effata-logo
Kroniek van de maand januari

Een nieuw jaar inzetten moet ernstig gebeuren: de stuurgroep komt samen op 4 januari 2006, zonder veel plichtplegingen en met enkel een gemeende wens voor het nieuwe jaar.
Er is veel af te spreken want 2006 wordt een belangrijk jaar met het vieren van 100 jaar bestaan van de kapel en de internationale studiedag over redemptoristen en lekenwerking.

Op Driekoningen zingen de communicanten ‘voor de deur’ in Merelbeke. Vader Bart begeleidt de jongens op de gitaar en zo halen ze allemaal samen meer dan € 100 op voor de Damiaanactie.

Effataviering en nieuwjaarsreceptie op 7 januari staan ook in het teken van de Driekoningen. Vroeger werden die afgebeeld met een petje, met een kroon of een hoed, soms zelfs met drie kronen op elkaar. Vandaag zetten we allemáál een nieuwe hoed op en we hopen dat we worden zoals Jezus, die zelfs géén pet op had, maar die álles voor ons heeft overgehad. Guido wenst ons toe
dat we de vraag, in het begin van de Advent gesteld, om de ster te volgen, verder blijven beantwoorden. Hij wenst ons dat we de moed hebben om gelukkig te zijn door gewone mensen gelukkig te maken. Een wens voor een jaar van onderweg zijn, van doorzichtiger te zijn.
Er is ernst: we bidden zingend voor de zus van pater H. Bergsma uit Tungelroy die overleden is,
en voor al wie het moeilijk heeft. Er is luim: de Driekoningen verschijnen met negen en ze volgen
de ster die nu boven de stal straalt en we zingen, terwijl de gouden en zilveren sterren draaien, het lied van de ‘Drie koningskinderen’ tot het kindje wakker wordt: ‘A la berline postiljon!’.
En dan is er receptie met wijn en frisdrank en koffie, we zijn met meer dan 140 en de 500 broodjes, gesmeerd en belegd door vele handen, verdwijnen als sneeuw voor de zon.
Het is feest, ik wens velen een gezond, gelukkig, innig nieuwjaar toe en hoop dat Nick zijn gele knuffelbeertje terugvindt. Rogier loopt fier met zijn kroon rond, want hij (of was het Jonas?) heeft de boon in de taart gevonden.

Ook in het Tabormoment denken ze met Frans de Maeseneer aan de andere, niet alleen aan ‘ik’, maar ook aan ‘wij’ en dus houden ze op hun beurt een nieuwjaarsreceptie.

De repetitie van vrijdag 13 januari is werkelijk ‘herhaling’, onder meer van het prachtige tafelgebed 169 ‘Die onze God wil zijn’, en voorbereiding op de volgende feestelijkheden
maar ook het koor heeft recht op een gratis drankje voor het nieuwe jaar!

Maar nu gaan we werken: Jeroen en Lies, de twee kandidaten voor de Plechtige Communie, hebben een eerste vergadering met Ignace, Bernadette, Anneleen en peter Frans en hun voorgangers, Jonas, Elien, Simon, ... Fons leidt hen rond in kapel en sacristie en ze leren al wat nodig is voor de kosterdienst en lossen er zelfs een kruiswoordraadsel over op.

De tafels staan langgedekt in de Effatazaal: teken dat het Gevi is, voor gekneusde, geheelde, verloren en teruggevonden mensen. Ludwin loopt wat verloren in het woud van de verkeerstekens, maar het voorrangsbord dat aan het altaar staat is duidelijk: hier binnen zitten we op een expresweg waar we samen kunnen bidden, maar waar we wel moeten beseffen dat we buiten meer op onszelf moeten letten. Het evangelie spreekt over ‘Het Lam Gods’ en over de roeping van de apostelen. Een lam roept bij ons een gevoel van zorgen en beschermen op, maar bij de Joden in de tijd van Jezus was het een offerdier om zo de mens vrij te kopen van al wat fout was geweest. Maar in de Apocalyps wordt het Lam dan weer het beeld van Christus waar allen naar opzien.
Wie hier meer wil over weten moet maar eens met een goede gids naar het wereldberoemde retabel in de Sint-Baafskathedraal gaan kijken …
Maar het gaat dus ook over roeping, niet alleen voor religieuzen, maar ook voor ons, alle mensen. Niet om iets bijzonders te gaan doen, maar wel om telkens opnieuw in het dagdagelijkse leven iets te beleven dat de moeite waard is, voor vrouwen, mannen, gehuwden, ongehuwden. We vragen ons af of mensen bij ons mogen binnenkomen, of mensen verstaan wat we zeggen.
We bidden voor elkaars intenties en speciaal voor die van Mieke, voor het kindje dat zo weinig levenskansen heeft. Het was een viering met heel veel gasten, kinderen, nieuwe gezichten vol hoop.

Tabor gaat over doopsel: intrede, overgang, doorgang, Pascha, Pasen. Pasen is kiezen zoals Jezus aan de Jordaan in de rij ging staan om gedoopt te worden door Johannes. Een nummer worden, gelijk zijn aan de mensen, zijn interesse tonen voor de mensen, ons de weg wijzen en ons de diepe waarde leren van dopen en gedoopt worden.

In de boekenclub op donderdag 19 januari lezen we het boek ‘Menslievendheid moet ik aanzeggen’, een boek over en door redemptoristen. Het werd al uitgegeven in 1994, maar heeft feitelijk niets van zijn boodschap verloren: de inspiratie van Sint Alfonsus de Liguori gaat uit van wat hij gedaan heeft voor arme mensen, niet van wat hij geschreven heeft als kerkleraar.
Zoals Viviane zegt: het is een boek dat we al lang geleden hadden moeten lezen, om zo beter ‘kerk’ weg te halen bij de middenklasse en ‘kerk’, evangelie te brengen naar armen.
En dan heeft ze het over de grote verdoken armoede, niet over bedelaars.
Het is ook duidelijk dat Effata veel te maken heeft met de rol die de redemptoristen zullen moeten spelen. De opdracht die we daaruit kunnen afleiden wordt dan: “Hoe kunnen we dat meer beleven, hoe kunnen we er meer tijd in steken bijv. door het ‘regenboogmodel’ uit te werken voor Effata?” Effata kan daarin de redemptoristen een antwoord geven op hun vraag: “Help ons om te zeggen
wat we moeten doen!” Het boek, meer bepaald de teksten van Henk Manders, is het herlezen waard.

Beloften moeten nagekomen worden en Jack, de man van Laurie en gitarist in de combo die Lea Gilmore begeleidt, heeft beloofd de afwas te komen doen bij Effata om zo beter het wonder van Effata aan te voelen. Laurie heeft er voor gezorgd dat er voldoende afwas is want ze biedt in de Effatazaal op 20 januari aan de medewerkers van het steunpunt van de Damiaanactie een couscousschotel aan. De jagers, de mannen dus, bakken de lamskoteletjes en de merguezworsten, maar al de rest, vooral het lekkere garnituur van groenten en kekererwten is door Laurie klaargemaakt volgens een Marokkaans ‘royaal’ recept. Wijn uit de wereldwinkel, water en cola uit de koelkast, een hemels eenvoudig recept van sinaasappelschijven met suiker en kaneel, het is een vooruitzicht op wat een gemeenschappelijke maaltijd op kerstavond kan worden.

Bart verwelkomt ons op de viering van 21 januari met minder goed nieuws: hij zal met Anneleen en de kinderen een andere plaats moeten zoeken om er rust te vinden in de vakantie. Maar alles heeft zijn goede kant: zo is hij ook tot het besef gekomen dat zij wekelijks bij Effata veel meer rust vinden. Volgens Johannes heeft Jezus zijn leerlingen geroepen in de omgeving van Bethanië in Judea en is Hij daarna naar het honderd kilometer noordelijker gelegen Galilea getrokken.
Volgens Marcus riep Jezus zijn leerlingen toen Hij langs het meer van Galilea liep.
Die tegenspraak is voer voor exegeten en het enige dat echt duidelijk blijft, is het feit dat Simon Petrus en Andreas broers waren. Maar bovenal is belangrijk dat ze Jezus zijn gevolgd op zijn reis door Palestina omdat zij voelden dat het Rijk van God dicht bij hen was en dat is voor ons een aansporing om ons af te vragen hoe Jezus echt geweest is en om te zoeken wat we met die Jezus van Nazareth dóen. Guido reist nu doorheen de gehele Sint-Clemensprovincie en hij ondervindt zo, welk geluk we hebben om hier in onze gemeenschap samen te kunnen leven met God midden tussen ons. Daarom moeten we nog meer bereid zijn om voor elkaar te leven en daarom ‘onszelf’ een beetje meer relativeren. Wij bidden voor de stervende Leen, voor de herstellenden van de gasramp in Gellingen en voor al wie het eigen lot niet in eigen handen heeft. Nick heeft zijn knuffelbeertje terug: Freya heeft het gevonden, maar het is nu wel een hondje geworden.

Na de viering kijken we geboeid naar het beeldverhaal dat Fons en Chrisje hebben gemaakt van hun reis naar Tibet, van Lhasa naar Kathmandu in Nepal, langs rivieren en meren, bewonderend opkijkend naar Mount Everest en Lhotse, trekkend door dat woeste prachtige land.
Ja, Jack, Effata is niet alleen een beetje afwassen, maar ook een beetje trekken!

Tabor op woensdag gaat over het verhaal van de vijf broden en de twee vissen waarbij Jezus tot zijn leerlingen zegt: “Geven jullie hen maar te eten”. Hij roept ons dus om gemeenschap te vormen met elkaar. Een gemeenschap waar iedereen aanvaard wordt, waar we zorg dragen voor elkaar, waar we met elkaar delen wat we hebben en niet hebben, wat we kunnen en niet kunnen.
Een gemeenschap die maar pas kan ontstaan als we er in slagen onze verwachtingen voortdurend
aan de anderen aan te passen door elke dag te blijven leren, te blijven groeien.

In de laatste repetitie van de maand oefenen we verder de vierstemmige Majellamis.
Die is niet zo gemakkelijk en soms zitten de tenoren wel eens op wonderbaarlijke wijze op de juiste toon (dixit Ilse), maar uiteindelijk zingen we alles alsof we nooit iets anders zingen (dixit Guido, na 680 km van Kirchhellen over Bonn naar …).
De mis werd geschreven als een ‘halve’ weddenschap om gewone mensen ook de kans te geven
mee te zingen in een mis, die dan toch plots openklapt als het koor vierstemmig verder gaat.
Er zijn vooruitzichten genoeg: op woensdag 8/2 moet je kijken op VTM bij ‘Babyboom’ waar Coralie reclame maakt voor het koor. Op een nog te bepalen dag gaan we op uitnodiging van Pater Bergsma naar Nijmegen zingen en op een nog even vast te stellen datum zijn we in Wittem verwacht om er voor rector pater André Schotsmans, de Majellamis te zingen. Raadpleeg het Effataatje!

Misschien zijn er nog mensen die er aan twijfelen, maar voor Suz is het duidelijk: Damiaan was een echte Vlaming, niet in het minst omdat hij een lastpost was voor zijn oversten.
Want het is Damiaanweekend en enkelen onder ons gaan preken in parochies over Damiaan of zorgen voor de verkoop van schrijfstiften ten voordele van de Damiaanactie. Bart krijgt zelfs uitvoerig de tijd om een duidelijke uitleg te geven op AVS en we zien enkele bekende gezichten (Walter S., Tom en Veerle) op Eén. De actie is een succes voor de Grootste Belg.
Het evangelie uit Marcus 1, 21-28 spreekt over Jezus die predikt in Kafarnaüm. Wat Hij zegt weten we niet, maar wel dat de mensen verwonderd zijn over wát Hij zegt: Hij spreekt als iemand die gezag heeft. Hij spreekt blijkbaar uit zichzelf en daarom wordt die ene man bezeten: je kán niet uit jezelf spreken over een God die toegankelijk is. In onze samenleving staat het goed ‘bezeten’ te zijn, bezeten van onfeilbaarheid, bezeten van tijd, bezeten van zorg, in plaats van zoals paus Johannes XXIII het leiden van de kerk over te laten aan de Heilige Geest. Jezus nodigt ons uit bevríjde mensen te zijn en om met open handen voor God te staan.
We danken met Mieke voor de grotere levenskansen van een kindje dat er tot voor kort zo weinig had. En we bidden voor elkaar.

De maand eindigt met goed nieuws: het beertje (of is het toch een hondje) van Nick komt in orde: het is al driemaal zo groot geworden.


Wouter, zondag 29 januari 2006