effata-logo
Kroniek van de maand januari 2009

3 januari 2009 is een dag van verdriet en van vreugde, grotere tegenstelling kan niet.

Verdriet: ’s Morgens zingen we, ‘zo zwaar en droevig als wij zijn’, samen met een aantal leerkrachten van Sint-Paulus de uitvaartliturgie van Dirk Hoebeke, directeur bij de Sint-Paulusscholen Gent en campushoofd van de vestiging Patijntjesstraat, veel te vroeg en plots overleden. Een man waar velen dankbaar voor zijn voor al het schone en goede dat hij voor de school en al wie hem kenden heeft gedaan (ook voor Effata bij het opstarten van de gospelconcerten voor Damiaan), een man waar velen naar opkeken en wiens woord echt was. Voor hem: “Nooit meegemaakt dat een begrafenis zo mooi kon zijn!”

Vreugde: Guido’s nieuwjaarsgeschenk in de viering op Driekoningen ‘s avonds: twee lezingen, Prediker 3, 1-8 en Numeri 6, 22-27.

De lezing uit Prediker is de bekende opsomming van tegenstellingen: alles heeft zijn tijd. Een tijd om te huilen en een tijd om te lachen, een tijd om te omhelzen en een tijd om afstand te nemen, een tijd om te spreken en een tijd om te zwijgen. Gelukkig zijn met wat het leven biedt, het leven nemen zoals het komt, geschenken aanvaarden zelfs als ze niet in je denkwereld meer passen, zoals Guido’s nichtjes overkwam. Kunnen afstappen van die georganiseerde en voorgeprogrammeerde dag, voorbereid zijn op veranderingen, niet blijven zitten in stilte, depressie of niet meer weten wat doen. Maar wel zoals Prediker zegt: het leven nemen zoals het komt, genieten van wat zich aanbiedt en genieten van vrije tijd.

De lezing uit Numeri zingen we regelmatig met de woorden van een slotrefrein: “De Heer zegene u en hij behoede u!” en verder: “Moge Jahwe de glans van zijn gelaat over u spreiden!” God is zo groot dat we zijn gelaat niet kunnen aankijken, Mozes trok zijn mantel over zijn hoofd om niet verblind te worden en dan nog straalde hij dat licht van God uit. Michelangelo heeft in zijn Mozes bij het graf van paus Julius II in de San Pietro in Vincoli dit stralende licht uitgebeeld door twee lichtstralen op het hoofd van Mozes (en het zijn echt géén horens!) Ook in de politiek en in de showbusiness gebruikt men dat beeld van uitstraling, van iets uitstralen, zonder te weten dat het hier in feite om een religieus symbool gaat. Omwille van dat beeld, die uitstraling, die tekst wenst Guido ons allemaal toe dat we ‘schijnende heiligen’ worden die ons door het leven laten leiden en genieten van wat het leven ons aanbiedt.

We hebben gebeden voor de Effatagemeenschap, voor alle mensen die het dit jaar moeilijk zullen hebben en voor hen die bidden in stilte.

Drie groepen kinderen met de catechisten, met muzikanten (voor de viool was het té koud!) en wie meewilde, zijn deze namiddag gaan sterzingen. Na de viering treden ze nog éénmaal op, de groteren wat onwennig, de kleineren fier, we zingen allemaal mee: “Er kwamen drie koningen met ene ster (2x)”. De opbrengst (meer dan € 500) is voor de Damiaanactie: daar kunnen al dertien zieken mee geholpen worden!

Dan is er, een geslaagde (zoals steeds) nieuwjaarsreceptie waar de hongerigen gespijzigd en de dorstigen gelaafd worden: er is een tijd voor ernst en er is een tijd voor luim!

 

In Tabor van 7/1 vraagt Frans ons niet alleen op het zichtbare voort te gaan, maar alleen met ons hart te kijken, want dan kijken we met Gods ogen en ervaren we zijn kracht. Dan blijft ons hart niet blind zoals de apostel Marcus vertelt over de leerlingen: “Want ze waren door de broden niet tot inzicht gekomen” (Marcus 6, 45-52).

 

De eerste stuurgroep van het jaar op 8/1: een rustig begin, een piëteitvolle evaluatie van de uitvaartliturgie van Dirk Hoebeke, een kritische evaluatie van het zingen in de Kerstnacht. Een uitvoerig verslag van Chris die, samen met Nicole en Walter, in Engelskirchen (D) een workshop over de spiritualiteit van de redemptoristen heeft bijgewoond.

 

Koorrepetitie op 9/1 met Ilse: liedjes op aanvraag. Toevallig zijn de meeste in driekwart maat zodat Ilse mee begint te ‘dansen’.

 

Jezus wordt door Johannes gedoopt (Marcus 1, 9-11, gelezen uit de nieuwe bijbel in de viering op 10/1). Zou het niet beter zijn dat ook nu weer iemand zélf zou zeggen: “Ik wil als Christen leven”? Jezus was toch ook niet pas geboren, of 12 jaar oud zoals nu bij het hernieuwen van de doopbeloften, maar een volwassene, vermoedelijk al 30 jaar oud, toe hij door Johannes met een duik in het water, verfrist opstijgend, gedoopt werd! Hebben de mensen die er rond stonden ook die opengescheurde hemel gezien en die stem gehoord? Vermoedelijk niet: Marcus stelt die gebeurtenis van binnen uit voor, voor hen die er midden in staan en die een nieuwe start willen nemen.

Je mag weer spreken over normen en waarden, het was even anders. De kerk deed dat wel altijd voort, leven hoort bij godsdienst en als we onze verantwoordelijkheid opnemen is dat normaal. Normen en waarden gaan vóór op godsdienst, niet omgekeerd, m.a.w. : achter normen en waarden gaan godsdienstige gevoelens schuil. Het verschil? Norm: de manier waarop we waarden beleven (bijv. : ‘’s avonds eten’ is de norm, de waarde is ‘samenhorigheid’). Dat houdt ook in dat normen kunnen veranderen, door de leeftijd, door de geschiedenis, … en dat houdt zeker ook in dat de klemtoon op de waarde moet liggen en niet op de norm. Daarom komen we hier samen en toetsen ons leven aan de waarden, hoe de normen ook veranderen en hopen we dat onze kerk de waarden vooropstelt: eerbied voor het leven, liefde voor waarheid, gerechtigheid, mensen. Die waarden delen we met moslims, niet-gelovigen, joden, … het enige verschil is dat Jezus een onbeperkte eerbied had voor iedere mens, plant, elk dier dat bedreigd werd. Daarom zei Jezus: “Kijk, ik ga iets nieuws beginnen, de buitengesloten mens krijgt bij mij de eerste kans!” Daarom ook schrijft Marcus die woorden over de veelgeliefde zoon in wie God zijn welbehagen heeft gesteld, op wie hij trots is: opdat ook wij aan elkaar zouden zeggen dat wij trots, dat we fier zijn op elkaar.

Wij bidden voor onze intenties: dat we mogen leven als veelgeliefde kinderen van God.

 

In de namiddag van 17/1 zijn de plechtige communicanten bijeengekomen en ze hebben onder andere met klei van de pottenbakker en met verf gewerkt. Aan wat ze gemaakt hebben is het duidelijk dat als je van binnen (ze waren dan geblinddoekt, heb ik begrepen) aan mooie dingen denkt dat er dan ook mooie dingen uit ontstaan.

In de viering draait alles rond het evangelie van Johannes (Joh. 1, 35-42), die vooral de betekenis van het leven, de daden, de woorden van Jezus wil belichten. Hij herhaalt niet meer zoals de drie vorige evangelisten, maar hij legt eigen accenten. Zo weet hij dat het einde van de wereld en de wederkomst van Jezus toch niet voor zo onmiddellijk is, en dus spreekt hij over afspraken maken, organiseren, bij Effata zouden we zeggen: over catechese geven, over poetsen, over de werking van de stuurgroep, … Johannes kan niet meer zeggen dat hij geroepen werd, maar hij maakt duidelijk dat mensen elkaar, en zo Jezus, zichtbaar moeten maken.

Stel je voor dat iemand zou vragen, hier aan de ingang van de kapel: “Wat komen jullie hier zoeken?” Rust en kalmte voor de week die komt, zingen en onze blijheid tonen, of bedroefd troost zoeken, of om af te koelen en aan God te zeggen waar Híj verantwoordelijk voor is, om bij anderen te zijn, omdat in het diepste van mezelf het goede naar boven wordt gebracht, om het gevoel te hebben dat God dicht bij mij is?

Ja, het is die vraag die Jezus aan Andreas en een niet nader genoemde leerling stelt: “Wat zoek je?” Jezus geeft zelf het antwoord: kom maar kijken, dan zie je het zelf wel. Dat is het verhaal van roeping: niet wachten tot God het je vraagt, wel je ogen openen om te zien en goed te kijken. Niet wachten tot iemand zegt: je bent geroepen! En zeker niet bang zijn dat er ‘roeping’ op onze hals valt: wij weten dat wij mensen elkaar nodig hebben en door te antwoorden op die vraag van anderen wij God zichtbaar maken. God, die wij ongezien vertrouwen!

Wij danken duizendmaal voor Madelief, die vandaag verjaart, voor de vrijwilligers van de Damiaanactie, voor kleine Wouter, het eerste kindje van Nele en Peter en het eerste kleinkind van Walter.

Wij bidden voor hen die ziek zijn en wij danken voor Damiaan, voor wat hij gedaan heeft.

Later luisteren we naar dokter Jacques Gumbaluka, werkzaam voor de Damiaanactie bij de pygmeeën in Ituri (Congo) en kijken naar de prachtige film over zijn werk ‘Het witte masker’.

 

God leeft in mij,” zegt Bernadette in Tabor op 21/1, “maar ik mag hem niet voor mij alleen houden, want meer en meer wordt hij de toekomst die ons wacht. De bijbel geeft ons inspiratie, haal er dus ook uit wat op jouw leven van toepassing is!”

Liederen zingen en beluisteren, lezen uit Matteüs 11, 25-30, stilte proeven en nadenken. Dan bidden opdat onze wensdroom voor vrede en gerechtigheid in vervulling moge gaan.

 

Koorrepetitie op 23/1: er is duidelijk een griepepidemie op weg: vooral de bassen schijnen aangetast te zijn, of speelt het werken voor Damiaan al een rol? In elk geval: we hebben de liederen die in de komende tijd een grote rol zullen spelen, goed gerepeteerd.

 

De opkomst voor de Effataviering van 24/1 is duidelijk beïnvloed door de activiteit (preken, stiften verkopen, …) van velen voor de Damiaanactie. Maar het is vandaag het feest van de bekering van Paulus en hier lezen we uit de Eerste brief aan de Christenen van Korinte, over de Geest en zijn gaven in de gemeente, met de vergelijking met het lichaam, eindigend in het hooglied van de liefde (1Kor. 12.4 – 13.8a). Paulus is moeilijk om te begrijpen, moeilijk om te bestuderen, we hebben veel uitleg nodig om zijn teksten te verstaan, niet in ‘stukjes’ te kappen. Hij geeft antwoord op vragen die hem gesteld werden en situaties die zich voordeden, maar die we niet kennen. Men noemt Paulus wel eens de tweede stichter van het christendom, of een beetje venijnig de ‘eerste’ stichter, omdat hij de deuren open zette voor de ‘heidenen’ of de niet-joden. Hij heeft veel gereisd, maar zijn reis eindigde in Rome, in Spanje is hij niet meer geraakt.

Hij was niet tevreden over de manier waarop de christenen in Korinte eucharistie vierden en maakten ook veel ruzie … de tekst die we lezen is ook vandaag nog van toepassing: het gaat heel duidelijk over gemeenschap zijn. Maar ook het Hooglied van de liefde, dat dikwijls – uit zijn verband gerukt – in trouwmissen wordt gelezen, gaat over gemeenschap: alle mensen hebben plaats in een gemeenschap zoals lichaamsdelen in een lichaam. Dat lichaam kan dan ook maar goed functioneren als de liefde centraal staat.

Paulus is veel belangrijker dan wij denken, hij vervolgde eerst de christenen maar hij kreeg van God een nieuwe kans: zijn verhaal gaat over fouten maken, mislukken en toch weer nieuwe kansen krijgen.

De Oosterse kerken hebben zich echter meer op Johannes gericht, die een andere kijk op het christendom had: “Wij zijn verlost! Wij maken geen fouten, niets mislukt”, dus vinden zij onze kijk dan ook maar wat slapjes.

Wíj kunnen echter wel zeggen dat we het niet alléén kunnen, dankzij Paulus. Hij schreef zijn brieven vóór de evangelies werden geschreven, dus meer aandacht voor Paulus is gerechtvaardigd. En we mogen gerust meer tijd voor hem maken, want door zijn vaststelling dat de liefde de grootste is, getuigt Paulus dat hij het dichtst bij Jezus staat.

Wij bidden om meer verdraagzaamheid, voor de slachtoffers van de steekpartij in Dendermonde, voor de overleden pastoor Karel Goossens, voor ons allen dat we bereid mogen zijn tot bekering omdat de liefde het belangrijkste is, voor kankerpatiënten dat ze steun en troost mogen vinden.

Na de viering sijpelen onze ‘predikanten voor Damiaan’ binnen, elk met zijn/haar verhaal over enthousiasme of berusting, over wéér zoveel samengebracht voor de Damiaanactie, over zoveel stiften verkocht, over blijheid omdat de jeugd blijkbaar toch nog gemotiveerd kan worden.

 

Tabor op 28/1: Nicole heeft voorbereid en ze maakte ook de volgende tekst.

‘We hebben wat nagedacht over het ‘Onze Vader’ waarvan we de tekst op twee plaatsen terugvinden: bij Lucas (11, 2-4) met de vraag van de leerlingen aan Jezus: “Leer ons bidden, zoals Johannes het ook aan zijn leerlingen geleerd heeft.” en bij Matteüs (6, 5-14) waar de tekst is ingebed in de Bergrede, dus deel is van een groter geheel. We hebben geluisterd naar de moderne hertaling van Huub Oosterhuis in zijn ‘Onze Vader verborgen’, dat sluit met die heldere bede: ‘Van U is de toekomst, kome wat komt!’ We hebben gebeden opdat Gods koninkrijk moge komen, daar waar troost en vergeving is. Wat gebeurd is in Dendermonde, die moorden op kleuters en hun verzorgster, die onbegrijpelijke aanval, beroert ons. We hebben gebeden voor de slachtoffers, maar ook voor de dader en zijn familie.’

 

Boekenclub op 29/1: wij hebben met aandacht het boek van Notker Wolf, abtprimaat van de benedictijnen (en tussendoor ook rockgitarist) gelezen. Tussen de bespreking in kijken we ook naar een, uit Braambos, opgenomen interview van Lucette Verboven met hem: boek en interview samen geven een goed beeld hoe de abt denkt over de huidige tijd, naar Duitse maat.Voor sommigen in Nederland en Duitsland komt het boek erg controversieel, te rechts over, mij lijkt het een redelijk goede analyse te zijn van de ontwikkeling sinds 1968 in Duitsland die leidde tot een verzorgingsmaatschappij die alle verantwoordelijkheidszin wegneemt (althans toch bij een belangrijk deel van de bevolking). In een tijd waarin weer over normen en waarden ( Notker spreekt van deugden) mag gesproken worden, is dit boek een opsteker. Twee zinnen als samenvatting: “Dat je met stiptheid, plichtsbewustzijn en organisatietalent een concentratiekamp kunt leiden, wat de achtenzestigers als bezwaar inbrachten, kan niet als argument tegen die deugden gelden. Want met dezelfde deugden kan je ook mensen uit een concentratiekamp bevrijden en het ontmantelen.” En “‘Wat willen jullie’, vraag ik ze, ‘Waarom zijn jullie samen?Waarom willen jullie met elkaar leven? Waaraan willen jullie werken? En hoe willen jullie liturgie vieren?’” Die laatste zin kan je zo overplanten op de Effatagemeenschap én op het Clemensproject … Het boek en het interview doen ons nadenken over de vraag: “Waar sta ik?” maar ook over rokers, trots en vertrouwen, over liefde en haantjesgedrag, over andere godsdiensten, over onze veel te veel verdwenen fierheid met ons geloof en over het grote gezag van de abt én zijn verplichting tot overleg met zijn monniken.

Op 28/5 lezen we samen het boek ‘De Marketing van God’ van Charles Swietert. Ik wens iedereen veel leesgenot!

 

Deze koude maand januari sluit af (op 31/1, maar wíj denken natuurlijk al aan Lichtmis) met pannenkoeken, ‘s namiddag gebakken door vele vrijwilligers, maar vooral door de catechumenen en het jonge volk. Maar eerst is er de viering, waarop we verwelkomd worden door Nicole, een welkom naar de vele kinderen op de dag waarop wij de opdracht van Jezus in de tempel, beter bekend als Maria Lichtmis, herdenken.

Guido vertelt over Tamara, een meisje dat van school moet veranderen en in haar nieuwe school wel vriendelijk ontvangen wordt, maar daar toch maar weer alle negatieve aspecten van haar falen over zich uitgestort krijgt: ze laat alles halfafgewerkt, ze kan zich niet concentreren, ze heeft weinig vriendjes, …

Van Tamara’s verhaal naar Jezus’ prediking in Kafarnaüm, waar een geesteszieke man, een man bezeten door een onreine geest, tegen hem begint te schreeuwen en hem ‘de heilige Gods’ noemt, is een schijnbaar té grote stap (Marcus 1, 21-28).

Maar neen, kon Tamara niet ook goed turnen, op de computer werken, gaf ze anderen geen moed? Als christen zijn iets betekent, en dat zit in ons, Vlamingen nog altijd verborgen aanwezig - denk maar aan onze vijgen na Pasen – dan moeten we leren om goed te zijn. Niet eerst zien waar er brokken af zijn, maar wel de andere een kans geven, ook naar de man door een onreine geest bezeten luisteren, eerst zeggen dat de andere iets goed kan. Opvoeden van kinderen wordt dan: bevestigen. En aangezien 2540 bisschoppen bij het Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie nadachten en dan tot de vaststelling kwamen dat het doopsel het belangrijkste is, waardoor iedereen die gedoopt is gelijk is, zijn paus, priesters, leken, kinderen, allemaal gelijk.

Dus roept Guido alle kinderen naar voor, er zijn er meer dan veertig! Wat betekent zegenen, wat betekent dat moeilijke Latijnse woord ‘benedicere’? Goed-spreken, dus zegenen, en dat mag iedereen hier, dat kan iedereen hier, daarvoor moet je niet gewijd zijn. Hoe zegen je: door je hand op iemands hoofd te leggen en zeggen: “God zegene en beware je!”, in welk dialect ook!

De kinderen leggen hun handen op het hoofd van vader, moeder, oma, opa en zeggen de zegenende woorden. Dan is het de beurt aan ons, met de zegenbede en het zegenende gebaar: “Zegen uw mensen die hier nu zijn en al uw mensen waar ook ter wereld …”

Wij hebben vandaag niet zo heel veel liederen gezongen, dat deed ons jeugdkoor, en die hebben dat prachtig en vol inzet gedaan, begeleid met bugel en fagot (feitelijk viool, gitaar, dwarsfluit en trompet!).

Zoals ik zei in het begin van deze dag: er zijn pannenkoeken gebakken en ze hebben lekker gesmaakt, alles op, eindigend in het wonder van Effata: de spontane afwas…

 

De dagen lengen alweer, maar het blijft koud, gelukkig zijn we er voor elkaar, hartverwarmend.

 

Wouter, zondag 1 februari 2009, luisterend naar Loreena McKennitt.

 

afdrukbare versie (44 kB)