effata-logo
Kroniek van de maand december

Elien (Hello, kan die al goed piano spelen!) heeft vastgesteld dat ze nog heel wat moet blokken voor haar examens en daardoor is het vlammetje in haar hart erg klein. Maar door hier te mogen zijn voor de viering en door de hulp van vele kinderen wordt dat vlammetje aangewakkerd. Guido kan onmogelijk voorgaan in de viering want de reeks gospelconcerten in Wallonië is begonnen. Geen nood, Bernadette leidt ons op 2/12 de voorbereidingsperiode naar Kerstmis, de advent, in.
Een eerste symbool is de adventskrans. Lut heeft er zowaar twee gemaakt, maar de ‘verticale’ is echt de mooiste én de veiligste want met brandgevaar moet hier in deze kapel zeker rekening gehouden worden!
Het tweede symbool kozen we uit de bijbelse figuren die deze periode kenmerken: de profeet Jesaja, Maria als moeder van de Messias en Johannes de Doper, deze laatste omdat hij als voorloper ook heel belangrijk is. We zullen nu, de ganse advent, Johannes de Doper volgen,
kijkend naar zijn beeld, een prachtige icoon.

Uit Lucas 1, 5-20; 57-66 lezen we het geboorteverhaal van Johannes de Doper.
Een typisch verhaal over iemand die belangrijk is, een verhaal met mysterie en visioen,
een verhaal over een man die echt ‘van Godswege’ kwam.

Het is het verhaal van Zacharias, de priester, die zich niet durft toevertrouwen aan een droom, aan de stem van God. Hij wordt gestraft: hij wordt letterlijk en figuurlijk met stomheid geslagen. Maar het loopt goed af. Hij en Elisabet, Maria’s nicht, krijgen een zoon. Die zoon moet een naam hebben, normalerwijze de naam van zijn vader. En nu vertrouwt Zacharias, wel met een klein duwtje in zijn rug van zijn vrouw, toch de wil van God en noemt het kind Johannes.

Durven wij luisteren naar de stem van God in ons, durven wij ons aan een droom toevertrouwen, stappen wij wél af van het idee: “Het zal toch nooit waar worden!”? Daarom is het nodig hier te komen, bemoedigd te worden, door elkaar en door die Ene Andere, want wat moet het worden als wij met onze droom elkaar niet meer vinden? Daarom steunen we ook Welzijnszorg om samen de armoede uit te sluiten, dan kan die droom wél waar worden, dan is wat wij doen geen druppel op een gloeiende plaat.

Wij danken voor samenhorigheid, bidden om een advent waarin Jezus kan geboren worden in ons, bidden voor de armen in Brussel die vragen om wat warmte en liefde en licht, bidden voor de vader van An die overleden is dat hij bij God mag thuiskomen, bidden voor de kleine nieuwgeboren Hanne, danken omdat een onzer na lange herstelperiode weer kan aanwezig zijn. ‘Laudate omnes gentes!’

Fons sluit de woorddienst af.
Dan blijkt dat niets zeker is, zelfs niet dat de koffie áltijd klaar staat.
Je moet er wel de stekker voor in het stopcontact steken!

 

In de vergadering van 5/12 bereidt de stuurgroep de volgende vieringen in de advent en de kerstviering verder voor.

 

Tabor op 6/12, Sinterklaasfeest! Frans heeft zijn voorbereiding niet gebaseerd op dit feest van de overvloed (voor sommigen), maar op psalm 23. Een psalm die spreekt over God die zorgt voor al wat we nodig hebben, die ons waardeert en erkent, die met ons meegaat als het moeilijk is en die trouw is. Voor ons is dat een geruststelling en een uitnodiging te vertrouwen op zijn zorg, maar ook om zelf herder te zijn. Psalm 23 is een oproep om elkaar niet in de steek te laten als het moeilijk gaat, om beschikbaar te blijven.

 

Veerle verwelkomt de Effatagemeenschap op 9/12, bij ons de 2de zondag van de advent. Bij een wandeling in de stad, waar al een zeer grote ‘kerst’drukte heerst, heeft ze zich de vraag gesteld
of voor al die winkelende mensen Kerstmis iets anders is dan pakjes kopen.

Welke dag is belangrijker: Kerstmis of Pasen? Geboren worden: normaal voor een mens.
Maar Pasen: weten dat Jezus zal sterven en verrijzen. Kerstmis kan je je echt niet voorstellen zonder Pasen! Maar Jezus had een voorloper, Johannes. Daar wisten de apostelen en de eerste christenen geen raad mee: hoe kan je volgeling van Jezus, christen, zijn als je niet door de ‘sluis’ van de apostelen was gegaan? Johannes was voorloper, de wegbereider, hij die de weg wijst.
Maar toch wilde men hem klein houden, want anders viel, dacht men, de stralende Christus minder op. Johannes met zijn verwarde haren is een figuur uit de woestijn, uit de wildernis, die wachtte zoals de andere joden, die nadacht over God en over een wereld boven de zichtbare. Niet de wereld van de Grieken en de Romeinen, een decadente wereld met goden die zich niet bekommerden over het lot van de mensen. Maar als profeet, als de man die met een pij in kameelhaar wordt voorgesteld, ziet Johannes een God die bezorgd en bekommerd is en hij voorziet dat God zal ingrijpen, want Hij is niet tevreden met deze wereld.

We lezen Lucas, 3de hoofdstuk, vers 1 tot 6. Guido legt verder uit dat deze tekst wellicht het oorspronkelijke begin van het evangelie van Lucas is, dat Lucas later wat heeft aangepast. Vandaar het plechtige begin met de opsomming van de machtigen van die tijd, figuren waarvan wij weten dat ze ‘niet deugden’. Daar staat iemand tegenover, Johannes, die in de woestijn woont en die mensen uitnodigt zich aan God toe te vertrouwen, letterlijk een ‘stem die roept in de woestijn’.
Nu betekent die uitdrukking dat niemand luistert naar zo’n stem, maar hier is de boodschap: “Luister naar die stem, dan krijg je God als steun achter je. Als je kiest, als je je bekeert, dan heb je toekomst”. Dát is een koninklijke boodschap, advent is een koninklijke tijd en dat zie je aan de paarse gewaden: de kleur der koningen. Je moet blijkbaar een beetje ‘gek’ zijn om te denken dat je de gang van de wereld kan keren. Maar dan ben je wel in goed gezelschap.

Wij bidden opdat woede en verdriet voor het overlijden van een jonge mens zouden wegebben,
wij bidden voor de hoogzwangere Eva die niet in staat is te zorgen voor haar kindje en het wil afstaan en we vragen: “Wees ons nabij als we ontmoedigd worden”.

Het is gemeenschapsviering: er is koffie en lekkere boterhammen voor heel veel volk. Je kunt kaarsen kopen voor Bond zonder Naam en er zijn jarigen! Katrien geeft commentaar bij een beeldreportage van haar reis naar Brazilië. Misschien heeft ze veel te weinig reclame gemaakt, maar het is toch, behalve voor Stef, een boeiend verhaal!

 

Omdat Guido op 13/12 in Louvain-la-Neuve zijn laatste gospelconcert met Lea Gilmore voor de ‘Fondation Damien’ dirigeert, gaan we met een tiental Effatasupporters het gebeuren meeleven en meezingen. Daardoor mis ik de Tabor waarvoor Nicole nagedacht heeft over de film ‘Into Great Silence’ over het leven van de kartuizers in abdij ‘La Grande Chartreuse’. Zij spreekt van stilte, over letterlijk álles opgeven, over mogen je geloof beleven volgens je eigen mogelijkheden. Zij spreekt van de nederigheid en de eenvoud van de kartuizers en hun rustige zekerheid dat God in de stilte op ons wacht.

 

Koorrepetitie op 15/12. Guido heeft een eerste worp gedaan, het wordt wel een ‘discusworpje’:
we oefenen verder met de orgelbeleiding op de CD ‘Onze Vader verborgen’. Dat lied wordt een echt kerstlied, het is ook zo rijk van tekst, maar helemaal niet zo gemakkelijk om vierstemmig te zingen. Op 18/2/2007 zingen we nog eens de tv-mis in de k
erk van Onze-Lieve-Vrouw van Goede Bijstand in Brussel.

 

Het is al de 3de zondag van de advent! Vanmorgen hebben we de grote kapel en de zijkapellen gepoetst, blijkbaar niet de meest geliefde activiteit bij Effata, en in de stal wachten Jozef en Maria en de lieve herder al op wat (of wie?) komen zal.
De catechumenen hebben een samenkomst met hun catechisten gehad, zij zijn in Lovendegem op bezoek geweest bij Welzijnschakels en ze hebben er ook de opvoering van ‘Kamiano’ gezien.
Robin, Magali en Ben zitten vooraan in de kapel, Lennert heeft zijn knieschijf gebroken en zit in een rolstoel in de kapel.

Pieterke verwelkomt ons allemaal, vraagt zijn leeftijdsgenootjes om samen licht aan te brengen en hij vergeet zeker niet Guido uit te nodigen om ons voor te gaan. Wij zijn hier weer samen om te doen wat ondenkbaar is, om nog van alles te regelen voor we Kerstmis kunnen vieren, om te kunnen, elk van ons, onze naam in vrede te dragen. In Lucas 3, 10-16 leren we dat Johannes de Doper terug komt in de bewoonde wereld en er de mensen oproept om concreet anders te leven.
“Wát moeten we doen?” vragen de mensen, de tollenaars, de soldaten hem. Concrete dingen doen, zegt Lieven ons op deze dag van Welzijnszorg. Armoede trachten uit te sluiten, mensen de kans geven samen sterker te worden in hun droom. Daarvoor heeft hij een paar exemplaren van de petitie van Welzijnszorg, waarin aan het beleid gevraagd wordt de armoedebestrijding efficiënter aan te pakken, ter ondertekening mee. En er is vandaag omhaling, zéér uitzonderlijk bij Effata, maar dan wel vandaag speciaal voor Welzijnszorg. Maar vooral vraagt hij oren en ogen wijd open te zetten voor de armoede in onze omgeving en respectvol met hen om te gaan zonder vooroordelen. De catechumenen hebben daarom een nogal rare bril gekregen om de mensen in armoede en het leven met een ‘andere bril’ te bekijken. Wij danken met Ben voor de zorg van de catechisten, wij bidden dat de actie voor een betere maatschappij jarenvullend zou zijn en een van onze kleuters vraagt ook wat en ik begrijp het niet, maar dat doet er niet toe want kleuters hebben toch een directe lijn met God. We mogen weer van gerechtigheid dromen!

Na de viering is er tijd om de Effatazaal op te vrolijken met de kerstversiering en de kerstboom.

 

In de Tabor op 20/12 put Chris (van Chris) uit haar recente ervaring met gezondheidsproblemen en de daaruit voortvloeiende afwezigheid op Tabor, koor, vieringen om het belang van ontmoeting met vertrouwde en geliefde mensen duidelijk te maken. De lezing die ze heeft gekozen (Lucas 1, 39-45) gaat ook over ontmoeten. Over de ontmoeting van Maria en Elisabeth, die in Maria de moeder van haar Heer erkent. Een dergelijke ontmoeting is bevrijdend, geeft nieuwe toekomst, is ont-moetend.

 

Johan heeft aan de koorleden gevraagd om op 21/12, zoals vroeger kerstliederen te zingen, nu in de School aan de Waterkant, om er de bewoners en hun familie tijdens de kerstmarkt in stemming te brengen. Ja, waarom niet? We zijn met velen en Johan is tevreden, maar zingen in openlucht,
in de koude, is niet zo goed voor mijn stem …

 

Koorrepetitie op 22/12, Guido is juist op tijd terug uit Canada (!) om de repetitie te leiden.
Onze Vader verborgen’
verbergt nog veel addertjes onder het gras, vooral omdat sommigen niet bij de vorige repetities waren en ook omdat Guido het lied op een minder conventionele manier wil gebruiken. Het tafelgebed voor de kersttijd (165) moet ook nog even herhaald worden want we zingen het op Stanny’s verzoek in de gevangenis op Kerstmis. Hier blijkt eens te meer dat ‘éénstemmig’ wil zeggen dat iedereen dezelfde toon zingt!

 

Elien heeft blijkbaar de smaak te pakken want ze verwelkomt de gemeenschap voor de viering van 23/12, de 4de zondag van de advent. Zij denkt al verder naar kerstdag zelf als we in de gevangenis gaan zingen, waar sommigen ook op licht wachten, licht dat hier overvloedig door de kinderen wordt aangebracht. Johannes bedreigde ons in de vorige vieringen: “Pas op, er zal vuur uit de hemel vallen!”, maar in deze viering komt het vuur alleen van Ben die de vier kaarsen op de adventskrans aansteekt.

Wij zingen: ‘Lied aan het licht’, maar ik ben stemloos, te hard gezongen voor Johan!
Ik hoor ontroerd de anderen zingen en luister beter dan anders naar de tekst: ‘Waar mensen waardig leven mogen!’ Hier is dat toch het geval!

Guido legt er de nadruk op dat de goede boodschap (Lucas 7, 18-22) is dat God Liefde is en Hij dus niet onverschillig staat tegenover ons, wat echter ook inhoudt dat Hij over ons een oordeel heeft. Johannes heeft die boodschap eerst begrepen als die van een veroordelende God: ‘Zie de bijl ligt al aan de wortel’. Maar hij begint te twijfelen, hij begrijpt dat hijzelf bekering nodig heeft, hij ziet Jezus die goeddoende rondgaat, hij ziet dat er verzoening mogelijk is. Wij mogen daaruit leren dat verzoening geen triestige bezigheid is maar een enorme aansporing om voor het goede te kiezen. Wij worden de hand opgelegd: hier weet je weer hoe bevrijdend verzoening is,
hoe vergeving nieuwe moed kan worden.

Wij bidden voor een meisje uit de klas van Yarno dat plots gestorven is, voor een vrouw die in psychische nood is: opdat ze terug vrede vindt, voor de vele eenzamen in de stad.

 

Een droom van Guido wordt dus waar: op kerstavond vóór de nachtmis komen we met een dertigtal samen voor een gezellige maaltijd, raclette en gourmet, opdat niemand eenzaam zou zijn op deze avond. Alles is zorgvuldig voorbereid, vlees en vis en kaas en verse groenten en de nodige sausjes erbij. De sfeer is ontspannen en de vrees voor een onmogelijke afwas was nutteloos. Want weer doet het Effatawonder zich voor: welk restaurant kan bogen op zoveel personeel om af te wassen en dan nog in deftig zwart: de moderne paters en nonnetjes van Effata! Denise heeft Joeki, een windhond meegebracht en vastgelegd aan een radiator. Ik verplaats het dier toch een beetje van de warmte weg, want niemand heeft een ‘hotdog’ besteld.

Kerstnacht, middernacht, het Effatakoor is opgesteld rond het altaar. In de donkere kapel brandt alleen de paaskaars en één stem zingt het lied van de wachter: “Hoe ver is de nacht?”

In de duisternis worden teksten van profeten en van Johannes de Doper gelezen. Harde teksten over de misdaden van mensen, over het geroofde goed van de armen, over de bijl die aan de voet van de boom ligt, met beelden van oorlog, drugs, geweld. Maar ook hoopvolle teksten over bekering en over iemand die zal komen om het graan te verzamelen in zijn schuur. Freya draagt het kerstekind naar de kribbe en wij verwelkomen het kind met ‘Van U is de toekomst’ en een overweldigend ‘Joy to the World’.

Nu branden alle lichten in de feestelijke kapel en Guido zingt het kerstevangelie, het koor antwoordt: ‘Hoor de englen zingen het lied van de nieuwgeboren Heer’.

In zijn homilie nodigt Guido ons uit het evangelie ernstig te nemen met de ontvankelijkheid en de openheid van een kind. Het evangelie is natuurlijk gemaakt voor de volwassenen, maar je kunt zelf beslissen om met de open ogen van een kind in de wereld te staan en te kiezen om iets van Gods liefde in de wereld zichtbaar te maken. Dat is de toekomst, daarom zongen we ‘Van U is de toekomst’ Het is geen verhaal van 2000 jaar geleden, het is een toekomstverhaal: Waar we ook komen, altijd is hij bij ons. Het koor zingt bij de offerande ‘Go, tell it on the mountain’ en als tafelgebed het innige ‘Daar waar vriendschap is en liefde’. Tijdens de communie speelt Greet op virtuoze wijze het thema uit de film ‘Priester Daens’. Bij de communie zingen we eindelijk ‘Onze Vader verborgen’, voor de eerste maal als koor. Zelf ik doe een enorme inspanning om mee te zingen, maar mijn stem laat het voorlopig niet toe en weer luister ik naar teksten die ontroeren door hun eenvoud en hun waarheid. We zingen en neuriën: ‘Stille Nacht’, en kerstwensen worden uitgesproken met als slot de eenvoudige wens: “Van harte een zalig kerstfeest!”.

‘Adeste fideles’ , en dan krijgen wij een aandenken van deze kerstnacht.
Daarna is er receptie, naar goed gebruik bij Effata.

 

Kerstdag: zingen in de gevangenis. Wij zijn er niet bij, want op kerstdag komen wij met de kinderen en kleinkinderen samen, dus steun ik mij nu op een uitvoerig verslag van Frans.
Ook Miet heeft er zich deze keer voor vrij gemaakt om er bij te zijn! Als Miet mij uitlegt waarom ze steeds uitstelde om mee te gaan, begrijp ik nóg beter hoe belangrijk dit zingen in de gevangenis wel is en hoe ingrijpend en emotioneel de aanwezigheid van het Effatakoor, ook voor onszelf, is.

Ook nu zijn er op kerstdag bijna 50 koorleden paraat om in de gevangenis de kerstmis te zingen. Er heerst een ietwat speciale sfeer. Het begint al bij de poort: de poortwachteres zit duidelijk in met onze stem, ze vindt de ijzige wind maar niks en aan de hand van haar lijst laat ze ons vroeg binnen. Stanny, de gevangenisaalmoezenier zal het wel eigenaardig gevonden hebben dat er maar een kleine groep Effatazangers voor de gevangenispoort stond te wachten. Voor het eerst mogen we gebruik maken van de ‘wachtkamer’ verbonden aan het eerste sas. Je ziet, ook na 30 jaar valt er nog iets nieuws te beleven!
Ook de gevangenen (een zestigtal met deze maal veel vrouwen) zijn erg actief: we krijgen bij het begin van de viering een speciaal applaus (met toelichtende commentaar) als Stanny zegt dat Effata al 30 jaar op de hoogdagen komt zingen. Het ‘Onze Vader’ wordt duidelijk hoorbaar in verschillende talen meegebeden. Het voelt goed wanneer mensen elk in hun eigen taal hetzelfde gebed kunnen bidden. Het geeft een gevoel van eenheid, terwijl er tegelijk ook aandacht is voor ieders eigenheid. In zijn homilie roept Stanny ons op om, net als Jezus al van bij zijn geboorte duidelijk maakte, ons niet te richten op onszelf, maar op het geluk van de anderen. Hij sterkt zo de overtuiging dat zingen in de gevangenis een wezenlijk onderdeel uitmaakt van de eigenheid en de aantrekkingskracht van Effata. Als we na het afsluiten van de viering nog ‘Oh Happy Day’ zingen, wordt er door vele gevangenen rechtstaande meegezongen en in de handen geklapt.
Dan zingen wij in het centrale punt van de gevangenis nog ‘Go, Tell it on the mountain’ met een duidelijke reactie van de ‘bewoners’ van de verschillende gangen. Zij die dat willen kunnen daarna nog genieten van het kerstmenu in de personeelsmess van de gevangenis.
De waardering die daaruit spreekt, doet deugd. En bovendien was het erg lekker!

 

Frans verwelkomt ons op 30/12, de laatste viering van dit jaar, en Guido waarschuwt ervoor dat het orgel plots kan uitvallen door mysterieuze stroompannes.

Geef maar eens antwoord op Guido’s vraag: “Wat vond je van het jaar 2006?”
Je kunt bijv. antwoorden: “Het was een goed jaar, soms veel te warm. Is dat geen teken van de opwarming van de aarde? Moeten we daar niet bang voor zijn?”
Mensen willen veilig zijn, ze laten zich gemakkelijk bang maken, angst zit in ons.
Daar tegenover staat het evangelie: “Wees niet bang!”

Durf je toevertrouwen aan de liefde en de goedheid van God, vertrouw dat Hij met je meegaat,
je draagt! We luisteren naar Prediker 3, 1-15, ‘Uw wijsheid laat alles gebeuren op tijd en stond’. Guido is de laatste weken veel onderweg geweest, hij heeft veel op luchthavens moeten wachten. Wachten kan een mooie tijd zijn, want je hebt de ‘tijd’ niet in handen, je moet je niet opjagen,
geen stress hebben, geen ambities. Guido wenst ons dat we mensen zouden zijn die wachten en verwachten: ‘Kome wat komt!’ Zeker is alleen: dat wat we nu doen en wat we straks tegen elkaar zeggen. Geen zorgen maken over wat het komende jaar zal brengen. Wij hebben dat niet in onze handen, wij kunnen niet alles plannen. We mogen zeker niet klagen over wat gebeurd is. Verder doen: ‘God is er mee begonnen, Hij zal er wel Zijn plan mee trekken!' Het klinkt misschien een beetje gek: maar zijn we niet vrijgemaakt?

Wij bidden voor relaties die uit elkaar vallen, voor vrede en liefde tussen man en vrouw.
We bidden voor Aimé en Mia, voor al wie hier om gezondheidsredenen niet bij ons kan zijn.
We danken voor al het goede dat ons in Effata is overkomen.

 

Zo is een jaar voorbij, een jaar om niet te vergeten en toch ook niet om op te blijven staren.
Een nieuw Effatajaar komt, met veel verwachtingen, met veel kansen om te zien waar we nodig zijn, om elke dag pijn, onzekerheid en angst van onze medemens te helpen dragen.
Met vrede, vrijheid, vreugde, nabijheid en openheid, waar iedereen een beetje zal mogen in delen.

Effata wenst jullie een zalig en gelukkig 2007!

 

 

Wouter, zondag 31 december 2006

 

 

afdrukbare versie