![]() |
||||||||
| |
||||||||
| Kroniek
van de maand januari 2008
Op 3 januari 2008 komt de stuurgroep voor het eerst in dit nieuwe jaar bijeen, om naar gewoonte de vieringen voor te bereiden en vooral die van de komende week met de doop van Fran. We nemen ook kennis van de ietwat onverwachte vooruitgang in het Sint-Clemensproject, waaraan nu toch binnenkort zou verder kunnen gewerkt worden. Ook luisteren we vol bewondering naar de zangtocht met de ster die onze plechtige communicanten en de +12jongeren deze namiddag hebben gedaan in de beginnende sneeuw en onder muzikale begeleiding van wat volwassenen. Ze hebben zo € 160 rond gehaald voor de Damiaanactie!
5 januari: de eerste viering van het jaar, maar ook de doop van Fran, het derde kindje van Frank en Krista: er is dus heel wat te doen. Frans verwelkomt de gemeenschap, wenst ons een gelukkig jaar toe, vol bemoediging, zorgen voor anderen, feesten, heel veel koningen, licht: een samenvatting van dat wondere geheel dat Effata heet. Het altaar is weer eens heel mooi versierd, drie glazen bollen als die waarin de wijzen uitkeken naar wat gebeuren moest. Vandaag wordt Fran gedoopt en ze heeft haar naam gemeen met Franciscus. We wensen haar veel goeds toe, maar als ze iets van haar patroonheilige heeft, zal ze niet zo’n eenvoudige ziel zijn: uit protest tegen de rijke kerk in zijn tijd, deed hij zelfs al zijn kleren uit, om alles terug te geven wat hij al gekregen had, hij moest niets hebben. Maar hij hield van de natuur en liet dat uitbundig merken! Guido houdt de hand boven het kind: “Blijf altijd bij haar, schrijf ook haar naam in de palm van uw hand.” Het geboorteverhaal volgens Matteüs, vertaald door Nico ter Linden (uit zijn boek ’Koning op een ezel’), wordt ook nu weer verteld door Johan en Herman, gezeten aan de kerststal. Het verhaal gaat over de drie koningen, drie wijzen, waar de profeet Jesaja van droomde, die zoeken naar de ster, en als ze die hebben gezien, het licht volgen op zoek naar de koningszoon. We zien de deinende kamelen, de argwanende Herodes, we zien het goud, we ruiken de wierook en de mirre, het kruid dat geliefden elkaar geven en waarmee de mensen hun geliefde doden balsemen. Ja, zegt Matteüs, ook mirre, want een koningskind als Jezus leeft elke dag met de dood voor ogen. Herodes schrikt, hij vreest dat die koningszoon hem van de troon zal stoten, hij wil absoluut weten waar dat koningskind te vinden is. De wijzen volgen de ster, ze vinden het kind bij Jozef en Maria, nu in een huis, niet in een stal? Ze geven hun geschenken, goud, wierook en mirre, en gewaarschuwd door een engel gaan ze niet langs Jeruzalem, maar langs een andere weg naar huis terug. Daardoor wordt Herodes nog banger dan hij al was en neemt een vreselijk besluit: hij laat alle kinderen van Bethlehem vermoorden. Maar Jezus wordt gered, net zoals Mozes in Egypte werd gered, doordat Jozef het kind en zijn moeder meeneemt op zijn vlucht naar Egypte. Als alles veilig schijnt, keert Jozef met zijn kleine gezin terug naar Bethlehem, maar de zoon van Herodes is nu aan de macht en daarom vluchten ze verder, naar Galilea, naar Nazareth. De dood heeft Jezus nooit te pakken gekregen! “Laat nu de jongste binnenkomen!”: ouders, broertje Dries, zusje Marthe, peter Peter en meter Hilde worden gevraagd naar hun liefde voor Fran: “Zal ze altijd welkom zijn?” Dries steekt de doopkaars aan, met een beetje hulp van Frank, wij belijden samen ons geloof in onze verbondenheid met elkaar en met de Heer, Fran wordt gedoopt en gezalfd als teken van Zijn liefde. Wij bidden als gemeenschap voor Fran, dat ze gelukkig wordt en dat ze verbonden blijft met allen die haar aandacht nodig hebben. Frank en Krista zijn tien jaar geleden getrouwd, toen werd het ‘Lied van de mens’ gezongen, en nu zingen we het samen opnieuw en Krista zingt alleen voor haar Frank en voor de kinderen opnieuw het bruiloftslied van toen: “Effata, open langzaam je hand, en even draag ik wat jij niet dragen kan, even draag jij wat ik niet dragen kan!” Wij danken voor al het goede dat hier gebeurt, wij bidden voor de studenten, wij bidden voor alle kinderen die geboren worden, gedoopt, niet gedoopt, dat ze allen opgenomen worden in Gods hand, wij zoeken opvangmogelijkheid voor een vrouw die tot rust moet komen: ‘Ubi caritas!’ Fran wordt toegewijd aan Maria, zij weent en lacht, Guido zegent haar en ons allen. Groot gedruis! Ook de drie Koningen zijn hier, met velen, met veel sterren en ze zingen voor ons, met ons, voor Maria die daar in Bethlehem met haar klein kindeke zat, en ook een heel klein beetje voor Krista die daar ook zit, als Maria, met háár klein kindeke. Uiteindelijk halen ze in totaal En dan is het nieuwjaarsreceptie en feest voor Fran, met taart, en geschenken voor alle kinderen en wonder: er zijn zelfs gouden kroontjes voor de ‘echte’ koningen onder hen!
In de eerste Tabor van het nieuwe jaar 9/1 gaat Bernadette in op de betekenis die nieuwjaar voor ons kan hebben. Niet een feest van luxe en lawaai na Kerstmis, het feest van eenvoud en stilte, maar een gelegenheid om woorden en gebeurtenissen die de moeite waard waren te bewaren in ons hart. Een nieuw begin, als een geboorte, hoopgevend, want alles moet nog komen. Een begin van de Blijde Boodschap van Jezus voor ons allen die niet langer kerkganger maar ‘kerkbouwer’ willen zijn.
Vrijdagavond, 11/1, geen koorrepetitie want we gaan snoezelzingen in ‘Borgwal’ te Vurste, met een twintigtal zangers en veel bewoners, een verrijkende ervaring voor iedereen, ook voor Leen en Simon en Ine.
Ja, Suz, de recepties zijn voorbij en nu is het inderdaad tijd van verstilling en verinnerlijking, maar voor ons is het toch nog steeds Kersttijd. Vandaag 12/1 is er de herinnering aan de doop van Jezus. Speciaal? Natuurlijk, want bij de joden bestond ‘de doop’ niet, wel rituele wassingen en de besnijdenis voor de mannen, maar geen doop. Het was Johannes, die dan ook de ‘Doper’ wordt genoemd die er mee begon, om de mensen de kans te geven, een teken te geven dat ze opnieuw kunnen beginnen. Jezus zelf heeft nooit iemand gedoopt, wel ontstond na zijn dood en verrijzenis de gewoonte Christenen te dopen. Dat had iets te maken met het wereldbeeld van die tijden: onze wereld was een schijf die op water, op de wereldzeeën, dreef. Onder die schijf, onder het water was de onderwereld en wie in het water viel, werd naar de onderwereld getrokken. De doop van Johannes was een totale onderdompeling, je ging bijna verloren, maar je werd letterlijk opnieuw naar boven getrokken, onttrokken aan de onderwereld. Je begon een nieuw leven, boven de onmacht van de dood uit. Daarom heeft Jezus zich laten dopen, als mens geroepen om buiten het water uit te stijgen. Later loopt Jezus op datzelfde water: symbool dat hij niet door de machten van de onderwereld in het water naar beneden word getrokken. Het verhaal van Jezus’ doop vind je in Matteüs 3, 13-17, en voor Guido zijn daarin de belangrijkste woorden: “Dit is mijn zoon, mijn veelgeliefde, een man naar mijn hart.” Tweemaal spreekt de Vader Jezus zo aan, hier en op de berg Tabor, maar in de eerste brief van Johannes worden wij christenen zo aangesproken: lievelingen van God. En Guido leest zijn nieuwjaarswensen voor: “Lieve mensen laten we elkaar liefhebben, want de liefde komt van God, …” (1Johannes 4, 7-13). Moeilijk te geloven, maar zo geruststellend. We bidden voor een mama, bidden voor de jongens en de meisjes van de 'vriendenkring ‘t Juliaantje’ dat er een vreugdevol en vriendschappelijk jaar moge komen, danken voor het mogen snoezelzingen in Vurste, bidden voor een jongen die pas weet dat hij kanker heeft, bidden voor de parochiegemeenschap van De Pinte waar een nieuwe pastoor werd aangesteld. Dan is er weer kramiek en suikerbrood voor heel veel mensen, gezellig samen in de Effatazaal.
Tabor op 16/1 met Heleen, die kiest voor luisteren, stilte en meditatie. Aan de hand van een brief van een jonge, aan kanker gestorven, vrouw, een brief vol dankwoorden, zonder herinnering aan wat ook wel eens misliep op haar levensweg. Op de tekst van ‘Pilgrim’ van Enya als luisterlied: “Pelgrim, het is een lange weg om uit te zoeken wie je bent …” . Met het verhaal naar Matteüs van Jezus, die zijn leerlingen op weg zendt, om te troosten wie droef is, om te groeten wie eenzaam is, wetend dat men je naïef zal vinden, maar ook dat je steeds door Hem gedragen wordt. Wij danken voor het wekelijks terugkerende rustpunt, wij bidden om sterkte voor Coralie en Diego bij de geboorte van hun tweede kindje, wij bidden voor wie hier niet kon zijn, voor Betty die ook steeds op weg was, voor de oversten van de redemptoristen die hun taak goed volbrengen, voor de vele mensen die zich komende zaterdag zullen buigen over ‘Kerk&Ambt’, voor een buur en een vriend die overleden zijn, voor de kinderen van gescheiden ouders.
Met een vroege Pasen is de Vasten ook al heel dichtbij en we bereiden die voor op 18/1, kijken wat we kunnen gebruiken uit de teksten van Caraes. De evangelies werden gebruikt als voorbereiding van de doopleerlingen omdat ze de boodschap van Jezus zo goed samenvatten, wij zullen ook die lijn volgen met af en toe een verwijzing naar het toegevoegde vastenthema over het project in Congo.
Deze zaterdag, 19 januari, is voor mij onwezenlijk. Eerst heb ik met anderen een goede buur ten grave begeleid, op een burgerlijke plechtigheid in een crematorium. Goed bedoeld en ontroerend, maar voor mij: zonder hoop, zonder delen, een beetje voos, een beetje lauw. Dan in allerijl naar de open denk- en gespreksdag over ‘Kerk&Ambt’, onderweg naar een kerk met toekomst. Het is het hernieuwd kennismaken met andere zoekenden, in hun blijdschap en verdriet. Je vindt hierover heel veel via het adres info@basisbeweging.be of hopelijk al op de website www.abelweb.be . Maar de avondviering in Effata brengt mij terug bij de ‘onrust des Heren’, om te beginnen door Leen, die opgemerkt heeft dat door de milde winter er hier en daar al een krokus gaat bloeien en dat de dagen gaan lengen. In het evangelie (Joh. 1, 29-34) getuigt Johannes de Doper over Jezus en geeft hem een naam: “Het Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt”. Voor ons een duistere naam, voor Johannes de Doper de eenvoud zelf, als we ons kunnen terugplaatsen in zijn tijdsbeeld. Een tijd waarin iedereen geloofde dat God kwaad was op de wereld, denkend aan hongersnood, oorlog, ziekte …, een tijd waarin iedereen in feite diep ongelukkig was. Alle godsdiensten trachtten God door aangepaste rituelen goed te stemmen. Bij de joden gebeurde dat door het eerstgeboren lam of de eerste veldvruchten te offeren, door de eerste woorden aan God toe te wijden. Johannes zegt: “Hij is het Lam Gods”: hij is het die God al met de mensen verzoend hééft, je hoeft dus niet bang meer te zijn, God staat al aan de kant van de mensen! Guido heeft deze namiddag in het UZ het dochtertje van Diego en Coralie gedoopt; het kindje zal wellicht, om levenskansen te hebben, een hartoperatie moeten ondergaan. Ze noemen het meisje Madelief, een Mariasymbool, want het madeliefje schoot overal bloeiend op waar Maria op haar tocht naar Egypte voorbijging. Het is niet zo goed te begrijpen, want God is het niet die de mensen miserie op de hals jaagt, maar Hij is het die via dat kleine hartje, die kleine vingertjes van Madelief in de neonatologie vraagt: “Hou van mij!” Coralie en Diego hebben gevraagd dat wij, hier in onze kapel, met hen en Madelief verbonden ook het doopgebed zouden bidden: “Wees de adem die haar leven geeft, ga met haar mee, maak van haar een gelukkig mens”, hoe fragiel onze vraag en gebed ook is. Wij bidden voor dierbare overledenen, voor een vriendin uit ‘Welzijnsschakels’ die kanker heeft, dat ze moedig moge zijn en niet teveel lijden, wij bidden voor al die jongens en meisjes die zich inzetten door stiftjes te verkopen voor de Damiaanactie. Wij bidden voor Madelief en al wie liefde brengen, wij bidden voor hen die over Madelief moeten oordelen en nu rond haar staan. Na de koffie en de babbel, kijken wij nog naar de campagnefilm van de Damiaanactie over het project in Rwanda ter bestrijding van lepra en tuberculose daar, voorgesteld door Walter S. Wat leven wij in een luxeland!
23/1: Tabor voorbereid door Nicole, op basis van de tekst van ‘Om herscholing’ van Jan van Opbergen. Herscholing over gebruik van taal, besef van geschiedenis, begrip van aardrijkskunde, kennis van de natuur, methode van rekenen. Wij bidden om herscholing in wijsheid, om kennis die tot leven strekt, om vaardigheid tot vrede en bekwaamheid tot bevrijding, een bewogen gebed, een gebed dat bindt.
Koorrepetitie op 25/1 in het licht van de voorbereiding van de paasweek en vooral van het kerkconcert in Wetteren-ten-Ede. Liederen op weg naar Pasen en liederen voor Pasen, een strijdlied als ‘Wat geen oog heeft gezien’ gezongen uit ontgoocheling: “uw allerliefste mensen!”, een hoopvol lied als ‘Onze Vader verborgen’, een dansend lied over leven ‘Wie zijn leven niet wil geven.’
‘Ik zal er zijn’ zongen we op de koorrepetitie en voor Nicole is dat de kern van haar verwelkoming op de Effataviering van 26/1: een uitnodiging om hier telkens, in vreugde en verdriet weer samen te komen. Het evangelie uit Matteüs (4, 12-23) is een vreugde voor exegeten, maar wij houden het wat eenvoudiger. Ook hier weer zien we Jezus als vluchteling, hij kan zelfs niet in Nazareth blijven want na de moord op Johannes de Doper vreest hij ook voor zijn leven. Hij wijkt uit naar het Galilea ‘van de heidenen’, naar Kafarnaüm, waar de wegen doodlopen op het meer met de vele namen. Maar ook hier speelt de lente, is er blijheid en vreugde, eenvoudig zoals het gehele leven van Jezus, met hoop en toekomst. Dan gaat Jezus zijn eerste leerlingen roepen. ‘Mensenvissers’ noemt hij hen. Voor ons misschien een woord met een nare bijklank, maar in zijn tijd verwees hij naar het doopsel van Johannes, waarbij de visser mensen helpt door ze uit de diepte te trekken: in Kafarnaüm hebben ze dat zeer goed verstaan! Ze gaan heel gemakkelijk met hem mee, wij zouden nog allerlei moeten regelen, twijfelen, afscheid nemen, voor hen is het blijkbaar heel simpel. En wat bijzonder opvalt: Jezus is niet in het centrum van de macht met zijn prediking begonnen, wel aan de buitenkant, bij de ‘heidenen’ van Galilea. Een voorbeeld voor ons: moeten wij ook niet zo doen? Niet met woorden, met schrift, maar gewoon door Jezus in het gewone leven achterna te gaan, door gewoon te dóén. Wij breken als teken van vertrouwen het brood, wij delen de beker met wijn als teken van hoop. Wij bidden voor kleine, nog maar achttien maanden oude Marit, die na een veel te kort leven van huisjes bouwen onder de stoelen en handjes klappen, rustig is ingeslapen onder haar middagdutje. Wij bidden voor een collega die haar vader verloor, danken voor 50 jaar huwelijk van de ouders van Chris, danken voor de genezing van een vriendin en de zorg en de goedheid die ze mocht ondervinden, voor een kleinkind, voor de vele vrijwilligers van de Damiaanactie. En ook danken we voor Madelief, waarvoor de gemeenschap de laatste weken de adem heeft ingehouden, die geboren is en al door Guido gedoopt in de afdeling ‘neonatologie’. Madelief heeft goede levenskansen, ze moet wel een operatie aan de aorta ondergaan, maar haar ouders zijn hoopvol en dankbaar, voor het samen bidden van het doopgebed. Jan uit Vurste verjaart, hij wordt 50 jaar en hij heeft cake meegebracht, wij zingen voor hem en ook voor Niek, die al vreesde dat wij hem zouden vergeten … Effata is altijd een beetje werken, knippen, plakken, boetseren, bijeenrapen: aandenkens aan de komende vieringen zijn er niet vanzelf, maar vele vaardige handen maken het werk licht (tot het bijna licht wordt).
Tabor 30/1: Nadenken, mediteren over het verhaal van de beproeving van Jezus door de duivel (Lucas 4, 1-13). Nadenken over de duiding van Frans C. over de keuzes die we moeten maken, naar het voorbeeld van Jezus, die terzake toch heel wat ervaring had. De voornaamste keuze is die tussen onszelf als doel of wat God van ons verlangt; geen keuze voor macht, want macht knecht, macht doet niet groeien.Geen keuze voor ‘belangrijk zijn’, want het gaat om de anderen, je moet jezelf niet hoger achten dan je bent. Daarbij moeten we Gods liefde niet voor onszelf houden, maar ze doorgeven, belangeloos, mild, vergevingsgezind. Daar hebben we ook voor gebeden.
In de boekenclub (31/1) oefenen we ons in vorming door samen een al of niet uitvoerige tekst te lezen en te bespreken. Vandaag gaat het om de teksten over ‘Sporen van geestkracht: Nieuwe religieuze bewegingen’ in TGL 2007/5. Je kunt zoeken in de ervaringen van anderen naar ‘Effata’, maar beter is het te zoeken naar wat je aanspreekt of opzij te zetten wat niet te gebruiken is. Of vaststellen hoe moeilijk het is ‘geloof’ door te geven aan de volgende generatie, hoe belangrijk het is boeiend en authentiek te zijn en open te staan voor andere groepen, hoe een regelmatig vierend samenkomen voedend is, hoe structuur verstikkend kan werken. Mij hebben vooral de citaten van Erik Borgman over hiërarchie en over het ‘co-essentieel’ zijn van het charismatische aspect van een beweging, getroffen, of zijn vaststelling dat er een onvermogen is te zien dat maatschappelijke verbondenheid zelf een gestalte en een bron van religiositeit kan zijn. Ik denk dan aan onze ‘gasten’. In de volgende boekenclub lezen we ‘Levenslessen van een abt’ van Christopher Jamison.
In het bos achter onze tuin bloeien al de wilde narcissen, in januari! Morgen is het Lichtmis, dan zijn er pannenkoeken, voor mij liefst met stroop! Wouter, vrijdag 1 februari 2008
|
||||||||