, opdat hij opgenomen en verbonden wordt met God die vrede is. Het witte doopkleed wordt hem opgelegd, meter Els reikt haar doopkaars aan en Isaiah wordt gedoopt en gezalfd. Dat moeten we echt vieren door als gemeenschap rond het altaar te staan en het tafelgebed te zingen: ‘Waar vriendschap is en liefde, …’, brood en wijn te delen, elkaar vrede te wensen en tot Onze Vader te bidden met zijn eigen woorden. Wij bidden met Els die haar dankbaarheid uit voor Isaiah en voor de opdracht die ze als meter krijgt, met grootva voor het geschenk van Isaiah, en met Luc die een gebed vraagt voor de tuinman die overleden is. We zegenen zingend ‘Bless the Lord my soul’ Greet met haar zoontje en zijn meter, peter en de familie mee, wensen Isaiah met het lied van de opstanding ‘Dan zal ik leven’ veel geluk toe.
Het was weer een ‘O Happy Day’, dus is er receptie met taart en wijn en heel veel gelukwensen, maar met vooral het terugvinden van onze vrienden uit de gemeenschap na een volle maand onderbreking!
Tenhemelopneming van Maria: op 15 augustus voor wie dat niet weet, is voor Effata zingen met het koor in de gevangenis op de Nieuwe Wandeling. Stanny, de gevangenisaalmoezenier, spreekt over Maria, een moeder die haar Zoon gelooft, die in haar Zoon gelooft, die hem prijst omdat hij naar de kleinen kijkt, de hongerigen spijst. Er is heel wat stil (later heel wat luider!) protest bij de Effatavrouwen als Stanny zegt dat wereldse moeders dikwijls niet in hun zonen geloven: is dat een verspreking of richt Stanny zich tot iemand speciaal? We lezen uit de openbaring, het apocalyptische verhaal over de vrouw die in barensnood wordt weggevoerd naar de woestijn en over de strijd die losbarst. Stanny ziet hierin de voorafbeelding van de strijd ín de mens tegen het kwaad, de strijd die tussen mensen woedt om baas over anderen te zijn. Legendarische figuren als Robin Hood zetten hem aan het twijfelen over hun bedoelingen, mensen als Pater Damiaan en Moeder Teresa die als Jezus zichzelf gegeven hebben, zetten hem aan tot geloof.
Effataviering op 18/08, zoals Bernadette zegt: wij komen hier samen met mensen die in dezelfde richting kijken om elkaar te steunen, om elkaar te bemoedigen.
Je ziet dat het nog vakantie is:
drie kinderen, Lotte, Ben en Ine, voor zóveel kaarsen!
Een bijbelwoord zegt ons dat we van God geen beeld mogen maken! Maar als mensen dénken we zo: we zijn geneigd in onze geest van alles een beeld te maken. Als we aan God denken, vormen we met onze geest een beeld van iemand die met zijn ogen over de wereld kijkt. Ook het evangelie helpt ons bij die beeldvorming, we krijgen een beeld van Jezus die mensen optilt, hen meer toekomst geeft. Toch is het beter, God niet te willen begrenzen door een beeld van hem te maken.
Het beeld van Jezus dat we vandaag uit het evangelie (Lucas 12, 49-53) krijgen is helemaal verschillend: “Meent gij dat ik op aarde vrede ben komen brengen? Neen, juist verdeeldheid!” Wat zei Meester Eckhart, Duitse dominicaan, theoloog en mysticus, in het begin van de 14 de eeuw over God: “Zeg niet dat God ‘goed’ is! Hij is niet ‘goed’! Wij kunnen hem niet vatten, inkapselen in ons weten.” En Etty Hillesum, als Joodse vermoord in Auschwitz in 1943, schrijft in haar dagboek:
“Ik realiseer mij dat God mij niet zal beschermen, mij niet zal redden.God is niet zo!" Ze zag in dat haar opdracht was: de plaats in haar lot waar God is, te beschermen door schoonheid, goedheid, vergevensgezindheid in haar hart te behouden.
Daarom is het goed geen beelden te maken van God, om God God te laten zijn. Daarom is het zo dat sommigen vrede brengen, maar óók verdeeldheid als ze vaststellen dat andere mensen onrechtvaardig behandeld worden, die dan ook vúúr brengen en verlangen dat het oplaait zoals Jezus zegt in het evangelie. Kijk weer naar Meester Eckhart, die schijnbare zekerheden op losse schroeven zette, ‘beelden’ vernietigde, om zo mensen tot een diepere band met God te brengen.
Hij werd er na zijn dood als ketter voor veroordeeld!
Wij bidden voor een jonge vrouw die vandaag werd begraven en danken voor hen die voor haar hebben gezorgd tot het einde, wij bidden om sterkte bij een gesprek dat een geschil van jaren moet trachten te overbruggen. Wij denken terug aan de wijze en lollige Jos Brink, gisteren overleden, die ook voorganger, predikant en buddy was bij de oecumenische basisgemeente ‘De Duif’ in Amsterdam … ons rijke openingsgebed is van hen overgenomen.
Wij danken voor mensen die vuur en sterkte en vertrouwen brengen.
Van 19 tot 22/08 gaat in Bensberg (D) de retraite van de redemptoristen door: Bernadette, Bea, Fien, Nicole en Chris zijn er aanwezig. Bernadette schreef hierover volgend verhaal:
‘Doel van de retraite was: op zoek gaan naar de rol en de betekenis van kerk en geloof in de nabije en verre toekomst. We voelden ons meteen thuis in de grote redemptoristenfamilie.
Als Emmaüsgangers gingen we op weg, met twijfels, met vele vragen, maar met een blik op de toekomst.
Via een zeer duidelijke uiteenzetting van professor Peter Nissen werden we uitgedaagd na te denken over de toekomst. In gespreksgroepen konden we hierover van gedachten wisselen. Het deed deugd te horen dat redemptoristen, vaak al van hoge leeftijd, toekomst zagen in de projecten van leken zoals onze Effatagemeenschap.
Ook de gesprekken tussen pot en pint naderhand gaven ons het gevoel dat we op goede weg zijn en gesteund worden door mensen met ervaring.
Op woensdag keren we terug naar ‘Jeruzalem’, naar huis, met de opdracht niet bij de pakken te blijven zitten, maar wel verder te werken aan de toekomst binnen onze gemeenschap.’
Zoals je weet hebben wij sinds vele jaren een folder waarin heel wat essentiële feiten over onze gemeenschap zijn opgenomen. Effata is de laatste jaren echter zo geëvolueerd dat de folder dringend moet geactualiseerd worden, met concrete en bondige woorden. De stuurgroep heeft daarom op 23/08 op basis van een tekst die Walter na de vergadering van 24/7 heeft opgesteld, verder nagedacht over de visie en missie van onze gemeenschap.
Koorrepetitie op 24/08. Zoals Johan zegt: “Wat een mens allemaal niet moet over hebben voor
een potje mossels!” We oefenen, tot Guido een slotakkoord heeft, aan de liederen voor de jaarlijkse viering in Afsnee bij Stanny Bonte: de beroemde ‘Stanny’s mosselen’.
Als Annette de gemeenschap op 25/8 verwelkomt, blijkt dat deze vorm van het openen van de viering nog een voordeel heeft. Je wordt namelijk herinnerd aan wat in de vorige viering je zo getroffen heeft: “Heb geen te zeemzoeterig beeld van God, maar laat je liefdevol tot de waarheid brengen: over God kan je niet beschikken!"
Het evangelie uit Lucas 13, 22-30, toont duidelijk aan dat de apostel zelf geen ooggetuige was maar onder andere de Q-bron volop gebruikt Wat is die Q-bron? Het is de vroegste verzameling leerstellingen en uitspraken van Jezus, die door de exegeten op omstreeks 50 n. Chr. is gedateerd, en die dus als dusdanig niets te maken heeft met de latere theologie van Paulus en diens zienswijze ten aanzien van Jezus. Het evangelie van vandaag behelst dus een reeks ‘losse’ uitspraken van Jezus die Lucas aan elkaar ‘breit’, maar die ons een gans andere Jezus leren kennen. Een tekst die wel eens gebruikt werd om brave christenen de daver op het lijf te jagen met woorden als ‘de nauwe poort’, ‘de smalle weg’, pas op! Maar klinkt het wat te bedreigend, er is toch iets van aan! Wij hebben wel de vrijheid gekregen, maar dat betekent ook: een keuze maken, een goede beslissing nemen, iets dóen met die vrijheid! Kies bewust een weg, ga binnen door de nauwe poort, buig nederig het hoofd om binnen te gaan langs het lage poortje van de geboortekerk van Nazareth. Kies en doe alles om je keuze te realiseren, keer desnoods terug op je stappen en herbegin, net als de verloren zoon en denk vooral niet dat alles vanzelf gaat.
Wij danken voor de bemoedigende, zoekende retraite, doorgebracht door enkelen van ons bij de redemptoristen in Bensberg (D), wij bidden voor Karleen die alleen verder moet met haar kinderen, voor een ‘meneer’ die altijd naar Lies en Leen en Pieter zwaaide als ze naar school vertrokken en die er nu ook niet meer is: “Exaltabo Deus meus, alleluia!”.
Al jaren wens ik naar Trier (D) te gaan. Het is een stad die me om allerhande redenen aanspreekt: het Romeinse verleden, de historische uitstraling, de gebouwen, een beetje nostalgie? Op 26/08 is het zover, weliswaar zonder Lou, met een groep geïnteresseerden van Effata, 28 in totaal. Aanleiding is de tentoonstelling over Flavius Constantinus, keizer Constantijn de Grote.
De tentoonstelling is gespreid over drie musea, waarbij de nadruk ligt op Constantijn als keizer van het Romeinse Imperium (Rheinisches Landesmuseum Trier), op de verhouding tussen de keizer en de christenen (Bischöfliches Dom- und Diözesanmuseum) en op de tradities en mythen rond Constantijn de Grote (Stadtmuseum Simeonstift). De twee eerste musea bezoeken we onder begeleiding van een Nederlandstalige vrouwelijke gids, zij met micro en wij met ‘oortje’. In het eerste museum is het druk en de uitleg is nogal verward (“Waar is die gids nu weer?”), het onderwerp is dan ook heel moeilijk, met al die namen en data, maar boeiend is het wel, te zien en te horen langs welke duistere wegen het christendom eerst aanvaard werd door de beëindiging van de vervolging (Edict van Milaan in 313), wat echter ook leidde tot steeds meer inmenging van de keizer in de kerk. Zo riep hijzelf de concilies van Arles en Nicea samen! Het is trouwens pas in 380 dat keizer Theodosius I met het edict Cunctos populos het katholieke christendom als staatsgodsdienst verklaart (en feitelijk was dat edict dan nog gericht tegen het arianisme!). Het tweede museum is een klein beetje herhaling en de tijd begint te dringen, maar weer staan we vol bewondering te kijken naar het resultaat van het geduldige werk van archeologen die uit honderden kleine stukjes een plafondversiering van een sinds lange tijd verdwenen tempeltje hebben gereconstrueerd.
Het derde museum, ja, daar zijn nog vier dapperen op bezoek geweest, maar dáár was de band met Karel de Grote en het heden te vinden.
Trier, een tweede bezoek zeker waard, dat heeft het blitzbezoek aan de Porta Nigra, de keizerlijke troonzaal, de Dom en de Onze-Lieve-Vrouwekerk, mij duidelijk gemaakt.
De Sint-Gangolfmarktkerk, waar de redemptoristen onder meer sinds 1975 zorgen voor de telefonische zielzorg, is niet meer aan bod gekomen.
Maar wat mij weer is opgevallen is dat christen zijn , de echte Jezus terugvinden onder al de ballast van teruggevonden kruisen, heilige rokken, wonderbare overwinningen op de brug van Milvius, niet zo eenvoudig is en hoe Effata mij daar bij helpt.
Zo, de vakantie is voorbij, nu kan het echte werk weer beginnen!
Wouter, vrijdag 31 augustus 2007
afdrukbare versie
|
|
|