![]() |
||||||||
| |
||||||||
| Kroniek
van de maand januari 2010
Zoals ik al voorzag in de kronieken van december 2009: een kort verhaal over Kerstmis 2009 in de gevangenis, met de hulp van Ignace. ‘Met ongeveer dertig koorleden, samen met Guido en Filip, hebben wij ons nog maar eens ‘Nieuwe Wandeling’ gegund op 25 december 2009, op Kerstmis zelf dus. Het was niet eenvoudig om binnen te geraken in de gevangenis, en er gaat steeds meer piepen bij iedereen als we door de ‘scanner’ stappen, maar om 10.45 uur zaten we toch klaar voor de viering. Voorganger Ives Demey vroeg ons stil en ingetogen te zijn wanneer de bewoners zouden binnendruppelen, wat wij natuurlijk prompt deden, maar de gevangenen waren zelf nog nooit zo uitgelaten en luidruchtig als nu…. De viering verliep in een echte warme kerstsfeer, waarin Yves vooral beklemtoonde hoe het Kind Jezus een povere kerstman is, die niet zomaar onze ‘directe’ noden en vragen met een mooi cadeautje komt inwilligen, maar die ons probeert te raken op ons onbewoond eiland waarop wij ons vaak terugtrekken in onze egoschelp. Indien wij hem, dat kleine hulpeloze kind met open armen toelaten in ons eenzaam leven op dat eiland, dan opent zich een vol nieuw leven voor ieder van ons, waarin wij geen komedie moeten spelen of ons anders moeten voordoen dan we zijn, maar wel bemind worden tot in de kern van ons leven, en dat iedere keer opnieuw. Wij zongen stukjes uit het Kleine Kerstoratorium, met instrumentondersteuning door Ilse en Lut, en daarnaast de klassiekers van onze Kerstvieringen. De gevangenen kregen op het einde van de viering van de Effatagemeenschap en van de pastorale groep in de gevangenis, een kleine kerstattentie en ze bedankten ons vooraf met een warm applaus voor onze medewerking. Een warme, hoopvolle Kerst-mis was het in ieder geval.’
Alle feestgedruis van het nieuwe jaar is weer achter de rug, feesten werd bijna een routine en zoals Elien zegt in haar verwelkoming op 2/1/2010: routine moet je doorbreken. Maar onze vieringen hier, elke zaterdag opnieuw, worden geen routine, het blijft ‘feesten’. Alleen mag er heel wat meer licht zijn en daar zorgen de kinderen wel voor! Even situeren: veertien dagen geleden hadden we hier de boeteviering op 19/12 en ’s anderendaags was er de tv-mis vanuit ‘den Goeden Bijstand’, ons wel bekend. Het zou de laatste keer geweest zijn dat die mis ook op de Nederlandse tv werd uitgezonden, naar verluidt omdat de tv-missen vanuit Vlaanderen niet katholiek genoeg zijn. Maar Kardinaal G. Danneels ging voor, is die dan niet katholiek genoeg? In elk geval, de drie koningen waren ook geen katholieken, wie er allemaal rond de kribbe stond ook al niet, en de enige katholiek zal wel het kind in de kribbe geweest zijn! Hier bij ons ligt de nadruk op het vieren van Driekoningen, maar over het algemeen wordt dit feest ‘Epifanie’, de openbaring van de Heer, genoemd, God die zichtbaar wordt in de wereld (nog een katholiek?), die van iedereen houdt, die zegt: “Mens, ik zie u graag!” Blijkbaar zijn de kinderen enkele kaarsen vergeten, op het altaar staan nog drie kaarsen, een witte, een zwarte en een gele. Waarom niet aangestoken? … Pieter dacht dat het niet mocht! (ook weer een katholieke reactie?) Enkele kinderen steken de drie kaarsen aan en ook de kerstkaars bij de kribbe. Dan luisteren we naar het evangelie: Matteüs 2, 1-12. Het verhaal van de magiërs, wijzen uit het Oosten die naar Bethlehem trekken en om te weten wat ze moesten doen keken ze naar boven, naar de ster. Nu doen mensen dat ook nog, naar de sterren kijken, via horoscopen! Ooit gaf een professor aan zijn leerlingen, na opgave van o.a. hun geboortedata, hen een horoscoop ter beoordeling. Sommigen vonden hem gepast, anderen bijna goed, anderen niet van toepassing, tot bleek dat ze allemaal dezelfde horoscoop hadden gekregen! Guido leest een horoscoop voor: “Het leven heeft u niet altijd toegelachen …, Grijp uw kansen en het geluk lacht u toe.” Voor de meesten van ons klinkt dat veelbelovend, en wij wéten wel dat sterren niet bepalend zijn, en toch geloven we het wel! Waarom? Vermoedelijk omdat ze de bevestiging inhouden dat er ergens Iemand is die weet dat het ons niet vanzelf gaat, iemand die zin en reden geeft aan ons bestaan. Lang geleden trokken drie magiërs, drie wijzen op weg om te zoeken waar het op aan kwam. Ze zochten iemand met macht, om hem met goud te bekoren, iemand met innerlijke kracht om hem met wierook te bedwelmen, iemand die het lijden in de hand kan houden, om met mirre mensen gezond te maken. En wat vonden ze? Een kind zonder macht, zonder innerlijke kracht, zonder geneeskracht! Wel vonden ze (en wij) zo de boodschap dat God van mensen houdt, dat Hij kiest voor iedereen. Wel hebben wij graag dat er iemand is die weet dat wij het meestal goed menen, dat we het hard hebben, dat we willen dat alles ten goede zou keren. God ontdekken is dan: dat hij weet dat we het goed menen, dat we het moeilijk hebben, dat we ook foute beslissingen nemen en dan soms niet de moed hebben om die fouten te verbeteren. En dus vieren we vandaag ál die mensen die zich niet aan de sterren overgeven, maar wel aan de liefde van een Kind. In de bezinning na de communie klinkt het duidelijk: “De menswording van God gebeurt vandaag … in de manier waarop ík mens wordt, of zij gebeurt helemaal niet.” Dan bidden we voor dit jaar van beslissingen in het Clemensproject, ons toevertrouwend aan Gods droom en voor allen die de voorbije feestdagen op hun ziekbed hebben doorgebracht. Wij bidden: Was het wel een goed idee van God om zich onder de vorm van een kind toe te vertrouwen aan mensen zoals wij? Als teken van liefde kan het in elk geval tellen! Help ons dan om mensen te zijn die onszelf vertrouwen zoals Jezus ons heeft vertrouwd. Onze jongeren zijn gaan sterzingen en vandaag verschijnen ze weer in deze kapel, vele wijzen, magiërs, koningen, met hun sterren en hun lied en hun muziek, ten voordele van de Damiaanactie (uiteindelijk blijken ze in totaal € 400 te hebben verzameld: proficiat!). Dan worden we gezegend en uitgenodigd om katholiek, wereldomspannend te zijn. Tenslotte is er de nieuwjaarsreceptie met lekkere broodjes, wijn en koffie: gezellig samen zijn.
7/1: stuurgroepvergadering: de voorziene feesten ter gelegenheid van ‘Guido 25 jaar priester’ moeten dringend een definitieve vorm krijgen! Het feestcomité wordt in gang gezet en er wordt afgesproken dat het volledige feest zal plaatsvinden op 17/4, zelfs al moet voor één keer de viering om 16.30 uur plaatsvinden.
8/1: koorrepetitie, al is de opkomst, vooral voor de sopranen, beïnvloed door het slechte weer (of de weersvoorspelling?), nogal mager! En blijkbaar is het voor enkelen ook héél moeilijk los te geraken van het blad, weet niet iedereen het verschil tussen fa en fa-kruis en is het begrip ‘stil is niet traag’ ook snel vergeten! Oefenen dus!
De plechtige communicanten zijn op 9/1 bijeengekomen en hebben over kosterdienst en symbolen gesproken en dat zie je aan de altaarversiering voor de viering: een toverhoed is het, een symbool waar je in ziet wat je maar wil. Zoals Agnes zegt in haar verwelkoming: de Driekoningen zijn langs een andere weg terug naar huis en inderdaad, de kerststal is al weer weg, de gewone zondagen komen er weer aan. Maar in werkelijkheid gaat het feesten verder: het is vandaag het feest van de doop van Jezus. Vandaag gaat het ook over Johannes, de doper, die de lijn van de profeten verder zet, ook hij voelde dat er iets veranderde en hij gaf antwoord aan de mensen die kwamen vragen wat ze moesten doen: als je twee stellen kleren hebt, één is genoeg! Maar de mensen vroegen om een teken en Johannes herinnerde zich dat de Joden lang geleden door de Rode Zee trokken vóór ze het Beloofde Land mochten binnentrekken, dus hét teken werd de onderdompeling in water. Johannes is daarmee begonnen, daarom noemen we hem dan ook ‘De Doper’, die doop is een teken van een nieuwe start. Ook Jezus liet zich dopen en nú nog, als we de kapel binnenkomen, kunnen we ons besprenkelen met doopwater (maar dat hangt wel van de koster af!). Is het doopsel een teken van het afwassen van de erfzonde? Maar hoe zit het dan met die doop van Jezus? Jezus was toch vrij van erfzonde? Of is gedoopt worden een symbool van: “Ik wil die weg van Jezus volgen, ik wil dat proberen met de middelen die ik heb, ik wil er aan beginnen!” Of is doopsel nóg meer, kijk naar de Advent, toen zongen we van “Scheur de wolken, kom bevrijden!”, of anders gezegd: blijf niet op Uw hoge troon, maar help ons! In het evangelie van vandaag Lucas 3, 15-16 & 21-22 staat het: de hemel scheurt open, een duif daalt als Gods Geest over Jezus en God zegt: “Deze is het die ik graag zie!” Dat is een Blijde Boodschap voor ons allemaal, God noemt ons een geliefde zoon, een geliefde dochter. Ik voel mij dus een kind van God. In deze samenleving waar iedereen het drukdruk heeft, de moed hebben om het stil te laten worden en diep in ons hart te weten: in U heb ik mijn vreugde gevonden. Daarom vieren we vandaag feest: Jezus stond in de rij met alle mensen, om zich te laten dopen, om zich toe te vertrouwen aan die boodschap. Daarom zijn we uitgenodigd aan de gedekte tafel en delen we brood en wijn. Dan bidden we voor alle slachtoffers van het verkeer, van moord en doodslag in deze eerste weken van het nieuwe jaar, voor een opa die overleden is en voor een nichtje, dat pas geboren is. Voor één keer een mededeling: op 17/4 is er feest voor Guido 25 jaar priester. Wie wil meewerken geve zijn naam op aan Miet of Tom!
Derde deel van de ‘basiscursus geloven’ op 15/1. In deze cursus brengen we enkele aspecten van christen zijn te berde, andere aspecten zoals lijden, dood, sterven zijn niet in deze cyclus voorzien, dus is er al stof voor volgend jaar!
Tweede zondag door het jaar: 16/1. Odette verwelkomt ons. Stel je voor: je wordt wakker, je staat recht, je hebt evenwicht, niets beweegt. Stel je voor: er is geen vaste grond, de aarde beweegt, er is grote onzekerheid, machteloosheid, een beeld van de aardbeving op Haïti, in Port-au-Prince. Het enige wat redding brengt: rond je staan mensen die je omarmen en warmte geven. Ook hier is dat zo: rond ons staan mensen die ons omarmen, warmte geven, ons op adem laten komen, die licht brengen. Gisteren in de basiscursus zochten we een antwoord op de vraag: “Wie is Jezus? Waarom is God mens geworden?” Ook Johannes zat met hetzelfde probleem: hoe moet ik in Godsnaam aan mensen zeggen wie Jezus was! Hoe kan ik de bedoeling, de manier van zeggen van Jezus voorstellen? Daarom laat Johannes in het begin van zijn evangelie Jezus veel zeggen, ook over ontmoetingen, maar als hij de achtergrond wil uitleggen, spreekt hij over ‘tekenen’. Anderen spreken over ‘wonderen’, Johannes heeft het over ‘betekenissen, tekens’, zoals zieken genezen, lammen doen opstaan, de storm stillen, vijfduizend mensen eten geven, Lazarus uit de doden doen opstaan, een blinde terug laten zien. Heeft hij daarmee alles gezegd? Neen, op het einde van het evangelie van Johannes (20, 30-31) is er sprake van nog vele tekenen die niet in zijn boek zijn beschreven … Die tekens zijn echter geen bewijzen, wél uitnodigingen om de diepte van Jezus te verstaan. Vandaag lezen we over het éérste teken: de bruiloft te Kana (Johannes 2, 1-12). Aangezien Johannes de aandacht wil trekken, begint hij direct met een bruiloft. Bruiloft: hét symbool van de relatie van liefde tussen God en de mensen: Jesaja heeft het ook over die relatie, het Hooglied staat er vol van: God houdt van mensen! Dat zie je ook als mensen op hun best staan in hun relatie tegenover elkaar. Zie maar in een huwelijksmis, er zijn heel sterke momenten, als de trouwers naar elkaar kijken, elkaar een kus geven, maar het mooiste is toch als ze buitenkomen, op de trappen van de kerk en ze over de koppen heen, naar de toekomst kijken. Dat is het beeld dat God wil: dat we met open blik naar het leven kijken. Het beste ligt nog voor ons! Het verhaal over de bruiloft in Kana zegt dat het de dérde dag was. Het verhaal heeft dus duidelijk iets met verrijzenis te maken, het is het beeld van de hemel, een bruiloftsfeest. En voor ons, mensen, betekent het verhaal dat we moeten zorgen dat, als Jezus er is, er voldoende water is. Hij maakt er wijn van! Of wil je het teken, dit verhaal, samenvatten? Dan passen hier de woorden van de jezuïet Sint Jan Berchmans: “Ik wil gewone dingen doen op buitengewone wijze!” Wij hebben gebeden voor die talloze slachtoffers van de aardbeving in Port-au-Prince: ‘Ubi caritas et amor, ibi Christus est!’ Nog een mededeling: op 26/3 geeft het Effatakoor een verkondigingconcert in Aalter. We zoeken nog (jonge) sopranen …
Wie het nog niet weet: volgend jaar (2011) plannen we een reis naar Israël (eindelijk!) via een spaarproject. Onze reisleider padre Renaat De Paepe komt ons op 16/1, na de viering, wat meer uitleg geven over de mogelijkheden. Het blijkt dat er wel een misverstand is: er zijn maar twee mogelijkheden. Ofwel is er een reis van 15 dagen via Caïro, het Sint-Catharinaklooster, Petra in Jordanië, Amman, Nazareth, Jeruzalem, ... en terug via Tel-Aviv. Data: van 5 tot 20/8/2011. Ofwel een reis van 10 dagen via Tel-Aviv, Caesarea, Nazareth, Jeruzalem, … en terug via Tel-Aviv. Een reis van 10 dagen via Caïro, enz. en terug via Tel-Aviv blijkt niet te kunnen en dat wordt voor enkelen wel een ontgoocheling. De reis van 15 dagen, waar de meesten voor kiezen, kost ook meer dan oorspronkelijk begroot werd voor de reis van 10 dagen wat maar normaal is, maar dat kan ook een streep door de rekening betekenen voor sommigen. Er blijkt een tussenoplossing te zijn voor wie slechts tijd (en geld) heeft voor de kortere reis: men zou kunnen aansluiten op de vijfde dag (Nazareth) van de langere reis. Tot in de loop van september 2010 krijgt iedereen nog tijd om na te denken en dan al of niet aan te sluiten.
20/1: Bijeenkomst van de voorbereidende groep voor het Clemensproject ‘de vier poten’. Dit neemt niet weg dat er ook een groepje de visie en de missie voorbereidt en men zich elders vragen stelt over jeugdpastoraal, maar die gegevens komen op 6/2 in de vergadering Redemptoristen-Effata aan bod.
21/1: Boekenclub. We bespreken: ‘Leuke meiden die nog bidden voor het eten’ van Geeri Bakker e. a. We zijn met zes, waarvan vier het boek gelezen hebben; er zijn wel enkele zieken verontschuldigd. Het boek: op het eerste zicht wéér een boek met ‘Hollandse’ toestanden, nogal veel over gereformeerden of omstandigheden die wij niet kennen. Maar als je goed oplet, gaat het over verschillende uitingen van christen zijn, toch zeer herkenbaar, enkelen heel zeker van hun stuk, anderen twijfelend, zoekend. Vooral die laatste liggen mij en meer bepaald het verhaal van Meta Wildenbeest (zo heet ze echt!) spreekt me sterk aan. Als je gaat kijken hélemaal achteraan, daar staan de vragen die als leidraad gediend hebben voor de verschillende verhalen. Zouden die óók als vragenlijst kunnen dienen naar onze Effatavrouwen toe, om zo ook een boek te maken, misschien het best ná de cursus ‘geloven’, als we allemaal wat mondiger geworden zijn? Volgende boekenclub op 20/5 met ‘De weg naar Mekka’ van Jan Leyers.
Koorrepetitie op 22/1: verder voorbereiden voor het verkondigingconcert in Aalter. Deze maal zijn de sopranen zeer goed vertegenwoordigd, nu nog de alten? Voor lied 13: weeral vergeten dat ‘zacht niet traag’ is en bij lied 20 ‘Waar vriendschap is en liefde …’, dat eenstemmig wordt gezongen, blijkt dat éénstemmig zingen nog het moeilijkst van alles is. Want de dirigent heeft voor de mensen altijd gelijk, en zelfs al is het de mooiste stem, een die er uitspringt, is er een te veel! De liederen die wij zingen, hebben in de vieringen steeds een betekenis, want elk lied is verkondiging, elk woord is belangrijk, niets mag wegvallen of onduidelijk zijn … dus oefenen maar!
Derde zondag door het jaar: 23/1. Geen verhalen meer over pubers die van huis weglopen, maar Jezus die aan zijn volwassen leven begint, mét een boodschap. Eerst verwelkomt Mieke ons in naam van haar zieke dochter Leen. Die is erg bekommerd met de mensen in Haïti, waar chaos en verdriet heersen, maar hier is samen-komen en vrede. In de voorbije tweeduizend jaar is er veel geschreven over Jezus en toch blijft het nog erg moeilijk de ware Jezus te achterhalen. Men heeft gezegd dat Jezus veel heeft gebeden, veel mensen heeft geholpen, veel heeft geleerd, veel over God sprak, dat hij zieke en fysisch gehandicapte mensen en mensen met een geestelijke beperking in de kring haalde. Zo heeft men congregaties opgericht die veel bidden, die ziekenhuizen bouwen, die scholen oprichten, die in geleerde boeken dogma’s trachten te verklaren, die uitgesloten mensen ontvangen. Maar voor één congregatie geldt het evangelie van vandaag dubbel: in zijn nde regel schreef de H. Alfonsus volgende woorden: “Ik ben gezonden om aan armen de blijde boodschap te brengen.” en “Ik ga naar anderen toe om hen te zeggen dat ze in het centrum van Gods liefde staan.” Dat evangelie van vandaag komt uit Lucas, hoofdstuk 4, verzen 14-21. Wij kunnen ons dat levendig voorstellen, na enkele bezoeken aan het Museumpark Orientalis (vroeger het Bijbels Openluchtmuseum) bij Nijmegen (NL): Jezus in die kleine synagoge, gevraagd om uit de boekrol van de profeet Jesaja voor te lezen en daarover te spreken, te preken. Een grote boekrol, op perkament, grootgeschreven. Een zware rol, zoals het boek hier in onze kapel, geen simpel gedoe, niet te vervangen door een klein handiger boekje, omdat het Woord dat ons is doorgegeven wel wat moeite mag kosten. In die kleine synagoge, bij karig licht, opent Jezus die boekrol tot bij de passage van die zaterdag, hij leest de tekst. Dan mag hij preken. Een korte preek, kernachtig, heel eenvoudig, in woorden van nu: “Wat ik u voorgelezen heb, dat ga ik doen, daar ga ik vandaag aan beginnen!” Hier eindigt feitelijk de homilie, alles is gezegd: het evangelie gaat niet over ‘ik en God, en de rest moet zijn plan maar trekken’. Neen: Ik ben gekomen om aan iedereen te zeggen dat God hen lief heeft! Wij hebben gebeden voor de mensen in Haïti, voor hen die terug moeten opbouwen, voor hen die solidair zijn, voor de driehonderd leerlingen en leraars van de school der redemptoristen aldaar, dood onder het puin. Voor een jonge man, gestorven door zelfdoding, voor een broer, voor iemand die ons gebed vroeg voor een zware operatie Wij danken voor mensen die ons bevestigen in het geloof dat wij altijd door Hem geliefd zijn. Wij hebben veel beelden gezien van de aardbeving in Haïti, maar het beeld van de jonge Cindy Terasme op het puin van de Sint-Gerardusschool, waaronder ook haar 14-jarige broer ligt, raakt ons diep. Wij willen helpen en daarom zal er uitzonderlijk een omhaling zijn, op de Ontmoetingsdag einde juni. Nóg een reden om te sparen!
Eindelijk er weer eens bij: Tabor op 27/1! Links en rechts zien we kansen tot verandering, in de politiek, in de economie roept men om verandering Toch worden we moedeloos, bij rampen zoals op Haïti, als een deftige man een seriemoordenaar blijkt te zijn, als velen hun job verliezen, als men slechts spreekt over daklozen als het vriest, … Voor Frans C. een reden om zich samen met ons af te vragen of we ons geloof wel betrekken bij die mogelijkheden tot verandering, wat het voor ons betekent als er staat: ‘Wie oren heeft om te horen, moet horen!’ Deze Tabor draait rond het evangelie volgens Marcus, 4, 1-20, het verhaal van de zaaier die het woord zaait. God die, verre van als een goede boer, zaait op élke grond. Een parabel vol troost en bemoediging: je mag zaaien en wachten tot er vrucht komt: Gods woord heeft een lange, eigen levenskracht. Een parabel over rotsvast geloof in mensen, dat ze kúnnen veranderen, maar dat het wel hun vrije keuze is om dat te doen. Een verwijzing naar de woorden van Johannes Chrysostomos, wiens naamfeest het vandaag is: ‘Als het niet kon, zou de Zaaier niet gezaaid hebben!’ ‘Wie oren heeft om te horen, moet horen’: je moet je kwetsbaar opstellen, tijd maken, zoeken wat Hij van ons verwacht en dán handelen, dán actief zijn, maar wel eerst luisteren, eerst ‘horen’.
28/1 Voorbereidingsvergadering over Vasten 2010. Het wordt een verhaal over zalven met olie en strooien van as, een verhaal over woestijn die weer gaat bloeien, met water en bloemen, met teksten van Iny Driesen: een opgaan naar Pasen.
Een welkom van Mia, een uitnodiging naar Guido toe om ons voor te gaan in deze Effataviering op 30/1, terwijl het buiten winter, koud en donker is. De apostel Johannes heeft ons trachten uit te leggen wie Jezus voor ons is: de bruidegom die ons ten huwelijk vraagt, met de symbolen van water tot wijn van vreugde, een mogelijkheid tot feesten langer dan gepland. Dan lazen we bij Lucas over Jezus die zegt wat hij gaat doen: ‘Ik ga er mee beginnen!’ Vandaag herhalen we het verhaal van Jezus die in de synagoge van Nazareth spreekt, maar we gaan verder: hoe wordt er op zijn woorden gereageerd? Lees Lucas 4, 16-30, ze hadden het woord van Jesaja gehoord, zich gemakkelijk gezet om nu eens te luisteren war hij ging vertellen en te kijken naar de wondere dingen die hij ging doen, de wereld veranderen. Wat moet je als predikant zeggen? Is het de bedoeling dat de luisterenden boos worden, de predikant beledigen, maar blijven, of is het zo dat ze buitengaan om nooit terug te keren? Of moet Lucas het verhaal vertellen van Petrus en de andere apostelen die later bij de Joden gingen prediken over de Blijde Boodschap en er buiten gezet werden? Zijn luisteraars in Nazareth kennen Jezus, ze weten hoe hij was als kind, ze kennen hem als zoon van Jozef. Maar Jezus verwacht van iedereen dat we mensen een nieuwe plaats geven, geen kerk vormen die uitstoot, maar een kerk van uitgestotenen, zoals voormalig bisschop van Evreux, Jacques Gaillot zei. Nú, zegt Jezus, nú, vandaag, moeten we geloven in een God die mensen kiest, nú moeten we mensen een plaats geven. Preken in eigen land, in eigen stad, is moeilijk. De mensen zeggen zo rap: “Hij doet dat toch ook niet!” Maar toch moeten we vertrouwen, er ons aan toe vertrouwen … En wat heeft Jezus daar allemaal gezegd? Lucas heeft zeker niet bedoeld dat we in kolere de kerk moeten buitengaan, maar wel dat als we niet zo gelukkig zijn, dat als mensen gekleineerd worden, dat we daar iets moeten aan doen. Zoals wij die hier zijn, en zij die op pad zijn om te ‘preken’ voor de Damiaanactie. Wij hebben gebeden voor een overledene en voor een kansarm koppel, dat uit hun huis gezet geworden is en waarvan één der partners kort daarop overleden is en waarover de OCMW’s nu ruziemaken in verband met de begrafeniskosten. De hype over de aardbeving in Haïti is aan het wegebben, het aantal slachtoffers is onvoorstelbaar groot. Toch bidden we voor hen en houden ons hart open voor Cindy, die haar broer en familie verloren is, dat iemand hen kan, wil, helpen (zie deze website voor een beeldverhaal). Wij sparen voor de omhaling voor Cindy op de Ontmoetingsdag op 27 juni.
Weer een maand voorbij, een ijzige, koude donkere maand, vol wee en ach. En toch een feestmaand, een maand op weg naar de Lente, een maand waarin ik al gele Forsythia in bloei krijg. Teken van hoop.
Wouter, dinsdag 2 februari 2010.
|
||||||||