|
|
|
|
Kroniek
van de maand februari 2008
Licht, heel veel kinderen met lichtjes in stoet, ons kinderkoor dat voor de eerste keer echt de viering zingt, de geur van pannenkoeken in de kapel, dat kan maar Lichtmis zijn. Noem het feest de opdracht van de Heer, de kerkgang van Maria of gewoon Maria Lichtmis, het is een feest voor de kinderen, voor wie we Gods zegen vragen. Zoals Zoé vraagt als de lichtjes door al die kinderen worden aangebracht: “Laat onze moeders en vaders hun kinderen een warm hart toedragen, …”
Lichtmis heeft te maken met het lengen van de dagen, met het nieuwe licht, voor mensen die letterlijk in duisternis leven, een reden om te feesten, om nieuw geloof te hebben in de toekomst. Maria’s kerkgang, nog niet zo lang geleden een zuiveringsritueel voor vrouwen na het baren, met de priesterstola en een brandende kaars in de hand, tot aan het Maria-altaar. Wellicht een beeld van wat bij de joden in Israël gebruikelijk was, na elke geboorte, waar de vrouwen, ook Maria, in de Tempel ontvangen werden. Om nadat ze zo dicht bij God hadden gestaan en aan Zijn scheppend werk hadden deelgenomen, terug naar het gewone leven over te gaan.
Annette leest het evangelie naar Lucas, 2, 22-32, het verhaal van de opdracht van Jezus in de Tempel en de voorspelling van de oude Simeon. Maria keek met bewondering, met verwondering, soms ook met angst naar de kleine Jezus. Nog steeds doen ouders dat: vol bewondering kijken wat hun kinderen al kunnen, ze vol verwondering bezig zien, op hun ongepolijste manier, met hun speciale manier om de waarheid te zeggen. Maar ouders kijken soms ook vol angst en onzekerheid. Daarom zegenen we de kinderen, beschermen en behoeden we hen, bewust dat we voor álle kinderen moeten zorgen. Daarom moeten we hen plaatsen in een wereld waar toekomst gemaakt wordt, waar ze in Gods handen zijn. Waar ze zoals Hannah en Magali, met het kinderkoor, zingen: “Waar een mens met mensen deelt, ervaart hij soms een glimp van God!”
Met velen staan we in zijn vriendschap rond het altaar, breken brood, delen wijn, met Fran, Ester, Isaiah en denkend aan Madelief, met zovelen, roepend: “Jij, jij, jij, woon hier bij ons, vind hier je eigen naam, kind van mensen ben je voortaan.” Wij bidden voor een nichtje dat op jonge leeftijd is gestorven, bidden voor moed en sterkte voor onze kinderen als ze hun eigen weg gaan. Wij vragen voor de kinderen, dat de Heer hen de juiste weg tone, hen bescherme, hen drage, hen trooste bij verdriet, dat Hij hen zegene.
Als aandenken krijgen de kinderen een lichtend huisje, licht om altijd de weg te vinden, licht in een huisje opdat Effata altijd een huis voor hen mag wezen.
Naar oud gebruik is Lichtmis gelijk aan pannenkoeken - geen vrouwtje is daarvoor te arm - pannenkoeken met liefde gebakken door de plechtige communicanten. Er is bijna plaats te weinig, maar iedereen is blij, met het lichtje, met de pannenkoeken, met de vriendschap.
Aswoensdag. Vanmiddag vond een plaatselijke radiozender het nodig de statistieken over de vastenbeleving bij te werken door na te vragen of men in een snoepwinkel een daling van de verkoop vaststelt. Zo begrijp ik meteen de intredezang: “Here God, wij zijn vervreemden door te luisteren naar uw stem …”
Een nieuwe start beginnen, een askruisje op het voorhoofd als teken van herkenning, de handpalmen gezalfd worden met de olie der catechumenen. “Amen!” zeggen als instemming met Matteüs en Lucas die vaststellen dat bidden en vasten geen theater mag zijn, alleen welgevallig moet zijn aan God, en dat aalmoezen geven best onopvallend gebeurt (Matteüs 6). “Amen!” zeggen als instemming met Nico ter Linden in zijn transcriptie van het gebed dat Jezus ons meegaf, tot mijn, tot onze Vader. Een askruisje aanvaarden, wetend dat ‘mensen, hun dagen zijn als het gras, zij bloeien als bloemen in het open veld. Dan waait de wind en zij zijn verdwenen.’ Wetend dat we van slijk, stof en water, zijn gemaakt, en tot stof terugkeren. Eén keer per jaar allemaal gelijk zijn, in de rij gaan staan om de vraag te beantwoorden: “Weet je dat je stof van de aarde moet zijn om kind van God te zijn?” Treurig zijn om al wie weg is gegaan zonder groet, en toch blij omdat we uitgenodigd worden om te bewijzen dat we hier zijn om elkaar gelukkig te maken, om samen op te gaan naar Pasen, langs dezelfde weg die vroeger de catechumenen gingen, met levend water, levend licht, ook gemaakt uit de levensadem van God, dus: kinderen van God.
Als aandenken krijgen we een pillendoosje met de geurende olie waarmee we vandaag ook gezalfd werden, gezalfd op beide handen.
Vergadering van de stuurgroep op 7/2. Wij hebben enkele prominente gasten: paters Jan, Gé en Herman, die wat nader kennis komen maken met Effata. We bereiden de vastenvieringen voor en de algemene lijnen van de volgende activiteiten worden vastgelegd.
Het is echt een Effataweek: koorrepetitie op 8/2, voorbereiding van de paasweek, maar natuurlijk ook van het ‘concert’ voor het Davidsfonds in Wetteren-Ten-Ede. Er valt nog heel wat te schaven aan het zingen, maar waar komen die nieuwe teksten altijd vandaan?
De krokusvakantie is voorbij, het is vandaag, 9/2, Internationale Ziekendag, voor Gerrit een reden om hier nieuwe energie te komen opdoen. Lotte, een van mijn kleinkinderen, is hier mee met ons, ze kijkt een beetje onwennig, maar bij het aansteken van al die kaarsen helpt ze al duchtig mee.
Ook voor óns is deze periode vóór Pasen, niet alleen de vasten, maar ook een recyclagecursus, net zoals voor de volwassen dopelingen 1800 jaar geleden. Het evangelie van vandaag (Matteüs 4, 1-11) is het eerste van vijf, die allemaal een aspect inhouden van ons ‘christen’ zijn. “ Leid ons niet in bekoring”, bidden we in het ‘Onze Vader’. Maar wat is dat: ‘bekoord worden’? Blijkbaar is dat iets héél menselijks en Matteüs wil hier aantonen dat ook Jezus op dat vlak totaal menselijk was. Jezus werd bekoord, op de proef gesteld, in de woestijn, op de tinne van de tempel, op de hoogste berg. Het gaat hier om grote woorden: eerzucht, hebzucht, heerszucht. Vreemde woorden? Helemaal niet, we willen toch graag gezien worden door anderen, en als dat niet vanzelf gaat helpen we zelf een beetje door aandacht te eisen, door op te vallen: is dat geen eerzucht? Of kopen we soms geen dingen die we echt niet nodig hebben, is dat geen hebzucht? Of zijn we soms niet bereid om wie ons in de weg loopt in ons zoeken naar eerzucht opzij te schuiven: is dat geen heerszucht? Is de grootste bekoring dan niet: dat alles trachten goed te praten? We doen dan maar best wat Jezus deed, wegvluchten in eenzaamheid, de woestijn opzoeken, om niet in verleiding te komen, nadenken over de ‘duiveltjes’ in ons hart, te leren wat ons in de greep wil krijgen en ons bezwaart, ons onbewust leidt in bekoring. We vragen het toch: “Leid, breng, ons niet in bekoring”? Het is een feestelijke dag: de muzikanten, jong en wat minder jong, met dwarsfluit, piano, trompet en gitaar, muziek van Taizé. En Madelief is hier ook al, stil slapend in al die drukte, met kleine handjes bezig, ‘graaiend naar het licht’!
Bernadette leidt de vastenactie in. ‘Bora Shabunda’, inderdaad: Shabunda verdient beter. Het gaat om oostelijk Congo, zwaar getroffen door nog maar eens een genocide, waar de gruwel nog niet uit de ogen van de mensen gewist is, moeilijk bereikbaar. We helpen Broeders Johan en Innocent in hun droom, daar een hulpcentrum op te starten, voor iedereen en vooral voor hen die het leed van de oorlog nog niet verwerkt hebben.
We bidden voor een overleden echtgenote en voor hen die achterblijven en het moeilijk hebben met die eenzaamheid, voor de familie van Marit, wij zingen: “Draag ons in barmhartigheid, opdat wij leren elkaar te dragen in barmhartigheid”.
Het is Gevi: de kramiek en het suikerbrood smaken, het praten doet goed.
Vandaag 16/2, 2de zondag van de vasten. Suz verwelkomt ons, wij allen die onderweg zijn en zo een kans maken om aan te komen.
Verleden week ging het evangelie over: voor wie gaan wij door de knieën? Vandaag spreken Matteüs en Lucas voor ons verder over hoe alles veranderde na de moord op Johannes de Doper (Nico ter Linden: ‘Koning op een ezel’). Hoe ze bang waren voor Jezus die doorging met wat hij te doen had, die de machtigen tegen zich kreeg, die hoopte dat deze misschien anders zouden gaan denken over de naaste, over henzelf. Hoe zijn leerlingen: Petrus, Johannes en Jakobus, toch met hem meegingen, ook die hoge berg op, om te gaan bidden. Hoe ze Jezus zien, in stralend licht, met Mozes en Elia, gestuurd om Jezus moed te geven, moed om te doen wat gedaan moest worden. Hoe ze daar willen blijven, maar een stem roept hen tot de werkelijkheid: “Dit is mijn geliefde Zoon, luister naar Hem”. Ze keren terug, wetend dat hij nooit uit Gods handen zal vallen.(Matteüs, 17, 1-13)
Wij danken voor de vreugde van Elien bij het bakken van wafels in Vurste en vragen om hulp om hoop en vertrouwen te kunnen brengen als teken van Jezus’ aanwezigheid.
Bart P. legt ons dan het ontstaan uit van het Broeder-Ebergistebos in Vurste en hoe we daar aan kunnen meewerken: elk een boom planten of toch minstens het initiatief financieel steunen. Zo te zien is het bos na de viering heel wat groter geworden!
In Tabor op 20/2 weeft Lea haar duiding rond het verhaal van de roeping van Abraham (Genesis 12, 1-4). Abraham wordt door de Heer opgeroepen om weg te trekken en naar Kanaän te gaan. De Heer zal een groot volk van hem maken, hem zegenen en wie hem versmaadt, vervloeken. Het gaat hier om vertrouwen op God zonder meer, weten dat een belofte in de toekomst ligt en er daartussen tijd, groei en moeite ligt. Weten dat het doel is dat we zelf een zegen zijn voor anderen, weten dat wie Abraham’s voorbeeld niet volgt, ‘vervloekt’ is, verloren loopt. We nemen onze kwetsbaarheid, onze eenzaamheid en onze hang naar het goede mee als metgezellen, alleen wetend dat wij een weg zullen vinden naar eeuwig leven. Bea leidt de stilte in en uit met wondermooi citerspel.
We bidden om Gods hoop, liefde en geloof in de beperkte mensen die wij zijn, we bidden voor onze kinderen dat ze hun levensweg mogen voortzetten met goede gidsen en luisteren naar het gebed om herscholing in wijsheid.
‘Effata in concert’ in Wetteren-Ten-Ede, zo kan je de koorrepetitie van 21/2 samenvatten, alhoewel de liederen ook voor de paasliturgie zullen dienen: tenslotte is het toch een concert met liederen ‘op weg naar Pasen’!
Ook de ‘kapelkuis’ kondigt Pasen aan, het is echt eens nodig, waar komt al dat stof toch vandaan? Gelukkig moet de Effatazaal niet gepoetst worden en zijn Lea en Chris al de Taborzaal komen poetsen, want anders zouden we toch echt met te weinig helpers zijn!
We zijn weer samengekomen om, zoals Mieke zegt, inspiratie voor de nieuwe week op te doen in de viering van 22/2.
Als al de kaarsen branden, kunnen we ons met wat fantasie voorstellen dat we een christengemeenschap uit de 3 de-4 de eeuw na Christus zijn die hier bijeen is. Het zal vroeger wel zondagmorgen geweest zijn, want op zaterdagavond moest je teveel kaarsen branden om voldoende licht te hebben, maar dat is maar een detail.
Vooraan staat Guido, onze episkopos, (later wordt dit: bisschop), verantwoordelijk voor de sacramenten en het onderricht. Vandaag beluisteren we de derde lezing voor de catechumenen, die vroeger hier vooraan zouden gestaan hebben, goed in het zicht van iedereen. Die lezing gaat over de Samaritaanse vrouw bij de waterput (Johannes 4, 1-42), een lange lezing waarbij de episkopos eerst vertelt over de verhouding tussen de Samaritanen en de Joden, over de verwondering dat Jezus een Samaritaanse vrouw aanspreekt (en dan nog een gescheiden vrouw!). Over het onderricht dat hij haar geeft, als zijn eerste leerlinge. Hoe ze dan wegloopt, en in de stad aan de mensen vraagt mee te komen: “Zou hij soms de Messias zijn?” Dan vertelt de episkopos over wat water, levend, stromend water betekent, opkijkend naar het hongerdoek achter hem, waarop de Samaritaanse bij de waterput staat en waarop Jezus is afgebeeld: hij ís het levende water. Over de bron van Jacob, over hoe belangrijk het is dicht bij een bron te wonen.
En als laatste vertelt hij dat je je toch niet mag vastpinnen op een bepaalde plaats, aan die of die bron, maar dat elke plaats goed is, waar getuigd wordt dat daar vriendschap is en liefde, want dáár is God.
Wij bidden voor hen die betrokken zijn bij verkeersongelukken, wij bidden voor een oom, wiens gezondheid achteruit gaat, dat hij de kracht vindt om steeds weer opnieuw te vechten, wij vragen dat Hij met ons meegaat, waarheen onze weg ook leidt.
Guido bedankt de kapelpoetsers, bedankt Carlos die ons op het orgel begeleid heeft, en hij nodigt iedereen uit op het concert op 7 maart.
Wie wil kan nog kijken naar de beelden uit Shabunda, aangrijpend en toch bemoedigend, zo weet je tenminste wat echte inzet is!
Bernadette gaat in Tabor op 27/2 verder in op de woorden die we in het evangelie van de 1ste vastenzondag hebben gehoord: “Een mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord dat komt uit de mond van God” (Matteüs 4, 1-4). Dat betekent luisteren, zwijgend bidden, ‘niet rusten voordat ik een plek gevonden heb waar Hij wonen kan’. Weten dat ‘spiritualiteit zoeken’ een houding is, waarbij ik mij openstel voor al wat God is. Weten dat spiritualiteit meervoudig is, dat bijvoorbeeld Alfonsus de Liguori ons aanzet om verder te zoeken, vol verlangen.
Wij bidden voor hen die de moed hebben om op zoek te gaan naar God, we bidden voor wie ziek is en voor wie de weg is kwijtgeraakt. Wij danken voor de mogelijkheden die we binnen de Effatagemeenschap krijgen om dichter bij elkaar en bij God te komen.
Ook de natuur is op weg naar Pasen: de veelkleurige krokussen, de narcissen (of zijn het paaslelies?), de gele Forsythia, de rode dwergkwee, de gele Kerria en de vroege tulpen, er is al volop kleur in de tuin.
Wouter, toch nog altijd maar 28 februari 2008.
afdrukbare versie
|
|
|