![]() |
||||||||
| |
||||||||
| Kroniek
van de maand april 2007
Er kan altijd nog een poetsbeurt bij en daarom komen op 2/4 twaalf moedigen waarbij ook de jeugd (Simon, Jonas, Elien) vertegenwoordigd is, de kapel en de Effatazaal opfrissen. Ja, nadien ruikt het hier weer zo heerlijk fris! ’s Avonds is er de stuurgroepvergadering en buigen we ons over de details van de komende vieringen, aandenkens, versieringen en vooral over de vervoering van Voeren!
Koorrepetitie op 3/4: er loopt wat mis met het koor der engelen (chorus angelorum) want er zijn wat zware stemmen te horen, dus “Alleen de ‘lichte’ vrouwen mogen nu meezingen!” en wat later wordt een ‘mij’ eerder ‘mêêê’, meer iets voor Kerstdag! Maar een repetitie voor Pasen is voor het overige wel bloedige ernst!
Zoals ik op Palmzondag schreef: “Geen zegen, geen slotlied, want deze viering gaat door, tot Pasen.”, gaat de viering verder op Witte Donderdag. Een honderdtal zijn we, samengekomen om te getuigen dat daar waar vriendschap is, God is. Wij luisteren naar het verhaal van Jezus, die brood breekt en deelt, die de beker met wijn deelt en doorgeeft, wij zitten samen rond de tafel, gedenkend wat Hem werd aangedaan. Misschien is het een beetje een gek verhaal, dat van Jesus Christ Superstar waarin tekstschrijver Tim Rice, vanuit het standpunt van Judas, dus vanuit een kijk op Jezus als mens, ons het oude verhaal vertelt. Kritiek is er natuurlijk vanuit de 2000 jaar oude kerk: Jezus is de zoon van God, dus eigenlijk niet na te bootsen, niet na te leven! Maar in de film is hij een mens op zoek naar het goede voor alle anderen, die een aanbod deed en hoopte dat ze zouden meestappen. Judas ziet het zo niet: hij wil Jezus dwingen om zaken door te drukken, het regime te veranderen, in de ijdele hoop dat als je regimes verandert de mensen ook veranderen. Het is er gezellig in de Hof van Olijven, de apostelen zingen en drinken, drinken teveel en vallen later in slaap. En Jezus strijdt daarbij zijn eenzame strijd, wetend wat komt, grijpend naar tekens: brood en de beker met wijn: “Ik hoop dat jullie het zult verstaan”. Vandaag zijn we hier ook gezellig samen, genietend van de goede dingen die tussen mensen gebeuren, Hem gedenken, niet weglopen, wetend wat komt. Elkaar in de ogen kijken, de handen wassend om elkaar met ‘propere’ handen echt vrede te wensen, elkaar voor alle haat alleen vergiffenis te schenken. Bij Effata kunnen we veel, ook meerstemmig zingen als we verspreid zitten, maar soms is het toch even té moeilijk en dan nog zonder dirigent. ‘Voor de zevende dag’ (lied 42) lukt niet zo best, maar toch wil ik mij gerust toevertrouwen en het licht niet haten. Hoe zou het anders kunnen, hier waar een mensenleven eindigt, waar bindende afspraken worden gemaakt: “Doe wat ik heb gedaan, leef zoals ik geleefd heb, ik die de goede herder ben, ik die de vruchtendragende wijnstok ben, ik die je maar één gebod geef: ‘Geen groter liefde is er, dan wie zijn leven geeft voor zijn vrienden’”. Wij denken na, wij gedenken zijn beslissing: “Vader, uw wil geschiedde”.
Weer zijn we met velen op Goede Vrijdag, rond de tafel, nu een doodsbed, waarop de gekruisigde Christus ligt. Weer luisteren we naar het verhaal van de laatste uren van de man die voor ons gestorven is, de man van smarten: “Als een lam voor de scheerder …” Het is een moeilijk moment voor de leerlingen die Jezus achternagingen: een dierbaar iemand verliezen is altijd moeilijk. Maar, en daar hebben zij niets van opgeschreven, zij lieten hem in de steek, een van hen had hem zelfs verraden. Lang heeft het geduurd voor ze dat verwerkt hadden. Maar ze vonden hulp in de Schrift, bij Jesaja, mensen die van God komen verzetten zich niet met hun vuisten, dat beknot maar je mogelijkheden. Ga rustig de weg van God wat je ook overkomt! De evangelist Marcus schrijft over die laffe houding, Johannes maakt van Jezus een koninklijke man, rechtop, wetend waar hij naartoe gaat. Maar nu is hij de gegeselde, de doorngekroonde, de kruisdragende, de gekruisigde. Gekwetst en verraden, tot het einde toe doorgaand. Sterven met open armen moet niet gemakkelijk geweest zijn maar God keek hem aan. De gestorvene, dode Jezus die wij knielend vereren, die we dankbaar zijn zelfs al zijn we niet altijd in staat hem te volgen. We brengen bloemen aan, bloemen van dit voorjaar, we buigen eerbiedig en waken en bidden, we bidden en waken. Van liefde gestorven noemen we hem. Herdenken zijn woorden als hij het brood brak en de beker deelde, ook op deze avond, zo is hij meer bij ons. Weer bidden wij om licht in deze nacht, we zijn Hem indachtig die in leven en dood onze broeder is geworden en gaan in stilte weg: “Het is volbracht! … Ga nu en doet gij allen even zo!”
Het verhaal gaat verder, het moet helemaal verteld worden. Tot het ‘einde’ toe? Zo lijkt het toch als we met velen, geen stoel is vrij, samenkomen voor de paaswake. Veel jonge mensen, kinderen, zelfs Esther is er! Langzaam wordt de gekruisigde Jezus de kapel uitgedragen, het koor zingt: ‘In paradisum’, het gezang van zoveel uitvaarten. Het lied dat anders op het einde wordt gezongen, als afscheid, is hier het teken van een nieuw begin. Maar eerst luisteren we naar Matteüs 27, 62-66, naar de angst van de hogepriesters en de Farizeeën, die het graf laten bewaken, zelfs in de dood is men nog bang voor Jezus. Is het nacht, haalt het toch allemaal niets uit? Zijn wij, deze wereld, voortgejaagd door stormen van geweld? Nemen we onszelf als doel en vinden we zo enkel leegte en wanhoop, of zoeken we God die de chaos overwon, leven we het schriftlied na, worden wij ‘ten eeuwig leven omgewend’? De Schrift wordt aangebracht, Ben brengt een schaal met vuur binnen, de paaskaars wordt ontstoken. Guido bemoedigt ons: “Wij zijn hier niet alleen want er is iemand die ons moed geeft om er doorheen te komen. Denk aan die sterke vrouwen en profeten, denk aan Jezus, Maria. Luister naar het verhaal van Jesaja 54 over het volk als een diepbedroefde vrouw die vrij zal zijn van onderdrukking, luister naar het lot van de ongelukkige stad die nu getooid wordt met edelstenen. Dat verhaal gaat vérder met Petrus, Johannes, Anselmus, Benedictus, Luther, …” Het doopwater wordt in de doopvont uitgestort en we herhalen onze geloofsbelijdenis, eerst samen gelezen, dan gezongen: “Die mij getrokken uit de schoot, …U zal ik ongezien vertrouwen!” Licht wordt doorgegeven, als aandenken aan Hem die tussen twee misdadigers gekruisigd werd, maar die leeft. Bernadette leest het evangelie van Lucas (Lucas 24, 1-12) over de vrouwen, Maria van Magdala, Johanna en Maria, de moeder van Jakobus, en de overige vrouwen die geloven dat Hij verrezen is. De mannen geloofden hen niet. Mannen voelen iets minder waar het leven toekomst geeft. Daarvoor hebben wij sterke vrouwen nodig, die vertrouwen en de juiste keuzes maken. Kan je iets anders dan nu ‘Alleluia’ zingen? Alle lichten worden aangestoken, de tafel wordt gedekt door sterke meisjes, Magali en Ine, wij in het koor doen de wippala aan. Na de communie zingen we: “Wek mijn zachtheid weer, …”, nu zoals het moet, met dirigent en begeleiding, emotievol. De viering die begon op Palmzondag loopt nu ten einde, wij vragen weer om Gods zegen met de ‘Zegenbede’, nu ook vierstemmig. Wij danken, of liever, Guido dankt voor alles wat de paasweek ons bracht. Als aandenken maakten Lut en andere sterke vrouwen een verkleind model van de Vietnamese hoed en iemand heeft er zelfs paaseitjes ingelegd; er is zoveel volk dat we ons deze keer misrekend hebben, er zijn hoedjes te weinig …! Dan staan we op, we lachen, juichen en leven. En dan is er natúúrlijk receptie, voor deze keer uiteraard met Vietnamese specialiteiten, soep, taart en loempiaatjes. Lezer: een zalig Pasen wens ik je! Hij is waarlijk verrezen!
Op Pasen zingen we in de gevangenis, het gaat er wat vrolijker aan toe dan anders want er dansen enkele gevangenen mee op de tonen van ‘O Happy Day’ en ‘I want to be ready, to walk in Jerusalem …’ Van maandag 9/4 tot donderdag 12/4 verblijft Effata in de Voerstreek, in de jeugdherberg De Veurs te Sint-Martens-Voeren. Een jeugdherberg is natuurlijk geen vijfsterrenhotel, maar wel een verblijfplaats met degelijk basiscomfort, aan een voor iedereen betaalbare prijs. Een ruim dagverblijf, een goede keuken, een vriendelijke ontvangst, kamers met vier, zes of acht bedden. Enkel de sanitaire voorzieningen zijn wat bekrompen, maar dat beseft de jeugdherberg ook wel en ze zullen er wat aan doen, inmiddels blijft het wat behelpen met een tekort aan douches en toiletten op de slaapkamerverdieping. De ligging is prachtig, voor ons het rustieke beeld van de Voerstreek, met de ferroduct van de goederenspoorlijn van Antwerpen naar Aken als bepalend element. Heel veel treinen op die lijn, tot in de nacht en vanaf de vroege uren, een droom voor treinliefhebbers, een nachtmerrie voor wie de slaap niet vindt. Wijzelf komen er op de eerste dag heel laat aan, maar dan hebben de meesten al een lange dag achter de rug, met een bezoek aan de oude stroopfabriek in Borgloon, je weet wel die de Monumentenstrijd op Canvas heeft gewonnen, en gratis pannenkoeken met stroop (een tip van Johan). Anderen bezoeken Tongeren en bekijken er het standbeeld van Ambiorix en luisteren verbaasd in de basiliek naar een koor dat daar te gast is. En heel velen worden ontvangen op het gemeentehuis van Voeren door niemand minder dan de legendarische Huub Broers, de burgemeester zelf dus, die speciaal voor Effata, met dank aan Frans, op paasmaandag vertelt over de geschiedenis van Voeren en zijn strijd om Voeren Vlaams te houden. Uiteindelijk is iedereen, 77 deelnemers (!), in de jeugdherberg aangekomen, er is een warme maaltijd en dan is er een avondvullende quiz, gewonnen door de ploeg van Bernadette. Nu weten we tenminste ook of Guido bergen wil opfietsen, slangen rond de hals verdraagt, zwemt in een ligbad of gospels wil aanleren en of de deelnemers van Effata praktische proeven kunnen oplossen en geleerde vragen beantwoorden! De tweede dag is er na het ontbijt keuze genoeg: wandelen in de omgeving voor sterke stappers met Chrisje en Fons, idem voor ouders met kinderen, al of niet ‘met wielen’ met Chris, bezoek aan de mergelgrotten, bezoek aan een forellenkwekerij, mountainbiken (wat wel niet gratis is!). Het bezoek aan de brouwerij van de vroegere abdij Val Dieu te Aubel is niet mogelijk dus maar de kerk en de binnenplaats van de oude abdij bezocht. Ook het bezoek aan de kunstschilder Rob Brouwers is echt de moeite waard. Spijtig genoeg komen onze modellen pas binnen drie jaar aan bod! De wandeling door de bossen en de bospaden is prachtig, overal bloeien al het speenkruid, de bosviooltjes, het herderstasje klein en groot en de witte klaverzuring, dat maakt even verloren lopen weer goed. We zien zelfs een van de wijngaarden van het Sint-Pietershof te Teuven aan de oude heerweg De Planck met Pinot noir en Pinot gris druiven. En ’s namiddags gaat een groepje rond Nina naar Hoeve De Bies, steil naar beneden, genieten van al wat een zeer gedienstige waardin in spoedtempo brengen kan, zelfs het beroemde Voerdrupke, een sleedoornjenever wordt gesmaakt! De derde dag gaan we met zijn allen naar Wittem, voor velen een eerste kennismaking met Guido’s tweede huis. Een unieke gelegenheid voor Guido om in zijn welkom van de viering in de oude kerk, eens duidelijk uit te leggen waar redemptoristen mee bezig zijn. Vooreerst willen ze tegen mensen zeggen: “Uw geloof is uw zaak, u zijt belangrijk in de ogen van God, God ziet ú graag” en mensen hun waardigheid teruggeven, gewoon omdat u mens zijt. Ten tweede trachten ze het moeilijke evenwicht te vinden tussen verzoening en verlossing, tussen mensen vrijheid geven en toch oproepen om die vrijheid goed te gebruiken. En tenslotte willen ze wat ze meemaken aan anderen vertellen, het niet voor zichzelf houden. In Effata moeten we in de toekomst ook nog meer de nadruk leggen op die drie zaken. Het evangelie (Johannes 6, 1-15) gaat over de wonderbare vermenigvuldiging van brood en vis op de oever van het meer van Galilea. Wij ook hebben geen mogelijkheden, geen geld, we zijn een kleine groep. Jezus zegt: “Begin er maar aan!” en zie: het lukt. Hij is er mee begonnen, maar het verhaal gaat slechts verder als er ook mensen zijn die vertrouwen, die brood delen en breken, die ontdekken dat er voldoende is voor iedereen. Onze ‘specialisten’ bereiden ook hier de tafel voor en Sylvie en Ine tonen hun virtuositeit op gitaar en dwarsfluit. Wij bidden en danken voor het leven in de groep, voor de reis naar de Voerstreek, voor het wonder van het leven van Simon die de vorige keer nog veilig in Mieke’s buik zat, voor afwezigen, zieken, gehandicapten. Onze zegenbede klinkt ook hier in deze groep van alle leeftijden, vierstemmig, jeugdig en fris. Donderdag 12/4 is de dag van het afscheid, maar niet zomaar de dag van het inleveren van de lakens! De jeugd heeft, met een beetje steun en voorbereiding van de volwassenen, maar ook met veel enthousiasme en vindingrijkheid, haar opdrachten uitgevoerd. Fata Morgana heet het spel en ze hebben met succes een maquette van de ferroduct van Voeren gemaakt, een oorkonde met de nodige bewijsstukken van onze aanwezigheid in Voeren opgesteld, een kamplied met dans en instrumentale begeleiding gepresenteerd, een receptie georganiseerd en een aandenken gemaakt. Aan alle voorwaarden is voldaan, meer dan genoeg voor alle sterren: ze zijn met vlag en wimpel geslaagd! ’s Middags is er nog een lekkere spaghetti met de erbij horende saus en dan is er het weemoedige afscheid: “Tot zaterdag in de viering!” Tom en Sylvie mogen fier zijn op hun voorbereiding en hun inzet: het was een echt Effatafeest!
Het gewone leven gaat verder: op 14/3 verwelkomt Bernadette weer de gemeenschap in onze vertrouwde kapel, vooral de plechtige communicanten die in de namiddag zijn samengekomen om zich nog eens extra voor te bereiden, zó dat ze echt klaar zijn voor die mooie dag. Het is Beloken Pasen en we zingen over ‘doen wat ondenkbaar is, dood en verrijzenis’. Dat is moeilijk uit te leggen, want we leven in een maatschappij die niets met de dood te maken wil hebben, zelfs de roep naar euthanasie is daar een uiting van. Maar het leven is toch maar het leven waard omdat het ook eindig is … je kunt de dood toch niet ontlopen en dan zijn we die méns niet meer, er is iets essentieel veranderd. Zo waren in het vroege christendom alle gedoopten heiligen in de gemeenschap der heiligen, zie het oudste ‘Symbolum van de apostelen’, omdat elke gedoopte deelgenoot is van het Rijk Gods! Daarom staat vandaag het doopwater centraal, gegoten in een met bloemen versierd vat. Wij luisteren naar Paulus in zijn brief aan de Romeinen, 8, 31-39: “ …niets kan ons scheiden van de liefde van God, noch de dood, noch het leven, noch wat is , noch wat zijn zal, geen macht, noch enig wezen.” Vandaar dat wij geloven in een leven na de dood, want Hij neemt het leven niet van ons af. Daarom herinneren wij hier bij Effata in déze tijd, een tijd van verrijzenis, onze overledenen, al wie ons voorging en dierbaar was, niet als doden maar als levenden. Wij herdenken hun naam, schrijven hem op een strookje papier dat Ben en Lennert kleven op het vat met doopwater, vele namen zijn het, met ons verbonden door het doopwater. Verbonden met allen die al dáár zijn, in onmetelijke vreugde en zekerheid waaraan geen eind zal komen. Wij danken voor Voeren, waar het fijn was te leven met alle leeftijden en waardering voor iedereen, voor een huwelijksverjaardag, voor oma die verjaart, omdat Nina zich als herboren voelt na de reis naar Voeren, voor een geslaagde operatie van een zus. Wij bidden voor langdurige zieken dat ze levenskracht mogen hebben, voor een goede vriend, voor het groeien van de Sint-Clemensprovincie: “Keer ons toe naar elkaar!” De groep rond Ine, Hannah en Anneleen laten voor wie er niet bij was, nog eens in vol enthousiasme het Voerense kamplied horen: “2, 4, 6, 8!” Naar goede gewoonte is er dan suikerbrood of kramiek, met een extrataart voor de verjaardag van Viviane (haar leeftijd staat alleen in de palm van Gods hand!) en gezonde hapjes van Elien die ook weer aan verjaren toe is. En we zingen voor Guido, die 22 jaar geleden tot priester werd gewijd: “Voor jou hebben wij gebeden.”
Tabor op 18/4: een kans voor Frans om wat klaarheid te brengen over de tekst uit Johannes 3, 16-21. Die tekst begint met een duidelijke boodschap: Gods liefde is onvoorwaardelijk. Maar dan wordt de tekst schijnbaar verwarrend en spreekt over veroordeeld worden en de daden van de mens die slecht waren. Maar God wil toch dat de mensen gelukkig zijn, want hij heeft ons geschapen naar zijn beeld en gelijkenis? Inderdaad er staat niet dat de mens slecht is, het gaat dus om een oproep om ons naar hem toe te keren en goed te doen: het oordelen gebeurt niet door God, maar door onszelf: ‘dan ben je al veroordeeld’. Het gaat dus om kiezen, het is een verkiezingspamflet: “Kies voor God, telkens weer, dan komt de rest vanzelf weer goed! Kies voor begrip, kies voor zoeken naar jezelf, kies voor zachtmoedigheid, kies voor het licht!” Kan je het beter uiten dan met het lied: “Wek mijn zachtheid weer … en het licht niet haat!”
Odette zou op 21/4 graag iedereen een knuffel geven als welkom, maar dat gaat hier niet zomaar. Belangrijk voor haar is dat je je hier behoed voelt, dat je kunt op adem komen bij elkaar: de kinderen helpen door veel licht te maken. Het evangelie is van Johannes (21, 1-14) maar daarvoor moet je eerst eens indenken hoe de leerlingen zich voelen. Jezus is gestorven aan het kruis, in de bloei,van zijn leven weggerukt, begraven. Ze zijn hun leider kwijt, ze hebben hem eigenlijk verraden, hem alleen laten sterven, ze zijn er echt van onder de indruk, wij zouden zeggen: “Ze hebben een depressie, want ze zijn alles kwijt, je hebt geen toekomst meer, er staat een muur tussen jou en de wereld!” Petrus zegt dat hij gaat vissen, als visser is dat nog het enige dat hij ziet zitten. Een man op het strand vraagt hen om vis, maar ze hebben niets gevangen. De man zegt hen iets te doen wat in hun ogen dwaas moet zijn: het net uit te gooien aan de verkeerde kant, maar ze doen het toch maar, zonder ook maar te vragen: “Wie zijt gij?” Een toch maar normale vraag, maar zijn ze misschien bang naar hún identiteit gevraagd te worden? Ze wagen hun kans, ze riskeren zich belachelijk te maken maar het lukt, ze vangen 153 grote vissen. Ze herkennen Jezus, en eten met hem brood en vis, aan het vuurtje dat hij klaargemaakt heeft, wat al details! Het is de derde keer dat hij aan hen verschijnt, herkenbaar in mensen, herkenbaar daar waar mensen zich aan elkaar toevertrouwen, als je het na de derde keer nog niet door hebt … In de bezinning horen we het vervolg van het evangelieverhaal, de laatste verzen van het Johannesevangelie: “Simon, Petrus, heb je mij lief?”, ook driemaal. Wij bidden voor overledenen, ook voor de vader van Chris, wij danken voor de vakantie. Wij bidden om rechtvaardigheid voor een sterke vrouw met haar vier kinderen in een ‘sociale’ woning in ergerlijke staat in Dendermonde en voor de groep die haar helpt. En in stilte bid ik om ongezien vertrouwen voor die groep van redemptoristen en leken die deze namiddag verder gewerkt heeft aan de toekomst in Gent.
Enkele suggesties na de koorrepetitie op 27/4: als we allemaal naar dezelfde partituur kijken, kunnen we dan misschien ook allemaal hetzelfde zingen en zou de tekst van de tweede strofe van lied 68 niet beter ‘Ik za-al de juiste no-ot niet vinden’ zijn?
Op 28/4 zingt het Effatakoor in de kerk van de Oude Bareel de verrijzenisviering voor de vader van Chris Van Laere en eens te meer wordt duidelijk hoe tekst en muziek mensen aangrijpen: ‘Waar vriendschap is en liefde, daar is God’. ’s Avonds verwelkomt Frans de gemeenschap, wegens het uitzonderlijk warme weer in aangepaste kledij. Hij vergeet hierbij zeker kleine Niek niet die vandaag zijn eerste communie deed en daarover nog naglundert. Het is roepingenzondag, het evangelie gaat over de Goede Herder (Johannes 10, 27-30). Hierover zegt de Oostenrijkse pastoraaltheoloog Paul Zulehner: “Wij bidden massaal en met overtuiging voor roepingen. Wij wéten dat God dergelijke gebeden verhoort, dus zíjn die roepingen er, maar we zien ze niet!” Luisteren naar zijn stem, hem volgen, in zijn liefde blijven, behoren tot de groep waar we door ons doopsel bij aansloten. Herders zijn voor elkaar, zo goed zijn voor elkaar als God voor ons is, creatief zijn en onze toekomst niet laten afhangen van één of meerdere personen. Priester zijn is niet beter willen zijn dan de anderen, wel mensen vinden die weten dat het lot van een gemeenschap in de handen van die gemeenschap ligt. Dát is bidden om hen te ontdekken die geroepen zijn, de plaats vinden waar God ‘zijn wonderen zaait en bloesem geeft op onverwachte tijden aan schijnbaar doodgevroren twijgen’. We bidden voor zuster Assunta die 50 jaar kloosterleven viert, we danken dat we elkaar mogen ‘herderen’ en voor Odette en Eric die maandag 30 jaar huwelijk vieren.
Het was een heel warme maand en een heel drukke, zoekend naar bloesem op onverwachte tijden.
Wouter, maandag 30 april 2007.
|
||||||||