effata-logo
Kroniek van de maand januari 2007

Op 4 januari 2007 komt de stuurgroep bijeen: belangrijk zijn de bespreking van de timing voor het opstellen van het Sint-Clemensproject, de voorbereiding van de Effatareis naar Voeren en de zovele dagdagelijkse beslommeringen.

Driekoningendag, 6 januari, eerste Effataviering van het nieuwe jaar. Bernadette biedt de gemeenschap haar nieuwjaarswens van vreugde, liefde en veel licht om ons heen aan. Er zijn heel veel kinderen, die haar vraag om licht goed begrepen hebben. Guido’s vraag over de drie koningen geeft minder reactie: het is feitelijk een strikvraag want in Matteüs 2, 1-12 is er geen sprake van koningen, het zijn wijzen, magiërs, en of ze met drie zijn wordt daar ook niet verteld. Die wijzen geven drie verschillende geschenken, zou dat getal ‘drie’ daarvan komen? Maar volgens de traditie waren er eerst vier! Uit de vier windstreken? Later werden er dat drie, een zwarte uit Afrika, een gele uit Azië en een blanke uit Europa, voor Israël is dat uit het zuiden, het oosten en het noorden. Uit het westen, de Middellandse Zee komen geen koningen op kamelen, hoewel je die beesten bij Matteüs ook niet vindt.
Drie magiërs dus: wijzen die op weg gaan, een ster volgend, naar de plaats waar God zichtbaar wordt in deze wereld. Wie zouden dat in onze tijd zijn?
Uit Azië: de Dalaï Lama, die op weg gaat om zo menselijk mogelijk te worden in liefde, compassie, tolerantie, zelfbeheersing?
Uit Europa: Einstein, niet kiezend voor het banale, maar voor het wonder, God zoekend in de realiteit van alledag?
Uit Afrika: Mandela, overtuigd dat alleen het goede blijft en dat mensen bang zijn voor de mogelijkheid in zich om het goede te doen?
En er moet nog een vierde wijze bij, een vrouw natuurlijk: Anne Frank, denkend aan de vreugde om verstoppertje te spelen, zoekend naar God, die zich misschien verstopt heeft in het kind dat geboren wordt.
Dan bidden we, om die vierde koning te mogen zijn, om moed om op weg te gaan en voor elkaar te zorgen. Ignace en Annette hebben óók een nieuwjaarsbrief van wensen, dromen en verlangens klaar, een brief uit dankbaarheid voor het voorbije jaar, een brief met het vooruitzicht weer een jaar te kunnen werken aan ons stukje ‘Paradise’. Maar het is toch Driekoningen: onze jonge mensen zijn donderdag al gaan sterzingen, met drie groepjes onder begeleiding van gitaar, trommel en trekharmonica, en nu zijn ze er weer. Allemaal koninginnen en koningen met sterren, en we zingen hun liederen vol vrolijkheid mee. Het goede doel is nooit veraf bij Effata: wat ze opgehaald hebben: € 377,50, wordt gestort voor de Damiaanactie. Boven dit soort leven staat de ster wel stil!
Het nieuwe jaar wordt ook niet vergeten: voor al die mensen, gekomen van bij en van ver, is er de nieuwjaarsreceptie en ook driekoningentaart: wij laten het kiezen van koningen aan de vrijheid van het taart eten over.

Chris spreekt ons in de Tabor op 10/1, aan de hand van de tekst van Marcus 1, 29-39, over anderen helpen en dienen ook ‘bij nacht’, in crisis, om te zorgen dat mensen worden zoals ze kúnnen zijn, over diaconie. Over onze kans om te zien dat het verhaal van Jezus iets anders is dan een oppervlakkig succesverhaal, maar wel een boodschap voor iedereen, een boodschap van gemeenschap vormen.

Op de repetitie van 12/1 zouden we feitelijk ‘Broeder Jacob, broeder Guido, slaapt gij nog’ moeten zingen want Guido is niet uit de armen van Morpheus weg te trekken.
We oefenen dus eerst maar met Johan wat liederen voor het snoezelzingen en daarna met een nu wakkere Guido voor de komende TV-mis.

Op 13/1: ’s namiddags vergadering over het Sint-Clemensproject. Walter geeft een boeiende Powerpointpresentatie gemaakt op basis van het beeld van een stoel met vier poten en een leuning. Cruciale vraag: wie doet het praktische werk?

’s Avonds is er de gemeenschapsviering. Gerrit verwelkomt de gemeenschap; zelf komt hij hier om enthousiasme en energie bij te tanken en licht mee te dragen.
Het evangelie (Johannes 2, 1-11) verhaalt over het eerste teken van Jezus op de bruiloft van Kana. Water nodig voor het reinigingsritueel wordt in zeer goede wijn veranderd en de verwondering daarover doet zijn leerlingen in hem geloven.
Een van de voordelen van Guido als dirigent van gospelconcerten in Wallonië, is dat hij soms tijd over had. Zo heeft hij in de Saint-Barthélemy in Luik de beroemde doopvont, een van de zeven wonderen van België (Effata is een ander!), bezichtigd. Op de kuip van die doopvont is onder meer de legende van de doop van Kraton uit het Geheime boek van Johannes (een apocrief gnostisch geschrift, toegeschreven aan Johannes de evangelist) afgebeeld. De filosoof Kraton, bekeerd en gedoopt door Johannes, draagt in Ephese aan twee broers zijn misprijzen voor bezit en rijkdom over. Die verkopen al hun bezittingen, kopen met de opbrengst een prachtige edelsteen en slaan hem tot gruis, in plaats van hun bezit aan de armen te geven. Aan het strand worden kiezelstenen goud. Goud is bezit en dus bidden ze tot God om er weer kiezel van te maken! In Kana werd water wijn, omdat men er met geloof naar keek, omdat er verwondering was. Zo is Jezus in ons midden als we hem herkennen in het breken van het brood. Zo is Kana vandaag elke plek waar mensen echt trachten hun samenleven uit te bouwen tot een feest.
We bidden voor een collega die het einde van zijn leven voelt naderen opdat hij omringd zou blijven door wie hem graag zien, wij danken voor ontvangen vriendelijkheid en voor mensen die niet zoveel engelen rond zich hebben. Wij sluiten ons aan bij Simons spontane en hoopvolle vraag dat Junior automecanicien kan worden.
Junior? Ja, hij is er zelf, met zijn begeleider Constant Bushiri, om de film van de Damiaanactie over één dag in het leven van Constant, voor te stellen. Een film die gaat over straatkinderen in Kinshasa, over lepra, over overleven door solidariteit, over dankbaarheid.

Lea roept ons tijdens de Tabor van 17/1 op om van Kerstmis niet iets te maken dat slechts éénmaal per jaar onze aandacht vraagt, maar om God de kans te geven, iedere dag opnieuw, in ons geboren te worden, te groeien in ons, en om Hem ruimte te geven in ons. Deze gedachte verbindt ze met de brief aan de Korintiërs: “Wij zijn de tempel van de Heer” en “God wil onder ons wonen en met ons omgaan”.

Buiten is de storm bedaard, wij komen hier in de kapel op 20/1, verwelkomd door Ignace, kijken hoe de kinderen - Dorien is daar nog wel te klein voor - licht brengen in ons leven. Guido herinnert ons aan ons bezoek aan het Bijbels Openluchtmuseum in Nijmegen. De gedroomde plaats om er de evangelietekst Lucas 4, 14-21 te lezen, omdat ze ons herinnert aan die plaats, die synagoge in Nazareth, waar Jezus leest uit de boekrol van de profeet Jesaja. Als ‘enige’ commentaar komt er die vaststelling: “Dit schriftwoord is nu in vervulling gegaan.” Een woord van vertrouwen, van geloof. In het Polen van de communisten ontbrak het sommigen, ook priester Wielgus, aan dat vertrouwen, en dan later aan de moed om dit gebrek aan geloof toe te geven, om omhoog te komen in de hiërarchie, om toch aartsbisschop te worden en tenslotte voor de ogen van heel de wereld diep omlaag te vallen. Jezus zegt ons: “Vandaag ga ik er mee beginnen”, net zoals Jessica, de dochter van de schilder, in de bezinning. Ons niet afvragen of we sterk genoeg zijn, of we het aankunnen, neen: “Ik doe het”, even terugdenken aan Nelson Mandela en dan niet meer bevreesd zijn.
We danken voor het nieuwe leven waar Lut en Jean zo blij mee zijn en we bidden voor iemand die een jaar lang heeft gewerkt om een diploma te behalen en nu om gezondheidsredenen moet afhaken. We bidden voor onszelf: “doof de hel van lafheid en onzekerheid in ons hoofd …”

Nicole heeft voor de Tabor op 24/1 gegrasduind in het tijdschrift ‘Partenia’ waarin de belevenissen van bisschop Jacques Gaillot tussen de marginalen in Frankrijk worden verhaald.
Zelf oordelen’
is het onderwerp met als kernzin: “Waarom bepalen jullie niet uit jezelf wat juist is?” (Lucas 12, 57) Jezus zegt hier dat wij het recht hebben te oordelen dat iets juist of waardevol is, meer nog het is onze plicht voor onszelf uit te maken wat juist is, rekening houdend met wat wijze mensen zeggen.

In de Boekenclub op 25/1 bespreken wij het boek van Kees Kok ‘De kunst van de liturgie’. Verfrissend, vernieuwend en leerzaam, een boek om te herlezen, een boek om te raadplegen.
Het legt uit wat ‘liturgie’ zou moeten zijn, de heen en weer flitsende wisselwerking tussen ‘het gevierde woord’, ‘het gehoorde woord’ en ‘het geleefde woord’. Wij zoeken wat ‘mis’ vroeger was, wat ‘vieren’ werd na het Tweede Vaticaanse Concilie en vergelijken dat met het ‘vieren’ in ons leven. Vieren dat een essentieel deel van ons leven is geworden, een liturgie die duidelijk is zonder uitleg, open voor iedereen.

Lea verwelkomt op 27/1 de gemeenschap en vooral pater Henk, want Guido en pater Hermann zijn naar Roeselare bij ‘De Bremstruik’. Wij zijn met niet zoveel want velen zijn dit weekend voor de Damiaanactie actief, om te gaan preken in de parochies of te zorgen voor de actie zelf. Henk gaat verder in op het evangelie (Lucas 4, 12-30) waar Jezus heeft voorgelezen uit de boekrol en er zijn commentaar bij heeft gegeven. Jezus is niet uit op goedkoop succes en als men hem vraagt ook die wonderen die hij in Kafarnaüm heeft gedaan, hier in Nazareth te herhalen, weigert hij: “Geen profeet is heilzaam voor zijn eigen vaderstad!” en hij wijst hen op hun klein geloof. Ze jagen hem weg, om hem in de afgrond te storten, maar hij gaat midden door hen door, vertrekt en gaat zijn eigen weg. Kijk naar wat Mgr. Oscar Romero in San Salvador overkwam, toen hij vroeg niet alleen Alleluia te zingen in de kerk, maar ook te delen met de armen. Hij werd doodgeschoten, niet weggejaagd: profeten worden niet geëerd in eigen land …
Wij bidden voor een overleden collega van Bernadette, danken voor de vele snoezelzingers in Vurste gisterenavond, bidden voor broeder Willibrordus in Wittem die zwaar ziek is.
Wij danken voor hen die dit weekend actief zorgen voor de Damiaanactie door te gaan ‘preken’.
Later op de avond komen er enkele nog hun verhaal vertellen, blij over wat gebeurd is: een intense belevenis. Nog later blijkt het grote succes van de Damiaanactie: vraag het maar aan Arnout, Bart, Rita en zovele anderen!

Woensdag 31 januari, laatste dag van de maand. We sluiten af met de bezinning die het Tabormoment ons biedt en met de kans om in te gaan op Gods vraag dat we onszelf zouden zijn, zonder ons als middelpunt van het gebeuren te beschouwen. Frans leidt ons door Paulus’ oproep in Fil. 4, 4-9, om uiteindelijk de vraag te stellen: “Heer, wat kan ik voor U doen?” De boodschap van Paulus is weldoend, bevrijdend: God is altijd bereikbaar. We moeten maar kijken naar wat ons is geleerd en overgeleverd en dat in de praktijk brengen.
Dat is een hele opgave maar daarbij zijn we níet alleen.

Met velen zijn we begonnen aan de voorbereiding van ons Sint-Clemensproject, maar daarbij zijn we níet alleen.


Wouter, woensdag 31 januari 2007

 

afdrukbare versie