![]() |
||||||||
| |
||||||||
| Kroniek
van de maand januari 2007
Op 4 januari 2007 komt de stuurgroep bijeen: belangrijk zijn de bespreking van de timing voor het opstellen van het Sint-Clemensproject, de voorbereiding van de Effatareis naar Voeren en de zovele dagdagelijkse beslommeringen. Driekoningendag, 6 januari, eerste Effataviering van het nieuwe jaar. Bernadette biedt de gemeenschap haar nieuwjaarswens van vreugde, liefde en veel licht om ons heen aan. Er zijn heel veel kinderen, die haar vraag om licht goed begrepen hebben. Guido’s vraag over de drie koningen geeft minder reactie: het is feitelijk een strikvraag want in Matteüs 2, 1-12 is er geen sprake van koningen, het zijn wijzen, magiërs, en of ze met drie zijn wordt daar ook niet verteld. Die wijzen geven drie verschillende geschenken, zou dat getal ‘drie’ daarvan komen? Maar volgens de traditie waren er eerst vier! Uit de vier windstreken? Later werden er dat drie, een zwarte uit Afrika, een gele uit Azië en een blanke uit Europa, voor Israël is dat uit het zuiden, het oosten en het noorden. Uit het westen, de Middellandse Zee komen geen koningen op kamelen, hoewel je die beesten bij Matteüs ook niet vindt. Chris spreekt ons in de Tabor op 10/1, aan de hand van de tekst van Marcus 1, 29-39, over anderen helpen en dienen ook ‘bij nacht’, in crisis, om te zorgen dat mensen worden zoals ze kúnnen zijn, over diaconie. Over onze kans om te zien dat het verhaal van Jezus iets anders is dan een oppervlakkig succesverhaal, maar wel een boodschap voor iedereen, een boodschap van gemeenschap vormen. Op de repetitie van 12/1 zouden we feitelijk ‘Broeder Jacob, broeder Guido, slaapt gij nog’ moeten zingen want Guido is niet uit de armen van Morpheus weg te trekken. Op 13/1: ’s namiddags vergadering over het Sint-Clemensproject. Walter geeft een boeiende Powerpointpresentatie gemaakt op basis van het beeld van een stoel met vier poten en een leuning. Cruciale vraag: wie doet het praktische werk? ’s Avonds is er de gemeenschapsviering. Gerrit verwelkomt de gemeenschap; zelf komt hij hier om enthousiasme en energie bij te tanken en licht mee te dragen. Lea roept ons tijdens de Tabor van 17/1 op om van Kerstmis niet iets te maken dat slechts éénmaal per jaar onze aandacht vraagt, maar om God de kans te geven, iedere dag opnieuw, in ons geboren te worden, te groeien in ons, en om Hem ruimte te geven in ons. Deze gedachte verbindt ze met de brief aan de Korintiërs: “Wij zijn de tempel van de Heer” en “God wil onder ons wonen en met ons omgaan”. Buiten is de storm bedaard, wij komen hier in de kapel op 20/1, verwelkomd door Ignace, kijken hoe de kinderen - Dorien is daar nog wel te klein voor - licht brengen in ons leven. Guido herinnert ons aan ons bezoek aan het Bijbels Openluchtmuseum in Nijmegen. De gedroomde plaats om er de evangelietekst Lucas 4, 14-21 te lezen, omdat ze ons herinnert aan die plaats, die synagoge in Nazareth, waar Jezus leest uit de boekrol van de profeet Jesaja. Als ‘enige’ commentaar komt er die vaststelling: “Dit schriftwoord is nu in vervulling gegaan.” Een woord van vertrouwen, van geloof. In het Polen van de communisten ontbrak het sommigen, ook priester Wielgus, aan dat vertrouwen, en dan later aan de moed om dit gebrek aan geloof toe te geven, om omhoog te komen in de hiërarchie, om toch aartsbisschop te worden en tenslotte voor de ogen van heel de wereld diep omlaag te vallen. Jezus zegt ons: “Vandaag ga ik er mee beginnen”, net zoals Jessica, de dochter van de schilder, in de bezinning. Ons niet afvragen of we sterk genoeg zijn, of we het aankunnen, neen: “Ik doe het”, even terugdenken aan Nelson Mandela en dan niet meer bevreesd zijn. Nicole heeft voor de Tabor op 24/1 gegrasduind in het tijdschrift ‘Partenia’ waarin de belevenissen van bisschop Jacques Gaillot tussen de marginalen in Frankrijk worden verhaald. In de Boekenclub op 25/1 bespreken wij het boek van Kees Kok ‘De kunst van de liturgie’. Verfrissend, vernieuwend en leerzaam, een boek om te herlezen, een boek om te raadplegen. Lea verwelkomt op 27/1 de gemeenschap en vooral pater Henk, want Guido en pater Hermann zijn naar Roeselare bij ‘De Bremstruik’. Wij zijn met niet zoveel want velen zijn dit weekend voor de Damiaanactie actief, om te gaan preken in de parochies of te zorgen voor de actie zelf. Henk gaat verder in op het evangelie (Lucas 4, 12-30) waar Jezus heeft voorgelezen uit de boekrol en er zijn commentaar bij heeft gegeven. Jezus is niet uit op goedkoop succes en als men hem vraagt ook die wonderen die hij in Kafarnaüm heeft gedaan, hier in Nazareth te herhalen, weigert hij: “Geen profeet is heilzaam voor zijn eigen vaderstad!” en hij wijst hen op hun klein geloof. Ze jagen hem weg, om hem in de afgrond te storten, maar hij gaat midden door hen door, vertrekt en gaat zijn eigen weg. Kijk naar wat Mgr. Oscar Romero in San Salvador overkwam, toen hij vroeg niet alleen Alleluia te zingen in de kerk, maar ook te delen met de armen. Hij werd doodgeschoten, niet weggejaagd: profeten worden niet geëerd in eigen land … Woensdag 31 januari, laatste dag van de maand. We sluiten af met de bezinning die het Tabormoment ons biedt en met de kans om in te gaan op Gods vraag dat we onszelf zouden zijn, zonder ons als middelpunt van het gebeuren te beschouwen. Frans leidt ons door Paulus’ oproep in Fil. 4, 4-9, om uiteindelijk de vraag te stellen: “Heer, wat kan ik voor U doen?” De boodschap van Paulus is weldoend, bevrijdend: God is altijd bereikbaar. We moeten maar kijken naar wat ons is geleerd en overgeleverd en dat in de praktijk brengen. Met velen zijn we begonnen aan de voorbereiding van ons Sint-Clemensproject, maar daarbij zijn we níet alleen.
|
||||||||