![]() |
||||||||
| |
||||||||
|
Kroniek van de maand augustus 2008 De groep die door Miet wordt verwelkomd op 2/8 is niet zo talrijk, maar het is dan ook nog volop vakantie! Ook Jezus wil vakantie nemen, ook hij wil er eens uit zijn, vooral na dat vreselijke nieuws over de moord op Johannes de Doper (Matteüs 14, 13-21). Jezus beseft dat ook hem het lot van zijn boezemvriend, zijn ‘soulmate’, kan overkomen en vraagt zich af of hij zo kan verder doen … nadenken dus. Weg met de boot, naar een eenzame plek, maar niets daarvan, het ziet er zwart van het volk, ze zijn hem rond het meer achternagelopen, te voet. In een andere versie van het verhaal, dat zeer populair was bij de eerste christenen, zegt Jezus dat hij medelijden met die mensen heeft. Niet: “Stuur ze weer weg!” , maar: “Geef gíj ze te eten!” Wij hebben van dat verhaal ‘de wonderbare broodvermenigvuldiging’ gemaakt, maar het gaat in feite over ‘ brood delen’, over durven doen wat Jezus deed, wat Johannes deed: het woord van God delen en doorgeven. Hoeveel broden, hoeveel vissen, hoeveel manden brokken over, hoeveel mensen die hadden gegeten, dat zijn allemaal maar getallen, symbolen van het aantal boeken van Mozes, van de stammen van Israël, van het aantal volkeren op de bekende aarde, … Belangrijk is de echte boodschap: “Alleen als je deelt, kan ik tastbaar bij jullie zijn, laat mensen niet in de steek!” Breng ons samen, zingen we. Wij hebben gevierd, gezongen, gebeden. Voor de moeder van drie leerlingen die overleden is en voor haar kinderen, voor een gezin met vier kleine kinderen dat geen weg meer op kan, voor een vriendin die voor een zware revalidatie staat, voor studerenden en hun ouders. Wie dit leest: bid je met ons mee?
7/8: een rustige vergadering van de stuurgroep, wat nakaarten over de evaluatie en planningsdagen, vooruitzien naar het professiefeest van 13/9, het is toch nog vakantie!
De koorrepetitie van 8/8 komt juist op tijd om de liederen voor de festiviteiten van volgende week in te oefenen, vooral met de vierstemmige Majellamis hebben we heel wat moeite, want het is lang geleden dat we ze gezongen hebben. Maar ook dat komt in orde!
Matteüs 14, 22-33. In dit deel van het evangelie op 9/8 gaat Jezus toch nog even de berg op om tot rust te komen, nadat het vele volk is weggestuurd. De leerlingen keren terug met de boot, met tegenwind, Jezus gaat te voet over het water naar hen toe. Weer is het Petrus die eerst, in zijn enthousiasme naar Jezus over het water toeloopt en dan, kleingelovige, aarzelt en begint te zinken. Jezus grijpt hem vast en redt hem. Het verhaal van een bovenmenselijke daad? Neen, gewoon en duidelijk: als ik mij in de knoei werk, als ik iets doe wat ik beter niet had gedaan, als ik miskend ben, als de golven zo hoog zijn dat ik het niet meer haal, dan is er Jezus die een hand uitsteekt en zegt: “Vrees niet!” En zie ik wel dat het ook iemand kan zijn die dat doet in Jezus’ naam? Waarom schrijft Matteüs (en Marcus!) dat zo? Hij schrijft in moeilijke tijden voor zijn kleine gemeenschap, vervolgd door de Romeinen maar ook door de Joden. Een gemeenschap bestaande uit christen geworden Joden, maar ook bekeerde heidenen die de Joodse gebruiken niet kennen en er zich ook niets van aantrekken. Een groep van mensen die ofwel krampachtig vasthouden aan wat was, die ofwel een nieuw verhaal willen maken met het oude verhaal, of die helemaal opnieuw willen beginnen. In een dergelijke gemeenschap krijgt Petrus, de man die telkens weer het verkeerde doet, een leidend ambt. Want hij was het die telkens weer in zijn enthousiasme naar Jezus toeging en naar wie Jezus zijn hand uitsteekt, hem uit het water uittrekt, als bij een doopsel. Wij bidden voor steun voor een priester die in Guatemala zorgt voor zijn Indianen, we danken voor een leuke voorbije week, we bidden voor al wat in ons leeft. Wees nabij voor wie in oorlog leeft of die leven daar waar een nieuwe oorlog is gestart.
Jaren geleden vond een groep mensen rond Guido een welkom toevluchtsoord bij pater Jozef Schotsmans op de Afrikalaan. Later kwam die groep als Effata terecht op de Stropkaai, maar wij zijn pater Jozef Schotsmans wel nog altijd dankbaar voor zijn hulp. Hij viert vandaag, 10/8, zijn 70 jaar professie en 65 jaar priesterschap in de parochiekerk van Sint-Joris-Winge, niet zo heel ver van zijn geboortedorp Meensel-Kiezegem. Uit dankbaarheid zingt het Effatakoor voor hem, als getuige van wat zijn werk voor ons betekende en nog altijd betekent. Nonkel Jos, zoals ze hem hier noemen, is nu 91 jaar, maar toch gaat hij samen met zijn neef pater André Schotsmans voor in de viering. Hij krijgt vriendelijke wensen vanuit Rome, en als geschenk van de Clemensprovincie 2 kaarsen die bij het begin van de viering worden ontstoken. Wij hebben heel veel gezongen, goed gezongen, en we zijn vele malen voor ons zingen bedankt. De Majellamis met Guido’s gitaarbegeleiding, een Old Irish Blessing, maar vooral de Marialiederen met als slot het ‘Salve Regina’ waren onze dank voor Nonkel Jos.
Onze Lieve Vrouw Tenhemelopneming, 15 augustus, zingen in de gevangenis. Telkens weer die innige ervaring dat een groep mensen hier komt zingen over Maria, over Magnificat, over liefde die Maria duizend namen gaf. Vooral omdat Maria de eerste was die in Jezus geloofde, onvoorwaardelijk, nog meer dan andere moeders. En voor Stanny was er de verrassing van het ‘Old Irish Blessing’.
Jezus doet verdere pogingen om wat vakantie, wat rust te hebben: hij trekt naar het noorden, naar Tyrus en Sidon (Matteüs 15, 21-28). De joden die hier wonen, beschouwen de anderen als ongelovigen, als honden. Hij ontmoet er een vrouw, een Kananeese, de sterke vrouw van het hongerdoek, die om hulp smeekt voor haar dochter. Hij geeft geen antwoord, de leerlingen treden hem bij, hij wijst er haar op dat het brood dat hij brengt niet voor de ‘honden’ is. Eén met de miserie van haar kind blijft ze aandringen: de kruimels zijn toch voor de honden! En Jezus gaat in op haar geloof, het kind is genezen. Ook wij moeten in onze zó gewijzigde samenleving openstaan voor bekering, ook wij moeten beseffen dat al wie hier leeft, hier komt, zoekt naar geluk. Het lastigste is die vorm van bekeren voor hen die denken dat hun geloven het enige en echte is, die zich niet laten bevragen, die denken dat zij de waarheid in pacht hebben. Wij mogen terugdenken aan de pastorale constitutie ‘Gaudium et Spes’ van 1965, woordelijk: “Vreugde, hoop, verdriet en angst van de hedendaagse mens zijn eveneens die van Christus’ leerlingen. Niets menselijks is hen vreemd.” De blijde boodschap van Jezus is dus: als je blijft geloven dat mensen kunnen veranderen, dan kan de wereld veranderen. Wij bidden voor de studerenden met een 2de zit, voor een gezin dat zwaar beproefd wordt, voor jubilerende kloosterlingen.
Blijf er toch steeds aan denken, schijnt Guido in de viering op 23/8 te benadrukken, hoe en waarom Matteüs zo geschreven heeft. De gemeenschappen van christenen trokken weg uit Jeruzalem, niet-joden kwamen erbij, er was een gevoel van ontworteld te zijn. Matteüs tracht een nieuwe autoriteit naar voor te schuiven: Petrus (Matteüs 16, 13-20). Volgens Matteüs spreekt Jezus hier ‘straffe’ woorden: hij noemt Petrus de ‘steenrots, waarop gebouwd zal worden’. Woorden die we zonder vermetel vertrouwen moeten blijven bekijken, zien wat in onze samenleving heerst (denk aan ‘Gaudium et Spes’), de moderniteit toelaten in het leven, weten dat God in staat is op de ruines nieuwe gebouwen op te richten, als we maar het breken van het brood weer centraal stellen. Weten dat een gemeenschap die zich bindt, dat ook doet in de hemel, daardoor gesteund wordt, vrijgemaakt van banden. Wij bidden voor een stervende, voor Gratienne Notteboom van onze gemeenschap die deze week begraven is en bidden dat God van ons mensen maakt met echt vertrouwen.
Pater Herman Bergsma heeft al veel aangedrongen dat we met het Effatakoor ook eens zouden komen zingen in de Nebo, het klooster in Nijmegen dat einde van dit jaar dichtgaat. Op 24/8 is het zover, met de bus naar Nijmegen, vriendelijk ontvangen worden door een zenuwachtige pater Herman, inzingen, opstellen in de neoromaanse, grootse kerk. Vieren op een manier die hier misschien wat té nieuw overkomt, met een koor dat het tafelgebed zingt rond het altaar. Luisteren naar het evangelie, opnieuw Matteüs 16, 13-20, in zijn homilie besproken door pater Herman. Jezus wil precies weten of zijn leerlingen weten wie hij is. Een vonk springt over van Jezus naar Petrus, die het echt weet: “Gij zijt de Christus!” Jezus weet wel dat Petrus dat niet uit zichzelf weet, dat de Geest hem dat aangeblazen heeft, maar hij zegt hem: “Op zo’n geloof, eerlijkheid, spontaneïteit wil ik een gemeenschap bouwen en die gemeenschap is niet kapot te krijgen. En waar jij mensen tot gemeenschap brengt is deze gemeenschap in de hemel ook gebonden, maar ontbindt jij doodmakende situaties, verdriet, dan gebeurt dat ook in de hemel, en de sleutel is de liefde.” Zo kom je tot een inspirerende gemeenschap, waar je mag zijn wie je bent, waar niemand, geen leiders geen strijders, niemand ons tegen houdt, waar niemand kan zeggen: ze zien me niet staan. “Effata, ga maar open!” Zo vat pater Herman deze homilie samen. Samen zingen, bedankt worden, dan lekkere soep met smakelijke broodjes, ínnemende broodjes! Nadien bezoeken we het Museumpark Orientalis, het vroegere Bijbelse Openluchtmuseum, voor velen een hernieuwd bezoek aan een ietwat opgesmukte site, voor anderen een eerste kennismaking met dit park.
Wij waren niet op de viering en op de Open Gemeenschapsraad van 30/8 en dus is er spijtig genoeg geen kroniek over. Het evangelie van deze dag kwam uit Matteüs 16, 21-27.
September begint: de maand van het echte begin van het Clemensproject?
Wouter, donderdag 4 september 2008
|
||||||||