effata-logo
Kroniek van de maand april 2008

In de stuurgroepvergadering van 3/4 herleven en evalueren we het optreden van het koor in Wetteren-ten-Ede en de reis naar Hingene: in onze herinnering koesteren en bewaren!
We denken even na over de praktische kant van de voorstelling van het Clemensproject op 17/4
en leggen de eerste stapstenen voor het professiefeest op 13/9.

 

Guido is op 5/4 naar Rome en dus verwelkomt Chris pater Gé die speciaal uit Roermond gekomen is om ons voor te gaan in deze Effataviering.

Pater Gé kent ons al een beetje van de lekendagen, van rechtstreekse contacten met de stuurgroep en van de verwachting voor de komende vergadering van 17/4. Het evangelie is precies op tijd: het is het verhaal van de leerlingen van Emmaüs (Lucas 24, 13-35), zoals dit onder meer door Rembrandt van Rijn in de ‘Emmaüsgangers’ met heel veel tegenstelling tussen donkere gedachten en hoopvol licht werd weergegeven. Gé spreekt over op weg zijn met een gemeenschap, worstelen om toekomst, vertrekken uit een rouwproces, elkaar niet kennen, dan beginnen luisteren naar elkaar, brood en leven delen met elkaar. Weten dat Jezus bij de levenden is, weten dat als twee of drie bijeen zijn in zijn naam, hij in ons midden is. Heeft Gé het over zijn gemeenschap, of over de Effatagemeenschap? In elk geval spreekt hij over een hechte gemeenschap, een gelovige gemeenschap, waar je steun vindt bij elkaar, een gemeenschap die perspectief biedt. Over elkaar op de weg ontmoeten, over vragen en zoeken: “Kunnen we niet samen gaan?”
Daarom zijn we hier, om dat hartverwarmende gebeuren, om onze harten weer te doen branden.

We bidden voor een moslimfamilie die moeder verloor, voor hen die geen palliatieve zorg hebben. We danken voor de vruchtbare relatie die ontstond in catecheseverband met de kinderen, hun ouders, peters en meters. We bidden om moed voor iemand die geopereerd moet worden, we bidden voor Pia die leukemie heeft om kracht en om genezing.

Onze catechumenen komen vertellen wat ze in de catechese hebben geleerd, hoe ze de vieringen hebben helpen maken en de liedjes hebben gekozen, welke beloften ze willen uitspreken. De Plechtige Communie komt héél dichtbij!

 

Koorrepetitie op 11/4 met Ilse want Guido is nu naar Chicago. We leren een nieuw lied aan, ‘Old Irish Blessing’, niet gemakkelijk, maar mooi! Weet je waarom de tenoren later beginnen: omdat de anderen vroeger begonnen zijn! En Ilse heeft medelijden met ons, haar kinderhand is gauw gevuld: “Als de noten, waar ik schrik voor heb, juist zijn, mogen er bij de andere noten heel wat fouten zijn!”

 

Aangezien Guido nu in Chicago is, komt pater Herman ons weer voorgaan in de viering op 12/4.
Lea verwelkomt hem en dankt hem voor zijn aanwezigheid.

Wat Herman blijkbaar opgevallen is dat we bij Effata allemaal vooraan komen zitten, “Bijeenhokken als schapen,” zegt hij, verwijzend naar het evangelie uit Johannes (10, 1-10) over de goede herder en de schapen. Is dat niet troostend: de goede herder zorgt voor dat éne schaap, moeder roept je bij het spelen, je hoort erbij, je mag in de kring stappen. Maar de goede herder doet meer, hij loopt temidden van de schapen, hij zoekt wat goed is voor hen. Zo’n herder is God, hij wil dat het ons goed gaat. Dan krijgt gehoorzaamheid een nieuwe betekenis: horen en daardoor samen horen, horen hoe God met ons bezig is, daar oor, oog en hart voor hebben. Nadenken over de liefde van God. We hebben toch gezongen: “Waar vriendschap is en liefde, daar is God.”? En als we ervoor zorgen dat we gemeenschap vormen met iedereen, zonder zwarte schapen, dan geeft God je alles. Daarom delen we, brood en wijn, met elkaar.

We bidden voor onze wensen, ons verdriet, voor alles wat ons hart bezwaart, we bidden voor hen die als zwarte schapen worden behandeld, voor gebroken mensen. We danken voor een verjaardag en de inzet van de kinderen om van die verjaardag een feest te maken. We bidden voor een buurvrouw die voor de anderen zorgt en die het toch zelf ook moeilijk heeft, dat ze haar warme hart mag behouden.

We vragen God te mogen rekenen op zijn nabijheid, dat hij wil zien wat ons bezighoudt, dat hij bij ons blijft.

 

In Tabor op 16/4 leidt Bernadette ons nar de vraag: “Geroepen worden, hoe gaat dat?” Gaat die vraag niet aan ons voorbij: luister: ‘Gij zijt voorbijgegaan: Een lied tot Jezus Christus’. Zij koos hiervoor de lezing uit Johannes 1,35-42 over Jezus die zijn eerste leerlingen roept. Wat valt hier op? Het zijn de broers die elkaar roepen: we krijgen geloof van een ander en moeten het doorgeven. Om te weten waarover het gaat moeten we gaan kijken, deelnemen aan bijvoorbeeld de Effatagemeenschap, door gevraagd te worden of vrienden mee te vragen. Een stap opzij durven zetten zoals Johannes voor het nieuwe, voor nieuwe projecten. En Jezus verandert Petrus’naam in ‘Kefas’, hij spreekt hem voortaan persoonlijk aan, zoals wij ook persoonlijk geroepen worden. Zoek het dus niet te ver: de een roept de ander, in het gewone leven.

Wij bidden voor het Clemensproject dat in de steigers staat, danken voor de gedrevenheid van stagiaire Freya, bidden voor hen die niet konden aanwezig zijn, bidden om vrijwilligers voor de stervensbegeleiding van eenzaam stervende mensen, voor de helpers van de Damiaanactie die door de voedselcrisis in nood komen en danken voor de verjaardag van Elien, dat ze de warmte rond haar heen verder mag doorgeven: “Keer U om naar ons toe!”

 

Aan de hand van een PowerPointpresentatie stellen op 17/4 Guido en Walter V. W. (als projectmanager) de stand van zaken van het Clemensproject aan de ruime Effatagemeenschap voor. De kernopdracht is duidelijk: Effata gaat op volle kracht verder vooruit. Vanaf september 2008 starten vijf adviesgroepen, die de inhoud van het project bestuderen, hun activiteit. Ondertussen moet ook meer duidelijkheid komen over de site van de Voskenslaan. Daarna zullen vier andere werkgroepen de meer praktische kant van het project behandelen. Het is ook belangrijk te weten dat de Redemptoristen zich bij dit alles laten begeleiden door een bekwaam adviesbureau. Er zijn vragen over de huidige kerkgebruikers, over de omvang van het project, over de financiële impact, over de gemeenschapsvorming en de woonfunctie. Al die vragen krijgen uiteraard een voorlopig antwoord: dat hangt allemaal van de adviesgroepen af! Eén vraag “Wie maakt van die ‘denktank’ deel uit?” is wél duidelijk beantwoord: iedereen die zich beschikbaar stelt …

 

Guido is weer in het land, nu met grijzende baard, maar wel blij terug in de gemeenschap te zijn, verwelkomd door Elien voor wie deze dag, 19/4, weer goed is omdat het vieringdag is. In het Johannesevangelie leren we een afstandelijke, moeilijk te herkennen Jezus kennen. Hij zegt dat hij ‘het licht van de hemel’ is, of ‘het brood uit de hemel’, of ‘de deur van de schaapsstal’! In het evangelie van vandaag (Johannes 14, 1-12) zegt hij dat hij ‘de weg, de waarheid en het leven’ is. Johannes schreef zijn evangelie om de betekenis van het leven, de woorden en de daden van Jezus te belichten, waar drie generaties christenen voor hem al over nagedacht hadden. Johannes vat al die overwegingen samen in enkele zeer compacte zinnetjes. Het moet ons duidelijk zijn dat Jezus niet naar zichzelf verwijst, wel naar God: wil je God vinden, kijk dan naar mij, maar ik ben niet het centrum! Hij zegt feitelijk: “Wie mij bezig ziet in enorme liefde voor de mensen, die ziet iets van wie God is!”

Wat zegt hij nog? “In het huis van mijn vader is plaats voor velen!” Het huis van God is dus niet bedoeld voor stilte, wel voor ontmoeting - denk aan de kerken zonder stoelen, voor iedereen, voor de bedelaar, voor wie schuilt bij regen, voor wie wil nadenken – van alle soorten gelovigen, zelfs van niet-gelovigen. We moeten wel in het spoor van Jezus van Nazareth blijven, zijn liefde zichtbaar maken, niet in beeld, maar door mensen die elkaar steunen.

Dan bidden we voor kinderen die hun eerste communie zullen ontvangen, voor kinderen die zullen gevormd worden, we bidden om moed en werkkracht bij het Clemensproject dat nu in de startblokken staat, we bidden opdat mensen zijn liefde zouden kennen: “Draag mij, God, in barmhartigheid!”

 

Op de koorrepetitie van 25/4 zijn we met niet genoeg ‘geschoolde’ zangers om ‘Old Irish Blessing’ verder in te studeren, maar de voorbereiding van de komende feestdagen, inbegrepen het huwelijk van Tom en Sylvie, slorpt toch alle beschikbare tijd op.

 

Voor Leen en haar ouders was de voorbije week heel druk: Wout doet zijn eerste communie, Vincent werd geopereerd aan zijn oog, maar Leen is blij hier weer op de Effataviering van 26/4 iedereen te mogen verwelkomen.

Guido raapt de rode draad van de voorbije week op: een bezorgde leraar die opkeek van de antwoorden die hij kreeg op een open vraag over ‘geloven’, een priester die zich vragen stelt over het aantal kinderen dat gelovig zal ‘blijven’ na hun eerste communie, een vraag naar de betekenis van het ontvangen van de H. Geest, een stadsgids (dat zal ik wel zijn!) die geconfronteerd werd met het weinige dat van schoolse lessen, onder meer over godsdienst, overblijft.

Het evangelie (Joh. 14, 15-21) moet ons dat wat duidelijker maken. Door de wat moeilijke formulering door hoor je spreken over liefhebben en een geschenk: Gods Geest. Liefde als een basishouding, liefde in gemeenschap. Weten dat je Gods Geest niet kunt grijpen, niet kunt begrijpen, weten dat je niet weet waar je uitkomt, weten dat het avontuur de moeite loont.

We bidden voor een buurvrouw die man en zoon verloor. Wij bidden voor al de mensen die vandaag wat te vieren hebben, huwelijk, plechtige communie en vormsel, eerste communie, zingen in Deinze. Maar we bidden ook voor al wie vandaag niets te vieren had, wie alleen is of zich zo voelt, wie pijn en angst in het hart meedraagt, wie niet meetelt, wie honger heeft. En we danken voor zijn liefde en zijn blijvende aanwezigheid.

 

Naar jaarlijkse gewoonte zingen we op 30/4 de vormselviering voor de kinderen van het Medisch Pedagogisch Instituut De Oase in de redemptoristenkerk op de Voskenslaan. Vormheer is vicaris Luk De Geest, ons al welbekend door de contacten met het bisdom over het Clemensproject. In deze viering worden 16 kinderen van de school, maar ook Freya van onze gemeenschap, gevormd. Ouders, sommige wat onwennig in een kerk, zenuwachtige kinderen, een vraaglustige vormheer, een voorbeeld van wat ‘kerkelijk zijn’ vandaag betekent. Wij zingen liederen over God met wie alles begon, over diezelfde God die ieder mensenkind op handen draagt. Handen zijn er volgens de kinderen om af te wassen, te slaan, maar ook om vrede te sluiten, iets goed te maken, mensen te helpen. Dan volgt het gebed onder handoplegging en ze worden gevormd: ‘Swing low’. Zingen in deze viering voel ik aan als een gave van de Geest: mogen vragen dat deze, mij verder onbekende, kinderen Gods adem, de Geest mogen krijgen, die hen het goede ingeeft.

 

Een grote stap is gezet: het Clemensproject is voorgesteld aan de ruime Effatagemeenschap. Was het een rustige maand? Voor Guido, Gé en Herman zeker niet, maar ook ónze wereld werd opengetrokken!

 

Wouter, donderdag 1 mei 2008

 

afdrukbare versie