|
|
|
|
Kroniek
van de maand februari 2007
Stuurgroepvergadering op 1/2: we bereiden de viering van Lichtmis voor, denken aan het aandenken voor Lichtmis, spreken af voor het evaluatie- en planningsweekend in Deinze.
Er komt een ‘boekenkoffer’!
Twee dagen later is het al Lichtmis met kinderzegen en bij Effata is dat ook kinderfeest met pannenkoeken. De jongeren hebben die ’s namiddags gebakken uit deeg, klaargemaakt door Lut volgens haar geheime recept.
Op Lichtmis was er in Jeruzalem een processie met kaarsjes en dus doen we dat hier ook met de vele kinderen: er zijn nog meer lichtjes aan te steken dan anders! En ze bidden in een plotse stilte: “Laat alle moeders en vaders hun kinderen een warm hart toedragen”. Lichtmis: een feest dat van de opdracht van Jezus door Maria en Jozef in de tempel (Lucas 2, 22-33) een Mariafeest was geworden als teken dat Maria gezuiverd moest worden na haar bevalling, een feest van kaarsen, symbool van bescherming tegen ziekte, onweer, gevaar. Nu weer een feest dat verwijst naar de opdracht van het kind Jezus, om er te bidden over het kind, om het ‘goed te zeggen’, om het te zegenen. Zo zegenen we ook onze kinderen omdat ze gegeven zijn om mee te bouwen aan het rijk van God, omdat we door hen geloven in de toekomst zoals Simeon, omdat we hen in vertrouwen kunnen vragen: “Kom, leg je hand in mijn hand!”.
We sluiten af met de ‘Brief aan alle ouders en leraren van de wereld’ van de Grupo nuevo juvenil uit Fredonia (Colombia), alle kinderen krijgen een elektrisch theelichtje als aandenken en dan is het tijd om pannenkoeken te eten: want het is Lichtmis!
In Tabor leidt Chris ons mee in haar aanvoelen van de lezing van de dag (Marcus 7, 14-23).
Ze merkt op dat Jezus zich mateloos ergert aan rituelen zonder inhoud, maar ook valt haar op dat uit een letterlijke lezing van verzen 20 en volgende een mens toch maar een hulpeloos wezen is.
Of bedoelt Jezus dat God ons een keuze laat om vanuit een oprecht hart te spreken, te handelen en te oordelen? Om het goede te kiezen? Daar is ze van overtuigd: wij bidden samen met haar om kracht om zo te handelen.
Het is tijd om de Vasten voor te bereiden: het idee om mee te werken met het thema van Caraes ‘Sterke vrouwen’ op basis van het verstrekte materiaal en heel veel eigen inspiratie wordt aanvaard. Hierbij gebruiken we het hongerdoek van Lucy D’Souza. Maar we hebben ook sterke vrouwen nodig om in enkele vieringen getuigenis te brengen over de figuren voorgesteld op het hongerdoek. Het thema is veelbelovend: lees dus verder!
De koorrepetitie op 9/2 staat nu in het licht van de komende tv-mis te Brussel: het repertorium wordt helemaal ingeoefend, klaar voor de generale repetitie op 17/2 en de mis zelf op 18/2.
Na de kapelkuis op 10/2 liggen de Effatazaal, de Taborzaal, de sacristie en de kapel er weer netjes bij. Het ruikt er helder en fris, maar ik kan me toch niet van het gevoel ontdoen dat het met wat meer medewerkers nóg beter zou zijn!
In de viering ’s avonds verwelkomt An ons, op zoek naar wat licht in ons hart. Je kunt een tekst zo goed (menen te) kennen, dat je er niet echt meer naar luistert. Van de ‘Zaligsprekingen’ kennen we vooral de versie volgens Matteüs waar Jezus spreekt van op de berg, voor veel mensen, een zonnig beeld: “Zalig …”.
Maar vandaag lezen we de versie van Lucas 6, 17,20-27 met een Jezus die afdaalt tot bij het volk, niet een nieuwe Mozes met de Wet, wel iemand die troost brengt, ook aan hen die veel verloren hebben. Hij richt zich tot mensen die nú arm zijn, nú wenen, nú tegengewerkt worden: er komt híer troost, perspectief, redding. En ‘wee’ ook zij die al verzadigd zijn, de rijken en zij over wie men al spreekt. Spijtig van de vertaling: ‘gelukkig’ is wat schraal tegenover ‘zalig’, want als je weet dat iemand met je meegaat, kan je in mindere momenten je toch zalig voelen!
We bidden voor zieken die in angst leven, voor een vriendin die met een chemokuur moet beginnen en danken omdat een van ons getuige mocht zijn van diep geloof bij een stervende. Guido nodigt ons uit niet bang te zijn ‘klein en soft’ genoemd te worden omdat we armen ernstig nemen en ons aan elkaar verbinden om in Zijn spoor verder te gaan.
Tabormoment op 14/2: op Valentijn spreek je over de liefde en dus doet Frans dat ook. Maar hij brengt menselijke liefde op het niveau van liefde tot Jezus. Je kunt Hem maar liefhebben als je Hem kent en waardeert, je kan maar van iemand houden als die je laat zijn wie je bent! Als je de tekens begrijpt, als je vrede in jezelf vindt, als je die liefde onderhoudt en die band levend houdt.
Zaterdag 17/2 is een drukke dag want ‘s namiddags gaan we eerst repeteren in Brussel, in de kerk van Onze-Lieve-Vrouw van Goede Bijstand, voor de tv-mis van morgen. De verplaatsing doen we per trein, uiteindelijk is dat nog de meest vlotte verbinding. De repetitie gaat vlot, eens Filip er is met de piano en de West-Vlamingen verplaatst zijn. Het is wel nodig te oefenen want psalm 103 ‘Barmhartige Heer, genadige God’ is nog maar pas aangeleerd en niet voldoende ingestudeerd!
Dan is er de gewone viering in onze kapel en Nicole staat gereed om ons allen te verwelkomen met een verwijzing naar het tafelgebed ‘Gij die de stomgeslagen mond verstaat’ met de hoopvolle boodschap: “Gij die ons zocht vóór wij om U riepen …”
Rechten hebben we, je moet maar kijken in de Effatazaal naar de kopie van de ‘Universele rechten van de mens’ van 1948. God is er niet in vermeld, Kardinaal Roncalli, de latere Johannes XXIII, ‘il papa santo’, vond ook dat het voornaamste was dat de mensen akkoord waren over elkaars rechten. Maar we vergeten misschien te snel dat we ook plichten hebben! Het evangelie volgens Lucas (6, 27-38) schetst een beeld van God dat ons doet verschieten, een God die goed is voor alle mensen: “Heb je vijanden lief!” en die de spiraal van geweld stil zet. Jezus mag dat zeggen, want het is bij hem zeker geen teken van lafheid: hij liep niet weg.
Wij bidden voor mensen die getroost willen worden, voor ouders van gasten die hun kind uit liefde bijna versmachten, voor al wie ons morgen op de teevee zullen zien. Wij vragen dat we leren luisteren naar wie het niet kan zeggen.
We gaan in rechte lijn naar Aswoensdag toe, maar eerst is er nog Carnaval of het feest der maskers. Dat is duidelijk te zien aan de aankleding van de kerk van Onze-Lieve-Vrouw van Goede Bijstand in Brussel waar we op 18/2 de tv-mis zingend meevieren met de voorgangers Johnny De Mot en Tjeu Peters. Maskers opzetten of maskers afzetten, het komt in feite op hetzelfde neer, zegt Johnny. Hij verwijst naar het middeleeuwse narrenfeest, waarbij gewone mensen de spot dreven met rituelen, gewoonten en conventies van de kerk en de wereldlijke heren. Het feesten werd verboden in 1431 maar het vieren blééf voortbestaan. In het evangelie (Lucas 6, 27-38) houdt Jezus ons een spiegel voor opdat we onze maskers zouden laten vallen: “Heb uw vijanden lief!” tegen het ‘oog om oog, tand om tand’. Als je het kunt opbrengen dat masker te laten vallen heb je begrepen wat het is Christen te zijn en vind je bemoediging en bevrijding. Maar eerst lezen we uit Jesaja (55, 1-9 12,13): “Luister en je zult leven” en “Keer terug naar onze God die ons ruimhartig zal vergeven”.
Centraal in de homilie staat ‘De intocht van Christus in Brussel’ van James Ensor, die, verbitterd, zijn tegenstanders met afschuwelijke maskers afbeeldde. Die echter ook begreep dat Jezus centraal staat in die carnavalsstoet, niet omdat Hij een clown, een nar is met zijn woorden: “Wees goed voor wie je haten”, niet omdat Hij wartaal spreekt. Maar die als de Farizeeërs de overspelige vrouw bij hem brengen, in het zand, in de humus met ‘humor’ schrijft en laat zien wie God is, wie Jezus was en is. Het is géén wartaal, net zomin als het getuigenis van de broer van de vermoorde man in het Waasland: “Laat er nog een lichtje zijn voor hen …”
Wij dragen neuriënd de woorden van brood en wijn, van Lichaam en Bloed van Christus, uitgesproken om Hem te gedenken:“Thuma mina…”
Wij bidden met de parochiegemeenschap mee voor de armen van Aalst tot Rio de Janeiro dat deze dag een voorbode zou zijn van een nieuwe toekomst en voor mensen, verkleed in hun grote ‘sérieux’ dat ze hun ware gelaat mogen vinden. We danken mee voor de jarigen, vooral voor Pierre-Alain Wiener, de 70-jarige orgelist die uit dank een witte roos krijgt.
Wat het Effatakoor nog gezongen heeft? ‘Laat elk talent beschikbaar zijn’, ‘Wees hier aanwezig’, ‘Barmhartige Heer (Ps. 103)’, ‘Gij die de stomgeslagen mond verstaat’, ‘Onze Vader verborgen’ en als slotlied een daverend ‘Oh happy day’. Hoe we gezongen hebben? Guido heeft ons proficiat gewenst en de regisseur was ook heel tevreden; ik vond de gehele viering zeer ingrijpend in mijn leven: woord om van te leven. Viviane en Gerrit hebben alles in de kerk mee gevolgd: lees haar (h)eerlijke indrukken elders op deze website!
’s Middags hebben we lekkere broodjes met kaas gekregen van de parochiegemeenschap (Tjeu en Katrien op kop) en dan was er nog de wandeling onder de deskundige leiding van Tjeu. Niet zozeer een toeristische rondleiding maar wel een sociale om de Marollen beter te leren kennen. Onvermijdelijk was het einde voorzien in ‘De Skieven Architek’, een stemmig café-restaurant op het Vossenplein. De naam verwijst naar Joseph Poelaert, ‘chef-architect’ en gehate bouwer van het monumentale Justitiepaleis waarvoor een groot deel van de Marollen moest gesloopt worden. Dat Effata er geweest is zullen ze nog lang weten, want we hebben er in verspreide slagorde ‘O Freedom’ gezongen en er nog een hartig applaus voor gekregen ook.
Aswoensdag 21/2. De wonderen zijn de wereld niet uit: in de nieuwsuitzendingen op de radio wordt vermeld dat het vandaag Aswoensdag is, het begin van de vasten, en dat de christenen vandaag een askruisje krijgen. Ook Chrisje, die de gemeenschap verwelkomt, heeft dat opgemerkt. Guido legt ons uit dat vasten heel wat anders is dan minder eten en afzien. Echt, lees Jesaja 55, 1-9, 12-13, over ruimschoots te eten hebben, over bomen die juichen en in hun handen klappen, over doornstruiken die plaats maken voor cipressen en mirtestruiken. De vastenperiode zegt iets over ‘voorbij en gedaan’, maar ook over as die vruchtbaar maakt. Ook olie is vandaag een teken, symbool voor God die ons wil bewaren als zijn kinderen.
Maar het aanvaarden van de as en de zalving met olie houdt ook de verplichting in vooruit te kijken naar Pasen. Wij wórden getekend met as en gezalfd met olie en dan legt Guido uit waarom dat grote hongerdoek daar hangt en waarom wij ons aansluiten bij die sterke vrouwen, die zusters in Vietnam. Die met weinig organisatie - één brommertje voor twee zusters! - mensen trachten te helpen, kinderen, die getekend zijn in hun lichaam door het verraderlijke dioxine dat de Amerikanen 30 jaar geleden zo kwistig over Vietnam hebben uitgestrooid. Centraal op het hongerdoek, centraal van die andere ‘sterke vrouwen’ staat de mediterende vrouw, die ons doet denken aan het verhaal uit het Lucasevangelie over het mosterdzaadje en over de zuurdesem. De vrouw is gevat in een graankorrel, het is een vruchtbare vrouw.
We krijgen twee geschenken: een aandenken aan de viering van vandaag en een bankkaart met een afbeelding van het hongerdoek. We krijgen een uitnodiging: voor een spotprijs kan je het boek ‘Geestelijk fit in 40 dagen’ kopen. Het is een goedkope, maar degelijke kuur ter vervanging van een duur verblijf in een fitnesscentrum, met 40 verhalen uit het leven en korte bijbelteksten en een kort gebed. Tien minuten per dag, om geestelijk gezond te zijn tegen Pasen. Het boek is een regelrecht succes want er zijn exemplaren tekort!
Op de koorrepetitie van 23/2 evalueren we het optreden op de tv-mis. Interne kritiek is goed, maar de opname die we bekijken is dat niet, later blijkt dat Hugo een veel betere eigen opname mee gebracht heeft. We hebben veel fouten gemaakt, soms is er een stem met een eigen melodie, het ritme is wel eens niet juist, zijn we bang? De tekstbeheersing moet beter zijn en de opstelling en het gebruik van de micro’s is verre van ideaal. Maar het Effatakoor is een speciaal koor: de viering is echt een feest, met een koor dat uitnodigt tot zingen, dat geen recital of concert geeft, en waar blijkbaar eerder toevallig een tv-opname van gemaakt is. Het ‘proficiat’ van Guido blijft gelden! We beginnen alvast met het eenstemmig inoefenen van ‘Alles wacht op U vol hoop’ (89), deze keer met nadruk op het van buiten kennen van de tekst, een wijze maatregel!
Ingrid verwelkomt ons op de laatste viering van de maand, meteen ook de 1ste vastenzondag voor 2007, waarop we ‘Sterke vrouwen’, vandaag Mirjam in het licht zetten. De lezing (Exodus 14, 29-15, 1-2, 19-21) gaat over het lied dat Mirjam zingt, het oudste stukje tekst uit het Oud Testament. Om Mozes er groter uit te doen komen laat men in de later herschreven versie van het boek Exodus het lied door hem zingen. Maar bijbelkenners hebben achterhaald dat het Mirjam, de sterke vrouw, de profetes, de zuster van Aäron is die met haar zusters het lied en niet alleen het refrein zong: “Zing voor Jahweh, want Hij is de grootste!”. Zij kreeg hiervoor geen standbeeld, dat is alleen voor ‘man in harnas op paard’ maar zij verdween tussen de plooien van de geschiedenis. Mirjam nodigt ons hier uit om blije mensen te zijn, voor het kleine te kiezen en te zorgen, maar dan ook niet zo op te vallen …
Voor wie er op Aswoensdag niet bij was, legt Guido onze vastenactie, het grote ‘Hongerdoek’ en de bankkaart (om anderen mee te laten delen met wat je koopt met je echte bankkaart, en niet alleen van de rook van zijn vaders’sigaren!) nog eens uit.
Wij bidden voor een jong gestorven collega uit Welzijnszorg, voor Noa en Maaike die vandaag trouwen en voor Paul De Bruyne, herder van drie dochters.
Met de ragfijne citermuziek van Bea en een oproep van Frans sluit Tabor deze maand af. Een oproep, aan de hand van Lucas 11, 29-32, om onszelf om te keren en God in ons toe te laten maar hierbij steeds voor ogen te houden dat wat we ons zelf opleggen, niet goed is als het ons niet openstelt voor God.
Het is nu vastentijd, de grote opwarming om te herleven.
Wouter, woensdag 28 februari 2007
afdrukbare versie
|
|
|