![]() |
||||||||
| |
||||||||
| Kroniek
van de maanden juli en augustus
Natuurlijk is het niet zo dat er in juli niets gebeurt in Effata! Op 19/7 trekken de jongeren, Elien, Lies, Simon, Jonas en Arnaut met Tom, Sylvie en Vincent Over de boeiende Italiëreis van 6 tot 13/7 naar de stichtingsplaatsen van de Redemptoristen heb ik een afzonderlijk lang verhaal geschreven: lees het op de website. Fons heeft er foto’s bij gezet. Van 1 tot 3 augustus is de stuurgroep ‘in conclaaf ’ of beter: ‘voor de evaluatie- en planningsdagen’ bijeen in de jeugdherberg te Maldegem. Pater Hermann ten Winkel, de provinciale overste van de Sint-Clemensprovincie is ook aanwezig om Effata beter te leren kennen. Katrien is er niet meer bij want zij heeft omwille van haar nakende verhuizing naar Brussel ontslag genomen uit de stuurgroep, die met spijt van haar afscheid neemt. We evalueren het voorbije jaar, stellen vast dat er veel goed was en dat er hier en daar toch wat kan verbeteren. We trachten de toekomst te plannen en de gemeenschap nog meer te richten op wat haar zo speciaal maakt: zorg voor elkaar. Er is ook afgesproken dat de ‘Kronieken’ vanaf volgende maand achteraan in de kapel ter lezing zullen liggen. De eerste viering van augustus is er op 5/8. Wij zijn blij elkaar weer te zien en velen zijn benieuwd naar de verhalen over de Italiëreis. Het evangelie (Matteüs 17, 1-8), gaat over de gedaanteverandering, dus over een visioen en met visioenen moet je heel voorzichtig zijn. Van 6/8 tot 9/8 zijn er in Bad Honnef (D) in het ‘Katholisch Soziales Institut’ (KSI) van het aartsbisdom Keulen de retraitedagen van de redemptoristen. Enkelen van onze gemeenschap, Op 11/8 is eindelijk weer koorrepetitie. Langverwacht en meer dan nodig want er staat zoals je zult zien veel op het getouw. We oefenen bekende liederen nog eens in en leren het lied 43: ‘Bless the Lord my soul’. Misschien moeten we ook eens oefenen in het laten recht staan van lege flesjes? Op 12/8 is het Effatakoor in Puurs om er de verrijzenisviering voor Bert (de broer van Fons) die veel te vroeg is gestorven, te zingen. Guido gaat voor, hij verwelkomt de familie, de gelovige mensen en zij die niet geloven: laat onze woorden niet hol klinken. Vrienden spreken over Bert en laten hem kennen, wij worden bekenden voor hem: een bescheiden man, professioneel, rustig, een leider, gegroeid in jeugdbeweging. Zijn vele vrienden zijn hier, fier hier te mogen zijn. De lezing op tekst van Luc Versteylen vertelt het verhaal over geboren worden en sterven, over pijn, verdriet en rouw en over dat allemaal vergeten in een hemel die alle plaatsen is waar we gelukkig zijn geweest. Een hemel die alle woorden is die we graag gezegd hebben, die alle mensen is die we graag mochten. ‘Bless the Lord, my soul, he leads me into life’ zingen we, dat zijn al woorden genoeg. In het evangelie (Joh 14, 1-6) zegt Jezus dat Hij de weg, de waarheid en het leven is: dat zijn ook woorden genoeg. En wij zingen de homilie: ‘Het zal in alle vroegte zijn’, het verhaal van de opstanding: 'Dan zal ik leven’, de troost van God is sterker dan onze onmacht, dan de tijd die nodig is om dit verdriet te doen slijten. Wij wensen elkaar die troost en vrede toe, ook op deze droevige dag, misschien is dat juist nú nodig, want ieder van ons heeft wel iemand liefs verloren. Voor Bert, de toegewijde vader die zo van het leven hield, zingen Guido en wij: ‘Heer van hierboven’ en nemen allen afscheid van hem: ‘Swing low, sweet chariot’. Als de viering voorbij is, sjokken buiten de deelnemers van de Dodentocht van Bornem nog altijd voorbij. Begrijpen ze wel hoe zwaar en droevig wij zijn? ’s Avonds diezelfde dag, viering bij Effata. Guido maakt ons het evangelie (Joh 6, 41-51) wat duidelijker. Een evangelie dat meer geschreven werd om te zeggen wie Jezus is en minder om te verhalen wat hij gedaan en gezegd heeft. De Joden morren. Wie mort er? Vooreerst zij die dat altijd doen, die alles beter kunnen, maar die zelf niets doen. Maar veel anderen morren of ‘zagen’, omdat ze zelf een probleem hebben en aandacht vragen, of omdat ze de moed verloren hebben en om een visioen vragen. Jezus geeft hen dat visioen: Hij is het brood, het manna, dat uit de hemel is neergedaald. Als het manna terug uit de hemel neerdaalt, dan is dat een teken dat de Messias is gekomen: dát is het visioen. Zij die morren uit gewoonte willen het enthousiasme, de bezieling door Gods geest kelderen: ‘Wij kennen hem toch, hij is maar de zoon van een timmerman?’ Maar er zijn toch nog steeds mensen die bezield willen werken aan het verdelen van het brood: er is een wonder en er is brood genoeg voor iedereen. De oproep naar ons is dus: geloof dat er brood genoeg is, dan komt er verandering, dan komt er meer vrede in de wereld, laat mensen dus niet in de steek. Wij bidden voor Rita, de vrouw van Bert, en hun kinderen, die nu zonder hem verder moeten leven, en voor gevangenen, zieken en stervenden. Wij worden gezegend in naam van Hem, die toch beloofd heeft dat hij de Vader, de Zoon en de Geest wil zijn. Het gebeurt niet gauw, maar op Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaart, 15 augustus zijn er in de gevangenis meer zangers van Effata dan gevangenen in de zaal. Maar dat belet niet dat Stanny een pakkende homilie geeft bij Apocalyps 12, 1-13. Over de strijd tussen goed en kwaad die ook in zijn leven is verweven, over dingen waar hij spijt van heeft en die hij niet meer kan goedmaken. Op 19/8 is het gewone Effataviering. Mia verwelkomt als lid van de gemeenschap de ganse gemeenschap en nodigt Guido uit ons in de viering voor te gaan. Maar eerst steken de kinderen de kaarsen aan: het wordt duidelijk dat de paaskaars Pieterke nog wat boven het hoofd groeit! Dan is er op 20/8 de langverwachte daguitstap met het koor naar Wittem. Het is wel iets meer dan een uitstap, want als koor gaan we er ook de mis van elf uur zingen en speciáál voor deze mis hebben we de vierstemmige Majellamis ingestudeerd. Pater André Schotsmans, nu rector van Wittem, verwelkomt Guido en Effata in de Gerarduskapel die helemaal vol zit, vooral met wat oudere mensen. Bernadette leest de eerste lezing uit Spreuken 9, 1-6, over de wijsheid die wijzen en dwazen uitnodigt om brood te eten en wijn te drinken en zo te léven. Het evangelie is weer die moeilijke tekst van Johannes (Joh 6, 41-58), de ‘broodrede’, waar Guido ons al heel wat uitleg over gegeven heeft, een tekst waarin Johannes met heel veel liefde, met passie over Jezus schrijft. Maar we moeten in die woorden de betekenis en de zin zoeken, zoals de vraag van een kind naar wat donder is een vraag kan zijn naar een overleden oma in een hemel boven de wolken. Johannes schreef zijn evangelie in een tijd waarin er volgens de Grieken twee werelden waren: één hoog hierboven, een ideale wereld, één waarin wij leven, een flauw afgietsel van de ideale wereld. Die twee werelden zijn aan elkaar gekoppeld door iemand die onder ons heeft geleefd, die ons uitnodigt om zijn liefhebbende levensstijl na te volgen, om te leven van zijn brood. Het is hier in Wittem de 1 ste zondag van de Sint-Gerardusnovene en de eerste kaars is aangestoken. Wij bidden met André en Bernadette uit dankbaarheid, voor liefde en voor onze gezinnen, voor een paar dat 50 jaar getrouwd is en voor Effata. Wij zingen van vriendschap en de vierstemmige Majellamis klinkt prachtig. De viering is emotioneel geladen voor velen van ons, ook voor wie meegereisd is om Wittem te leren kennen of om het koor eindelijk eens te horen. Viviane heeft dat treffend beschreven. ‘Heer van hierboven’ blijft ontroeren, het tafelgebed was voor velen in de kapel én voor André misschien een verrassing, afwijkend van het gewone starre ritueel. Het lied van de opstanding ‘Het zal in alle vroegte zijn’ zingen we hier meer dan vreugdevol en het is een ‘Happy Day’. “Wie nog ‘oud’ geld heeft, kan het inbrengen”, zegt een nuchtere André. Guido is tot volgende week naar Canada en naar Chicago, onder meer in verband met de professie van een novice uit Libanon. Het is dus aan Johan om ons door de koorrepetitie van 25/8 te leiden. We herhalen per stem de liederen van de volgende vieringen: het is wel opvallend hoe er overal kleine foutjes kunnen bijgeschaafd worden. Gerrit verwelkomt de Effatagemeenschap op 26/8 en vraagt aan Bernadette en Chris om ons voor te gaan in de viering. Het evangelie komt uit Johannes 6, 60-68, het laatste deel van de ‘broodrede’. Voor de luisterenden wordt het moeilijk, te moeilijk, en zij trekken weg. Jezus stelt zijn leerlingen voor een keuze: “Gaan jullie nog mee?” Kiezen is dikwijls niet zo moeilijk en Bernadette laat de kinderen, ook de ‘grote’ kinderen, kiezen uit kleine geschenkjes. Dat is maar een dagelijkse keuze, kiezen bij ontbijt, bij het aankleden, waar we niet beter of slechter bij worden. Maar soms moeten we kiezen zoals de leerlingen: een bijbelse keuze, over je toevertrouwen aan iemand die je vraagt een weg van geloven te gaan. Een keuze die definitief is, maar toch, als een tegenspraak, telkens opnieuw moet herhaald worden, bijv: bij huwen, bij het dopen van kinderen. Een keuze waarbij er van ons iets verwacht wordt: “Wil je brood zijn voor elkaar?”. “Wil je kiezen voor armen en zwakken?”. “Wil je de ogen niet sluiten en de oren niet dichtdoen voor onrecht?”. Kunnen wij deze woorden wel met overtuiging zingen? Chris gaat voor in het tafelgebed (204) en leidt de dienst van brood en woord en dankbaarheid. Veerle leest de bezinning: leven als christen is niet voor jezelf te leven. We bidden voor hen die hielden van Bram en nu al een jaar zonder hem moeten leven, voor al wie in het nieuwe schooljaar kan groeien of anderen doen groeien en speciaal voor de kinderen die de grote stap naar de middelbare school doen. We bidden voor hen die de Sint-Clemensprovincie leiden en in stilte denk ik aan Guido, die we een behouden thuiskomst hebben gewenst. We zegenen elkaar tot afscheid, tot in het nieuwe werkjaar! Ik weet het: ik herhaal mezelf, maar Thomas a Kempis zei het toch zo kernachtig: “Qui multum peregrinantur, raro sanctificantur” of: “Van bedevaarten wordt je niet heilig”.
Wouter, zondag 27 augustus 2006
|
||||||||