effata-logo
Kroniek van de maand december 2007

De eerste zondag van de Advent, 1 december, Ine steekt de eerste kaars aan van de adventskrans, hier bij ons is dat een pijl gericht op de toekomst. Wij zingen: ‘Lied aan het licht’, dan steken de kinderen de overige kaarsen aan: één licht is voldoende om al die vele andere kaarsen aan te steken.

Guido was in Dublin (Ierland) en kreeg daar in de feestelijk verlichte straten de indruk dat men de ‘donkere dagen voor Kerstmis’ wil overslaan en men onmiddellijk aan de geschenken wil beginnen. Maar wij beginnen vandaag met het nieuwe kerkelijk jaar, een nieuw evangelie, dat van Matteüs. Het is geschreven meer dan 50 jaar na de dood van Jezus en Matteüs kende wellicht het evangelie van Marcus. Hij heeft dat aangevuld met feiten die voor hem belangrijk waren, dingen die hij nog wist en hij houdt terdege rekening met het feit dat de tempel van Jeruzalem verwoest is met al wat daar het gevolg van is. Op het einde van zijn evangelie vat hij dat waar het op aan komt nog eens samen, in donkere kleuren: Matteüs 24, 37-44.

Wil Jezus ons schrik aanjagen met zijn vermaning: “Wees waakzaam!”? Neen toch! Het was wel zo dat de eerste christenen meenden dat Jezus spoedig zou terugkomen, en dus namen ze de vermaning strikt op. Nu weten wij dat het inderdaad zo is dat de mensenzoon komt op een uur dat wij het niet verwachten en dat wij dus moeten leven naar de toekomst toe. Het gesprek in Dublin ging er ook over of de redemptoristen niets meer hebben om naar uit te kijken, hoe het verder moet. Als je gelooft, begin je vandaag om te weten dat er toekomst is, dat jezelf dingen kunt veranderen om dichter bij de toekomst te komen. Daarom is onze adventskrans een pijl naar de toekomst met, geplaatst aan het altaar, de woorden: “Wij tekenen voor de toekomst!”. Om die nieuwe toekomst op te bouwen moeten we uit de bestaande structuren uitbreken, zonder geweld, maar door elkaar de hand te reiken en samen op weg te gaan met brood en wijn.

Wij zingen het tafelgebed ‘Die naar menselijke gewoonte’ (110), met wat ik de twee gregoriaanse staartjes noem. De schola zingt telkens het slot in gregoriaanse stijl, nog niet zo heel vlot, maar … oefening baart kunst. Het is duidelijk voorbereidingstijd op Kerstmis: “Scheur de wolken, kom bevrijden”

Leven moet je langzaam leren, soms door scha en schande heen, ook ons danken voor nieuw leven in onze familie, ons danken voor het horen dat wij behoren tot deze gemeenschap, het waakzaam zijn, het bouwen aan de toekomst, moet langzaam geleerd worden.

Dan is er de zegen: “Help ons als wij ons afvragen of er nog toekomst is.”

Na de viering is er de verkoop van kaarsen voor ‘Bond zonder Naam’ en uiteraard koffie.

 

Speciale stuurgroepbijeenkomst op 3/12 met het bestuur van de Sint-Clemensprovincie die komen peilen naar de bereidheid van Effata om in het project mee te gaan en zelf uit te leggen, hoe moeilijk sommige stappen wel kunnen zijn. De pijl is naar de toekomst gericht.

 

Tabor op 5/12 gaat over het feit dat God de wereld met al zijn zorgen niet in de steek laat. Hij dringt zijn hulp niet op, gebruikt geen geweld, maar Hij geeft zichzelf. Hij gaat de weg – vanwaar wij staan – als broos mensenkind in een bedreigende wereld. Wij kunnen dat niet vatten: “Voor kleine mensen is Hij bereikbaar …” Hij wil ook in ons geboren worden. Maria’s “Ja” (Lucas 1, 38) inspireerde Michel Quoist tot een gebed over de angst om ja te zeggen, de moeilijkheden die hij ondervindt en het mogelijke antwoord van God op zijn gebed. We werden er stil van, zegt Lea.

Er is ook droevig nieuws: Betty is plots overleden. Haar vriendelijkheid, haar geloof en haar inzet blijven als een lichtend voorbeeld.

 

De stuurgroep neemt in vergadering van 6/12 het verder verloop van de adventstijd onder ogen. We nemen ook kennis van de bedoeling van de provinciale commissie van de Sint-Clemensprovincie om op 20/12 samen te komen met de geïnteresseerde redemptoristen om te komen tot een interne beslissing rond het Sint-Clemensproject.

 

Op 7/12 gaat een groep kleinkunstliefhebbers naar een optreden van Zjef Vanuytsel in Kortrijk. Een beetje nostalgie, heel wat nieuwe liederen, het wordt een heerlijke avond, geen “Zotte morgen”!

 

De tweede zondag van de advent, 8/12, Nicole herinnert ons aan het plotse overlijden van Betty de Strycker, die trouw het Tabormoment volgde, met een open hart, dankbaar om wat ze ontving, die graag nog het komende verzoeningsmoment had meegemaakt.

Zo zwaar en droevig als wij zijn”, ook in deze koude, winderige avond en toch zingen we het lied over het licht, de tweede kaars wordt aangestoken op de adventspijl.

Guido raadt ons het lezen van het boek Jesaja aan, het zijn inspirerende teksten. Geschreven door meerdere auteurs, in drie grote delen, samengevoegd tot één boek. De profeet waarschuwt, hij is geen toekomstvoorspeller, hij kijkt alleen wat verder en voorziet en legt ook de verbondenheid met hoe God de wereld wil zien. De eerste hoofdstukken zijn hard voor het joodse volk, of toch zeker voor de joodse koning, bezig om zelf vooruit te geraken, die vergeet naar anderen te kijken, vergeet te vertrouwen op God. Jesaja heeft een droom, een visioen, we lezen een stukje uit die droom, het lied over Sion’s glorie (Jesaja 2, 2-5).

Als je de moderne filosofen en sociologen leest en de mensen aanhoort valt het op dat er een erg pessimistisch beeld van de samenleving leeft. En toch hebben we het nog nooit zo goed gehad. Of is de mening: “Het kan alleen maar slechter worden!”? We zien niet meer wat er echt leeft in de samenleving en kweken angstvisioenen ( de Islam overmeestert de wereld, China wordt oppermachtig, de Afrikanen overspoelen ons, …), zoveel als we willen.

Daartegen staat het visioen van Jesaja: “Kom op mensen, werk samen, maak toekomst!” Maar wat kan ik, kleine mens, doen? Wil je een antwoord? Het visioen in mijn hart levend houden en mij niet laten ontmoedigen, steeds weer op weg gaan naar mensen met wie we ons kunnen verbinden en samen op weg kunnen gaan.

Vandaar de tweede pijl op onze adventskrans: alleen toekomst samen. Dat is ook het plan van God, hij wil niet onze lofzangen, hij heeft die niet nodig, wel wil hij ons geluk, dát ondersteunt hij. Daar zijn we dankbaar voor, dat is eu-charistie.

Hannah en Simon spreken over wachten:  

De advent is een tijd van wachten, zegt mijn juf.
Maar wie wil er nu graag wachten?
Dat is toch niet leuk?
Wachten bij de tandarts of bij de kassa van de supermarkt.
Als ik wacht, verveel ik mij dood.  

Wachten is soms nodig, zegt mijn mama.
Toen ik van jou in verwachting was,
kon ik alvast van je dromen
en alles klaarmaken voor je komst.
Dat wachten was best leuk.

Wachten op mijn verjaardag, wachten op vakantie,
dat is soms wel spannend.
Wachten op Kerstmis is anders.
We vieren opnieuw de geboorte van Jezus,
ook al is dat tweeduizend jaar geleden gebeurd (…)  

Wij bidden voor een jongen uit de klas en een papa van de juf, die gestorven zijn Wij danken voor de geschenken van de Sint en bidden dat die ook bij iedereen mag komen, we danken voor Betty met haar gulle lach, haar enthousiasme, voor haar vele werk voor Poverello, haar verbondenheid met de traditie maar toch hoopvol vooruitziend, wij bidden dat we ons in deze kerstperiode niet door bijkomstige zaken laten afleiden.

Het is Gevi, dus is er koffie en chocolademelk, suikerbrood en kramiek en vele hongerige magen, napraten en knippen, boren en knopen om het kerstaandenken vorm te geven.

 

Tabor is een voorbereiding op de kerstperiode, een verhaal dat elk jaar terugkomt: raakt het ons, doet het ons groeien? Chris Cl overloopt in Tabor op 12/12 de hoofdpersonages, zijn zij ook anders geworden door wat gebeurde? Maria en Jozef kregen vragen waarop ze ingingen en ze trokken naar Bethlehem, het kind werd Jezus genoemd, niet een naam waar zijn ouders aan dachten, maar bedacht door God zelf. De herbergier bleef een harde man, maar zijn wij niet veranderd door het appél van kwetsbare mensen in de samenleving? Ook de herders laten zich raken, net zoals dat met mij gebeurt, in een diep verlangen naar heling. De wijze mannen gingen op pad, op zoek naar het kind en ze keren als andere mensen, langs een andere weg naar huis terug om Herodes te ontwijken die zich bedreigd voelt door een kind. Voelen wij ons soms ook bedreigd door dat kind?

Allen groeiden in dat verhaal, geraakt door wat gebeurde, in het leven op weg naar morgen toe, schijnbaar dezelfde mensen en toch anders. Daar bidden we voor en voor mensen die het daarmee moeilijk hebben, voor Viviane en Gerrit, voor studenten in hun blokperiode en voor Betty, zo plots overleden.

 

In de koorrepetitie op 14/12 oefenen we uiteraard voor de nachtmis in de kerstnacht, schaven we aan scherpe kantjes (of zijn het valse akkoorden?).

 

De viering van 15/12: derde zondag van de advent. Lies verwelkomt ons allen, ‘Lied aan het licht’, de derde kaars wordt ontstoken. We lezen uit Jesaja, hoofdstuk 35, de tweede profeet is hier aan het woord. Hij schrijft in ballingschap, hij geeft hoop, hoop op de toekomst: “De steppe zal bloeien!” Wij zingen dat lied op woorden van Huub Oosterhuis, het mooiste religieuze lied. Het herinnert ons er aan dat geloven in de toekomst het belangrijkste is voor christenen, niet het ‘hebben’, niet het vasthouden, maar het onder elkaar verdelen. Het visioen koesteren - anders heeft leven geen zin meer - dus moeten we getuigen dat er toekomst is: “De steppe zal bloeien!”

Ook onze kinderen uit de catechese spreken zich uit over tekenen van hoop, over ‘toekomst’. Ze doen dat bekwaam, vol ernst, van harte, de voorbeelden worden hun eigen woorden. Simon getuigt over hoe het is als je arm bent en naar school gaat: het is een wedstrijd die je gewoon niet kan winnen. In Hannah’s verhaal gaat ze niet naar school op haar verjaardag: er is geen geld om een snoepje te kopen voor haar klasgenootjes. Simon (de grote …) en Jonas hebben het over de manier waarop jongeren leren van wat hen voorgeleefd wordt: steeds weer in de hoek gezet worden leidt tot een schuldgevoel, maar recht mogen ervaren, leert rechtvaardig zijn, af en toe geprezen worden, leert in zichzelf geloven, beluisterd worden in liefde en vriendschap, leert in de wereld liefde ontdekken. Met een rollenspel tonen Ine, Hannah en Simon hoe een verjaardagsfeestje in een arm gezin kan verlopen, slecht één vriendje was er, al de anderen hadden een uitvlucht om er niet te zijn: hoe voel je je dan? Ine vertelt hoe arme kinderen er naar streven om er ook bij te horen. “Er ís toekomst”, zeggen Lies en Elien, want je vindt ze nog: mensen die luisteren naar een jongere, leerkrachten die jongeren niet direct afschrijven, die groeikansen zien en interesse wekken, plaatsen waar je een bevrijdende weg vindt die toekomst opent. Welzijnszorg doet iets aan dat samenspel van leerlingen, ouders, leerkrachten, samenleving.

Gerrit en Viviane, eindelijk weer terug in de viering, danken voor steun en vriendschap, we bidden voor een mama die geopereerd is, voor een onbegrijpelijke wens, voor studenten in de examenperiode.

Dan is er een omhaling, een niet zo gewone gebeurtenis bij Effata, maar voor Welzijnszorg maken we natuurlijk een uitzondering!

“Lang zal ze leven!” : Katlijn verjaart vandaag!

 

Normaal worden kindjes bij Effata in de gewone viering gedoopt, als teken dat ze worden opgenomen in de gemeenschap van christenen en daar van dat ogenblik ook ten volle bij horen. Om allerhande familiale redenen wordt kleine Simon, het vijfde kindje van Mieke en Vincent op 22/12 gedoopt in het kerkje van Drongen-Luchteren, maar het Effatakoor en wie er ook maar bij wil zijn van de gemeenschap zijn toch aanwezig. Vincent en Mieke spreken hun welkom uit, Priester Patrick verwelkomt op zijn beurt, doopt en leidt, maar het is toch een echt, warm familiefeest: Mieke legt uit welke namen zij aan Simon hebben gegeven en waarom zij dat deden. Het evangelie is een samenspraak tussen Mieke en Wout, vol moeilijke namen, over de manier waarop Jezus zijn leerlingen heeft gekozen om er mensenvissers van te maken. In zijn homilie zegt Patrick dat Simon een knipoog, een glimlach is van God en wenst hem toe een mensenvisser te worden, een Godsman. Beloften zijn er om gehouden te worden en dat weten Vincent en Mieke: “We zullen proberen een goed moeke en vake te zijn.”, Lies, Leen, Pieter en Wout: “Wij zullen hem van de natuur leren houden, hem niet uitsluiten bij het spel, leren in de bomen klimmen.”, Meter Trees: “Ik zal een verwenmeter voor hem zijn.” en Peter Ben: “Ik zal een beetje een andere peter voor hem zijn!” Na de handoplegging, wordt kleine Simon gedoopt, gezalfd en gezegend, de doopkaars wordt aangereikt. Al wie het wil mag een wens voor later aan Simon meegeven en dan bidden en danken we voor hem. Wij hebben met de familie, met Ann en haar collega-muzikanten, gevierd in woord, muziek en zang. We waren als koor hééél dicht bij kleine Simon, maar vermoedelijk zal die dat maar later begrijpen: “Ubi caritas et amor, Deus ibi est.” Nu tatert hij er maar lustig op los, kijkt ons wel eens verwonderd aan en loopt dan verder, ja, kleine Simon is al 15 maanden oud!

 

Elien verwelkomt ‘s avonds de gemeenschap en Hannah steekt de vierde kaars aan voor de 4 de zondag van de advent.

Een van onze catechumenen heeft, terecht, eens geantwoord op de vraag wat de vredeswens betekent, dat je niet aan tafel kunt gaan als je ruzie hebt met iemand. Maar de vrede van het evangelie, de vrede waar Jezus over spreekt: “Ik geef u mijn vrede!” betekent niet alleen dat we niet onder elkaar vechten, maar ook dat we mogen uitkijken naar een wereld die anders is. Waar mensen niet achtergesteld worden, waar er plaats is voor iedereen, waar er een toekomst is voor mensen die dromen.

Weer lezen we uit Jesaja, (11, 1-9), een visioen over de wereld waarin we willen leven, over ons eigen leven. Geloven in die vrede, hopen dat Gods vrede onze wereld zal doordrenken: die vrede van Jezus geeft ons diepe vrede in onszelf. Daarvoor moeten we niet tevreden zijn met onszelf, wel ons toevertrouwen aan de liefde van God, die wel weet dat we dat gevecht in onszelf, met onszelf voeren.

Niet tevreden zijn betekent verzoenen, een voelbaar teken ontvangen dat God ons graag ziet zoals we zijn, instappen in dat visioen van Jesaja, aan onszelf werken. Het is niet belangrijk dat we fouten maken, wel dat we ons toevertrouwen aan God: het is een moment van hoop, van toekomst.

Pater Jan Hafmans is speciaal van het verre Roermond gekomen om met ons en voor ons dit verzoeningsmoment te beleven. Ik ondervind weer eens hoe rustgevend die handoplegging is, hoe ik in mezelf kijk, hoe ik sterker word. De andere Jan vindt zo’n ‘nieuwe’ pater, zelfs met zijn grijze haren, een opmerkelijke en verblijdende gebeurtenis

De bezinning, die Veerle glashelder leest, spreekt over geloven in de God van Jezus Christus, Vader, Zoon en Geest, in de mens als Zijn beeld, over wat wij in goed geweten besloten hebben, over Gods oneindigheid die wij hier beleven.

Wij bidden om vrede, liefde en licht in ons hart, danken voor het doopsel van de kleine Simon waar wij vandaag bij mochten zijn en bidden om verdraagzaamheid in onze gezinnen, in de gemeenschap, tussen de godsdiensten.

’s Zondags zegt Tjeu in de mis op de teevee: “De vrede en de onrust des Heren zij altijd met u!” Over die onrust moet ik nog veel nadenken.

 

Wat verleden jaar op kerstavond een innovatie was: een gezellige maaltijd vóór de nachtmis met al wie zich anders eenzaam voelt, is dit jaar al een verworvenheid. Niet zo vanzelfsprekend, want door de vele zieken is de voorbereidende groep wat uitgedund, maar toch staat alles weer klaar! Het eten is lekker, de sfeer is goed, de kinderen hebben een afzonderlijke tafel en doen hun best. Denise is er ook, met Joeki de windhond, die nog altijd even onbegrijpend rondkijkt.

 

Weer is het kerstnacht, waar we ons zo op voorbereid hebben. Ilse zingt met haar mooie stem de vraag aan de wachter: “Hoe ver is de nacht?” Het koor antwoord eerst eenstemmig dan vijfstemmig, nog is het nacht! Wij hebben naar deze nacht toegeleefd, de profeet Jesaja is onze gids geweest, hij heeft ons een blik gegund in Gods toekomst. Freya steekt de vier kaarsen aan van de adventspijl, zoals we dat de voorbije weken één voor één hebben gedaan. Hannah steekt nu ook de vijfde kaars aan, ter ere van het kind dat ons is geboren, God … onbedwingbaar.

“Puer natus est nobis”, zingen mannenstemmen op de hoogzaal, wij sluiten aan met “Maria die soude”en dan een gezamenlijk “Puer natus”, als voorbereiding op het kerstverhaal, ingeleid door Guido met verwijzing naar Lucas: waar moet een leven dat met de dood eindigde, beginnen? In een stal, in een kribbe als wieg, in de nacht voor wie in het donker zitten, met eenvoudige herders als bevoorrechte toeschouwers. Dan vertellen twee vertellers, Johan en Herman het verhaal, over de reis naar Bethlehem, naar de herberg, naar de stal, waar Jezus geboren wordt, met een iaënde ezel en de os. Over de engelen die de herders overtuigen dat een koningszoon is geboren uit het geslacht van David in een stal, waar Maria lag gelukkig te zijn, je ziet het gebeuren.

Waar halen de mensen het idee om Kerstmis alleen voor cadeautjes te vieren, vraagt Guido in zijn homilie, waarom juist met Kerstmis? Deze avond is toch meer dan dat, zelfs rabiate atheïsten voelen dat er ‘vredigheid’, zeg maar liever vrede, over ons heen dwarrelt. Het is de avond waarop we trachten te verwoorden dat het nodig is opnieuw te beginnen, te geloven in de kansen van een kind, want Gods belofte houdt in dat Hij opnieuw met ons wil beginnen. De heilige Alfonsus was bezeten van Kerstmis, nooit was God zo dicht bij de mensen, herkenbaar, als een hulpeloos kind. Guido wenst ons als kerstgeschenk dat wij vervuld mogen zijn van het geloof dat wij van deze wereld iets beter kunnen maken, tegen machten en krachten in. Daarom hebben wij in de advent met Welzijnszorg ‘getekend voor de toekomst’.

“Hoor de engelen zingen het lied van de nieuwgeboren Heer”, het tafelgebed voor de kersttijd, tijdens de communie spelen de kinderen met begeleiding van dwarsfluit en cello “Nada te turbe” en na de communie “Go tell it on the mountain!”

Dan bidden wij, neuriënd “Stille nacht, heilige nacht” voor de kleinen, voor de kwetsbaren, voor de geschondenen en de ongewensten, voor hen die beroofd werden van hun rechten, voor vluchtelingen, voor wie teleurgesteld of ontgoocheld is, voor eenzamen en zieken. Wij bevelen al deze mensen bij God-met-ons aan.

Wij krijgen een mobieltje met de pijlen met de thema’s van de advent van Welzijnszorg, zingen de zegenbede en sluiten af met een triomfantelijk “Joy to the world”.

Voor al die vele mensen is er dan één wens: “Zalig kerstfeest” en natuurlijk receptie met Glühwein.

 

Op Kerstmis zelf zingt het koor in de gevangenis, naar aloude traditie. Lou en ik zijn er niet bij, want kerstdag is familiefeest met onze kinderen en kleinkinderen. Daarom heeft Frans een beetje geholpen met zijn indrukken: “ Het was eigenlijk gezellig samenkomen aan de poort van de gevangenis, wel
nog fris maar met veel opgewekte gezichten en veelkleurige wipala's. "Zalig kerstfeest, zalige

Hoogdag!" . De buitenmuur zit nog volop in de houten steigers. Voor de kouwelijken onder ons (louter toevallig allemaal ...) was er in hout een soort stalletje gemaakt vóór de ingangspoort. Stanny zorgde
voor de kerstsfeer door mee te helpen om ons veilig en snel door de toegangscontrole te sluizen. De gevangenen waren actief en wensten ons goede morgen. In aantal hielden koor en gevangen elkaar ongeveer in evenwicht. Stanny wees in zijn duiding op het feit dat de machtigen der aarde, zoals keizer Augustus, alles willen tellen (hoeveel mensen ze hebben, hoeveel land, hoeveel geld, hoeveel ...), maar dat ook wij dat allemaal wel doen (hoeveel gevangenen, hoeveel leden in onze vereniging, hoeveel ...), terwijl God niet zo is. Hij telt niet, Hij geeft: dat is een oproep voor ons allemaal.
Omdat we al 31 jaar komen zingen, mochten we blijven eten in de gevangenis. Ongeveer de helft kon op die vriendelijke uitnodiging ingaan. Ze hebben ons echt verwend: tafels in feestopstelling, bediening aan tafel (tegelijk een oefening als ober) en lekker eten, met frisse vogelwijn erbij. In de gevangenis wordt namelijk geen alcohol geschonken!”

 

Op 29/12 is het alweer de laatste viering van het jaar 2007. Niet voor alle mensen is er vrede, soms is er ook pijn: laten we zoals Chris vraagt blijven geloven om toch in vrede op weg te gaan.

Tussen kerstmis en Nieuwjaar worden uit het evangelie die verhalen gelezen, die we zo goed kennen dat we er soms niet eens meer naar luisteren. En toch zijn het verhalen waarin veel tegenstrijdigheden schuilen, het zijn soms compleet verschillende verhalen. Hoe komt dat? Stel je voor dat Lucas of Matteüs de vraag kregen, 80 jaar later: “Hoe was dat nu feitelijk met die geboorte van Jezus?” En eigenlijk wisten ze er niets van, alleen: Jezus wás er! Dus vertellen ze op hun manier hoe bijzonder die geboorte moest geweest zijn. Wat ze wisten was dat hij heel zijn leven Jezus van Nazareth genoemd werd, dus moest hij in Nazareth gewoond hebben, ten tweede was hij uit het geslacht van David geboren, dus moest hij geboren zijn in Bethlehem. Het joodse volk had zijn eigen identiteit gevonden door de uittocht uit Egypte naar het beloofde land Israël, Jezus vond dus ook zijn eigen aard en identiteit door de reis over Egypte terug naar Nazareth. Dus luisteren we met nog meer aandacht naar Matteüs (2,13-15, 19-23) hoe Jezus zijn wortels vond in het joodse volk.

Het is vandaag ook het feest van de heilige Familie, als heilig voorbeeld voor de huisgezinnen, ingesteld door paus Leo XIII in 1893, als reactie tegen wat er gebeurde in de samenleving. Die evolutie gaat nog steeds verder, maar we kunnen beter de mensen oproepen om heel veel zorg te dragen voor elkaar. Misschien doen zoals dat ‘ergens’ gebeurt: elkaar uitnodigen om van elkaar te houden en vergiffenis te vragen voor wat verkeerd is gelopen in het voorbije jaar. Dan kan je opnieuw beginnen, alles is dan opnieuw mogelijk, want God zegt: “Houd je handen open, dan zeg ik: ja!”

We staan weer samen rond de tafel, met heel wat onwennige collega’s van Chrisje die hier zijn om met haar afscheid te nemen van haar beroepsleven en om het begin van haar beschikbaarheid te vieren. We danken met Chrisje haar ‘Heer van hierboven’ voor de schoolgemeenschap van Huise, die óók een deel van haar leven was in vreugde en verdriet, we bidden met haar voor alle kinderen met hun talenten, dat ze mogen worden omringd met liefde, en voor alle volwassenen in het onderwijs dat ze die taak van harte volbrengen. Wij bidden voor openheid en vergeving in onze families, bidden voor een jonge moeder die juist nu van haar familie afscheid moest nemen en voor hen die in deze feesttijd alleen zijn in ziekenhuizen: “Keer u om naar ons toe, keer ons toe naar elkaar!”

 

Met de zegenbede hebben wij dit jaar afgesloten, een jaar waarin we aan de toekomst hebben gewerkt, vol hoop en heel veel geduld.

Wij wachten op het nieuwe jaar en hopen dat iedereen dat ganse jaar de vrijheid, vrede, vreugde, nabijheid, openheid en onrust van de Heer zal mogen leren kennen.

 

Ik wens jullie een zalig en voorspoedig jaar 2008 toe!

 

 

Wouter, maandag 31 december 2007

 

 

afdrukbare versie